Geen woorden verbieden, maar doorvragen graag!

Blog van Tijs van den Brink

Er is een stevig maatschappelijk en politiek debat gaande over de vraag wat te doen als volksvertegenwoordigers tribunalen aankondigen in het parlement. Moet dat woord in het parlement verboden worden? Moeten parlementariërs die in dat soort termen spreken, worden geschorst? Moet je het gewoon negeren?

De voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer worstelen ermee. De voorzitter van de Eerste Kamer, Jan Anthonie Bruijn, heeft inmiddels besloten het woord ‘tribunalen’ inderdaad te verbieden, omdat dit woord een “metaforische associatie met de Tweede Wereldoorlog heeft”. Mensen die deze term gebruiken, wekken de indruk dat ze de rechtsorde niet meer erkennen, zo zei hij – en dat staat hij niet toe.

Ik heb alle begrip voor de worsteling van de Kamervoorzitters. De termen waarin sommige vertegenwoordigers van de PVV en Forum voor Democratie spreken over beleid, hun collega’s en het kabinet, zijn grotesk, absurd en weerzinwekkend. Logisch dat je als Kamervoorzitter nadenkt over wat daarmee te doen. ‘Wij van de media’ kunnen besluiten mensen niet uit te nodigen in onze programma’s, maar in het parlement kan dat niet.

Het lastige in deze kwestie is dat er geen gemakkelijke oplossing bestaat. Het verbieden van het woord tribunaal leidt tot vreemde situaties. Toen senator Henk Otten vorige week in de Eerste Kamer van een FvD’er wilde weten wat hij vindt van de aankondiging van tribunalen door een partijgenoot van hem, greep de Kamervoorzitter meteen in. Dat was raar: Otten riep niet op tot een tribunaal, maar wilde slechts weten wat een collega-senator van de aankondiging van een tribunaal vond.

De voorzitter van de Tweede Kamer, Vera Bergkamp, heeft het woord tribunaal niet in de ban gedaan, maar grijpt slechts in als dat woord op een “intimiderende manier bedoeld is”. Waarop het kamerlid dat die term had gebruikt, Gidi Markuszower (PVV), natuurlijk onmiddellijk zei dat hij het niet intimiderend bedoeld had…

Veel indrukwekkender en effectiever was wat Pieter Omtzigt deed. Een Kamerlid van Forum, Gideon van Meijeren, beschuldigde het kabinet voor de verandering maar eens van landverraad. Omtzigt hield het simpel en feitelijk. Landverraad is nogal wat, zei hij, dus misschien kon het Forum-Kamerlid even vertellen wie hij precies waarvan beschuldigde en op grond waarvan. Het bleek een zeer onthullende vraag: Van Meijeren had helemaal geen concreet verwijt tegen welke bewindspersoon dan ook, hij vermoedde slechts een complot ergens. Hij werd kleiner en kleiner en kleiner tijdens de ondervraging door Omtzigt.

Simpele oplossingen bestaan niet in dezen. Maar doorvragen helpt.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons