Zeven Bijbelse scheldwoorden én complimenten

Luie hond, buffel van Basan, honingkoekje

Kaalkop, adderengebroed, luie hond - je zou het misschien niet denken, maar ook in de Bijbel klinken af en toe onaardige woorden. Complimenten zijn er gelukkig ook te vinden. BEAM-hoofdredacteur Maarten Vermeulen zette er van elk zeven op een rij.

1. Buffel van Basan

Deze klinkt zo lekker vanwege de alliteratie, oftewel het beginrijm. David gebruikt ’m in Psalm 22 om zijn vijanden aan te duiden. Basan is een gebied op de Golanhoogte in Israël en komt regelmatig voor in de Bijbel.

2. Adderengebroed

Als Jezus echt boos wordt op de farizeeën, noemt Hij ze in Matteüs 3 een “stelletje slangen” (BGT). In oudere vertalingen staat er dan “adderengebroed”. De slang komt er sowieso niet zo best vanaf in de Bijbel, dus die farizeeën weten heel goed wat Jezus bedoelt.

3. Luie hond

Jesaja vindt dat de leiders van Israël er een potje van maken: ze beschermen het volk niet en doen waar ze zelf zin in hebben. Ze zijn “luie honden” die “alles opvreten en nooit genoeg hebben” (56 vers 10-11, BGT). In oude vertalingen klinkt het nog beter: “vraatzuchtige hond”!

4. Gewitte wand

Hè, wat? Nou, precies wat er staat: een witgeverfde muur. Deze opmerkelijke verwensing roept Paulus tegen de hogepriester Ananias in Handelingen 23. Je vindt ’m in de Statenvertaling. In moderne vertalingen staat er “huichelaar”. Paulus vindt dat Ananias zich beter voordoet dan hij is: een lelijke muur met een dun laagje witte verf.

5. Mensendrek

Lang leve die goede, oude Statenvertaling! Hier staat natuurlijk “poep van mensen”, maar ouderwets klinkt-ie beter. Afkomstig uit een opmerkelijk stuk in Ezechiël 4, waarin God wil dat de profeet een koek bakt op een vuur dat brandt op “mensendrek”. Ezechiël wil dat niet, omdat het onrein is, waarna God zegt dat het ook met koeienpoep mag.

Dit valt in de categorie ‘lastige Bijbelverhalen’

6. Muurpisser

Oké, dit woord vind je niet letterlijk in onze vertalingen, maar wel in de grondtekst. Je ziet dat nog terug in de eerste Statenvertaling uit 1637. Daar wordt in 1 en 2 Koningen gesproken over “die aen de wandt pist”. Daarmee worden de zonen van Jerobeam en Achab bedoeld, over wie de profeten niet bepaald enthousiast zijn.

7. Kaalkop

Dit vind je terug in 2 Koningen. Het klinkt onschuldig, maar het verhaal is dat bepaald niet. Een groep kinderen scheldt de profeet Elisa uit voor kaalkop, wanneer hij op reis is naar Betel. Vervolgens komen er twee berinnen uit het bos die een groot aantal kinderen aanvallen. Dit valt in de categorie ‘lastige Bijbelverhalen’. Kijk dus een beetje uit als je deze gebruikt.

Zeven Bijbelse complimenten

Gelukkig zijn er ook genoeg complimenten in de Bijbel te vinden! Deze zeven complimenten zijn wel héél uniek. Ideaal als je weer eens andere opbeurende woorden wilt gebruiken dan ‘mooi’, ‘lief’ of ‘goed’.

1. Zijn maaksel

Deze heeft Paulus bedacht in de brief aan de Efeziërs: als christen ben je niet beter dan anderen, maar God heeft wel een nieuw mens van je gemaakt. In oudere Bijbelvertalingen heet dat ‘zijn maaksel’.

2. Opengesprongen granaatappel

Bij dit compliment moet je misschien wat uitleg geven, want het klinkt niet meteen heel aardig. Maar in Hooglied 4 staat het echt. De schrijver is dol op de slapen van zijn geliefde en volgens hem zijn het net opengesprongen granaatappeltjes. Lief!

3. Baard van Aäron

Wat is het leven goed en mooi als mensen in liefde met elkaar leven! Net zo mooi als olie die in de baard van Aäron drupt. Klinkt vies, maar David is er enthousiast over in Psalm 133. Als iemand in het oude Israël hogepriester werd, werd hij gezalfd met olie op zijn hoofd. In dit geval met zo veel olie, dat het helemaal in zijn baard terechtkomt. Zo goed is God.

4. Bijna zo machtig als goden

Wauw, dit bewaar je natuurlijk alleen voor iemand die heel speciaal is. David schrijft het in Psalm 8. Dit compliment kun jij alvast in je zak steken, want David heeft het over ‘de mens’ in het algemeen: hij is diep onder de indruk dat God aan al die kleine mensen aandacht geeft.

5. Overvolle maat

Nee, dit gaat niet over dik of dun. Misschien goed om dat er meteen bij te zeggen als je dit compliment geeft… In Lucas 6 legt Jezus uit dat je krijgt wat je geeft. De ‘maat’ is hier een schep of kom met een hoeveelheid graan. Als je ruimhartig geeft, krijg je meer dan je vast kunt houden: “een goede, stevig aangedrukte, goed geschudde en overvolle maat”. Zo’n vriend wil iedereen!

6. Rijsje

Je zou hier ook ‘kleine, nieuwe tak’ kunnen zeggen, maar dat klinkt minder poëtisch. Rijsje komt uit de Statenvertaling. Jesaja gebruikt het in een profetie over de komst van Jezus: uit een oude, omgehakte boom kan een nieuwe tak groeien. Zo zal uit de oude familie van David een nieuwe koning komen. Heel aardig dus om iemand ‘rijsje’ te noemen.

7. Honingkoekje

Klinkt lekker, toch? In Exodus maakt het volk Israël kennis met merkwaardige witte korrels die elke ochtend als ontbijt op de grond lagen. Manna, werd het genoemd. Wat dat precies voor spul was, weten we niet. Maar over de smaak staat wel iets: het was net honingkoek. De Israëlieten aten het veertig jaar, dus het zal niet vies zijn geweest.

Beeld: Shutterstock

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons