Straatpastor Ron van der Spoel: 'Ik geloof niet meer zo in groot'

Op straat voelt Ron zich dichter bij het hart van Jezus dan ooit

Ron van der Spoel met Leger des Heils-vest

Na dertig jaar ervaring als dominee op de Biblebelt gooide Ron van der Spoel het roer om en verhuisde hij naar Maastricht. Nu pioniert hij voor het Leger des Heils en voert hij geloofsgesprekken met mensen van de straat: “Mijn theologische taalgebruik en ingewikkelde domineeswoordjes - het moest allemaal overboord.”

Toen Ron (53) in september 2018 een verkoopbord voor zijn huis in Amersfoort Vathorst neerzette, had hij nog geen idee van wat hem te wachten stond. Hij en zijn vrouw voelden zich door God geroepen om de Biblebelt te verruilen voor Maastricht, dat wist hij wél zeker. Meerdere zuiderlingen hadden hem afzonderlijk van elkaar benaderd voor hulp – niet voor een plek als dominee, maar gewoon als ‘volwassen christen’. En hij ging, ook al was hij nog nooit in Limburg geweest – behalve die keren dat hij erdoorheen scheurde op weg naar een vakantie in Frankrijk.

Ontmoetingswinkel

Ron pakt een koffiewafel uit het schaaltje dat op de donkerhouten ronde tafel staat. We zitten tussen de rekken met tweedehandskleding. Vanmiddag gaat de Leger des Heils-winkel pas open, en dan schenkt Ron koffie voor mensen van allerlei pluimage, en probeert hij het gesprek aan te gaan. “Het concept van de ontmoetingswinkel is heel eenvoudig,” legt Ron uit, terwijl hij de koekkruimels van zijn trui veegt en meteen een Werther’s Original-snoepje uit een ander schaaltje pakt. “Tweedehandskleding als binnenkomer, koffietafels voor ontmoeting, en geloofsgesprekken.” Hij laat het snoepje tussen zijn kiezen knarsen. “Niet dat je over geloof móét praten natuurlijk. Maar als mensen met zingevingsvragen zitten, kunnen ze hier terecht en bidden we met hen.” Na drie jaar hebben de winkelbezoekers een plekje in Rons hart veroverd, maar daarover straks meer.

Wie is Ron van der Spoel?

Ron van der Spoel (Middelharnis, 1968) is een predikant binnen de Protestantse Kerk in Nederland. Hij studeerde theologie in Utrecht en diende gemeenten in Loenen aan de Vecht en Harderwijk. Tussen 2006 en 2011 was hij predikant in de missionaire gemeente Kruispunt in de Amersfoortse wijk Vathorst. In 2011 ging Ron aan de slag als adjunct-directeur Kerk en Theologie bij Open Doors. Sinds 2018 werkt hij in Maastricht als straatpastor.
Ron is getrouwd met Annette en heeft drie dochters.

'De straat was zijn kerk'

Want waar begin je, als je eenmaal 200 kilometer naar het zuiden bent verhuisd, nog niemand kent en geen idee hebt waarvóór God je naar Maastricht heeft geroepen? “Fietsen en bidden,” reageert Ron beslist. “Ik had het jarenlang vanaf de preekstoel geroepen: bidden voor je stad is je belangrijkste taak als gelovige. Hoe ik dat in praktijk bracht? Ik fietste of wandelde door de Maastrichtse wijken en bad voor alles wat ik zag."

Glimlachend: “Dat heb ik van Anne van der Bijl (de oprichter van Open Doors, red.) geleerd. Zo’n twintig jaar geleden was ik predikant in Harderwijk, en Anne zat bij mij in de kerk. Toen ik na een kerkdienst een keer naar huis fietste, kwam ik hem onderweg tegen. ‘Moest je niet naar de kerk?’ vroeg ik hem – echt zo’n domineesvraag, ik schaam me nu nóg! Maar Anne keek me rustig aan en zei: ‘Jij fietst net door mijn kerk. Ik heb het evangelie al tachtig jaar in de kerk gehoord. Maar déze mensen nog niet.’ Anne liep door elke straat van Harderwijk. Terwijl iedereen dacht dat hij zwaaide, zegende hij elk huis. Achteraf denk ik dat Anne mij de liefde voor de straat heeft meegegeven. Hij was intens bewogen met ieder mens die Jezus nog niet kende. Van Osama bin Laden tot de buren."

‘Zó ongelooflijk blij’

Na een half jaar fietsen, bidden en wachten kreeg Ron een belletje van het Leger des Heils. Ron: “De man die mij belde, Erik Bakker, was zijn kantoor aan het opruimen en vond een radio die hij ooit van zijn kinderen had gekregen. Hij luisterde nooit radio en had het cadeau niet eens uitgepakt. Maar nu draaide hij wat aan de knoppen. Hij kwam toevalligerwijs uit op Groot Nieuws Radio, die mij precies op dat moment interviewde. ‘Wat doet u zoal in Limburg, dominee?’ vroegen ze. ‘Niks,’ reageerde ik. ‘Alleen fietsen en bidden.’ Toen ik in de auto terug zat, belde hij me al op, met de boodschap dat ze pioniers zochten in het zuiden."

Ik ken iedere straat van Maastricht

Was je meteen enthousiast?
“Nieuwsgierig, niet meer dan dat. Het gebeurde in dat half jaar wel vaker dat mensen iets voor me hadden. De christelijke studentenorganisatie IFES heeft bijvoorbeeld weleens gevraagd of ik iets met internationale studenten wilde doen. Maar dan gebeurde er niks bij me vanbinnen. Geen klik, geen reactie, niets. Maar toen ik Erik Bakker in Roermond had gesproken en hoorde wat precies de bedoeling was – een ontmoetingswinkel met een koffietafel voor geloofsgesprekken – voelde ik me zó ongelooflijk blij.”

Hoe ging je aan de slag?
“Terwijl ik samen met Leger des Heils-officier Aalt Fikse de muren van het eerste winkeltje verfde, vroeg ik hem hoe ik in gesprek kon komen over Jezus met de winkelbezoekers. Zijn advies was simpel: ‘Als jij echt naar hen luistert, luisteren zij ook echt naar jou.’ En hoe zouden we eigenlijk aan vrijwilligers komen? Hij wees naar boven: ‘Daar zorgt Hij wel voor.’

Hij had gelijk: we waren nog maar net open, en binnen vijf minuten stapte er een man naar binnen: Ruud. Hij had 25 jaar lang een kroeg om de hoek, maar nu was hij afgekeurd vanwege zijn astma. Of hij vrijwilliger mocht worden. Ik gaf hem gelijk een Leger des Heils-shirt en hij kon beginnen. Hij installeerde zichzelf bij de deur, en hengelde iedereen naar binnen. Als Hollander was me dat nooit gelukt, maar deze oud-kroegbaas kende iedereen! Ik werk nog elke woensdag met hem samen.”

De meeste mensen zijn drie, vier keer gescheiden

Wat voor mensen stappen zoal deze winkel binnen?
“Nederland heeft gelukkig weinig daklozen, maar wel veel thuislozen. Thuisloos wil zeggen: iemand woont wel onder een dak, maar dat is dan ook alles. Ze hebben verder niemand. En juist die mensen ontmoeten we veel hier. Niet omdat ze helemaal geen ouders, broers, zussen of kinderen hebben, maar ze hebben meestal ruzie waardoor alle contacten zijn verbroken. De meeste mensen zijn drie, vier keer gescheiden, want ze hebben nooit leren omgaan met conflicten. Ik weet nog dat ik een keer een ruzie tussen twee vrijwilligers bemiddelde. Later zei een van de twee vrouwen: ‘Weet je dat ik voor het eerst van mijn leven níét ben weggelopen bij een ruzie?’ Ze was in de 40!”

Is het moeilijk voor een dominee om te luisteren?
“Als iemand tegenover me zit en vertelt dat hij is misbruikt en mishandeld en hoe hij probeert te overleven, dan zit ik op het puntje van mijn stoel. Niet uit nieuwsgierigheid, maar uit bewogenheid.” Zoekend naar woorden: “Ik heb jarenlang voor de kerk gezorgd, en ik houd van de kerk. Maar nu voel ik me geroepen om in plaats van voor de 99 schapen, voor dat ene afgedwaalde schaap te zorgen. Zo’n schaap is niet eigenwijs – zoals ik vroeger altijd dacht – maar gewond. Wij zitten hier met een koppel gewonde schapen. Ik hoor de meest afschuwelijke verhalen. En dan luister ik en luister ik, nog een keer en nog een keer. Meer hoef ik niet te doen. Gewoon in de naam van Jezus er zijn, zitten en luisteren. Daarmee voel ik me dichter bij het hart van Jezus dan ooit.”

'Ik ben van de mensen van de straat gaan houden.' (Beeld: Eljee)

Ben je weleens je geduld kwijt?
Hij knikt vlak voor hij van z’n koffie nipt: “Ik ben geen heilige, hè?”

Wanneer gebeurt dat?
“Als ik hier de hele middag heb gezeten en ik heb úrenlang over vaccinaties moeten praten. Daar word je toch schijtziek van? Ik heb lang niet altijd mooie gesprekken, hoor. Bovendien is het heel vermoeiend, want ik ben voortdurend alert: gaat het goed met de bezoekers? Gaat het onderling goed met de vrijwilligers? En tegelijkertijd vraag ik me ook steeds af wat Gods Geest tegen me wil zeggen. Ik ben altijd afgedraaid als ik na een dag de winkeldeur weer sluit. Moe én dankbaar, want ik ontvang hier ook.”

Ik geloof niet meer zo in groot

Wat ontvang je?
“Liefde. Er komt hier bijvoorbeeld geregeld een vrouw – eenzaam, enzovoort – die ook midden in coronatijd steevast een stevige knuffel gaf. Ik doe mijn bril van tevoren al af als ik haar zie binnenkomen, anders ben ik hem kwijt. Ze heeft een grote boezem, en een paar seconden lang word ik helemaal geplet: ‘Hé, jochie!’ Ik kan pas weer reageren als ik uit haar omhelzing tevoorschijn kom: ‘Ha, Wieske!’” Na een korte stilte: “Ik ben van de mensen van de straat gaan houden. Ze zijn zo puur. Ze hebben ook niets meer groot te houden: ze zitten al aan de onderkant. Veel dieper kun je niet zinken."

'Een rasechte zwerver'

Ron volgt met zijn blik iemand die buiten voorbijloopt. Zodra hij contact heeft, zwaait hij uitbundig. Dan vervolgt hij: “Pas stapte hier een rasechte zwerver naar binnen – zijn bos haar en lange baard kwamen onder zijn capuchon uit. Ik keek in die ogen en dacht: wie ben jij? Ik schonk koffie voor hem in en we raakten in gesprek. Wat bleek? Hij is superintelligent. Hij heeft allerlei studies afgerond, maar een aantal verkeerde afslagen genomen in zijn leven. En nu leeft hij op straat. Hij kwam nog een paar keer langs en langzaam brak hij open. Stukje bij beetje vertelde hij zijn verhaal. Dan kan ik alleen maar denken: ach, jongen toch.

Een van de dingen die ik hier heb geleerd: als mijn wieg op een andere plek had gestaan, had ik er ook zo bijgelopen. Als ik had meegemaakt wat zij hebben meegemaakt, als mijn ouders waren geweest als hun ouders, als mij was aangedaan wat hun is aangedaan...”

Wat doet die gedachte met je?
“Mijn vrouw Annette werkt met ongeveer dezelfde mensen, maar dan als jeugdarts. Als we ’s avonds samen op de bank zitten, kijken we elkaar soms verwonderd aan: wat zijn we on-ge-loof-lijk bevoorrecht. We zijn opgevoed in stabiele gezinnen, hebben geen financiële zorgen, genieten van de liefde die we samen hebben. Wat een rust en vrede hebben wij in ons leven vergeleken met… nou ja, met heel veel mensen.”

Witte sneakers

De klok slaat één uur: de winkel gaat open. Meteen stroomt er een gezelschap naar binnen: een jonge man en vrouw met baby schuiven aan bij de koffietafel, waar ook een Iraanse vrouw plaatsneemt. Een oudere vrouw struint rond bij een kledingrek. Ron wijst op de witte sneakers die ze net heeft aangetrokken: “Die staan je goed!”

Als we eenmaal in het kleine kantoortje achter in de winkel zitten voor de laatste vragen, maakt Ron het zich gemakkelijk en leunt hij ontspannen met zijn voeten op het bureau.

Wat neem je graag over van de Limburgse cultuur?
Hij veert op en zet zijn voeten weer op de grond: “Het bourgondische, heerlijk! En wat ik ook graag overneem, is het tragere tempo. Ik zeg altijd: het is hier niet functioneel, maar relationeel. Als ik voor een vakantie even de sleutel naar mijn buren breng, kost me dat minstens anderhalf uur. Dat doe je niet even zomaar bij de voordeur: dat zou een diepe belediging zijn. Daar hoort minstens een koffietje of biertje bij.”

Je bent een stuk minder in het nieuws nu je in Limburg woont. Kun je je weleens uitgerangeerd voelen?
“Als je hier zit, ben je uit de spotlights. Maar voor mij was dat een bewuste keuze: God heeft me hier geroepen, op deze plek, voor deze mensen. Sterker nog, ik hoop dat ik nooit meer terug hoef naar de spotlights. Toen ik naar Limburg verhuisde, weet ik nog wel dat mensen zeiden: ‘Mooi, dan komt er een opwekking in het zuiden.’” Hij zucht en gaat ongemerkt zachter praten: “Ik had daar totáál niets mee. Ik preekte geregeld voor duizenden mensen, maar… ik geloof niet meer zo in groot. Voor veel sprekers is het een grote verleiding om belangrijk gevonden te worden. En dat heb ik ook gehad. Maar ik ben het kwijt. Vroeger heb ik veel mogen betekenen voor heel veel mensen, nu beteken ik veel voor weinig mensen. En dat vind ik eigenlijk veel mooier dan op het podium staan.”

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons