Ds. Moses Alagbe: 'Trek je dansschoenen aan en feest'

De Bijlmerpredikant houdt wel van een partijtje

Moses Alagbe

Iedere ochtend prijst en viert hij het leven met God. Soms hardop, of - als zijn vrouw nog slaapt - zachtjes. Voorganger Moses Alagbe (63) kan het iedereen aanraden. "Het vieren van het leven met God is belangrijk voor mij. Ik gun het iedereen om dat te ervaren."

“God houdt van feest,” steekt Moses Alagbe – voorganger van migrantengemeente Maranatha Community Transformation Center in de Bijlmer – met een grote glimlach van wal. Voor hem op tafel staat een opengeklapte laptop, met aantekeningen van zijn voorbereiding voor dit gesprek. “Ik hoop echt dat ik je verder kan helpen met het onderwerp,” vertelt hij. “Het is namelijk prachtig als lezers het door God gegeven geheim van feest mogen ontdekken.”

Probleem oplossen

Moses Alagbe

Over dat geheim praat de predikant met een twinkeling in zijn ogen. “Het vieren van feest heeft me veel gebracht in het leven. Het geeft je een andere blik op situaties en je krijgt meer helderheid over hoe je een probleem kunt oplossen.” Hoe hij dit door God gegeven geheim ontdekt heeft? “Het staat gewoon in de Bijbel. De Bijbel staat vol met feesten. Lees bijvoorbeeld Leviticus 23, daar lees je over meerdere feesten: de sabbat, pascha, het feest met trompetgeschal, het feest van het ongedesemde brood. Iedere twee à drie maanden was er wel íéts te vieren.”

En dat is volgens Moses niet zonder reden. “God weet dat we in een gebroken wereld leven, waarin mensen veel uitdagingen tegenkomen. Die uitdagingen kunnen je als mens beproeven en het leven zwaar maken. Als wij als kinderen van God eens per week samenkomen om God te prijzen, en om te dansen, te zingen en te vieren, dan geeft dat verlichting. Wanneer je feest viert, heeft dat impact op elk onderdeel van je leven: je denken, je emoties, je fysieke lichaam. Het vieren van feest is een door God gegeven geschenk.”

‘Zet de muziek aan’

Juist in de uitdagingen van het leven is het, volgens Moses, belangrijk om het leven met God te vieren. Uit eigen ervaring weet hij dat je nog dieper in de problemen raakt als je je focust op je problemen. “Maar als ik me focus op Jezus en geloof dat Hij de leiding heeft over mijn leven én de uitdagingen in mijn leven, dan geeft dat verlichting. Ik dank Hem dat ik de uitdaging niet alleen hoef aan te gaan, maar dat ik dat samen met Hem mag doen. Dat zorgt voor rust in mijn hoofd, waardoor ik – met hulp van de heilige Geest – het probleem kan aangaan.”

We hebben God gedankt voor dat probleem

Ter illustratie vertelt hij: “Wanneer mensen mij vertellen dat ze problemen ervaren in hun relatie, geef ik ze het advies om muziek aan te zetten, samen te dansen en God te eren. De helft van het probleem is daarna waarschijnlijk opgelost. Je schuift het probleem niet onder het tapijt, maar nadat je God geprezen hebt, kun je de situatie helder bekijken. Met een frisse blik kun je het probleem beter uitpraten. Maar als je blijft klagen en elkaar de schuld geeft, dan vernietig je je relatie.”

God voorziet

Niet alleen bij relatieproblemen adviseert Moses het eren en prijzen van God; ook wanneer een praktisch probleem zich aandient, is het vieren van feest het eerste wat bij de pastor opkomt. Toen de gemeente van Moses twee jaar geleden te horen kreeg dat ze hun kerkgebouw moesten verlaten, gingen ze niet bij de pakken neerzitten. Nee, ze organiseerden een avond waarop ze God dankten. “We hebben Hem gedankt voor dat probleem. ‘Dank U, Vader, voor deze mogelijkheid voor een wonder. We hebben geen plaats om naartoe te gaan, maar we weten dat U daarin voorziet.’”

En dat gebeurde. Toen kerkleden op een avond in de buurt aan het bidden waren voor buurtbewoners, vertelde God Moses dat ze het gebouw dat vandaag de dag hun kerk is, moesten claimen. “Ik dacht: hoe kan dat? Dat gebouw is nog steeds in gebruik.” Toch luisterden ze, hieven hun handen omhoog en claimden het gebouw. “We konden dat doen, omdat we wisten dat dit gebouw van God is, want alles is van Hem.”

Kies je voor klagen of voor vieren?

Een maand later stond het pand leeg. “We hebben een verzoek ingediend om dit gebouw te mogen huren. In eerste instantie zou het ons 6000 euro per maand kosten, dat is voor ons veel geld. Na gesprekken mochten we het voor 4350 euro huren. Voor ons is dat nog steeds veel geld, maar we hadden geen keus. We weten dat God dit gebouw voor ons bestemd heeft, dus Hij voorziet. We zijn dit gebouw in getrokken in geloof en zitten hier nu twee jaar. Tot nu toe hebben we iedere maand genoeg geld gehad om de huur te betalen. Het eren en prijzen van God mondt uit in veel zegeningen.”

'Ga al prijzend'

Enthousiast vervolgt Moses: “Kijk maar in de Bijbel naar bijvoorbeeld het moment dat de apostel Paulus in de gevangenis zat. Hij had daar kunnen zitten klagen: ‘Heer, ik heb U al die jaren gediend, waarom komt U mij niet redden?’ Hij had veel om over te klagen, maar nee: hij begon God te eren. Hij zong liederen en loofde God. En wat gebeurde er? Een wonder. Zijn boeien braken, de deuren gingen open, en hij was vrij. Zo zijn er in de Bijbel veel van dit soort momenten. In het Oude Testament lees je in 2 Kronieken 20 over Josafat. Het volk van God trok daar ten strijde tegen een paar machtige landen. God zei: ‘Ga al prijzend en feest vierend.’ Hoe kun je ten strijde trekken, terwijl je aan het zingen bent en God prijst? Maar ze deden het en God gaf hun de overwinning.”

Niet uitbundig

Dat deze manier van dankbaar zijn en vieren niet zo in de Nederlandse aard ligt, voelt Moses feilloos aan. Lachend: “Jullie houden ervan om te klagen.” En toch vormt die culturele ‘achterstand’ geen reden tot paniek. “Ik snap dat je die neiging moeilijk kunt overwinnen, omdat het deel uitmaakt van de dynamiek in de maatschappij. Maar als christen vind je je identiteit niet alleen in het zijn van een Nederlander, maar ook – en vooral – in het zijn van een kind van God. Je hebt als mens altijd de keuze om op een bepaalde manier te reageren op een situatie. Kies je voor klagen of voor vieren?”

Bij ons in de migrantenkerk vieren we álles

Overigens hoeft dat vieren niet altijd uitbundig. Het kan ook zonder te zingen of te dansen. “Ga rustig zitten, ontspan je en prijs de Heer vanuit je hart.” Het draait allemaal om je hart en niet om de uiterlijke verschijning, benadrukt Moses. “Ik kan zingen en dansen, maar als mijn hart niet meezingt en -danst, dan heeft dat geen effect. Het is dan gewoon entertainment.”

'Deel van ons DNA'

Rustig feesten is trouwens niet zo weggelegd voor de mensen bij hem in de gemeente, geeft hij lachend toe. “Bij ons in de migrantenkerk vieren we álles. We houden ervan om te dansen, te zingen en te eten. Ik denk dat het deel uitmaakt van ons DNA. We komen hier iedere zondagochtend samen. Allemaal mensen met hun eigen problemen en uitdagingen. Zo ondervinden sommigen moeite met de aanpassing aan de Nederlandse cultuur, zijn er relatieproblemen én – het grootste probleem – bellen mensen ons vanuit ons vaderland op om geld te vragen. Ze denken dat het hier van straat te rapen is en geloven niet dat we dat niet hebben.” Na een korte pauze: “Als je dan op zondagochtend hier samenkomt om God te prijzen, geeft dat veel opluchting, hoop, rust en helderheid van geest.”

Het stemt de pastor verdrietig dat veel jonge mensen in Nederland niet meer naar de kerk gaan. “Ik denk dat dat deels komt door de manier waarop mensen hier hun geloof beleven. In veel Nederlandse kerken is het erg stil. Te stil. Ik denk dat jonge mensen liever willen feesten. Nu zitten ze in de kerk, terwijl iedereen om hen heen zwijgt. Het is belangrijk dat de kerk mee verandert met de maatschappij. Doet zij dat niet, dan gaat ze dood. Dus Nederlandse kerk, trek je dansschoenen aan en feest!”

Gewoon proberen

Het vieren van God en van het leven is geen hogere wiskunde, licht Moses toe. Je moet alleen maar begrijpen hoe je dit viert, wat dit geschenk van God je brengt, en vervolgens begin je gewoon. “Kijk maar naar de adelaars. Zij leggen hun eieren heel hoog op een rots. Wanneer het ei uitkomt, moet de baby-adelaar leren vliegen. Om die vleugels te ontwikkelen duwt de adelaar zijn jong van de rots af, zodat hij kan oefenen. En hij worstelt, worstelt en worstelt, totdat de moeder-adelaar hem weer oppikt – om hem vervolgens weer van de rots te gooien. Zo leert een adelaar vliegen door het gewoon te proberen.”

Beeld: Ruben Timman

Geschreven door:

Elsina Neutel

Redacteur

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons