‘Je moet je zorgen maken als je kind níét vies thuiskomt’

Jaleesa Vos opende een groene kinderopvang

Zelf miste Jaleesa Vos een duurzame plek toen haar kinderen naar de opvang gingen, en daarom begon ze er zelf een: kinderopvang Vrolijk. Visie kijkt een ochtendje mee en ontdekt dat groen inderdaad gepaard gaat met vrolijkheid.

“Ik ben in het zwembad!” roept de hoogblonde 3-jarige Emma terwijl ze rondjes huppelt over een juten vloerkleed. “Iedereen: duik!” Twee andere peuters balanceren boven op een leren poef en maken zich klaar voor hun sprong in het diepe. Een meter verderop hangt een groepje kinderen stilletjes tegen juf Aline aan en bekijkt met grote ogen de platen van het prentenboek dat ze voorleest. Dan stapt juf Jaleesa de ruimte binnen en begint ze te zingen: “Wij gaan opruimen, wij gaan opruimen. Zeg het voort: doe de spullen soort bij soort.” Opeens krioelen alle kleintjes door de ruimte en rapen ze het losse speelgoed op. De blokken verdwijnen in de mand, de keukenspulletjes in de speelkeuken. Binnen een minuut zitten de kinderen in de kring op het vloerkleed, elk op hun eigen ronde lapje stof.

Liefst boswachter

In 2018 opende Jaleesa Vos (33), tot dan toe gezinscoach, de kleinschalige en duurzame kinderopvang Vrolijk in Almere Buiten. Wat drijft Jaleesa en de andere juffen in hun liefde voor de kinderen en de aarde? En waarin is een ‘groene’ kinderopvang anders dan een reguliere opvang?

Hebben we nog aandacht voor rentmeesterschap?

“Als kind was ik altijd buiten te vinden en wilde ik het liefst boswachter worden,” lacht Jaleesa als ze later op de dag meer over de kinderopvang vertelt. “Juist daarom maakte ik me zorgen over hoe we met de aarde omgaan. Hebben we nog aandacht voor rentmeesterschap? Om anderen te inspireren, begon ik te bloggen over moederschap en duurzaamheid. En van daaruit ontstond de droom voor een duurzame kinderopvang.”

Minder speelgoed

Terwijl de peuters in de ene ruimte liedjes zingen in de kring, voeren juffen Amanda en Patricia de baby’s een gepureerd fruithapje van biologische banaan en peer. Amanda heeft bij verschillende andere kinderopvangcentra gewerkt, maar kinderopvang Vrolijk is écht anders, vertelt ze. Wat haar betreft begint duurzaamheid al bij het speelgoed, dat hier vooral natuurlijke kleuren heeft: “Bij de vorige kinderopvanglocaties had het speelgoed veel fellere kleuren. Elk speeltje maakte wel een geluidje, waardoor de kinderen helemaal door hun speelgoed in beslag genomen werden.” Ze glimlacht en geeft baby James een aai over de bol. “Hier hebben de kinderen een stuk minder speelgoed, waardoor ze meer samen spelen. En het maakt hun spel veel fantasierijker.”

‘Chocopasta - en mama’

Intussen begint de peutergroep aan een dankrondje. “Waar ben je blij mee vandaag?” vraagt juf Aline aan Jayden, het oudste kind van de groep. Hij denkt diep na, maar kan zo snel niets bedenken. Dan mag de 2-jarige Nora eerst. “Chocopasta,” zegt ze vastberaden. “En mama.” Al snel buitelen de dankpunten over elkaar. Zo is Milou dankbaar voor de knuffelhond van Paw Patrol die ze alweer even geleden heeft gekregen. “En ik heb een fotoshoot!” roept Rosa. Na even doorvragen blijkt dat Rosa’s ouders haar erop hadden voorbereid dat de fotograaf van Visie zou komen. Ze straalt, en heeft voor de gelegenheid haar witte, aaibare prinsessentrui aangetrokken.

“Het dankrondje is een vast onderdeel van de dag,” legt Jaleesa uit als ze fruit klaarlegt voor een smoothie die de peuters zo zelf gaan maken. “Dankbaarheid vormde ook mijn drijfveer om deze kinderopvang te beginnen. ‘We lenen de aarde van onze kinderen,’ las ik een keer. Dat vind ik zó’n mooie uitspraak! We hebben zo veel ontvangen en daarop volgt voor mij automatisch de verantwoordelijkheid om daar goed mee om te gaan. Deze kinderen zijn de toekomst: welke aarde willen we ze meegeven? Een uitgeputte aarde, of een aarde waar van alles groeit en bloeit? Als we de wereld willen veranderen, begint het bij deze kleintjes. Ik hoop bij hen een zaadje te planten dat ze de rest van hun leven meedragen.”

‘Een regenboog’

“Nora, je mag wat stukjes fruit in de blender doen,” zegt Jaleesa als de kinderen aan tafel zitten. Een voor een pakken ze stukjes appel, banaan, kiwi of mandarijn – wekelijks vers geleverd door de groenteboer – van het bord en gooien ze die in de grote maatbeker. Bovenaan eindigen ze met de spinazie. Jaleesa schept er nog wat lijnzaad bij. “Wordt het een rode smoothie vandaag?” vraagt ze. “Nee, ik denk een regenboog,” schat een van de peuters in. “Zijn jullie er klaar voor?” vraagt Jaleesa terwijl ze de maatbeker op de blender installeert. “Jaaaaa!” roepen de kinderen in koor. Ze drukken hun handen stijf tegen hun oren en kijken gefascineerd toe hoe het fruit in een groene vloeistof verandert.

Groene pedagogiek

Dan is het tijd om naar de natuurtuin te gaan. Die bevindt zich op slechts 400 meter lopen vanaf de kinderopvang, maar met kleintjes blijkt dat een hele onderneming. Aline pakt een koord met gekleurde ringen en geeft elk kind een handvat. Zo lopen ze uiteindelijk netjes in een rijtje door de wijk.

“Het groene van de kinderopvang werkt twee kanten op,” vertelt Jaleesa als de kinderen eenmaal door de tuin struinen. “Je ziet het terug in onze bedrijfsvoering – duurzaam speelgoed, het recyclen van de luiers, dat soort dingen – én in wat we de kinderen willen meegeven. We werken vanuit de groene pedagogiek: we zijn ervan overtuigd dat kinderen leren in en van de natuur. Taal en woordenschat, motorische ontwikkeling: allerlei ontwikkelgebieden komen aan bod, simpelweg door in de natuur te zijn. Ik geloof dat God ons heeft geschapen in relatie tot de natuur. Maar ergens zijn we die connectie kwijtgeraakt. Hier proberen we dat weer terug te brengen.”

Natte handschoen

De kinderen hebben een struik met rode besjes gevonden. Aline kijkt toe en knipoogt: “Als ze die besjes eenmaal geproefd hebben, nemen ze die niet meer. Ze zijn wel eetbaar, maar erg zuur.” En dat klopt: de felrode fruitoogst verdwijnt – samen met een paar plukken gras, takjes en blaadjes – pardoes in een grote emmer met water. Met twee lange stokken roeren de kleintjes beurtelings door de ‘soep’. Dan laat Nora haar handschoen in het water vallen. Met een beteuterd gezicht vist ze hem uit het modderige water.

Jaleesa ziet het gebeuren en glimlacht. “Bij het kennismakingsgesprek zeggen we vaak tegen de ouders: ‘Je moet je zorgen maken als je kindje níét vies thuiskomt.’ Als wij ze continu zouden corrigeren om te voorkomen dat ze vies worden, leren we ze daar ook iets mee. Zo adviseert kenniscentrum VeiligheidNL juist om risicovol spel te stimuleren. Sommige kinderen weten niet hoe ze moeten vallen – ze worden altijd opgevangen of direct geholpen. Binnen veilige kaders creëren we ruimte om dingen gewoon te laten gebeuren, omdat ze daarvan leren.”

Wintergroenten

Jaleesa wijst op een aantal moestuinbakken, met daarnaast een omgespit lapje grond: “Dit stukje mogen we komend voorjaar weer als moestuin gebruiken. Samen met de kinderen kweken we hier courgettes, bietjes, wortels en snijbiet – de ‘makkelijke’ groenten. En in de zomer planten we kruiden als munt, citroenmelisse, rozemarijn en tijm. De peuters plukken alles zelf. En vervolgens laten we zien hoe we het in het eten verwerken.” Maar nu is het nog winter. En dus vullen de kinderen een picknickmandje met een paar rode besjes en een spartakje voor in de thee.

Als we de wereld willen veranderen, begint het bij deze kleintjes

Eenmaal terug in de kinderopvang schuiven de peuters aan tafel voor de lunch: rendang van jackfruit met witte kool, klaargemaakt door Aline. “Elk seizoen passen we de recepten aan op de groenten uit die periode,” legt ze uit. “In de winter eten we dus veel kool en wortels.” In een mum van tijd hebben de kinderen hun emaillen schaaltjes leeg en legt Aline ze op bed voor hun middagslaapje.

Slapeloze nachten

Op een paar babyhuiltjes na wordt het langzaamaan stil in de kinderopvang. Jaleesa ploft tevreden neer op een rotanbankje. “Het was een groot avontuur om deze kinderopvang te beginnen,” vertelt ze. “Ik heb er slapeloze nachten van gehad. Tegelijkertijd geloofde ik dat God me hiervoor riep, en vertrouwde ik erop dat het goed zou komen.”

En dat kwam het: met 38 ingeschreven kinderen en maximaal zestien kinderen per dag, komen er pas in februari 2023 weer plekken vrij. Jaleesa: “Ze zeggen weleens: wat je een kind in de eerste zeven levensjaren leert, vormt een fundament voor de rest van zijn leven. Ik hoop en vertrouw dat iets van onze liefde voor de aarde bij al deze kinderen mag blijven hangen.”

De namen van de kinderen zijn gefingeerd.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons