Op pad met schaapherder Lammert Niesing

'Een dominee vroeg of ik nog tips voor hem had'

"Verwacht er niet te veel van," lacht schaapherder Lammert Niesing als hij redacteur Elsina Neutel bij zijn schaapskooi welkom heet. "Ik heb wel vaker mensen meegenomen en ze verwachten van alles, maar eigenlijk gebeurt er niet zoveel." Nou, dat viel best mee…

Op de parkeerplaats bij de schaapskooi is er al volop bedrijvigheid; mensen beginnen hun wandel- of fietstocht door natuurgebied De Renderklippen, nabij het Veluwse Heerde, terwijl de schapen rustig staan te grazen. Vanachter het geitenstalletje klinkt geluid, en niet alleen van de drie enthousiaste bordercollies. Lammert Niesing (55) – dan nog gehuld in een groene overall – begroet ons: “Welkom!” Gebarend naar het schuurtje achter hem: “Ik was nog even aan het werk gegaan. Ik dacht: voor negen uur kan ik nog net wat doen.” De ervaren schaapherder – sinds 1996 is hij eindverantwoordelijke voor deze kudde – veegt het laatste stukje van het geitenstalletje schoon. Daarna is het tijd voor een bakkie uit het Senseoapparaat. “Het is niet mijn favoriete koffie, maar met een koekje erbij is het zeker te doen,” aldus Lammert.

Slapeloze nachten

De vader van Lammert, Teun Niesing, was hier de eerste vaste herder

Terwijl honden Tim en Daisy vanonder de tafel om aandacht komen vragen – hond Led is recalcitrant buiten blijven staan – vertelt Lammert over zijn begintijd als herder. “Mijn vader was hier de eerste vaste herder. Voor zijn tijd werd de schaapskudde gerund door drie mensen met, zoals we het nu zouden noemen, ‘een rugzakje’. Dat liep niet goed, daarom heeft mijn vader het in 1965 overgenomen. Toen hij achter in de vijftig was, is hij ermee gestopt. Het bestuur heeft mij toen gevraagd om het over te nemen. Op dat moment werkte ik al 12,5 jaar in een slachterij, aan de lopende band.” Met een grijns: “Hoe groot wil je het contrast hebben?” Na wikken en wegen, “en een paar slapeloze nachten,” besluit Lammert het te doen. “Ik vond die overstap wel heftig. Van kinds af aan ben ik natuurlijk wel besmet met het herdersvak, maar ik stond er niet om te springen om dat over te nemen. In het begin moest ik erg wennen: je bent ineens enorm op jezelf aangewezen en hebt eigenlijk geen collega’s meer, maar je hebt wel veel mensen om je heen. Dat is soms leuk, maar in het begin ook wel vreemd.”

Wolven

“Zullen we maar?” Nadat Lammert de koffiekopjes heeft schoongespoeld en de herderskeet representatief genoeg vindt – “je weet nooit of er nog iemand anders komt” – stappen we naar buiten. De herfstzon schijnt op ons gezicht, het is een prachtige blauwe dag. “Ik moet nog even iets pakken, loop maar alvast richting de schapen.” Rustig staan de 140 Veluwse en twaalf Drentse heideschapen in de weide te wachten. Rondom hun toch wat smalle lijf valt een lange, witte vacht. “Die met de hoorntjes, dat zijn de Drentse,” licht Lammert later toe.

De schapen merken de komst van Lammert direct op

Wanneer hij niet veel later samen met de honden komt aanlopen, merken de schapen dat direct op. Snel loopt de groep naar de rechterkant van de omheining. Daar zát altijd de opening. “In verband met de toenemende dreiging van wolven, zitten er zo min mogelijk poorten in de hekken,” legt Lammert uit. “Deze hebben we anderhalf jaar geleden dichtgemaakt. Maar als ik aan kom lopen, gaan ze altijd nog hier staan.” Wanneer Lammert naar links loopt, volgen de schapen. Hij haalt de drie langwerpige sterke veren – die de schapen ook tegen de wolven moeten beschermen – van het hek af en vervolgt: “Gelukkig heb ik nog geen aanval meegemaakt. Geen idee of dat door deze maatregelen komt of omdat ze nog niet zoveel in dit gebied zijn. Al zijn ze hier al wel geweest. Achter Epe en Emst hebben ze al aanvallen gedaan.” Lammert opent het hek en de schapen lopen er rustig uit. De honden zijn alert en houden de kudde direct goed in de gaten.

Geblesseerd

Herdershond Tim moet vandaag aan de riem. “Hij is erg fanatiek, maar heeft zijn poot geblesseerd,” legt Lammert uit. “Dus hij moet een beetje rustig aan doen vandaag. Afgelopen week is hij thuisgebleven, maar vandaag mag hij weer mee. Als het even kan, laat ik de honden net zo lang meelopen tot ze er bij wijze van spreken dood bij neervallen. Dat klinkt keihard, maar dit vinden ze het allermooist: lekker mee met de schapen.”

Tekst loopt door onder de foto

Herdershond Tim moet vandaag aan de riem

De witte stoet loopt gestaag richting de heide. Ondertussen roept Lammert verschillende commando’s naar de honden. Ze luisteren goed naar hun herder, althans… “Led komt uit Ierland, en was al wat ouder toen ik hem kreeg. Ik moest halsoverkop een hond hebben; ik had nog maar één hond en die werd ziek. Met Led ben ik twee jaar aan het trainen geweest, maar hij luistert voor geen meter.” Bedenkelijk: “Moet je zo’n hond dan wegdoen? Waar komt hij dan terecht? Het is een heel lieve hond en dit is wel zijn leven. Hij doet verder ook niets verkeerd, hij doet het alleen niet op commando.”

Vierkante schapen

Terwijl de heide onder onze voeten knispert, vertelt Lammert dat de schapen hier goed gedijen. “De heide is minder voedzaam dan groene grasweiden. Deze schapen kunnen met minder voer toe, het zijn sobere beesten.” Ter verduidelijking trekt hij de vergelijking met de texelaars – die veel te zien zijn in Nederlandse weiden. “Die zijn veel vierkanter, echt een vleesras. Het Veluwse heideschaap moet je daarvoor niet houden. Vroeger werden deze schapen vooral gehouden voor de mest, en daarnaast ook voor het vlees en de wol. Zelfs de botten werden gebruikt.”

Tekst loopt door onder de foto

Schaapherder Lammert Niesing

“Ik heb niet echt vaste routes,” vertelt Lammert al wandelend. “Het moet een beetje in mijn planning vallen en je zoekt natuurlijk plekken op waar wat te vreten is voor de schapen. Soms krijg ik ook opdracht om op een bepaald stuk land te weiden. Dan ga ik daarheen, maar als er niks te grazen is voor de dieren, ben ik er ook zo weer weg. Vroeger bleef ik dan nog wel langer. Als de schapen niet meer vraten, bleef ik er twee à drie uur bij zitten en ging ik lekker onder een boom een boekje lezen of met mensen praten. Nu denk ik: dit heeft geen nut. Het is voor de omstanders leuk, maar de schapen moeten wel grazen, want daarvoor ga je het veld in.”

Eerste lammetjes

Naast de wandelende schapen zijn er ook aardig wat mensen op de been. Lammert en zijn schaapskudde trekken de aandacht, zo ook van een goedlachse moeder en dochter die er samen op uit zijn. “Er is er ook een in verwachting, of niet?” vraagt de vrouw belangstellend. “Als het goed is meerdere,” antwoordt Lammert.

“En gaan die kleintjes dan straks direct mee?”

“In februari worden ze geboren, en na een week of twee loop ik eerst vlak bij de kooi. Daarna gaan we langzaamaan een stukje verder weg. En zo breidt zich dat uit. Ik heb weleens een jaar gehad – toen had ik half januari de eerste lammetjes – dat ik achterin februari al met de schapen en de lammetjes op de heide liep.” Nadat Lammert hun de weg naar de schaapskooi heeft uitgelegd, vervolgen moeder en dochter hun tocht.

Andere herder

Terwijl we even stilstaan, genieten de schapen al grazend van hun voedsel. Een paar lopen een beetje van de kudde weg. “Dat is niet erg hoor, ze hoeven niet altijd op een kluit te staan. Alhoewel nu geadviseerd wordt – in verband met de wolf – om je schapen meer bij elkaar te houden. Een schaap alleen is een makkelijkere prooi. Maar schapen zijn echte kuddedieren, dus ze blijven van nature ook wel bij elkaar in de buurt.” Na een korte pauze: “Er wordt vanuit het geloof ook veel gekeken naar zo’n schaapskudde. Ik heb weleens dominees gehad die bij me kwamen en zeiden: ‘Ik heb hetzelfde beroep als jij.’ Dan zie ik vaak al direct dat dat geen herder is zoals ik, maar een ander soort herder.

'Schapen zijn echte kuddedieren'

Een dominee vroeg zelfs een keer of ik nog tips voor hem had. ‘Wie ben ik om u een tip te geven?’ zei ik. Maar wat wel belangrijk is voor zo iemand: de boel gewoon een beetje bij elkaar houden, net als een echte schaapskudde. Je hebt zo veel verschillende kerken, volgens mij geloven ze allemaal in dezelfde God, maar dan interpreteert het ene groepje het weer zo en dan scheidt een ander deel zich weer af. Het zou toch mooier zijn als ze gewoon samen blijven?”

Lammert – die zichzelf niet als gelovige beschouwt – vervolgt: “Ik heb veel respect voor wat iedereen gelooft, maar ik vind die discussies altijd jammer. Jij gelooft het ene, en jij gelooft het andere, nou, prima toch? Laten we gewoon respect hebben voor elkaar.”

'Het is ook een speer'

We vervolgen onze weg, terwijl wandelaars vol belangstelling toekijken. “Zo, die zien er mooi uit! Heb je ze in bad gedaan?” grapt een voorbijganger met een Haags accent. “Dat komt doordat ze nog buiten staan, het vocht houdt ze mooi schoon.” Als vanzelf komt het hot topic op de heide – de wolf – weer ter sprake. “Ik vind het geen goede zaak, die wolven hier,” vervolgt de Hagenaar. “Bij ons hebben we door de vossen geen konijntje meer in de duinen.” Lammert: “Weet je wat het kromme is? Die wolf grijpt een paar schapen van me, of een hond; dat mag wel, maar ik mag die wolf niks doen. Dat is het ongelukkige.”

De dreiging van honden is eigenlijk groter dan die van wolven

Een eindje verderop merkt een voorbijlopende vrouw op: “Nu ben je wel echt een schaapherder, zo met die stok.” Lammert: “Haha, vind je? Ik had nooit een stok bij me, maar tegenwoordig met die wolven...” Terwijl hij de stok omdraait: “Het is ook een beetje een speer, er zit een punt aan. En dan hang ik af en toe een dartbord op en oefen ik even,” grapt hij. Terwijl we verder lopen: “Je ziet wel: het is nu eigenlijk helemaal niet druk, maar je komt best veel mensen tegen.”

We lopen naar boven, de heuvel op, wanneer er uit de verte klinkt: “Kom hier!” Een ongelijnde hond komt aangesneld. “Bliksem,” mompelt Lammert. Hij kijkt geconcentreerd voor zich uit. Even blijft de hond stilstaan. Maar dan vervolgt hij toch snel zijn weg richting de schapen. “Hé, hé, vooruit!” roept Lammert ferm. Ook de drie bordercollies komen in actie; al grommend beschermen ze hun kudde en langzaam taait de hond af en kan de eigenaar hem weer aanlijnen. “De dreiging van honden is eigenlijk groter dan die van wolven. Je krijgt zo’n gedoe als een hond door de kudde gaat jagen. Zeker nu de schapen drachtig zijn, is dat echt niet goed voor ze.”

Derde generatie

Het einde van onze wandeling nadert. Terwijl de schapen op een nieuw stuk heide staan te grazen, sluit Lammert af: “Ik heb het mooiste werk van de wereld. Kijk om je heen, dat ik hier mag lopen – prachtig! Ik geniet er zelfs van als het regent, al gebeurt dat verrassend genoeg erg weinig. Ook geniet ik erg van mijn vrijheid, de dieren en de ontmoetingen met mensen. Als ik gezond blijf en ik dit op mijn zeventigste nog kan doen, zou ik dat mooi vinden. Ja, absoluut.”

Al zou het vinden van een eventuele vervanger niet lastig zijn. “Mijn oudste zoon (hij is 27) vond het van kinds af aan al geweldig om mee te gaan,” glimlacht Lammert. “Als jochie van zes jaar ging hij in de winter – toen de lammetjes net waren geboren – mee. Tussen de middag, tijdens mijn lunch, ging hij naar buiten om met de hond te spelen. Dat duurde vrij lang en toen ik bij de kooi ging kijken, stond hij daar met een lammetje in zijn arm een verhaal te vertellen aan de bezoekers. Die vonden dat natuurlijk prachtig.” Na een korte pauze: “Hij vervangt me nu al bijna tien jaar, als ik bijvoorbeeld een dag vrij ben. Hij zegt dat hij het wil overnemen. Al stimuleer ik dat overigens niet. Hij moet het niet voor mij doen, maar het écht zelf willen.”

Beeld: Jelte Bergwerff

Geschreven door:

Elsina Neutel

Redacteur

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons