Door welke bril kijken wij naar de Bijbel?

'Lees mee over de schouder van de geadresseerde'

Het is een open deur, maar verschillende mensen lezen op verschillende manieren de Bijbel. Bescheidenheid bij het lezen is geboden; als rijke, vrije, westerse mensen zouden we weleens veel van de Bijbelse boodschap kunnen missen.

Het is halverwege de jaren zeventig, en Nicaragua, het grootste land van Centraal-Amerika, zucht onder het meedogenloze bewind van de familie Somoza. De familie heeft 40 procent van de economie en bijna een derde van het land in handen en perst de bevolking onbarmhartig uit. Op de kleine Solentiname-eilandenarchipel in het zuidoostelijke puntje van het Meer van Nicaragua komt iedere zondag een groep inwoners, hoofdzakelijk boeren en vissers, bij elkaar om stukjes uit de Bijbel te bespreken.

Knarsetandt

Op een zondag is de gelijkenis van de talenten aan de beurt. De priester die de bijeenkomsten leidt, leest uit Matteüs het verhaal voor: hoe een rijke man op reis gaat, zijn dienaren een stuk van het bezit geeft en hen bij terugkomst afrekent op hoe ze met dat bezit zijn omgegaan. De dienaren die het hebben geïnvesteerd en hebben vermeerderd, worden beloond; de dienaar die het bezit heeft begraven, wordt gestraft. De priester leest de laatste zin: “Die nutteloze dienaar, gooi die eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt.”

Wat een beroerde gelijkenis

Even is het stil. Dan zegt William, een plaatselijke dichter: “Wat een beroerde gelijkenis.” De priester vraagt hem waarom. “Omdat het over speculeren met geld gaat; dat veroordelen we.” En hij vervolgt: “Het is een harde meester, die maait waar hij niet heeft gezaaid, en oogst waar hij niet heeft geplant.” Zijn vrouw vraagt: “In die tijd waren er toch alleen meesters en dienaren? Jezus geeft vast een voorbeeld dat de mensen begrijpen; alle dienaren moesten toen werken met de talenten en het geld van hun meester, dus daarom geeft hij dat voorbeeld.”

Jezus, concluderen de eilandbewoners na een stevige discussie, ontmaskert met dit verhaal het onrecht in de samenleving. Hij laat zien hoe onrechtvaardig de heersende klasse is, die mensen voor zich laat werken en hun winst zelf opstrijkt. En wat de gevolgen zijn als je weigert mee te gaan in dat systeem en het onrecht zelfs benoemt: je wordt buiten de samenleving geplaatst, weggeworpen. Of je verdwijnt zelfs. De rijken worden rijker over de rug van een ander, de armen zijn wegwerpmateriaal. Ze voelen zich door Jezus gekend en gezien in hun situatie en gesterkt in hun verlangen naar vrijheid.

Bevrijdend nieuws

De priester, Ernesto Cardenal, beschrijft dit gesprek in zijn boekenserie The Gospel in Solentiname. Hij noteert daarin hoe de lijdende bewoners van de Solentiname-archipel het evangelie lezen en hoe ze ontdekken dat het bevrijdend nieuws is voor onderdrukten. Dat staat diametraal tegenover de lezing die doorgaans in de kerken van het Westen klinkt. Daar horen we dat dit verhaal een aanmoediging is om te woekeren met de gaven die God je geeft. Een oproep tot rentmeesterschap.

Hoe sterk vertekent die bril wat God wil zeggen?

De vraag is niet per se of de interpretatie van de Solentinamese gelovigen juist is. De vraag is: met welke bril lezen wij de Bijbel? En hoe sterk vertekent die bril wat God wil zeggen? “De Bijbel is Gods liefdesbrief voor jou,” hoorde ik als tiener. Ik ben diep dankbaar voor die boodschap; ze zorgde ervoor dat Gods liefde tastbaar werd en de Bijbel geen abstract verhaaltjesboek bleef. Maar eerlijk is eerlijk: op de enveloppen van deze liefdesbrief staan vaak heel andere adressen. Ze zijn geschreven aan het volk Israël dat voortdurend werd bedreigd en overlopen door vijanden. Aan mensen die in ballingschap leefden, als gediscrimineerde minderheid in een vreemd land. Of aan de eerste christenen; een klein groepje gelovigen, grotendeels arm of slaaf en voortdurend vervolgd.

Wij lezen de Bijbel als vrije, rijke mensen met keuzemogelijkheden. Ons wereldbeeld is compleet anders dan dat van de eerste lezers. Dat heeft te maken met de culturele verschillen (we lezen als Nederlanders een verzameling Joodse boeken) en met de tijd (onze verlichte, wetenschappelijke manier van denken staat haaks op het denken van de klassieke oudheid), maar ook met de politieke en economische situatie waar we in zitten. Heel kort door de bocht gezegd: de Bijbel is allereerst en grotendeels geadresseerd aan een onderdrukte minderheid. Wij als rijke meerderheid mogen over hun schouders meelezen.

Dat bewustzijn helpt bij het Bijbellezen. Het kan blinde vlekken blootleggen, eenzijdigheden voorkomen en ons helpen om Gods karakter te ontdekken in de Bijbel.

Ezechiël

De profeet Ezechiël schreef bijvoorbeeld zijn profetie aan de weggevoerde inwoners van Juda, die in Babylonische ballingschap vastzaten. We kennen vooral de teksten uit de laatste hoofdstukken, waarin God spreekt over het herstel. “Ik zal zelf naar Mijn schapen omzien en zelf voor ze zorgen,” belooft God in Ezechiël 34.

Uiteraard zijn de beloften primair voor Israël: een volk dat leed onder onrecht, dat een minderheid was in een land waar ze hun God niet mochten aanbidden. Niet precies de situatie waar wij als Nederlanders in zitten. Maar in Ezechiël staan ook profetieën aan de volken om Israël heen. Ze worden keihard aangepakt omdat ze onrecht toestonden, omdat ze zich vrolijk maakten om het lot van Israël of simpelweg omdat ze trots waren en vertrouwden op hun rijkdom. Het is een heel verschil of je dit leest als vervolgde minderheid, of als comfortabele, rijke meerderheid.

Zaligsprekingen

Of neem de Zaligsprekingen. Ze staan zowel in Matteüs als in Lucas. Matteüs is gericht op een vervolgde minderheid, waarschijnlijk in de buurt van Palestina. Hij benoemt dat gelovigen te maken krijgen met vervolging, haat, geselingen, rechtszaken. Zijn weergave van de Zaligsprekingen is een hart onder de riem van de lezers: “Jullie zijn zalig! Al ervaar je het misschien niet, in Gods wereld ben je gelukkig te prijzen!”

Wij lezen de bijbel als vrije mensen met keuzemogelijkheden

Lucas schreef zijn Evangelie waarschijnlijk aan een rijke Romein, Theofilus. Zijn weergave van de Zaligsprekingen is geen hart onder de riem, maar een schop onder het achterste: “Gelukkig jullie die arm zijn, honger hebben, huilen.” En even verderop: “Wee jullie die rijk zijn, wee hen die verzadigd zijn, wee hen die nu lachen.”

Het staat allebei in de Bijbel. Maar wij staan dichter bij de geadresseerde van Lucas dan die van Matteüs.

Verademing

Honderden Bijbelse puzzelstukjes kunnen op hun plek vallen als je beseft aan wie de boeken oorspronkelijk geschreven zijn. Wij kunnen hier worstelen met wraakpsalmen als Psalm 58; maar voor een christen die in Eritrea in een zeecontainer zit opgesloten, kan het een verademing zijn om te bidden: “God, sla ze de tanden uit de mond! Verbrijzel de kaken van die leeuwen!”

En andersom: wij kunnen de oproep in de brief van Petrus om de overheid te eren makkelijk voor kennisgeving aannemen. Maar ze is geschreven aan een gruwelijk vervolgde christenminderheid. Hoe moet het zijn om als christen in Noord-Korea deze teksten te bestuderen? En als je zelfs als vervolgden de overheid moet eren, wat moeten wíj dan met zo’n oproep?

Meelezen

Hoe leer je de Bijbel lezen over de schouders van de geadresseerden? Dat begint met het meelezen met anderen. Neem voor een Bijbelstudie eens geen westers dagboek, maar eentje uit een andere cultuur. Lees eens een verklaring uit een andere tijd, of van een minderheid. Ga in gesprek met andere christenen met andere achtergronden over de vraag hoe zij de Bijbel lezen.

De Bijbel is Gods liefdesbrief, in het bijzonder aan armen en onderdrukten. En het is, God dank, ook Zijn oproep om lief te hebben en recht te doen – misschien wel juist voor de rijken en vrijen. Aan ons de taak om te ontdekken wat de Geest tot de gemeente te zeggen heeft.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons