Marlies Medema: ‘Ik heb God leren kennen als liefhebbende Vader’

Wat kreeg Marlies mee over God en het geloof en waar staat ze nu?

In haar jeugd ervoer Marlies Medema soms veroordeling. Was ze wel goed genoeg? Hoorde ze er echt bij? Ze is blij dat ze dat achter zich heeft kunnen laten, al verlangt ze soms terug naar de saamhorigheid van de Vergadering van Gelovigen, waarin ze opgroeide. “Wat ik het meeste mis? Het vierstemmig zingen.”

“Een sekte, zo noemde mijn man het eens gekscherend,” lacht Marlies vrolijk, als we in haar achtertuin de laatste zonnestralen van die dag meepikken. Zó zou de eindredacteur van Eva magazine de Vergadering van Gelovigen niet willen typeren. “Al snap ik dat er tradities zijn binnen ons kerkverband waar mensen uit andere kerken misschien raar tegenaan kijken."

Gehaakte keppeltjes

Een voorbeeld? “Op zondag zaten de mannen gescheiden van de vrouwen in de dienst. Vrouwen droegen een hoedje – van gehaakte keppeltjes tot grote hoeden met voile randjes – en veelal lange, wijdvallende rokken met daaronder sandalen. Veel vrouwen droegen hun haar lang.
Al was er wel verschil tussen de Open Vergadering en de Gesloten Vergadering. De Apeldoornse gemeente waar ik heen ging, behoorde tot de gesloten categorie. Strikter dan de Open Vergadering, maar voor een gesloten variant redelijk ruimdenkend. Het voelde als een veilig, warm nest.”

Iemand kreeg de Geest, en die nam het woord

Is dat meer dan jeugdsentiment?
“Ja, toch wel. Onze kinderen groeien op met totaal andere kerkmuziek, maar ik kan nog steeds heel gelukkig worden van die aloude liederen. Opwekking vind ik op z’n tijd best mooi, maar de teksten zijn soms wat plat. Uiteindelijk gaat mijn hart sneller kloppen van die klassieke liederen.”

Vierstemmig, zonder orgel

De Vergadering kende ook haar eigen liedbundel, vervolgt Marlies. “Liederen van onder anderen Isaac da Costa, uit de negentiende eeuw. Tot begin jaren negentig werd daar niet van afgeweken. Pas later kwam er een uitbreiding van die bundel, met bijvoorbeeld liederen van Johan de Heer.”

Ze kan zich niet herinneren dat ze ooit met tegenzin naar de kerk ging, en denkt vooral met liefde terug aan de gemeentezang. Vierstemmig, zonder orgel. “Mijn favoriete lied? ‘De Heer is mijn licht, is mijn licht, en is mijn heil, wat vrees ik nog?’ Dat lied stond trouwens niet in de ‘volwassen’ bundel, maar werd gezongen tijdens jeugdweekenden. De tekst is prachtig en we zongen het meerstemmig. Als ik daar nu aan terugdenk, krijg ik nóg kippenvel.”

Warm gevoel

Waar Marlies’ ouders in de Vergadering bleven, die inmiddels meer het karakter van een evangeliegemeente heeft, liep haar eigen weg anders. Met haar man, die baptist was, en hun twee kinderen gaat ze inmiddels naar de Nederlands Gereformeerde Kerk. “Maar ik kijk nog steeds met een warm gevoel naar de gemeente van mijn jeugd. Ondanks dat ik nu weleens moet gniffelen om bepaalde dingen.”

Wat is je vroegste herinnering aan geloven?
“Mijn moeder vertelde laatst nog dat ik als 2-jarig meisje in het winkelkarretje in de supermarkt luidkeels zong: ‘Ook voor jou gaf Hij Zijn bloed.’” Glimlachend: “Tot enige gêne van mijn moeder. Ik weet dat zelf natuurlijk niet meer, maar ik was een soort spons die alles in zich opnam.

Een van mijn eerste echte herinneringen is dat ik als 7-jarige naar de vakantiebijbelschool ging. We zaten in een kring en een van de leiders had een rolletje pepermunt in zijn hand en vroeg: ‘Wie wil er een pepermuntje?’ Iedereen keek ernaar en dacht: nou, dan zal hij ons toch straks wel een pepermuntje geven. Maar nee, we kregen geen snoepje. Want, zei de leider, we hadden het niet begrepen; we hadden het zelf moeten pákken. Zo was het met het eeuwige leven ook: je hoefde je er alleen maar naar uit te strekken. Die metafoor is me altijd bijgebleven. Misschien omdat ik de les vooral naar mezelf toe trok; ik concludeerde dat ik het dus verkeerd had gedaan.”

Niet voldoende stille tijd

Die veroordeling komt vaker terug in Marlies’ leven. Als ze niet voldoende stille tijd nam. Als ze liggend in bed haar avondgebed deed in plaats van geknield vóór haar bed. Jarenlang voelde ze zich schuldig over allerlei geloofszaken. “Ik leed er niet heel zwaar onder, maar heb dat aspect gelukkig kunnen loslaten. Ik heb God leren kennen als liefhebbende Vader, die mij accepteert omdat ik van Hem ben. Hij houdt van mij zoals ik ben.”

Als ik daar nu aan terugdenk, krijg ik nóg kippenvel

Sigaren roken en grapjes maken

De mannen in de gemeente werden broeders genoemd, en zo nu en dan kwamen er broeders uit het hele land bij Marlies’ vader in de uitgeverij om te vergaderen. Haar moeder kookte dan soep, Marlies mocht het brood brengen. “Die mannen, een stuk of tien, zaten dan sigaren te roken en grapjes te maken. Ze waren allemaal ontzettend aardig, weet ik nog. Ze zaten ook in de redactie van De bode van het heil in Christus. Dat was het blad van de Vergadering.”

Vormen en regels

De geloofsopvoeding die Marlies kreeg, typeert ze als liefdevol en serieus. “Het verlangen van mijn ouders was echt dat we als kinderen Jezus leerden kennen. Het oordeel dat ik heb ervaren was niet direct afkomstig van hen, als wel van de bubbel waarin we leefden. Als oudste dochter van een zogenaamde ‘werkende broeder’, lag ik met mijn zus en broertjes onder een vergrootglas. De Vergadering kende geen dominees, maar wel een aantal prominente sprekers, en mijn vader was daar één van. Die regels zaten niet alleen in het lezen en bidden aan tafel, maar ook in de manier waarop ik me kleedde, naar welke muziek ik luisterde of hoe ik me opstelde. Later werd dat minder, ook door de persoonlijke geloofsontwikkeling die mijn ouders doormaakten. Daardoor stonden niet de regels centraal, maar kwam Jezus in het middelpunt.

Richting mijn eigen kinderen merk ik dat ik veel minder zwaar til aan allerlei uiterlijke dingen. Al zitten mijn ouders en ik wat geloven betreft behoorlijk op één lijn. Er is bij hen veel ruimte voor andere opvattingen. Zij zeggen altijd: ‘Het is vooral belangrijk dat je in elkaars hart kijkt in plaats van dat je op basis van standpunten met elkaar praat.’”

‘Ieder heeft iets’

Een van de dingen die Marlies, de oudste van vier kinderen, zich nog goed herinnert van de kerkdiensten in haar jeugd, is dat je nooit van tevoren wist wie er ging spreken. “Iemand kreeg de Geest, en die nam het woord. Het principe van ‘ieder heeft iets’ vind ik nog steeds heel mooi. Het gekke is,” zegt ze met een knipoog, “dat God blijkbaar alleen tot mannen sprak. Want alleen de broeders mochten wat zeggen, een lied opgeven of een gebed uitspreken.

Bovendien kon het zomaar zijn dat meerdere mensen die zondag iets op hun hart hadden gekregen. Dus als de eerste spreker klaar was, dacht je: nou, dat duurde lang, nu eindelijk naar huis. Vervolgens stond er nóg iemand op. Dan was je niet zo blij. Tegelijkertijd werkte de Geest toch ook wel binnen die anderhalf uur, hoor. Haha! Wanneer de klok richting elf uur ging, werd de dienst afgerond.”

Soms dacht ik: help, de opname!

Opname van gelovigen

Binnen de Vergadering van Gelovigen lag de focus op de opname van de gelovigen. Ook tijdens kinderkampen werd regelmatig de beklemmende vraag gesteld: ‘Wat als de Here Jezus terugkomt en jij bent er niet bij?’ Marlies: “Duidelijk was dat je voor die tijd je hart aan de Heer gegeven moest hebben. Ik vroeg me vaak af: hoor ik er wel echt bij? Ik was best onzeker en twijfelde aan mezelf. Wie ben ik nu? En houdt God écht van mij?”

Als Marlies ’s avonds in bed lag en het was heel stil in huis, dacht ze soms ineens: help, de opname! “Er is onlangs een Facebook-groep gestart van leeftijdsgenoten die in de jaren tachtig en negentig bij de Vergadering zaten. Rond dit onderwerp was er heel veel herkenning.”

Voelde je je thuis in de kerk?
“Zeker! Ik zal vast weleens gemopperd hebben op de kerk, maar ik dácht er gewoon niet aan om niet te gaan of me ertegen af te zetten. Ik ging gewoon mee, heel plichtsgetrouw. Maar ik heb echt een goede tijd gehad daar. Vaak zat ik met een paar meiden op de achterste bank, waar we verhaaltjes schreven en broeders natekenden.

Als 12-jarige heb ik me laten dopen. Ik wilde dat graag zelf, ja. Als je me nu vraagt wat er door me heen ging, kan ik dat heel moeilijk navertellen. Er was denk ik een bepaald verlangen om erbij te horen, bij Jezus, maar ook bij de gemeenschap. Ik herinner me de temperatuur van het water; lekker lauw. En ik had zo’n mooi wit kleed aan. Van mijn oma kreeg ik voor deze gelegenheid een speciale editie van ‘geestelijke liederen’, met gouden bladzijden.”

God is écht een liefhebbende Vader

Pure genade

Nog niet zo lang geleden liet Marlies’ eigen zoon zich op 19-jarige leeftijd dopen. Hij zei tegen haar dat hij die keuze had gemaakt omdat hij had ervaren dat God dit tegen hem zei, niet omdat zijn moeder hem gepusht had. “Dat raakte me. Als je als ouder érgens gelukkig van wordt, is het wanneer je kind ervoor kiest Jezus te volgen. Dat is echt een enorm cadeau, pure genade.”

Miskraam

Een heftige geloofscrisis heeft Marlies nooit gekend. Wel momenten waarop ze dacht: God, waar bent U nu? Bijvoorbeeld toen ze na de geboorte van haar oudste zoon opnieuw zwanger raakte, maar het om een mola-zwangerschap bleek te gaan. Marlies: “Dat is een zeldzame afwijking, waarbij er geen kindje is, maar wel een placenta die voortwoekert, wat kan leiden tot kwaadaardige celdeling. Daarna mocht ik een jaar lang niet zwanger worden, en de zwangerschap die toen volgde, eindigde in een miskraam. Dat vond ik heel heftig. Tegelijkertijd ervaarde ik God zó dichtbij, dat ik dacht: wauw, God is écht een liefhebbende Vader. Daar kan ik ontroerd door raken, ja.”

Wat zou je missen als je het geloof niet had?
“Dat totale geliefd zijn door God, omdat je Zijn kind bent. Als alles wegvalt, is Hij er. Dat voelt als een fantastische buffer.”

Beeld: Ruben Timman

Geschreven door:

Mirjam Hollebrandse

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons