Eeuwige trouw of ‘het is gewoon op’?

‘Ruim je troep op voordat je ja zegt’

In de kerk klinkt de oproep tot eeuwige trouw tussen man en vrouw, maar de huwelijkse realiteit is weerbarstig - ook in de kerk. Hoe komt dat?

“Er rust, zeker in de kerk, een taboe op huwelijksproblemen,” zegt Carianne Ros. “We praten er liever niet over. Veel mensen gaan daarom te laat in relatietherapie.” Christencoach Carianne Ros, auteur van onder andere het boekje 101 vragen voor een geweldig huwelijk en de online training Verbeterjeseksleven.nl, gaf jarenlang relatietherapie aan stellen.

Eerst maar eens de definitie. Wat is een huwelijk eigenlijk? Ros: “Dat is een verbintenis waarin je voor de ander wilt gaan. Het gaat niet alleen over gevoelens, maar over bewúst kiezen om lief te hebben. Als je voor die ene kiest, sluit je de andere miljarden buiten.”

Een huwelijk is dus een keuze, zegt Ros. Ad de Bruijne, hoogleraar ethiek aan de Theologische Universiteit Kampen, zegt dat het huwelijk in de Bijbel “een instituut is waarin mensen samenleven, voortplanting plaatsvindt en seksualiteit beleefd wordt”.

Hij ziet culturele verschillen tussen huwelijken. “Westerlingen beschouwen een huwelijk als iets heel persoonlijks: hart-tot-hart-contact, intiem, de binnenwereld. Maar in veel culturen is het huwelijk heel zakelijk: het gaat om nageslacht verwekken voor je toekomst en om bescherming voor vrouwen. Dat was in Bijbelse tijden ook zo.”

Toch speelde ook toen liefde een rol, weet De Bruijne uit Bijbelverhalen. “Denk aan het lied van Adam over Eva, het Hooglied, of de liefde van Isaak voor Rebekka en die van Elkana voor Hanna. In het Nieuwe Testament wordt het huwelijk vergeleken met Christus die de gemeente liefheeft. Daar zie je dus duidelijk dat het huwelijk een zaak van hart tot hart is. Bovendien zet Jezus in op een huwelijk tot de dood.”

Groot huilend kind

Trouw tot in de dood. Het is de wens van menig bruid en bruidegom. Toch kunnen huwelijken na korte of langere tijd scheuren vertonen. Hoe komt dat? Het probleem is, antwoordt Ros, dat veel mensen trouwen als ze hun leven nog niet op de rit hebben. Uiterlijk misschien wel – goede baan, mooie auto – maar innerlijk niet. Ze nemen “oude wonden en pijn” mee het huwelijk in. “Ruim je troep op voordat je ja zegt! Het is goed om vóór het huwelijk een therapie of coachingsproces aan te gaan. Het is belangrijk om eerst je eigen identiteit te kennen, want anders denk je dat de ander jou gelukkig moet maken en jij je partner. Als dat niet lukt, kunnen mensen boos of juist somber worden. Maar ten diepste zit daar een ‘arme ik’ onder: een groot huilend kind.”

Een parel, in plaats van iemand die jou tekortdoet

Klinkt sneu, een groot huilend kind. Maar Ros is niet van de softe aanpak. “Die arme ik moet je zo snel mogelijk de laan uit sturen! Want die is bitter: krijg ik wel genoeg? Word ik wel gezien? De arme ik is demonisch voor relaties en ook voor gemeenten. Je moet ’m bij God brengen en bidden: ‘Voed mij met Úw liefde.’ Als je leeft vanuit je identiteit in Christus, krijg je een overvloed aan liefde voor de ander en verlang je niet per se iets terug. Dan kun je in je partner een parel zien, in plaats van iemand die jou tekortdoet. Daarom is het huwelijk een van de beste leermeesters om ons ego af te leggen. Je moet jezelf aan de kant zetten om de ander te leren zien zoals God hem of haar geschapen heeft. Want als je verliefd bent, vind je alles fantastisch, maar eenmaal getrouwd valt het dan ineens tegen. Je partner hoeft echter niet te passen in jouw korset.”

Bovendien wijst De Bruijne op het gevaar om al je welzijn in het huwelijk te zoeken. “Laten christenen alsjeblieft hun geluk bij Jezus zoeken en pas in tweede instantie bij hun partner. Navolging van Jezus betekent ook: volhouden. Door het lijden heen de opstanding weer winnen.”

‘Ammehoela’

Klinkt prachtig allemaal, maar toch vinden veel bevlogen christenen zichzelf verslagen terug bij de puinhopen van hun huwelijk. Ros: “Dat is ontzettend verdrietig. Het is pijnlijk als je zó hard knokt en het toch misgaat. Maar eerlijk is eerlijk: wat ik ook zie, is dat mensen zeggen: ‘God heeft ons samengebracht’, terwijl ik dan denk: ammehoela, je trouwde gewoon voor de lust, of omdat je ouders het wilden of omdat hij zo’n goede baan heeft. Je hebt God helemaal niet betrokken in je keuze voor dit huwelijk. En dan zeggen: ‘God, zegen het alsjeblieft’? En vervolgens boos op God worden als het huwelijk strandt? Dat is niet eerlijk. We moeten hierin ook wel echt onze eigen verantwoordelijkheid nemen.”

Als een huwelijk onveilig is – met verslavingen of fysiek en verbaal geweld – ís het in feite geen huwelijk meer, vindt Ros. “Dan is het liefdevoller als je zegt: ruim eerst je zooi op en daarna ben ik er weer. Ik zag stellen succesvol knokken voor hun relatie, maar ik heb helaas ook gezien dat ze na therapie alsnog uit elkaar gingen.”

Napoleon

Hoe komt het dat er zo’n gat zit tussen het hoge ideaal en de werkelijkheid? Ad de Bruijne wil deze vraag in perspectief zetten. Hij wijst erop dat het sinds 1971 juridisch makkelijker is om te scheiden. Voor die tijd mocht je in Nederland alleen scheiden bij overspel. “Sinds die wetswijziging wordt ook in de kerk makkelijker gescheiden. Maar dat betekende niet dat de huwelijken voor die tijd beter waren. En het wil óók niet zeggen dat christenen die scheiden zich niets aantrekken van Gods geboden.”

Hij wijst op het feit dat de burgerlijke huwelijkssluiting pas sinds de negentiende eeuw bestaat. Voor die tijd sloot de kerk het huwelijk voordat mensen gingen samenwonen. Bovendien heeft dit burgerlijk huwelijk een antichristelijke oorsprong, zegt De Bruijne. “Keizer Napoleon wilde van Frankrijk een seculier land maken. Om de macht van de Rooms-Katholieke Kerk te breken, besloot hij dat er eerst een burgerlijk huwelijk voltrokken moest worden voordat in de kerk getrouwd kon worden. Zijn broer Lodewijk, koning van Holland, voerde deze maatregel ook in.”

Laten christenen hun geluk bij Jezus zoeken

Zo kon het gebeuren dat de kerken de handen van het huwelijk aftrokken. In De Bruijnes eigen vrijgemaakt-gereformeerde traditie vonden enkele predikanten in het verleden een kerkelijke inzegening zelfs niet nodig. De overheid, als dienares van God, moest het huwelijk bewaken. Maar daar is De Bruijne het niet mee eens. “De Bijbel vertelt over uitbundige, joodse huwelijksfeesten. Het leven met Christus en de gemeente wordt daar ook mee vergeleken. Vier je huwelijksdag met de gemeente dus uitbundig. En als stellen niet voor de overheid trouwen, maar gaan samenwonen, zou de kerk óók een feestelijke ceremonie moeten organiseren.” Tegelijkertijd waarschuwt hij: “Zolang het feest maar niet vooral een happening van jouw individuele zelfexpressie wordt – het westerse fenomeen om het unieke en individuele te vieren, zonder na te denken wat je nu eigenlijk gaat doen als je trouwt. Dan krijg je na het feest de kater – ook figuurlijk, in dit geval.”

Roze auto

En als die kater zich aandient, wat is dan de beste remedie? De Bruijne: “Praat er op tijd over, bijvoorbeeld op een huiskring.” Carianne Ros hamert op gebed. “Bid dag in, dag uit voor harmonie en eenheid in je huwelijk en je gezin. Als ik vind dat David irritant doet, breng ik dat in gebed in plaats van een vriendin te bellen en over hem te roddelen. In het gebed laat God mij ook naar mijn eigen rol kijken. En bovendien, ik wil niet negatief over David praten. Ik hou van hem, dus ik wil hem altijd met respect behandelen.”

En heel praktisch: doe leuke dingen samen en blijf geïnteresseerd in elkaars hobby’s, ook al heb je een totaal andere belangstelling. “David is gek van auto’s. Ik heb er niets mee. Maar als we een nieuwe auto kopen, bekijk ik foto’s en verdiep me in pk’s… Of hoe heet dat ook alweer? Tja, op een gegeven moment haak ik dus af. Maar ik ben niet zo’n vrouw die zegt: ‘als-ie maar roze is’. Als je partner het lastig vindt om geïnteresseerd met je mee te leven, vraag dan of hij of zij met aandacht naar je wil luisteren. Ken je eigen behoeften en spreek die ook uit: ‘Ik zou het fijn vinden als je je hierin verdiept.’ En word niet verbitterd, maar kijk naar wat je partner wél doet om jou zijn of haar liefde te geven.”

‘Blijf ze omringen’

Maar wat nu als een breuk ondanks dit alles niet meer te lijmen is? Wat Carianne Ros betreft, is het zaak dat de kerk dan altijd om blijft kijken naar gescheiden gemeenteleden. “Hoeveel mensen gaan kapot als ze niets meer horen van de kerk? Blijf ze omringen, zoals Jezus dat ook zou doen.”

En als zich na de scheiding een nieuwe liefde aandient, kan zomaar een nieuw huwelijk volgen. Of toch niet? “Jezus zelf veroordeelt in Zijn Bergrede echtscheiding,” zegt Ad de Bruijne. “Maar Paulus zegt: als je toch gescheiden bent, hertrouw dan niet, omdat je voor altijd aan die ene partner verbonden bent. Ik ben dus geen voorstander van hertrouwen na echtscheiding. Laten we elkaar in de gemeente helpen om niet te hertrouwen, want dat is het ideaal dat we hoog moeten houden.”

Maar, benadrukt De Bruijne, als dat mensen niet lukt, laten we hen dan met bewogenheid en mildheid omringen. “Vooral omdat de Bergrede ook andere belangrijke Koninkrijksnormen hooghoudt, bijvoorbeeld in onze omgang met geld of onze vijanden. Aan die normen houden wij ons ook vaak niet of het lukt ons niet volledig als we het wel proberen. Je kunt dus niet één onderdeel eruit lichten en – nota bene – aan mensen die het heel moeilijk hebben, vragen om zich daar ten koste van alles aan te houden.”

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons