Christelijke overdenking: Dood doet leven

Hoe kun je goed omgaan met de dood?

in Geloven

De dood komen wij in het leven niet graag tegen. We mijden haar blik en we voelen ons onhandig in haar nabijheid. Diep in ons hart zijn we bang voor de dood. En toch, zegt de Prediker, is het beter om te verkeren in een huis van rouw dan in een huis waar gefeest wordt. Waarom? Is er een manier waarop je goed met de dood kunt omgaan?

We liepen over de begraafplaats naar het graf van onze vriendin. Haar man wilde zo graag de steen laten zien en de beplanting waarover hij zo goed had nagedacht. En inderdaad, het was prachtig. Helemaal zoals zij was. En net alsof ze er was. Dat voelde ik door het gemis en verdriet heen, en dat luchtte me op. Ik nam me voor er vaker heen te gaan, iets wat ik zelden heb op een begraafplaats.

Mijn man ervoer op dat moment iets heel anders. “Zag je dat?” vroeg hij later in de auto, “er lagen heel veel mensen uit mijn geboortejaar. Ik werd er niet goed van.” Dat begreep ik helemaal. Echtgenoot heeft wel drie levens nodig om al zijn plannen uit te voeren en bidt elke dag of hij heel oud mag worden. De dood is in zijn leven absoluut niet welkom. En toch zou de dood hem kunnen helpen een keus te maken uit zijn 101 plannen. Want wat is in de aanblik van de dood nu echt, echt, echt belangrijk?

Tegen de zon in kijken

Ik denk dat mensen die in de bloei van hun leven zijn dit herkennen. Je bent druk met werk, kinderen, huis, kerk en nog veel meer. In dat volle leven past de dood op geen enkele manier. Maar dat druk zijn, dat met volle agenda’s rondrennen van de ene activiteit naar de andere is nu precies de manier waarop velen hun angst voor de dood wegdrukken.

God zij geloofd voor onze zus de dood

Dat is althans de analyse van de Joods-Amerikaanse psychiater en schrijver Irvin Yalom. In zijn boek Tegen de zon in kijken constateert hij dat de angst voor de dood bij tieners en pubers sterk aanwezig is en dat zij die bestrijden door gewelddadige games te spelen en oorlogsfilms te kijken. Daarna drukt de (jong)volwassene zijn doodsangst weg door het heel druk te hebben met van alles en nog wat. En als enkele decennia later de kinderen het huis uit zijn en het pensioen nadert, slaat de doodsangst in alle hevigheid toe.

Die mensen krijgt Yalom in zijn spreekkamer en hij leert hun om met de dood om te gaan. Maar, zegt hij: “Het is niet gemakkelijk je elk moment van je leven bewust te zijn van de dood. Het is alsof je probeert tegen de zon in te kijken. Dat houd je ook maar heel even vol.”

Schedel in de cel

Yalom laat zich inspireren door denkers uit de oudheid. Door de stoïcijnen met hun ‘memento mori’: gedenk dat gij zult sterven. Want, zeiden ze, wie regelmatig aan de dood denkt, denkt ook goed na over het leven. Daarom hadden de monniken in de middeleeuwen een schedel in hun cel liggen: dat herinnerde hen aan hun sterfelijkheid en dus aan de kunst van het leven. Kerkvader Augustinus zei: “Pas oog in oog met de dood wordt iemands eigen ik geboren.”

De dood vernietigt en redt

“De fysieke dood vernietigt ons, maar het idee van de dood redt ons,” constateert Yalom. En dat vind ik een intrigerende uitspraak. De confrontatie met de dood maakt dat je je aandacht verschuift van hoe je leeft naar dát je leeft. In je alledaagse leven ga je helemaal op in het hoe, met uiterlijkheden als bezit, schoonheid en aanzien. Maar als de dood om de hoek kijkt, denk je plotseling na over het waarom, het waartoe. Op die momenten ben je meer ingesteld op het aanbrengen van belangrijke veranderingen in je leven. Daarom is het goed om de dood van tijd tot tijd toe te laten in je leven. Om af en toe, heel even, tegen de zon in te kijken. Om het huis waar gerouwd wordt niet over te slaan op weg naar het huis waar gefeest wordt.

Geen wanhoop

Yalom schrijft: “Ik heb tien jaar lang intensief met patiënten gewerkt die binnen afzienbare tijd aan kanker zouden sterven en ik heb ervaren dat velen van hen niet tot diepe wanhoop vervielen, maar ingrijpend en in positieve zin veranderden. Ze reorganiseerden hun prioriteiten. Ze eigenden zich het recht toe de dingen die ze eigenlijk liever niet deden ook echt niet te doen. Ze communiceerden diepzinniger met degenen van wie ze hielden en genoten meer van de seizoenen, de natuur, Kerst of nieuwjaar. Velen vertelden dat ze minder bang voor anderen waren geworden, meer bereid risico’s te nemen en zich minder druk te maken als ze werden afgewezen. Iemand zei: ‘Wat doodzonde dat ik heb moeten wachten tot het moment dat mijn lichaam vol kanker zat voordat ik leerde leven.’”

Het is nog altijd de laatste vijand

Levensangst

De angst voor de dood kan je verhinderen het leven ten volle te leven. Doodsangst is levensangst. Maar wie de dood op een gezonde manier toelaat, leert te kiezen voor de dingen die echt belangrijk zijn. Dat is in eerste instantie niet leuk, want de aanblik van de dood is lelijk. Het is nog altijd de laatste vijand, het monster waar Jezus drie dagen hel voor moest doorstaan om hem te overwinnen. Maar toch, dat ‘memento mori’, gedenk dat gij sterfelijk zijt, is een vruchtbare gedachte. Door de dood te durven zien, word je meer mens, meer ‘ik’. Dood doet leven.

De dood in vermomming

Een aangrijpende gebeurtenis kan een trigger zijn om na te denken over hoe je leeft. En of je daar iets aan wilt veranderen. Dat kan bijvoorbeeld het overlijden van een dierbare zijn, of als je zelf ziek wordt, als je een ongeluk krijgt, als je kinderen het huis uit gaan, als je je baan verliest of met pensioen gaat. Zo’n verlieservaring is eigenlijk een glimp van de dood. De dood in vermomming. En dat zijn de momenten waarop je kunt denken: o ja, ik ben kwetsbaar, ik ben eindig, ik leef. Maar wil ik iets veranderen aan hoe ik leef?

Niet minder lelijk

En nu denkt iemand misschien: ‘Juist omdat de dood door Jezus overwonnen is, hoeven wij er toch niet meer bang voor te zijn? De dood is een doorgang naar het eeuwige leven, daarna wacht ons de heerlijkheid.’ Dat is waar natuurlijk, maar dat maakt de dood niet minder lelijk en het verdriet om een sterven niet minder groot. De dood hoort niet bij God, want God is een God van levenden. Jezus huilde bij het graf van Zijn vriend en God huilt nog altijd bij elk graf. Hij heeft tenslotte niet voor de dood gekozen. Maar ik zou me wel kunnen voorstellen dat de dood een zus kan worden, zoals Franciscus van Assisi zegt in ‘Het Zonnelied’: “God zij geloofd voor onze zus de dood. Geen mens kan haar ontlopen.” Ze is zo’n zus die je op de schouder tikt, je even apart neemt en vraagt: “Wat doe je nu? Waarom leef je? Wat is nu echt belangrijk? Besef je wel dat Gods eeuwige armen onder je zijn en dat je nooit dieper kunt vallen dan in die armen?”

Neem het risico, durf te kiezen, geniet en leef!

Tekst: Theanne Boer

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons