‘We bidden voor bescherming op het spoor’

Maarten Pijnacker Hordijk richtte een NS-gebedsgroep op

Als jonge jongen bracht Maarten Pijnacker Hordijk uren op stations door. Hij maakte er foto’s en bouwde op zolder perrons na. Later wilde hij maar één ding: werken bij de NS. Die droom kwam uit, al is hij inmiddels 'helaas' met pensioen. Toch reist hij nog wekelijks naar het hoofdgebouw van NS in Utrecht. Om te bidden.

Zijn treinbaan van vroeger? Die is opgeslagen in de schuur van zijn woning in Houten. Misschien bouwt hij hem ooit weer eens op, als zijn kleinzoon oud genoeg is. Tot die tijd zet de gepensioneerde NS-medewerker zich met hart en ziel in voor Bedrijfsgebed, een initiatief waarmee hij christenwerknemers stimuleert te bidden voor bedrijf en collega’s. Maar daarover later meer.

Flinke boost

Wanneer zijn liefde voor treinen is ontstaan, weet Maarten (68) eigenlijk niet. “Mijn eerste woord was – volgens overlevering – niet ‘mama’ maar ‘bus’. Vroeger vielen busmaatschappijen ook onder de NS. Zo gek was dat dus niet.”

Ik laat Visie altijd achter in de trein

Maarten werd geboren in het Twentse Buurse, en verhuisde dankzij het predikantschap van zijn vader naar Zevenaar, vlak bij de Duitse grens. De pastorie stond tegenover het station, aan het Stationsplein, waar zijn treinenliefde een flinke boost kreeg. “Als kind van 10, 12 jaar kwam ik veel op het perron. De perronkaartjes waren net afgeschaft, volgens mij. Vooral de grensbaanvakken vond ik intrigerend. Daar wisselen de treinen van locomotief. Elk land heeft namelijk zijn eigen bovenleidingspanning en zijn eigen sein- en beveiligingssystemen, die niet zomaar op elkaar aansluiten. Al wordt dat in Europa wel steeds meer geharmoniseerd. Op grensstation Emmerich, vlak over de grens, werd van locomotief gewisseld. Daar heb ik talloze keren bij staan kijken en foto’s van gemaakt.”

Tien procent goedkoper

Op de zolder van de pastorie stond Maartens spoorbaan, waar zijn elektrische modeltrein van Märklin reed. “Het was een ovale baan van anderhalf bij drie meter, compleet met bovenleiding en beveiliging, huisjes en poppetjes. Al het geld dat ik kreeg, spaarde ik op. Ik gaf het nooit uit aan andere dingen, maar stopte alles in die treinbaan. Op de fiets ging ik naar een treinenwinkel in Duitsland; daar was het tien procent goedkoper.”

Maarten vroeg aan spoormedewerkers wat de borden langs de spoorbaan betekenden, maakte ze in het klein na en zette ze naast de rails.

Reist u zelf nog veel met de trein?
“Wij hebben geen auto, dus we doen alles met het openbaar vervoer en de fiets. Ook voor het buitenland pakken we de trein, tenzij we heel ver weg moeten. Mijn liefde ligt echt bij de trein. En,” zegt hij even later, “ik laat Visie altijd achter in de trein, opengeslagen bij een algemeen artikel, en bid dan dat het blad zijn weg vindt.”

Omschrijf die liefde voor de trein eens?
“Het is natuurlijk gewoon een vervoersmiddel, maar ik kijk vooral naar de techniek. En of-ie op tijd rijdt en hoe de service is. Ik heb zelfs in mijn eentje door Europa gereisd – met de vouwfiets – om foto’s te maken langs het spoor en van de grens­baanvakken.”

Wat vindt u het mooiste treinenland?
“Ik vind Nederland toch wel heel mooi. Als je kijkt hoe efficiënt wij zijn; wij zijn misschien nog wel beter dan Zwitserland, omdat wij veel minder personeel hebben. In Zwitserland hebben ze nog op bijna elk station stationspersoneel, bij ons niet meer.

Ook wat betreft punctualiteit springt Nederland eruit – al is Zwitserland op dat punt eveneens erg goed. En in Japan rijden de treinen zelfs op de seconde. Maar daar zijn de goederentreinen gescheiden van reizigerstreinen. Bij ons is dat gemengd; ze moeten allemaal over hetzelfde spoor.”

Wat is volgens u het mooiste Nederlandse traject?
“Moeilijke vraag. Ik heb het hele land gehad, heb over alle sporen gereisd, en de grensbaanvakken blijven me trekken. Station Venlo is heel mooi, omdat dat het enige station is waar nog Duitse, zogenaamde monocourante locomotieven en treinstellen binnenkomen. Maar dan bekijk ik het puur technisch, niet qua landschap.

En vergeet de hogesnelheidslijn Schiphol-Rotterdam-Antwerpen niet. Daarover rijden we sinds 2009 zelfs met 300 kilometer per uur naar Parijs en Londen!”

Opwekkingsliedje fluiten

Genoeg over de techniek van treinen. Want Maarten Pijnacker Hordijk heeft nog een andere passie: christen-zijn op je werk. Zelf kwam hij tot levend geloof tijdens een evangelisatiecampagne van Billy Graham, die in 1970 in het Duitse Dortmund sprak. De campagne werd live uitgezonden in onder meer de Expo-hal in Hilversum. “Daar, in Hilversum, ben ik op mijn 16e onder tranen naar voren gegaan na een oproep van Billy Graham, en heb ik mijn leven aan de Heer gegeven.”

Ik zou soms de geschiedenis twee keer willen afspelen

Toen hij na zijn studie in Delft bij NS terechtkwam, ontdekte hij na een tijdje dat zijn directe collega ook christen was. “Ik hoorde hem op de gang een Opwekkingsliedje fluiten. Ik weet niet meer welk nummer, maar herkende het meteen. We raakten aan de praat en hij bleek inderdaad christen te zijn. Op een gegeven moment besloten we te gaan bidden voor het werk, een kwartiertje tussen de middag. Dat was in 1986. Gaandeweg kwamen we in contact met meer christelijke collega’s, die zich aansloten bij ons gebedsgroepje. Mede door de splitsing van de NS in 1996 ontstonden er meerdere gebedsgroepen, en toen het blad Uitdaging er een artikel over plaatste, schoten er steeds meer uit de grond. In allerlei sectoren, van de politie en de zorg, tot het onderwijs en het Rijk. Ik ben ze in kaart gaan brengen, en in het januarinummer van Uitdaging plaatsten we elk jaar een actueel overzicht. Dat overzicht werd zo groot, dat ik een aantal websites ben gestart: Bedrijfsgebed.nl, Spoorchristenen.nl en Christenzijnopjewerk.nl.”

Waar bidden deze groepen voor?
“Voor collega’s, voor veiligheid, de ondernemingsraad, voor wijsheid bij beslissingen, voor fusies, reorganisaties; voor alles wat er in een bedrijf speelt. Bij NS en ProRail bidden we bijvoorbeeld heel concreet voor bescherming op het spoor, tegen zelfdoding.”

Helpt het?
“Dat is een gewetensvraag. Ik denk het zeker wel. Maar ik zou soms de geschiedenis twee keer willen afspelen: één keer met gebed en één keer zonder gebed.

Een machinist bij Arriva in Leeuwarden bad op de trein dat er geen zelfdoding zou plaatsvinden. In zijn gebied waren nul gevallen van zelfdoding. Dat zie ik als een bijzondere gebedsverhoring.”

Manipulatief gebed

“Je moet evalueren,” antwoordt Maarten op de vraag wat hij de afgelopen jaren rondom gebedsgroepen heeft geleerd. “Er zijn mensen afgehaakt omdat de vorm niet bij hen paste. Soms kan een gebed manipulatief zijn; dan druk je in je gebed collega’s in een hoek. Het is vaak goed bedoeld, maar dat moet je niet hebben.”

Niet roddelen

Maarten ging in april 2020 met pensioen, maar reist nog wekelijks naar het hoofdgebouw van NS in Utrecht om te bidden. “We zijn nu met z’n tweeën. Zo nu en dan haken enkele machinisten of conducteurs aan via de telefoon.”

Hij houdt overigens zijn hart vast of de gebedsgroep bij NS blijft bestaan. De ene vaste bidder die er nog is, gaat in juli met pensioen. “We zoeken echt versterking. Merkwaardig, want er werken ruim honderd christenen bij NS.”

Wat vindt de NS-directie van de gebedsgroep?
“Een van de directeuren is christen en heeft aangegeven dat NS graag bekendheid wil geven aan ons netwerk. En bij ProRail, waar ik later ben gaan werken, hebben we een intranetpagina die we als spoorchristenen – zoals we onszelf noemen – zelf mogen vullen. Daar staan ook de gebedsgroepen op.

Soms vragen mensen mij of ze toestemming aan hun directie moeten vragen om een gebedsgroep te starten. Dat moet je helemaal niet, want je doet het in je eigen tijd. Jouw baas heeft niks te maken met wat je in je pauze doet.”

Jouw baas heeft niks te maken met wat je in je pauze doet

Zijn er directies die er desondanks niets van moeten hebben?
“Het komt weleens voor. Maar dat is vooral koudwatervrees. Want waar zijn ze nu bang voor? Het is voor de werknemers beter als ze gewoon hun geloof kunnen uitleven. Natuurlijk moet je daar niet extreem in worden en mensen willen bekeren. Je moet gewoon goed je werk doen, je inzetten voor het bedrijf en een voorbeeldig christen zijn op alle fronten. Als mensen daardoor lekkerder in hun vel zitten, is het gewoon dom om het tegen te willen houden.”

Wat betekent christen-zijn op je werk voor u concreet?
“Proberen open te staan voor Gods leiding, afgestemd op God. Je werk goed doen en daar Zijn hulp bij vragen. Maar ook oog en hart hebben voor je collega’s, niet roddelen, opkomen voor gerechtigheid. Aan mensen op het werk die persoonlijke problemen hadden, vroeg ik weleens: ‘Zal ik met en voor je bidden?’ Als diegene dat goed vond, deed ik de deur dicht en bad ik ter plekke voor diegene. Christen of niet, ze ervaarden dat als heel bijzonder.”

Boos en verbaasd

Nederland telt op papier zo’n driehonderd gebedsgroepen van gemiddeld vijf personen, verdeeld over tweehonderd bedrijven en organisaties. Dat lijkt veel, maar in absolute aantallen is het vrij weinig. Nog daargelaten dat sommige groepen door corona al langere tijd stilliggen of door pensionering van leden simpelweg ‘uitsterven’.

Er zijn bedrijven waar veel christenen werken, maar waar geen gebedsgroepen zijn, weet Maarten. Hij linkt op LinkedIn alleen met mensen die christen zijn – “inmiddels meer dan 17.000” – dus hij heeft er aardig zicht op, zegt hij. “Volgens het CBS hebben ruim acht miljoen mensen betaald werk. Stel dat vijf procent van de werkende mensen christen is, dan zou dat neerkomen op zo’n 400.000 christenen. Die zitten dus overal: als koffiedame of als president-directeur – en alles wat daartussen zit. Toch doet in bedrijven waar een gebedsgroepje is, slechts één op de zes daaraan mee.

In het begin heb ik me daarover verbaasd, en ik heb me er ook wel boos over gemaakt. Sommigen komen niet eens op het idee een groepje te starten, terwijl er toch veel christenen in hun bedrijf zijn. Ik kon dan best manipulatief zijn. Dat werkte natuurlijk helemaal niet. Dan liepen ze met een boog om mij heen; heb je hém weer. Dus dat heb ik moeten loslaten. Dan bid ik maar: ‘Als U wilt dat diegene meedoet, bewerk het dan maar, ik kan het niet.’”

Ze denken waarschijnlijk: het gaat toch goed hier?
“En meestal is dat inderdaad zo. Maar het kan met God veel beter gaan, ook voor jezelf. Er is nu eenmaal een geestelijke wereld, of je je daar nu bewust van bent of niet. Ik wil daar graag positieve invloed op hebben.

Bovendien, christenen zijn vaak bang dat ze in een hokje worden gezet en schamen zich weleens voor hun geloof. Terwijl de huidige generatie werknemers geen idee heeft wat de kerk is en wat geloven inhoudt. Zij zijn er soms juist heel nieuwsgierig naar. Niet voor niets organiseerde ik een aantal keer de Alpha-cursus op het werk – heel gecomprimeerd, in een middagpauze van een uur.”

Christenen zijn vaak bang dat ze in een hokje worden gezet 

‘Christen-zijn op het werk is de grootste blinde vlek van de kerk en tegelijk de grootste potentie voor Gods Koninkrijk,’ zei u eens in een interview. Leg eens uit?
“Twaalf jaar geleden heb ik samen met anderen de themazondag ‘Christen-zijn op je werk’ in het leven geroepen. Die vindt elk jaar in november plaats, op de zondag na dankdag. In 2021 deden één of twee kerken daaraan mee. Dat vind ik verdrietig. Het is fijn om zondags in de kerk te zitten, maar wat doe je op maandag tot en met zaterdag met je geloof? Of je nu betaald of vrijwilligerswerk doet, je kunt laten zien dat je christen bent. De uitdaging voor de kerk is om daar aandacht aan te besteden, predikanten kunnen hun gemeenteleden daarin toerusten. Wat heb je aan theologie als je het niet in praktijk brengt?”

Instorten als een kaartenhuis

Eind dit jaar hoopt Maarten Pijnacker Hordijk 69 te worden, maar hij wil graag actief blijven in de coördinatie van de gebedsgroepen. “Mijn ideaal is een website, een platform rond geloof en werk, waar alle initiatieven bij elkaar komen die iets met geloof en werk te maken hebben. Al zeg ik ook tegen de Heer: ‘U weet het, als ik omval en ik ben er ineens niet meer, stort het als een kaartenhuis in elkaar. Maar het is Uw zaak.’ Ik ben sinds een aantal jaar aangesloten bij stichting Encour, zodat enige continuïteit gewaarborgd is. Ik hoop dat er in Nederland mensen opstaan die het willen overnemen. Tot die tijd probeer ik hier – zo de Heer wil en wij leven – mee verder te gaan.”

Personalia

Maarten Pijnacker Hordijk (Haaksbergen, 1953) groeide als oudste van drie kinderen op in een predikantsgezin in onder andere Zevenaar. Na het gymnasium studeerde hij civiele techniek aan de Technische Hogeschool in Delft – de huidige Technische Universiteit – met als specialisatie verkeerskunde, en bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Vervolgens werkte hij bij NS, vanaf 1996 bij Railned en vervolgens bij spoorbeheerder ProRail.

Sinds 1996 registreert hij op Bedrijfsgebed.nl het aantal christennetwerken en bidstonden bij bedrijven en andere (overheids)organisaties.

Maarten is getrouwd, vader van twee kinderen en opa van een kleinzoon.

Geschreven door:

Mirjam Hollebrandse

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons