Drie tweetallen in gesprek over elkaars telefoongebruik

'Wil je mijn schermtijd weten?'

in Geloven

De één is vergroeid met zijn smartphone, de ander heeft er geen. Drie tweetallen over elkaars telefoongebruik. “Het is irritant dat hij zijn telefoon meeneemt naar het toilet.”

Geert (29) en Julië Schutte (27) zijn getrouwd en hebben twee kinderen. Als het over hun telefoongebruik gaat, schuurt het af en toe.

Geert: “Ik vind dat Julië heel goed met haar telefoon is. Zij weet altijd dingen te regelen, ze kan veel sneller dingen opzoeken dan ik. Ook als bepaalde instellingen veranderd moeten worden, is zij daar gewoon beter in. Verder kan zij op haar telefoon zitten en nog steeds aanspreekbaar blijven, dat lukt mij niet zo.”

Julië: “Wauw, het begint positief.”

Geert onderbreekt haar: “Maar – ook al kan ze multitasken –als ik iets aan het vertellen ben, voelt het alsnog alsof je niet geïnteresseerd bent.”

Julië: “Daar ben ik het wel mee eens. Ik had gedacht dat je ging zeggen dat ik te veel op mijn telefoon zat. Of dat ik te veel zinloos aan het scrollen ben. Ik vind wel dat Geert zijn telefoon in balans gebruikt. Maar wat hij ook zegt: als Geert op zijn telefoon zit, verdwijnt hij helemaal uit de kamer en dat is heel storend. Het is ook irritant dat hij zijn telefoon meeneemt naar het toilet. Als hij dat doet, weet ik: dit gaat heel lang duren.”

Meningsverschil

Julië: “Ik wil eigenlijk niet dat de telefoons meegaan naar bed. Onze baby ligt tussen ons in, dus dat voelt niet relaxed. Plus: je bent altijd alert. Als iemands telefoon afgaat, gaat er een lichtje en een geluid aan; je kunt je niet helemaal afsluiten. En dat vind ik wel belangrijk.”

Wat ik van hem kan leren? Efficiënter zijn

Geert: “Ik ben het daar niet mee eens, want ik wil mijn telefoon gewoon bij me hebben. Ik wil altijd bereikbaar zijn. Stel, de buurman komt ineens zonder sleutel buiten te staan, dan wil ik gewoon kunnen helpen.”

Cobraslang

“Ik zou wel willen dat Geert dingen sneller kon vinden,” vervolgt Julië. “Als hij wil weten hoe lang een cobraslang wordt, moet hij eerst twintig pagina’s openen. Ik kan dat in één keer. Wat ik van hem kan leren? Efficiënter zijn. Geert doet alleen wat nodig is. Ik zou me minder afhankelijk willen voelen van mijn telefoon.”

Geert: “Julië kan wel wat minder Instagram scrollen, dat is nooit echt goed voor je. Maar het vermogen om snel op appjes te reageren zou ik wel van haar willen overnemen. Dat stel ik altijd uit, want ik wil graag een heel leuk bericht terugsturen. Ook zou ik minder willen verdwalen in YouTube. Met een gezin moet je gewoon scherp zijn en slapen.”

Schermtijd

Julië: “Wie er het meest op zijn telefoon zit? Ik, sowieso. Wil je mijn schermtijd weten?”

Geert: “Waar staat dat?”

Julië: “Dit bedoel ik: hij weet gewoon niet waar alles staat. Oké, de schermtijd van Geert is anderhalf uur per dag. Van mij ligt het gemiddeld op vier en een half uur. Ernstig veel. Maar vaak zit mijn dochter ook filmpjes te kijken op mijn telefoon.”

Geert: “Bij mij zijn het vooral de momenten dat ik op het toilet zit, denk ik.”

'Ik denk elke keer: wat missen jullie veel!'

Larissa Bottenheft (25) en haar oma Nel van Zomeren (81) trekken veel met elkaar op. Oma Nel heeft geen smartphone, maar sms’t haar kinderen en kleinkinderen af en toe. En ze krijgt altijd een sms’je terug.

“Ik heb niet zo’n ding, maar gewoon een ouderwets mobieltje,” begint Nel. “Ik mis het niet hoor. Het lijkt me dat het veel onrust geeft om de hele dag maar met zo’n ding te zitten.”

Larissa: “Als ik mijn oma wil bereiken kan ik haar bellen. Even snel iets doorsturen kan niet, maar dat is niet erg. Dat leert me om in het nu te leven en te genieten van de mensen om me heen.”

Chatten

Nel: “Ik gebruik mijn telefoon voor sms, dat kan niet via de vaste lijn. Jij zit weinig op je telefoon als je bij mij bent. Het kan wel voorkomen dat ik iets aan je vraag en dat je het even snel voor mij opzoekt.”

Larissa: “Ik zoek inderdaad vooral dingen op met mijn telefoon als ik bij mijn oma ben. Thuis praat ik veel met vrienden op WhatsApp. Dan kun je chatten, oma.”

Nel: “Even tussen haakjes: zijn dat dan zinnige dingen? Ga maar door.”

Larissa lacht: “Het kan zinnig zijn of niet. Ik merk dat ik daar keuzes in moet maken. In principe kan ik me de hele dag op mijn telefoon vermaken. Maar wil ik dat ook?”

Het positieve aan zo’n ding is dat de Bijbel erop staat

Nel: “Je hoeft ook niet zo streng te zijn voor jezelf, maar de hele dag op zo’n ding loeren, dat vind ik eigenlijk een beetje zielig. Ik denk elke keer: wat missen jullie veel! Ik zat bijvoorbeeld in de trein en ik was echt aan het genieten van de groene weiden en de koeien. Maar iedereen in de coupé was bezig met z’n telefoon. Alhoewel, leeftijd speelt ook een rol. Als je ouder wordt, ben je je meer bewust van al het moois.”

Opgegroeid in de oorlog

Nel: “Ik kom uit 1941 en ben opgegroeid in de oorlog. Ik zou niet in deze tijd jong willen zijn. Ik denk toch dat er vroeger meer rust en structuur was.”

Larissa: “In uw tijd had je gewoon wat je had en daar was je blij mee. En nu heb je toegang tot alles. Je wilt en kunt altijd op zoek naar bevestiging, entertainment en contact. Ergens zou ik daarin wel meer zoals mijn oma willen zijn. Gewoon kiezen om er niets mee te doen.”

Nel: “Het positieve aan zo’n ding is dat de Bijbel erop staat. We hadden nog een gesprek in de auto over Spreuken 30.”

Larissa: “Zal ik het even opzoeken?”

Nel: “Ja, het is vers acht of negen meen ik. Dat gaat over tevreden zijn. ‘Maak me niet arm, maar ook niet rijk, voed me slechts met wat ik nodig heb.’ Ik vind dat zo mooi.”

Larissa: “U bent gewoon tevreden met de contacten die u hebt en de manier waarop dat gaat. Meer hebt u niet nodig.”

'Ik heb nog nooit een TikTok-dansje gedaan'

Hoe kijk je als moeder naar het telefoongebruik van je tiener en andersom? Visie-hoofdredacteur Griëtte Vonck (42) over haar zoon Steijn (15): “Minder leuk vind ik het als je al etend met je telefoon door het huis loopt.”

Griëtte: “Je hebt al best vroeg – op je 11e – een telefoon gekregen. Papa en ik hebben je daarin toen wel echt begeleid, nu laten we dat meer los. Ik weet je inloggegevens niet en hoef die ook niet te weten. Ik heb er veel vertrouwen in dat je daar zelf goede afwegingen in kunt maken.”

Steijn: “Toen ik net mijn telefoon had, zei je ook vaak: ‘Steijn, zou je niet eens van je mobiel afgaan? Misschien kun je een leuke hobby bedenken?’ Dat heb ik zó vaak gehoord.”

Griëtte, lachend: “Dat heb ik inderdaad heel vaak gezegd.”

 Ik hoor je vaak beeldbellen met vrienden

Steijn: “Ik denk dat dat wel geholpen heeft. Ik merk dat ik me bewust ben van mijn telefoongebruik. Ik heb mijn mobiel altijd binnen handbereik, maar pak hem alleen als ik hem ergens voor nodig heb. Ik luister bijvoorbeeld vaak naar muziek op de fiets en thuis kijk ik veel op social media, zoals TikTok, Instagram en Snapchat.”

Griëtte: “En je belt ook veel. Wanneer je huiswerk aan het maken bent, hoor ik je vaak beeldbellen met vrienden. Ik vind het leuk dat jullie op die manier veel contact met elkaar hebben.”

Irritant

“Minder leuk vind ik het als je al etend met je telefoon door het huis loopt,” vervolgt Griëtte. “Dan staar je naar beneden, naar je beeldscherm, en lijk je helemaal van de wereld te zijn. Al heb ik daar zelf ook wel last van.”

Steijn: “Als jij op je mobiel aan het scrollen bent, dan hoor je inderdaad helemaal niks meer. Als je me vraagt hoe mijn dag was en ik vrij laat reageer, dan luister je niet meer. Dat vind ik wel irritant.”

Griëtte: “Dat is ook irritant. Wanneer het wat langer duurt voordat je antwoord geeft, heb ik het geduld niet meer om te wachten en raak ik afgeleid. Al zou ik dat ook hebben als ik bijvoorbeeld een boek aan het lezen ben. Ik denk dat het meer in mijn aard zit om snel afgeleid te zijn, dan dat het per se door mijn telefoon komt.”

Steijn: “Als je een boek aan het lezen bent, is het nog erger. Dan hoor je helemáál niets meer.”

TikTok-famous

“Vanuit persoonlijke interesse en voor mijn werk vind ik het leuk om op digitaal gebied bij te blijven,” vertelt Griëtte. “Ik heb ook een Snapchat-account aangemaakt. De enigen die ik daarop volg, zijn mijn kinderen. Maar jullie vinden dat nogal awkward geloof ik, haha.”

Steijn: “Een klein beetje. Ik vind het niet heel erg. Je probeert jezelf er wel bij te betrekken. Dan vraag je me bijvoorbeeld of ik je een TikTok-dansje wil leren, want je wilt graag ‘TikTok-famous’ worden.”

Griëtte, lachend: “Ik heb nog nooit een TikTok-dansje gedaan. Ik weet helemaal niet hoe dat moet, omdat jullie dat niet aan mij willen uitleggen. En misschien is dat maar goed ook.”

Tekst: Wieke van Burken en Elsina Neutel 
Beeld: Nathalie van der Straten-Folkersma

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons