Marleen Stelling: ‘Ik kies voor de weg van vertrouwen en liefde’

Wat kreeg de EO presentator van huis uit mee over God en geloof, en waar staat ze nu?

in Geloven

In haar tienerjaren maakt Marleen Stelling (31) zich los van de kerk van haar jeugd en zoekt ze antwoorden op haar geloofsvragen in een studie theologie. Wat ze niet had verwacht, is dat die studie haar geloof helemaal af zou breken. Toch hield het daar voor haar niet op. “Ik geloof nu niet omdat het me is aangeleerd.”

Het geloof was vroeger bij Marleen thuis iets vanzelfsprekends. Elke zondag bezocht ze met haar ouders, broer en zusje de Nederlands-hervormde gemeente in Alphen aan den Rijn, waar ze ook is opgegroeid. “De zondag was traditioneel, we aten andere dingen en ik had een zondagse jurk, wat niemand op school begreep. En naar de kerk gaan, dat móést gewoon.

Een tijdlang zat mijn broer bij mijn oma in de kerk, ging mijn zusje naar de kinderoppas en was mijn vader organist, dus zat ik in mijn eentje bij mijn moeder. Zij had een neppe bontjas die rook naar mottenballen, die geur vergeet ik nooit. Het was zo fijn en intiem om samen met haar in de kerkbank te zitten.”

Grinnikend: “Als vierjarige mocht ik al wijn bij het avondmaal. Ik was een voeler – dat ben ik nog steeds – en beleefde het avondmaal als iets heel plechtigs. Ik snapte de dogma’s niet, maar voelde dat dit sacrament iets bijzonders was. We hadden het over het wezenlijke.”

Wat heb je van je ouders meegekregen over het geloof?
“Mijn vader is een kritische denker; hij heeft mij geleerd dingen niet zomaar voor zoete koek aan te nemen. Het bevragen van dingen heb ik van hem overgenomen. Ik wil altijd weten: waaróm? Mijn moeder heeft een diep vertrouwen en zei vaak oneliners als: ‘Als jij huilt, dan huilt God ook.’ Dat legde de basis voor geloven in een God die met mensen meeleeft.”

Een goddelijk cadeau

Naast kritisch denken heeft Marleen ook de liefde voor klassieke muziek van haar vader meegekregen. Thuis luisterden ze op zondag standaard naar Bach. “De muziek van Bach en Fauré maken veel indruk op me. Muziek kan mij optillen naar het hemelse, het voelt als een goddelijk cadeau. Ik hoor er de eeuwigheid in. Die zie ik trouwens ook in de natuur. Ik maak me veel zorgen om het klimaat, maar aan de andere kant: als we ergens beton op gieten en we halen het eeuwen later weg, groeien er weer plantjes. En dan beeldende kunst; het is wonderlijk dat je met papier, verf en een kwast ergens gaat zitten, en dat er dan iets gebéúrt. Als ik teken, verdwijnt de tijd. Die laag van het leven zie ik als de eeuwigheid.”

Beschuldigende God

In haar tienerjaren loopt Marleen vast in het godsbeeld dat ze heeft ontwikkeld en maakt ze zich los van de kerk van haar jeugd. “Mijn kerkelijke opvoeding vormt de basis voor mijn leven, maar als tiener zag ik God als een beschuldigende God die me altijd in de gaten houdt. De kerk hoorde er zó vanzelfsprekend bij, dat ik niet meer voelde in hoeverre het een bewuste, eigen keuze was. Ik vroeg me af: waarom doen we de dingen zoals we ze doen en wat voel ík daar dan bij?”

Wat heb je gedaan met die vragen?
“Ik ben ze blijven stellen. Ik zocht naar oprechtheid. Ik wilde geen tradities overnemen puur omdat het nu eenmaal zo hoorde. Ik wist op de middelbare school al snel dat ik theologie zou studeren, want ik verwachtte daar te ontdekken hoe het nu écht zit, los van alle geluiden die ik in de kerk, op school en thuis hoorde.”

Ik hoop lichtvoetiger te zijn

Heb je daar je antwoorden gekregen?
“Zeker niet, de studie in Leiden was heel wetenschappelijk. Het heeft mijn geloof tot op de bodem toe afgebroken, en ik was er niet gelukkig. Geloven werd gerationaliseerd en benaderd als een menselijke eigenschap. Bij elk verlangen naar zingeving bekeek ik mezelf alleen vanuit dat kader en dacht ik: zo werkt het nu eenmaal met mensen, het is aangeleerd automatisme. In die periode voelde ik de minste connectie met wie ik wilde zijn. Goede studievrienden – die ik nog steeds heb – sleepten me door de opleiding heen, samen zochten we naar antwoorden. Een paar jaar na het afstuderen kon ik mijn geloof pas weer opbouwen.”

'Die periode was nodig'

“Ik heb geen spijt van mijn studiekeuze,” vervolgt Marleen. “Die periode was nodig om alles wat ik dacht over het geloof kwijt te raken, en om iets op te bouwen wat de oprechtheid ademt waarnaar ik altijd heb verlangd. Ik geloof nu niet omdat het moet of omdat het me is aangeleerd. Vroeger zag ik God als Iemand met een bestraffende kant; je doet het wel of niet goed. Dat is veranderd. Het geloof voelt nu als een persoonlijke aangelegenheid, het maakt me vrij. Ik vertrouw er volledig op dat God het goede in mij heeft geplant. Ik streef niet meer naar het ideaal, maar durf te aarden in het echte leven: een bezielde, gebroken wereld.”

Taboeloze zoektocht

Sinds de breuk met de kerk van haar jeugd is Marleen op zoek naar een gemeente waar ze zich thuisvoelt. Ze noemt het een taboeloze zoektocht, die ze maakt in het EO-programma Zie je zondag! “Wat ik in een kerk zoek? Ik ervaar het kerk-zijn in vriendschappen, waarvan ik een aantal goede heb overgehouden aan het programma. Veel mensen die ik heb ontmoet, willen geloven op dezelfde manier als ik: het geloof beleven, dóórleven. Ik zou me willen verenigen met een club mensen die gelooft in een wereld waarin rechtvaardigheid hoog staat en waarin we open zijn naar elkaar, zonder te oordelen. Wellicht vind ik nooit een gevestigde kerk waar ik me bij aansluit. Tegelijkertijd voel ik me verantwoordelijk; de kerk waarborgt een traditie waarin ik dan niet zou investeren. Het instituut krimpt, maar ik vertrouw erop dat de kernwaarden van het geloof blijven bestaan.”

Wat betekent het geloof voor jou?
“Vroeger werd ik erg gepest; toen dacht ik dat dat erbij hoorde als christen – terwijl ik niet eens om mijn geloof werd gepest. Ik hoorde bijvoorbeeld uit de Bijbel dat het aardse bestaan zwaar is, maar dat in de hemel de schatten klaarliggen. Door het pesten snapte ik dat we in een gebroken wereld leven. Nu ben ik een vechter. Ik houd mij vast aan Jezus’ levensweg, die zich als een cyclus in mijn leven herhaalt. Er is een periode van groeien, van floreren – zoals Hij predikte en mensen genas. Daarna is er een periode van lijden en stilstaan bij je pijn, net als Jezus zich eenzaam voelde, maar daarin niet alleen was. Ik ervaar regelmatig donkere perioden, maar door Zijn levensverhaal vertrouw ik op wat daarna komt.”

Hoe ziet zo’n donkere periode eruit?
“Dan denk ik: waarom ben ik er eigenlijk, ben ik wel van waarde? Oude pijn. Door het pesten heeft een deel van mijn ziel geen beschermlaagje. Jezus leert me dat ik de kracht heb om die donkerte te dragen. Die kwetsbaarheid stelt me ook open voor wat er om mij heen gebeurt. Een kleine verandering in iemands gezichtsuitdrukking of stem zorgt ervoor dat ik weet wat er in iemand omgaat.

‘Door het pesten heeft een deel van mijn ziel geen beschermlaagje’

Wat mij troost, is het besef dat ik geliefd ben in een hemels perspectief. Zo kijk ik ook naar anderen; alsof ze een geschenk uit de hemel zijn. Als ik voor programma’s mensen interview, ga ik bij uitstek niet uit van hoe het hoort of wat zou moeten. Nee, ik wil het unieke van iemand naar boven krijgen. Dat vraagt moed, want met mijn bagage van het pesten is dat soms spannend. Ergens zit een stemmetje dat zegt: ‘Wie heb ik voor me, gaat deze persoon mij geen pijn doen?’ Maar ik kies voor de weg van vertrouwen en liefde.”

Wie is God?

Sinds tweeënhalf jaar is Marleen moeder van haar zoontje Gabriël. Ze is nieuwsgierig naar het verloop van zijn geloofsreis, die al anders begint dan de hare. “Ik groeide op in het hart van de kerkelijke cultuur, maar Gabriël niet, doordat wij geen eigen gemeente hebben. Ongetwijfeld hoort hij – als hij ouder is – van mij waarin ik geloof en wat ik belangrijk vind. Het begint nu al: pas zong ik een liedje over God en toen vroeg hij wie God is. Ik antwoordde: God is liefde die je niet kunt zien, maar die er wel is. Ik hoop dat Gabriël, als hij ouder wordt, voelt dat hij goed is zoals hij is, en dat hij het goede in zich draagt. Nu leer ik vooral van hem, zoals leven in het moment, veerkrachtig zijn, en fantasie uitleven. Daardoor kan ik mijn geloof makkelijker verbeelden.”

Lichtvoetiger

En het verloop van haar eigen geloofsreis? “Mijn gevoel zegt dat mijn geloof zich gaat verdiepen. Vroeger waren de kritische stemmen luid: ‘Hoe weet je dat nou?’ en ‘Waarom dan?’ Nu voel ik in mijn hart die werkelijkheid waarvoor ik kan kiezen. Net als dat ik ervoor kan kiezen ieder mens met een open hart tegemoet te treden en te zien als cadeau van de eeuwigheid. En ik hoop lichtvoetiger te zijn. Doordat ik momenten uit mijn jeugd steeds beter begrijp, leer ik mezelf kennen en wordt mijn leven lichter. De butsen die ik opliep, maakten een tobber van me. Nu ervaar ik godsvertrouwen: ik ben goed zoals ik ben.”

Beeld: Ruben Timman

Tekst: Anouk van de Schootbrugge

Met dank aan: Coloured Goodies

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons