Stef Bos over 'De kist': ‘Als je de dood ontkent, ontken je ook het leven’

Waarom de zanger graag op tv in gesprek ging over de dood

Fantastisch vond Stef Bos het, om op tv in gesprek te gaan over de dood. “Mijn filosofie is: als je bang bent voor de dood, ben je bang voor het leven,” legt hij uit. Juist daarom baart het hem zorgen dat we steeds meer grip proberen te krijgen op de dood in onze maakbare samenleving.

Toen hij laatst op de Belgisch-Nederlandse grens in een kerk optrad, zag hij hier een letterlijk voorbeeld van: “Ik speelde in een ontwijde kerk – een katholieke kerk die buiten gebruik geraakt was. Rondom het gebouw stonden graven, zoals je wel vaker ziet bij oude kerken. Zo’n mooie metafoor vind ik dat: eeuwenlang hebben we geleefd met de doden onder ons. Maar ik zag aan elk graf een formulier hangen. De graven werden binnenkort geruimd, want de grond rondom de kerk kreeg een andere bestemming. Daar zijn vast praktische en goede redenen voor. Toch dacht ik: oei, dit typeert onze tijd. Wij willen de dood naar de periferie van onze samenleving duwen. Alsof het geen deel van ons vormt. Ondanks onze verwoede inspanningen hebben we júíst de grote dingen van het leven niet in de hand – of het nu gaat om geluk of verdriet, geboorte of sterven – en daarin ligt schoonheid verborgen. Dat is het mooie van een tv-programma als De Kist: door het over de dood te hebben, heb je het eigenlijk over het leven. Als je het ene ontkent, ga je ook het andere ontkennen.”

Schakeltje in een reeks van geslachten

“Rond m’n 40e begon ik te beseffen dat ik vooral m’n voorouders ben. Toen kreeg het leven zin. Het plaatste mijn ego op een tweede plek. Ik weet dat ik een schakeltje ben in een reeks van geslachten. Dat gaf mij geruststelling.”

Stef Bos in ‘De Kist’ in januari 2014.

“Toen ik jong was, zat ik eens in een vliegtuig en dacht ik dat ik een fantastisch liedje had geschreven,” vertelt Stef Bos. “Stel je voor dat het vliegtuig nu neerstort, dacht ik, dan heb ik het nog niet opgenomen. Toen vond ik dat een angstaanjagende gedachte, nu vind ik het vooral egocentrisch. Na de Tweede Wereldoorlog is muziek een commercieel circus geworden: de hits moeten scoren. Maar aan het begin van mijn muziekcarrière zei mijn vader tegen me: ‘Jongen, als je op het podium staat, moet het wel van betekenis zijn. Je moet daar niet voor je eigen ego staan.’ Het gaat niet om mij. Hoe ouder ik word, hoe meer ik besef dat ik een schakel in een keten ben. De beste muzikanten musiceren voorbij zichzelf. Ze verliezen zich in de muziek en worden dienstbaar aan de mededeling. Dat is zó’n geruststelling: ik mag meebouwen aan de kathedraal, door samen met een heleboel andere mensen één steen te leggen.”

Nu vind ik dat vooral een egocentrische gedachte

Olielamp

“Mijn moeder is in 1998 overleden, ze was al enkele jaren ziek. Mijn moeder heeft mij het leven gegeven, maar ze heeft me ook de dood gegeven, door te laten zien hoe je dat doet: sterven. Ze is met een soort lichtheid weggegaan. Zij wist waar ze naartoe ging. ‘Ik ga naar mijn vader’, zei ze, waarbij ze even in het midden liet of ze daarmee God bedoelde of haar eigen vader, van wie ze enorm veel had gehouden.

Vlak voordat ze stierf, gaf ze haar drie kinderen een olielamp. ‘Ik geef het licht aan jullie door,’ zei ze. Dat hele ziekte- en stervensproces zo meemaken, en dat je dan ook nog iets geeft: dat heeft bij mij de angst voor de dood weggehaald. Als je zo kan vertrekken, in die rust, dan is dat een geschenk.”

“Ik kom uit een protestants nest: de katholieke traditie van kaarsjes branden, kende ik niet. Maar sinds ik de olielamp van mijn moeder heb gekregen, vind ik het wel mooi om bij tijd en wijle een kaarsje aan te steken. De olielamp heb ik ook nog, maar het topje is kapot. Tegelijkertijd is ook dat tekenend als je iemand verliest aan de dood. Aan het begin hecht je nog aan dat soort uiterlijke rituelen. Maar het olielampje zit gewoon vanbinnen natuurlijk: het brandt de hele tijd in mij. Als ik bijvoorbeeld op het podium zing, is dat voor een groot deel mijn moeder. De manier waarop ik de zaal in kijk, dat is zij – dat is proberen het licht te verspreiden.”

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons