Een ongeluk komt nooit alleen

Blog van Margje Fikse

Had ik je nou verteld dat ik m’n duim had gebroken? Bij dat ongeluk? Ja, dat had ik verteld.

Ze zeggen weleens: ‘Een ongeluk komt nooit alleen.’ Het was een stralende Koningsdag. Ik liep nog met mijn hand in een soort spalk, en mijn man Abel was met de kinderen naar de kleedjesmarkt rond de kerk in de stad. Hij ging op een krukje zitten, stond er op een gegeven moment weer van op, en terwijl-ie dat deed, viel hij, en raakte zijn middelvinger bekneld tussen het krukje en die prachtige, pittoreske, maar supergemene klinkertjes.

Het topje van zijn vinger was eraf! Met gierende banden – ik overdrijf: heel snel – vertrok hij naar het ziekenhuis. Het kan allemaal gelukkig vanzelf genezen. Zijn vinger zit wel in het verband, en hij heeft een mitella om, want zijn hand moet omhooggehouden worden. Onze kinderen hebben nu te maken met twee onthande ouders. Niet handig. (We hebben in no-time ontdekt dat het aantal uitdrukkingen met ‘hand’ ontelbaar is.)

Dit hele gedoetje brengt me op het volgende. Iets over ‘sorry’. Over de helende werking daarvan schreef mijn collega Tijs al in Visie 19. Ik moest denken aan een ontmoeting in Kenia waarbij ik mijn hoofd stootte en mijn gesprekspartner ‘sorry’ riep. Ik vond dat vreemd en zei hem dat ook. Hij kon er toch niks aan doen dat ik mijn hoofd stootte? ‘Ik bedoel het anders,’ legde hij uit. ‘I feel sorry, ik leef met je mee. Daarom zeg ik sorry.’ Zo kan ik tegen Abel ook sorry zeggen, bedacht ik me.

Nu ben ik iemand die dertig keer op een dag – en dus te pas en te onpas – sorry zeg tegen iedereen om me heen. En daarmee wordt het een heel lastig woord. Sorry kan aan waarde inboeten als je het te vaak gebruikt. Zoals de moeder van een schoolvriendje ooit zei: ‘Ik heb een kást vol sorry’s!’

Volgens mij zit de essentie van het woord ‘sorry’ in wat die man in Kenia me leerde. Compassie met de ander. En dat zou veel mensen die geen sorry zeggen – publiekelijk of een-op-een – sieren.

Zeg wat vaker sorry uit compassie. Wel zo ‘handig’.

Geschreven door:

Margje Fikse

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons