TimZingt krijgt onverwacht bezoek van sponsorkind Hope:

‘Waarom koos je mij?’

Ik moet in slaap gesukkeld zijn boven de vakantiefolders. Ik schrik op door de bel. Een Afrikaanse man in een sjofel pak aan mijn deur. Ik denk dat het een of andere verkoper is die de NEE-NEE-NEE-NEE-stickers op mijn deur heeft getrotseerd en het in zijn zieke geest heeft gehaald om toch te proberen iets te verkopen of me te bekeren.

Ik begin al aan mijn woeste tirade over huisvredebreuk als hij zijn hand uitsteekt en zegt: “Dag vader, fijn u te ontmoeten.” Als door de bliksem getroffen kijk ik hem aan. Daar staat Hope met zijn stralende glimlach voor mijn deur. “Hope, wat doe jij hier?” stamel ik. “Ik kom gezellig op familiebezoek,” is zijn vrolijke antwoord, “je hebt me al zo lang gesteund als sponsorvader en ik dacht: laat ik als een verloren zoon eens thuiskomen.

Ongemakkelijk

Ik kijk hem ongemakkelijk aan en mompel dat ik geen gemest kalf ga slachten en dat hij niet moet denken dat hij mijn nette pak of mijn ring gaat krijgen. Hope schatert: “Nee joh!” Hij slaat me op mijn schouder. Hij is groot geworden. Groter dan ik. Ik kijk schichtig om mij heen. Ik zie al een buurvrouw door de vitrage koekeloeren. Twee jaar terug heeft onze wijk zich van zijn beste kant laten zien door als één man de komst van een asielzoekerscentrum tegen te houden. Zelden waren we zo eensgezind in onze straat. Die eenheid wil ik niet graag in gevaar brengen. Voor je het weet, denken ze in mijn nette witte wijkje dat ik sympathiseer met gelukzoekers. Ik trek Hope naar binnen.

Vijf paar schoenen

Hij struikelt over een verzameling schoenen in de hal: pumps, sneakers, laarzen, slippers, allstars, Uggs. Er ligt van alles door elkaar. Ik wil me verontschuldigen, maar Hope stamelt: “Wow, zo veel schoenen, hoeveel vrouwen heb jij wel niet? Minimaal vijf, tel ik zo!” “Nee,” zeg ik geschrokken, “dit zijn allemaal schoenen van één vrouw. Bij ons geen Afrikaanse toestanden. Wij nette westerse christenen hebben één vrouw en dat is al duur genoeg.”

'Hoeveel vrouwen heb jij wel niet?'

Giftige column

Hope kan er maar niet over uit: “Waarom zo veel schoenen? En allemaal nieuw!” Ik leg uit dat schoenen kopen een van de manieren is waarop vrouwen een fijn gevoel krijgen. “En je kunt natuurlijk niet elke dag op dezelfde schoenen lopen,” lach ik. Pijnlijke stilte. Hope stamelt: “Dat doe ik wel. Ze zijn nog tweedehands ook. Ik heb ooit één nieuw paar gekregen. Cadeautje van de sponsororganisatie.” Heb ik betaald, schiet het door me heen. Ik heb er destijds een giftige column over geschreven, omdat ik vond dat het merkschoenen moesten zijn. Hope trekt een boekje uit zijn zak en krabbelt er wat in.

Kringloop

We lopen de kamer in. Ik zie de vakantiefolders liggen. Wij oriënteren ons op een christelijke rondreis “geheel verzorgd naar de Einden der Aarde”. Dat hadden wij na corona wel verdiend. De bedragen voor een fijne vakantie met geloofsgenoten zijn nogal fors. Beter dat Hope dat niet ziet. Ik probeer de folders subtiel onder het tafelkleed te schuiven. Maar Hope kijkt ergens anders naar. Hij is op zijn knieën gezakt bij een doos met speelgoed die in de kamer staat. “Wow, prachtig,” zegt hij terwijl hij met zijn handen de oude Playmobil, duplo en barbies vasthoudt. “Jij moet echt veel kinderen hebben dat je zo veel speelgoed hebt!” Ik zucht: “Nee, ik heb twee kinderen, maar sinds die een telefoon hebben, spelen ze nergens meer mee en dus staat die troep alleen maar in de weg. Dit gaat naar de kringloop.” Hope: “Kringloop? Wat is dat?” Ik: “Een soort beschaafde vuilstort voor oude spullen. Anderen kunnen daar nog iets uitzoeken.” Hope glimlacht: “O, dat hebben wij ook. Sommige kinderen werkten daar voor ze bij het project kwamen.” Ik glimlach pijnlijk. “Ja zoiets, bij ons werken er zonderlinge types. Sponsorkindjes van de overheid,” grap ik. Hope begrijpt hem niet. Westers cynisme lijkt hem vreemd. Hij schrijft weer wat in zijn boekje en staat op.

Rijke sponsorfamilie

Vervolgens kijkt hij me stralend aan: “Gaaf zeg, dat ik zo’n ongelooflijk rijke sponsorfamilie heb. Jullie zijn vast miljonair.” Ik schiet in de lach: “Nee hoor, helemaal niet! Ik maak grappen in het Koninkrijk en dat is geen succesvol verdienmodel. Ik had beter Sela-liedjes kunnen schrijven of worshipleider kunnen worden, dan ben je pas spekkoper in christelijk Nederland. Ik ben niet rijk, ik ben gewoon modaal!” “Bizar,” antwoordt Hope, “dus in jouw land zijn alle gelovigen ongeveer zoals jij?” “Nou, niet iedereen maar gemiddeld wel,” zeg ik. Hope schrijft weer iets op.

Megakerk op de Biblebelt

“Wat schrijf jij allemaal op?” vraag ik achterdochtig. “O, niets bijzonders,” zegt Hope. Hij trekt een kaartje uit zijn boekje en geeft het aan mij. Een uitnodiging voor een avond van de sponsororganisatie. “Ik wil daar graag heen,” legt hij uit. Ik bekijk het adres: Halleluja-Centraal, Strijkstok 23A, Bijbelonië. Dat is een megakerk op de Biblebelt met goede contacten met de sponsororganisatie. Het is vast zo’n megaconcert om zo veel mogelijk sponsorkindjes te verkopen. Ik voel weerzin: “Wil je daar serieus heen? Waarom?”

'Jullie zijn vast miljonair'

Een kindje of 10

“Nou,” begint Hope terwijl hij zijn boekje opendoet. “Ik denk dat jij wel een nieuw sponsorkindje kunt gebruiken, of niet? De sponsororganisatie heeft dat al een paar keer aangeboden, maar je reageert maar niet op hun mails. Dus ben ik gevraagd om bij je langs te gaan om eens te kijken hoeveel je er redelijkerwijs zou kunnen sponsoren. Op basis van mijn eerste berekeningen – grootte van het huis, hoeveelheid schoenen, aantal vrouwen, afgedankt speelgoed, je geplande gezinsvakantie – denk ik dat je prima een kindje of tien zou kunnen sponsoren zonder een centje pijn! Klopt toch?”

Zielig filmpjes

Ik kijk Hope verbijsterd aan en voel een intense woede opkomen. “Die sponsororganisatie wordt steeds brutaler! Hoe halen ze het in hun hoofd om jou op me af te sturen om me thuis een schuldgevoel aan te praten over mijn zuurverdiende geld?” schreeuw ik. “Dat is zoals ze altijd werken! Wil je weten hoe ik jou ooit op de kop heb getikt?” tier ik tegen een verbouwereerde Hope. “Ik was op een fijn christelijk evenement. Het was gezellig: goede stoelen, mooie worship, opbouwende preek, uitgebreid buffet en toen ineens kwam de sponsororganisatie. We zaten als ratten in de val. Er was een zielig filmpje met allemaal kinderen met gescheurde kleren, kapot huis, mobieltjes met heel traag internet – echt verschrikkelijk. We voelden ons natuurlijk schuldig dat we zo rijk zijn en dat kon je oplossen door een sponsorkindje aan te schaffen.

Schrijnwerkers

Zo’n sponsororganisatie heet niet voor niets hulporganisatie: ze helpen ons van ons schuldgevoel af. Dan pakken ze meteen door: ik kreeg een mapje in mijn handen gedrukt en werd ter plekke gedoopt tot sponsorvader. Voor ik het wist, machtigde ik de sponsorclub om geld af te schrijven en kreeg ik jou mee naar huis, met jouw foto voor op de schoorsteen.” Hope, geïnteresseerd: “En waarom koos je mij?” “Je was in de aanbieding, nou goed!?” blaf ik. “Nee, ik koos je omdat ik je zielig vond. Terwijl ik achteraf voelde dat ik gewoon gemanipuleerd ben. Die sponsorclubs weten gewoon feilloos dat christenen voor de bijl gaan voor zielige beelden met Bijbelteksten. Ze maken gebruik van onze zwakte. Er is zelfs een werkwoord voor: ‘het moet wel schrijnen’, zeggen ze dan. Schrijnwerkers, dat zijn het! Onbeschaamde evangelistige manipulatoren. En nu sturen ze jou naar mij omdat ik niet meer naar hun schrijnavonden wil?!! Een gotspe!!!”

'Je was in de aanbieding, nou goed?'

Schrijnend

Hope kijkt me nadenkend aan: “Ik vind het schrijnend dat het blijkbaar zo werkt.” “Wat bedoel je?” piep ik hijgend. “Nou, dat het blijkbaar zo is dat zo’n sponsororganisatie alles uit de kast moet halen om jou te bewegen om een beetje van jouw rijkdom te delen. Is het niet schrijnend dat jij je altijd een halve Sint-Maarten voelt, omdat je een paar tientjes per maand geeft? Het is toch schrijnend dat wij eerst moeten schrijnen, voordat jullie in dit puissant rijke landje doen wat christenen meteen zouden moeten doen: royaal delen van wat je hebt ontvangen. Het is toch schrijnend dat jullie het nog steeds zien als liefdadigheid en niet als recht doen?” Ik kijk Hope schuldbewust aan. “Je bent goed opgevoed door de hulporganisatie,” mompel ik.

Teken maar bij het kruisje

Hope schatert: “Gelukkig heb ik genoeg sponsorkindjes bij me om te oefenen. Nou, zal ik er 30 doen? Of 60? Volgens mij kun je dat prima betalen. Hope slaat zijn jas open en daarin blijken tientallen sponsorkindjes in kleurige mapjes te hangen. Kindjes uit alle continenten, van Azië tot Oost-Drenthe. Hij strooit ze uit terwijl hij om me heen danst. Ik voel me ineens licht in mijn hoofd en alles begint te draaien. Ik grijp me vast aan de tafel, hoor Hope nog gieren: “Teken maar bij het kruisje!” Maar ik ben al onderuitgegaan en smak tegen de grond. Ik hoor nog de holle echo van zijn stem, en word bedolven onder honderden mapjes met sponsorkindjes. Ik probeer te schreeuwen, maar ik maak geen geluid, hap naar lucht en dan wordt alles donker.

Mag ik hier wonen?

Met een schreeuw word ik wakker. Het is middernacht. “Bange droom?” vraagt mijn vrouw slaperig. “Erger,” hijg ik, “de werkelijkheid.” Ik glip uit bed en struikel over de schoenen van mijn vrouw de woonkamer in. Alles is stil en normaal. Op tafel liggen vakantiefolders. Geen stapels sponsorkindjes. Geen Hope te zien. Ik slaak een zucht van verlichting. Was het maar een droom? Hope kijkt me lachend aan vanaf zijn vertrouwde zonnige foto. “Er is een pakketje bezorgd,” zegt hij lachend. Mijn oog valt op een mapje op de grond. Van de sponsororganisatie. Ik raap het op. Een foto van een klein meisje. Uit Azië. Ze kijkt me verlegen aan.
“Hallo,” zeg ik zachtjes, “wie ben jij?”
“Ik ben Faith,” zegt ze verlegen, “mag ik hier wonen?”
Ik wissel een blik met Hope. Hij knipoogt. “Ik denk dat dat wel kan,” antwoord ik.
Faith glimlacht: “Wie ben jij?”
“Ik ben Tim, je nieuwe sponsorvader."

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons