Wat lees je wel en wat niet?

‘In literatuur ontmoet je een medemens’

in Geloven

Wie moderne literatuur leest, leert veel over de mens, de hedendaagse cultuur én zichzelf, menen recensenten Willy Wouters en Tjerk de Reus. Maar hoe ga je om met boeken waarin vloeken en seksscènes voorkomen?

Boekhandel De Boekenmolen in Meliskerke op Walcheren heeft een breed assortiment. “Van sommige boeken ben ik niet zo’n fan, maar ik verkoop ze wel,” zegt eigenaresse Willy Wouters-Maljaars. “Ook 'De Zeven Zussen' van de Ierse schrijfster Lucinda Riley en de nieuwste Griet Op de Beeck. Een enkel boek niet. Bij 'Vijftig tinten grijs' dacht ik: daar begin ik niet aan. Maar een klant kan het wel bestellen.”

Een grens per boek

Willy leest zelf heel veel, omdat ze van literatuur leert. “Wie ik ben, waarom ik denk zoals ik denk, hoe anderen denken, en wat dan mijn positie is.” Ze recenseert voor het Reformatorisch Dagblad, Zij en Zeeuws, een magazine voor christelijke vrouwen, en Boekblad, het blad voor de boekhandel. “Een young-adultverhaal over verliefdheid vond ik laatst zo opgelegd seksueel getint dat ik er snel genoeg van had. Dat heb ik niet in de winkel gelegd. Ik wilde jongeren niet confronteren met die roman, die verder ook niet echt geweldig was. Onlangs waarschuwde ik iemand voor een vloek in 'De hemel is altijd paars' van Sholeh Rezazadeh, een werk dat ik wel aanraadde omdat het een juweeltje is. De eventuele grens die ik mezelf opleg, verschilt per boek. Het ene is meer van belang dan het andere. Als veellezer heb ik wel een antenne ontwikkeld. Bij een heel nihilistische roman met veel vloeken denk ik soms ook: ik kap ermee, dit is zo destructief. Een enkele vloek kan ik skippen in mijn gedachten, ik lees verder als dat boek me wat te zeggen heeft.”

Sterker persoon

Literatuur is voor de Zeeuwse boekhandelaar een spiegel. “Romans helpen mij mijn tijd te verstaan, ik kan me daardoor beter inleven in hoe een ander denkt. Een roman kan heel diep gaan. Zo diep is het leven soms ook, bijvoorbeeld als het om het lijden gaat. Het eindigt niet altijd met hoop, zoals in veel christelijke romans. Van 'De avonden' van Gerard Reve kun je mismoedig worden: tjonge, wat houdt hij nou over? Toch zit er iets in waardoor je kunt denken: wil ik óók zo leven of zoek ik wat anders in mijn bestaan? Je leert er toch van. Dat had ik eveneens met Het verslag van Brodeck, een donkere roman van Philippe Claudel over goed en kwaad. Al lezend besef je dat elk mens een vernietigende kant in zich heeft. Ik heb ervan opgestoken dat ik me daar ook tégen kan keren en kan proberen barmhartig te zijn. Seculiere romans kunnen je laten stilstaan bij jezelf. Hoe zou ik in zo’n situatie handelen? Je wordt een sterker persoon als je nadenkt over de vragen die uit de moderne literatuur tot je komen.”

Alle kanten op zwalken

Dat een beginnende lezer niet gelijk naar pittige romans grijpt, begrijpt Willy. “Begin eens met 'De vlucht' van Jesús Carrasco, of eenvoudig met 'Karakter' van Bordewijk.”

De grens die ik mezelf opleg, verschilt per boek

Sommige romans waren in het begin best heftig, geeft ze toe. “Door W.F. Hermans en zijn nihilisme ging ik me afvragen of mijn geloof niet iets aangeleerds was. Zou het in nood alleen maar een laagje cultuur blijken te zijn? In zijn boeken is veel leegte, die ik in mijn leven gelukkig door God gevuld zie. Ik ben blij dat ik God ken. Die rijkdom heb ik meer ontdekt. Ondanks al die literatuur ben ik mijn geloof niet verloren. Ik ben daar ook niet zo angstig meer voor, omdat er veel tegenover staat: wat ik zelf in de Bijbel lees, wat ik in de kerk hoor, wat mijn omgeving me aanreikt. Als je alleen die romans zou hebben, ja, dan kun je je geloof verliezen. Ik heb ook de neiging om allerlei kanten op te zwalken, maar God is trouw.”

Op de huid

'Jack' van Marilynne Robinson en 'Regeneratie' van Eva Coolen zijn de romans die een groep van vijfentwintig predikanten deze maanden leest en bespreekt onder leiding van literatuurrecensent Tjerk de Reus ('De Nieuwe Koers', 'Friesch Dagblad') en theoloog Kees van Ekris. De dominees krijgen vervolgens de opdracht om de boeken in preken te verwerken. “We ontdekken dat je met deze romans de hedendaagse levenservaring op de huid komt,” legt Tjerk uit.

Wij moeten leven met onopgeloste vragen

Neem 'Regeneratie'. “Coolen schetst een seculiere wereld waarin ook een diepe heroriëntatie plaatsvindt, volgens de titel een regeneratie, een wedergeboorte. Niet direct de wedergeboorte waarover je op de EO-Jongerendag zult horen, maar er bestaat wel een verband. Voordat je het weet, gaat het in de hedendaagse literatuur – in elk geval in deze roman – over God, over het kwaad, over zinloosheid, over verlangen naar het nieuwe, misschien zelfs naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.”

Voortzettend kwaad

“Moderne literatuur scherpt het besef aan van leven in deze tijd, en dat gaat dus over wie je zelf bent,” vervolgt Tjerk. “Arnon Grunberg schrijft heel aparte romans, maar ze zeggen wel iets over de cultuur waarin hij en ik beiden leven. In literatuur ontmoet je een medemens, een vorm van kunst die je aan het denken zet. Als je daar geen zin in hebt, past literatuur niet bij je. Wie de krant goed leest, weet dat het mensbeeld van veel hedendaagse auteurs klopt. Onze wereld is, van een bepaalde kant gezien, een zich almaar voortzettend kwaad. Het existentialisme met zijn zinvragen en het thema van de zinloosheid is heel reëel. In de Bijbel, in de Psalmen en in Prediker, worden dood, eindigheid, zinloosheid en kwaad ook niet verzwegen. Als ik geloof dat de komst van Jezus Christus en Zijn Koninkrijk werkelijk verschil maakt in mijn leven, moet ik daar woorden aan zien te geven.”

Hunkering

In zijn jeugd hoorde De Reus soms waarschuwen tegen seculiere romans die zouden afleiden van God en het geloof. “Dat is nu achterhaald als je bedenkt dat christenen elke avond naar Netflix kijken of op internet zitten. Dan kun je beter een roman lezen, al staat die wellicht ver van je leefwereld af. Een roman graaft vaak vele malen dieper dan al die Netflix-series.”

Een vloek of wat seksscènes zijn voor de Friese recensent geen blokkade. “Ik heb zo veel literatuur gelezen, ik merk het niet meer. Ik snap wel dat mensen een overmaat aan vloeken of bepaalde lichamelijkheden niet prettig kunnen vinden. Mijn advies: lees zo’n roman dan niet. Het is echter een karikatuur dat personages in literatuur constant lopen te vloeken. En als seksualiteit aan bod komt, zou je misschien kunnen ontdekken dat daarmee iets wordt uitgedrukt: een existentieel verlangen om gekend te zijn, een diepe hunkering naar contact.”

Tegengif

Voor Tjerk is de theoloog Kornelis Heiko Miskotte zijn “grote voorbeeld” als het gaat over de vraag hoe je met moderne literatuur kunt omgaan. “Hij las de schrijvers van zijn tijd en ook filosofen als Nietzsche. ’s Avonds pakte hij dan een preek van bevindelijke schrijvers als Bernardus Smytegelt. Dat was voor hem een tegengif: tegen de wanhoop die hij diep beleefde bij het lezen van bepaalde literatuur.

Zo ‘werkt’ voor mij de kerk. De wereld is groot, en wat je daarvan meekrijgt, verwart je soms. Maar ’s zondags is er het Woord, de belijdenis en het gebed. Dat geeft de meest wezenlijke richting aan. Dit betekent niet dat het geloof een soort weerwoord is op de romans van Grunberg of wie dan ook. Wij moeten leven met onopgeloste vragen, in het vertrouwen dat we in Gods hand zijn mét al die vragen.”

Tekst: Jan Kas
Beeld: Pixabay

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons