Tineke Boele over het verlies van haar vermoorde dochter Milly

‘Lang heb ik de vogels niet kunnen horen zingen’

in Geloven

Maart 2010 staat in het geheugen van Dordrecht gegrift. De 12-jarige Milly Boele werd toen door buur- en politieman Sander V. op een gruwelijke manier van het leven beroofd. Hoewel moeder Tineke Boele weer kan genieten van het leven, voelt ze de lege plek nog dagelijks. En de confrontatie met de dood van haar dochter blijft dichtbij. “Als ik licht zie branden in de bewuste badkamer denk ik soms: daar is ze vermoord.”

“Daar staat Fred met Pascal.” Tineke wijst naar een zwart-witportret aan de muur met daarop haar man met op zijn arm hun oudste zoon – toen nog een klein kereltje, inmiddels een man van 32. Op het tafeltje daaronder staan foto’s van haar drie kleinkinderen, die ze trots laat zien. “Zo leuk, die guppen. De oudste twee horen bij Pascal en de jongste bij Tibby, onze oudste dochter. Ik pas wekelijks op hen en dan is het hier een puinzooi. Maar dat hoort erbij als je oma bent.”

Toen dacht ik: mensen zijn eigenlijk zo slecht nog niet

Op het tafeltje staan ook twee foto’s van een 12-jarige Milly. Haar inmiddels 63-jarige moeder omschrijft het meisje als een gezellig kind. “Ze had leuke vriendinnetjes, kwam graag bij de paarden, sportte veel, zong de hele dag – ze zat ook op een koor – en was altijd vrolijk. Behalve ’s ochtends,” lacht Tineke. “Ze had veel moeite met vroeg opstaan en moest eerst voor de tv bijkomen.” Ze wijst naar de portretjes. “Zie je het enorme verschil? De ene foto werd genomen in de eerste week op de middelbare school, toen ze er nog echt uitzag als een schoolmeisje. Een halfjaar later was ze al een echte puber.”

Niet ongerust

Woensdag 10 maart 2010 leek een dag als alle andere te worden. Tineke werkte destijds in Rotterdam en belde zoals gewoonlijk naar huis om te vragen naar de plannen van de gezinsleden die avond. Haar man Fred werkte, Pascal zat op school, Tibby at bij haar vriendje en Milly, die de telefoon opnam, vertelde dat ze rond zevenen met een vriendin naar het voetbalveld zou gaan. Ze brak het gesprek af, omdat er iemand voor de deur stond. Tineke stapte in de auto en reed richting de zogenoemde Legowoning van het gezin in de Dordtse wijk Sterrenburg.

“Rond half zeven kwam ik thuis, maar geen spoor van Milly. De deur zat niet op slot, het licht stond aan, en haar jas lag over de bank. Ik belde haar, maar kreeg de voicemail. Op zich niet gek, het kwam regelmatig voor dat haar mobiel door een lege accu uitviel. En misschien had het vriendinnetje haar al opgehaald en droeg ze een andere jas. Ik maakte me niet meteen ongerust.”

Totale onzekerheid

Rond acht uur besloot Tineke poolshoogte te nemen. Ze belde aan bij een aantal buren om te vragen of zij Milly hadden gezien. “Dit leverde niets op, dus belde ik de vriendin waarmee ze had afgesproken. Maar Milly had zich niet op het sportveld laten zien. Inmiddels liep het tegen negenen en ik trok aan de bel bij Fred. ‘Direct de politie bellen,’ zei hij. Een halfuur later brak er totale chaos uit en krioelde het hier van de agenten. Dan besef je nog niet dat je leven voorgoed zal veranderen.”

Het gezin kreeg twee familierechercheurs toegewezen en een dag later ging er een Amber Alert uit om landelijk aandacht te vragen voor de vermissing van Milly. Er braken “bizarre dagen” aan voor de familie Boele. “Ik deed de normale taken om het gezin draaiende te houden, maar alles daaromheen klopte gewoon niet. We leefden in totale onzekerheid. En we konden geen kant op; overal in de buurt stonden journalisten. De media-aandacht was natuurlijk belangrijk, maar soms stonden redacteuren gewoon op een trapje over de schutting te turen. Dat is het laatste waar je dan behoefte aan hebt.”

Zes dagen na Milly’s vermissing krijgt het gezin het verzoek om op het politiebureau te komen. De zaak kwam toen in een stroomversnelling terecht. “Als je dat hoort, leef je echt tussen hoop en vrees. Het bleek, toen we naar het politiebureau reden, dat een heel bataljon aan forensisch rechercheurs bij ons om de hoek stond te wachten. Eenmaal op het bureau bracht een familierechercheur ons bij de korpschef. Die vertelde ons dat Milly niet meer leefde.”

Nota bene een politieman

“Op dat moment stortte onze wereld in,” zucht Tineke. “Talloze vragen kwamen boven, maar er mocht in eerste instantie nog weinig gezegd worden. Stukje bij beetje kregen we informatie. Iemand had zich gemeld bij de politie en diegene was ook aangehouden. Het ging om de buurman van twee huizen verder. Toen ging ik helemaal uit mijn stekker. Die werkte zelf nota bene als politieman.”

De verdachte, de toen 26-jarige Sander V., meldde zich op aandringen van zijn toenmalige vriendin, aan wie hij de moord op Milly had opgebiecht. Hij lokte het meisje zes dagen eerder naar zijn huis, schakelde haar mobiele telefoon uit en nam haar mee naar de badkamer. Daar werd ze misbruikt. Onder invloed van cannabis wurgde hij Tinekes dochter met zijn riem, hulde het lichaam in vuilniszakken en begroef haar in zijn achtertuin. Daar werd ze in de avond van 16 maart gevonden.

Als je je bestaan inricht op wraak, verziek je je eigen leven

“Doordat de straat als plaats delict was afgezet, mochten we niet naar huis,” legt Tineke uit. Nadat een aantal hotels de opvang van het gezin had geweigerd uit angst voor alle publiciteit, vonden ze onderdak in een hotel in Kinderdijk. “Al tv-kijkend zagen we de beelden van onze afgezette woning. Zo onwerkelijk. Zulke dingen gebeuren hier niet. Misschien in Amerika of in een film, maar niet in een straat in Dordrecht. Maar de realiteit werd over ons uitgestort toen we Milly moesten identificeren. Als je je dochter na een week zo ziet liggen…” Ze zucht diep. “Dat blijft altijd op je netvlies staan.”

Beroemd

Op 19 maart, vijf dagen voor Milly’s begrafenis, werd er een stille tocht georganiseerd. Duizenden mensen vanuit heel Nederland kwamen naar Dordrecht om de nabestaanden zo een hart onder de riem te steken. Ook voor de rouwdienst in de Ontmoetingskerk bleek veel belangstelling te zijn. Die dag werd de kerk tot de laatste plaats gevuld. Ook het grasveld naast het kerkgebouw, waar geluidboxen werden geplaatst en liturgieën uitgedeeld, stroomde vol met mensen die de dienst wilden beluisteren. Tineke: “Milly wilde graag beroemd worden. Dat is overduidelijk gelukt. Absoluut niet op de manier waarop we dat wilden, maar ik denk dat ze alle aandacht en dat medeleven echt fantastisch had gevonden. Ook ik vond het overweldigend. In al het verdriet, de commotie en frustratie dacht ik toen ook: mensen zijn eigenlijk zo slecht nog niet. Ik geloof dat God ons op die manier steunde. Door mensen om ons heen te plaatsen die ons hielpen en dingen zeiden waar we kracht uit konden putten om dit verdriet te overleven.”

Wat staat je het meest bij van die dienst?
“De liedjes die door de kinderen van Milly’s koor werden gezongen. Die vond ik toen zo ontroerend. Bij het binnendragen van de kist zongen ze bijvoorbeeld het lied ‘Sterren’. Over Gods hemelpracht.” Ze citeert: “‘God laat iedere avond merken hoe het in de hemel is. Heel veel licht en heel veel warmte, helemaal geen duisternis.’”

Op de rouwkaart stond ook een gedichtje over de hemel:

Maar één ding kan ik je zeggen

en dat weet ik zeker, hoor.

In de hemel kan ik zingen,

want daar is een engelenkoor.

En dat koor dat zong op aarde,

uit de hemel, als bewijs,

dat de Heiland was geboren.

Tranen wellen op in Tinekes ogen tijdens het horen van deze tekst. “Al bijna twaalf jaar geleden. Maar het voelt soms nog zó dichtbij. Het bleek natuurlijk ontzettend moeilijk om iets te vinden voor op de rouwkaart van je kind. Maar het werd inderdaad dat prachtige gedichtje, ook uit een liedje van het kinderkoor.”

In dat engelenkoor zingt Milly nu?
Met gebroken stem: “Absoluut. Milly geloofde zelf ook dat ze daar ooit naartoe zou gaan, dus het kan niet anders.” Tineke staat op en loopt naar het fotohoekje. “In de bloemenzee die bij de kerk ontstond, lag ook dit.” Ze reikt een ruwe witte steen aan. Daarin staat ‘Milly. In het licht bij God’ gekerfd. “Zo mooi! En ik denk ook dat ze vanaf boven over ons waakt en de mooie momenten meekrijgt. Dat ze al drie keer tante is bijvoorbeeld.” Ze legt de steen weer terug en werpt een blik op de foto’s van haar kleinkinderen.

Wraakgevoelens

De familie moest een weg vinden in het verlies van Milly. Een weg die Tineke absoluut niet wilde bewandelen, was die van haat en wrok. Dat besef kwam met name binnen toen ze na de begrafenis werd aangesproken. “Een man vertelde dat zijn moeder jaren eerder van het leven was beroofd. Samen met zijn broer wachtte hij tot de dader vrijkwam om vervolgens wraak te kunnen nemen. Dat gesprek gaf me zo’n naar gevoel. Als je je bestaan inricht op wraak, verziek je toch je eigen leven? Dat wilde ik mijn gezin niet aandoen. Tibby en Pascal moesten natuurlijk ook een zo normaal mogelijke jeugd krijgen verder. En als ik zou toegeven aan wraakgevoelens zou haar moordenaar een belangrijkere plek krijgen dan Milly. Dat gun ik hem niet.”

In het begin wilden we graag de waarom-vraag beantwoord krijgen

Tegen Sander V. liep nog drieënhalf jaar een rechtszaak. Hoe heb je die tijd ervaren?
“Na drieënhalf jaar werd inderdaad het hoger beroep afgerond. Zeker in het begin wilden we graag naar de rechtszittingen gaan om de waarom-vraag beantwoord te krijgen. Later ebde dat weg, omdat er nooit een goed antwoord zal komen; deze daad valt niet te rechtvaardigen. En Sander kan tijdens een zitting excuus maken, maar spijt het hem dat hij Milly heeft vermoord of dat hij daardoor achttien jaar straf kreeg?”

Constant bekeken

Na de rechtszaak bleef de familie, tot opluchting van Tineke, ook zo veel mogelijk buiten de publiciteit. “We waren wereldberoemd in Dordrecht, doordat de zaak telkens in het nieuws kwam. Ik voelde me constant bekeken. In de supermarkt maakte ik eens mee dat iemand twee kassa’s verderop riep: ‘Mevrouw Boele, hoe gaat het met u?’ Het is allemaal goedbedoeld en ik vond en vind het niet erg om aangesproken te worden, maar niet al bulderend door de winkel. Gelukkig ging dat hoofdstuk voorbij.”

In het huidige hoofdstuk geef je gastcolleges voor familierechercheurs in opleiding. Bijzonder!
“Ik zie het als een manier om mijn rouw te accepteren en ermee te leven. Mensen gaan er soms van uit dat we iets tegen de politie hebben, omdat Sander daar ook werkte. Onlangs hadden Fred en ik een ongelukje met de auto en kwam er een dienstdoende agent bij om de situatie op te nemen. Toen hij onze namen noteerde, vroeg hij voorzichtig of we ‘familie van’ waren en of we geen problemen met hem hadden. Maar als Milly’s moordenaar bij de bakker werkte, had ik evengoed mijn brood moeten halen. Sander heeft mijn dochter vermoord, niet de politie.”

Is die nuchtere houding ook de reden dat jullie nog steeds in hetzelfde huis wonen?
“We wonen hier prettig en de kinderen hebben verder een fijne jeugd gehad; er liggen ook zo veel mooie herinneringen. Natuurlijk blijft die confrontatie. Als mijn oog op de bewuste woning valt en ik zie licht in de badkamer, denk ik soms: daar is ze vermoord. Maar je neemt je verdriet mee wanneer je verhuist. En uiteindelijk heeft het huis ook niets gedaan.”

Maart overslaan

“De scherpe randjes zijn er inmiddels wel vanaf, maar die lege plek blijft,” antwoordt Tineke op de vraag welke plaats het overlijden van Milly nu in haar leven inneemt. “Fred heeft er meer moeite mee, die vindt het verlies ontzettend zwaar. Maar iedereen geeft het ook op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo een plekje. We kunnen alleen proberen om elkaar daarin te ondersteunen. Voor mij persoonlijk zijn er nog twee perioden in het jaar waarin ik niet lekker in mijn vel zit. Op 2 september, Milly’s verjaardag, en de hele maand maart. In die tijd van het jaar stierven ook mijn vader, grootmoeder en opa. Als het aan mij lag, sloegen we maart over.

Die lege plek hoort bij ons leven

Toch geniet ik verder volop van het leven, juist omdat ik weet hoe kwetsbaar het is. Ik geniet van mijn man, kinderen, kleinkinderen, mijn beestjes.” Ze aait de zwarte kat die naast haar op de bank ligt te slapen en vertelt dat er nog drie door het huis lopen en dat er op de achterstraat nog twee konijnen rondhuppelen. “Maar ik geniet ook weer van schijnbaar kleine dingen, zoals het gezang van de vogels. Een tijdlang heb ik dat niet kunnen horen. Ik ben dankbaar voor de kracht die ik kreeg om weer verder te gaan. Dat wilde ik ook voor Milly, zij had het absoluut vreselijk gevonden als ik thuis op de bank had zitten wegkwijnen.”

Denk je weleens na over de vrouw die Milly nu zou zijn?
“Zeker, vooral als ik oude vriendinnetjes tegenkom die nu studeren of een baan hebben. Eén vriendin heeft zelfs al een dochtertje. Het meisje draagt trouwens Milly als tweede naam.”

“Weet je,” vervolgt Tineke, “Milly gaf eens een ingelijst tekstje aan een onderwijzeres die een doodgeboren kindje had gekregen: ‘Verlies niet de hoop. Nee, maak je geen zorgen. Kijk uit naar morgen, want het leven gaat door. Het is nog niet over of voorbij. De sterkste in deze strijd ben jij.’ Dit refrein uit een liedje van rapper Yes-R – Milly was groot fan van hem – staat ook op haar grafsteen. Het laat zien hoe ze als 12-jarige er al veel over nadacht hoe anderen zich voelden. Misschien had de 24-jarige Milly daar iets mee gedaan. Ik zie hoe dan ook een heel sociaal iemand voor me die iets met mensen of dieren zou doen. Misschien zou ze voor de horeca kiezen. Daar hebben ze hier allemaal iets mee; Fred werkte jarenlang als kok.” Glimlachend: “En aangezien ze geen ochtendmens was, zou zoiets ook echt bij haar passen.”

‘I’ll be missing you’

Voor de deur van de woning staat een klein monumentje voor Milly. Het weerbeeld is grauw en zachtjes druppelt de regen op de zwarte marmeren gedenksteen met een steigerend paard erop afgebeeld. Het refrein uit het lied ‘I’ll be missing you’ staat erin gegraveerd. “Ja, het leven hangt van liedjes en gedichtjes om je gevoel te uiten aan elkaar, zoals je hebt gemerkt,” zegt Tineke, terwijl ze naar buiten stapt. “Tibby wilde dit monumentje graag. Nu ziet het er een beetje triest uit, maar in het voorjaar groeien er onder andere lavendel en rozen omheen. Mensen die voorbijkomen, kijken altijd wel even. En op 10 maart worden er nog bloemetjes neergelegd of brengen buren aan de deur een bosje. Onze dochter en ons zusje wordt niet vergeten. Tegelijkertijd hoeven mensen er niet in te blijven hangen, uiteindelijk moeten wij dit gemis dragen. Net zoals dit monumentje bij de buurt hoort, zo hoort die lege plek nu bij ons leven. Maar wij redden ons wel.”

Tekst: Lukas ten Napel 
Beeld: Jacqueline de Haas

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons