Bijbelvertaler Ilse Visser werkte mee aan NBV21: de Bijbel voor de 21e eeuw

'We zagen in dat het nóg beter kon'

Bijbelvertaler Ilse Visser

Ze stond al ingeschreven bij de diergeneeskundefaculteit. Maar een preek liet de langgekoesterde droom van domineesdochter Ilse Visser (1984) om dierenarts te worden ineens verdampen. Ze werd Bijbelvertaler, werkte jaren in Malawi en was nauw betrokken bij de NBV21, die woensdag verscheen. “Taal raakt je óf gaat over je hoofd heen.”

Stel je een jong meisje voor dat, zodra ze kan lezen, spontaan allerlei Bijbelvertalingen naast elkaar legt om uit te pluizen hoe bepaalde teksten in verschillende Nederlandse vertalingen worden weergegeven. Ilse – om haar gaat het – kan er decennia na dato wel om grinniken. Ondanks haar vroege fascinatie had ze nooit kunnen bedenken dat ze op een dag Bijbelvertaler zou worden. “Ik had me als tiener zelfs stellig voorgenomen in ieder geval nóóit iets met theologie, kerk en geloof in mijn werk te gaan doen.”

Dierenarts, dat zou ze worden.

Geen twijfel mogelijk.

Nergens wortelen

Ilse groeide met haar jongere broer en zus op in hervormde pastorieën, als oudste kind van ds. Paul Visser (onder meer bekend van het EO-programma De Kapel). “We verhuisden om de vier jaar, als hij weer een beroep aannam vanuit een andere gemeente,” vertelt ze thuis op de bank in een nieuwbouwwoning in Oegstgeest. “Daardoor kun je als kind nergens echt wortelen.”

Die verhuizing vond ik vreselijk

Eén keer heeft ze dat als bijzonder pittig en pijnlijk ervaren. “Ik was 14 toen we vanuit Bergambacht naar Den Haag verhuisden. Een van de moeilijkste leeftijden om zo’n overgang te maken, omdat je dan net een beetje echte vrienden begint te krijgen. Die verhuizing vond ik vreselijk; ik heb er wel voor gekozen om op dezelfde middelbare school te blijven, al was dat verder reizen. Tegelijk denk ik dat dit ‘nomadische bestaan’ me wel geholpen heeft toen ik later naar Afrika verhuisde; het maakt je flexibel.”

Op een zondagmorgen

Dat ze in 2008 naar Malawi vloog, heeft alles te maken met die verhuizing naar Den Haag. Ilse zat inmiddels in het examenjaar van het vwo en had zich ingeschreven bij de faculteit diergeneeskunde. Maar op een zondagmorgen luisterde ze naar een preek die haar toekomstplannen omverkegelde. “Geen idee meer wie de voorganger was, of waarover hij preekte,” blikt Ilse terug. “Het enige wat ik weet, is dat het erover ging hoe weinig mensen nog voor de theologiestudie kozen, en hoe waardevol het was om dat te doen. Iets in die preek liet me niet meer los.”

Sprak je er met je ouders over?
“De eerste tegen wie ik het zei, een paar weken later, was mijn vader. Ik vertelde dat ik het nooit als een serieuze optie had overwogen, maar me nu afvroeg of ik toch geen theologie moest gaan studeren. Zijn reactie? ‘Laat het gewoon even rusten en neem geen overhaast besluit.’ Maar het gevoel dat ik er wat mee moest, werd sterker. Ik sprak er met anderen over, ging een keertje op die faculteit kijken, en toen dacht ik: dit is het. Nog voor mijn eindexamen heb ik me uitgeschreven bij diergeneeskunde.”

Theologie is een brede studie; had je enig idee wat je ermee wilde?
“Nee. Maar wel het besef: God wil kennelijk dat ik deze studie volg.”

Ilse Visser
Bijbelvertaler Ilse Visser werkte mee aan NBV21: 'Taal raakt je óf gaat over je hoofd heen.' (Beeld: Jacqueline de Haas)

'Overkill aan talen'

Op het vwo had ze Grieks en Latijn laten vallen. In het eerste jaar van haar theologiestudie moest ze daarom alsnog aan de bak met die twee talen, plus Hebreeuws.

Lachend: “Een soort overkill aan talen, maar ik merkte meteen hoe leuk ik talen vond. Later heb ik me daar ook in gespecialiseerd.”

Hoe kwam Bijbelvertaalwerk op je netvlies?
“Vooral door een boekje van een Bijbelvertaler. Dat opende mijn ogen: er zijn nog altijd zo enorm veel talen waarin geen Bijbel beschikbaar is. En dat terwijl het voor mijzelf altijd zó’n waardevol Boek is geweest. Soms ook gigantisch ingewikkeld, maar toch: er zijn altijd weer dingen die mij aanspreken, me raken. Wat ik zo bijzonder vind, is dat de Bijbel mensen in allerlei culturen en tijden blijft aanspreken. Kortom: ik houd van de Bijbel en van talen – waarom ga ik die kant niet op?”

‘Je bent nog jong’

Na een bachelor in Leiden behaalde Ilse haar master in Amsterdam (beide cum laude), waarna ze zich in Bijbelvertaalwerk specialiseerde. Tijdens haar master zocht ze contact met een zendingsorganisatie. “Ik wilde dolgraag naar Zuidoost-Azië, waar nog veel Bijbelvertaalwerk is te doen. De boodschap was: je bent nog jong – ik was 22 – en alleenstaand; je hebt nog geen ervaring met wonen in het buitenland. Zou je niet wat meer tijd nemen om… ouder te worden?”

Een fikse tegenvaller.
“Absoluut. Vooraf dacht ik: ik ben nu zover, bijna klaar om te gaan, en er is zo veel behoefte aan mensen… natuurlijk kan ik als Bijbelvertaler aan de slag. Maar de deur ging dicht.”

Nog een keer bellen

Naderhand werd ze gebeld door Gerrit van Steenbergen. Namens United Bible Societies was hij verantwoordelijk voor verschillende vertaalprojecten in Afrika. “Via-via had hij mijn naam gehoord; hij belde met de vraag of ik bij een project in Malawi wilde komen werken. Mijn eerste reactie was: nee, ik heb nét gehoord dat ik te jong en te onervaren ben. Ik zei: ‘Je moet maar verder zoeken… Maar laten we over enkele weken nog een keer bellen, want ik ben er wel mee bezig.’”

Wie ben ik om te zeggen: ‘Ik zie het niet zitten?’

Niet toevallig

Toen Ilse de telefoon neerlegde, bad ze: ‘God, eigenlijk wil ik dit niet, en zie ik het niet zitten.’ “Want ik was al een paar keer kort in Afrika geweest, en het leek me een ingewikkelde context om in te werken. Maar toen ik diezelfde avond in een dagboekje mijn belijdenistekst las – ‘Jij hebt Mij niet uitgekozen, maar Ik heb jou uitgekozen’ uit Johannes –, wist ik: dit is vast niet toevallig; misschien moet ik er toch serieus over nadenken. Wie ben ik om te zeggen: ‘Ik zie het niet zitten?’”

Zo gebeurde het dat ze, ter oriëntatie, enkele maanden later samen met Gerrit een bezoek bracht aan het project in Malawi, waarna ze alsnog ja zei.

Naar Malawi

Na een voorbereidend jaar van trainingen en intensieve taalstudie in Nederland, vloog Ilse in 2008 naar Malawi. Daar raakte ze betrokken bij twee Bijbelvertaalprojecten, in de talen Tumbuka en Ellomwe.

Ging je alleen?
“Ja. Ik had wel een relatie met Arjan, maar nog niet lang. Hij wist dat ik me geroepen voelde om naar Afrika te gaan, maar zag dat zelf niet direct zitten. Ook omdat hij bij een groot consultancykantoor werkte en daar nog allerlei plannen had.”

Lastig om zo afscheid te nemen?
“Zeker, maar wel – van beide kanten – met een soort nuchterheid: we houden contact en zien wel hoe het zich ontwikkelt.”

De mooiste jaren

Na een halfjaar liet Arjan weten dat hij overwoog een sabbatical te nemen en naar Malawi te komen. “Hij voelde zich geraakt door het verhaal van Petrus die uit zijn boot moest stappen om – over de golven – naar Jezus te lopen, en wilde de sprong wagen.”

Al snel concludeerden Ilse en Arjan dat ze niet zonder elkaar verder wilden. “Dus besloten we te trouwen, in Malawi. Onze ouders waren erbij. Een jaar later vierden we het voor de rest van de familie en vrienden. Erg leuk om ons huwelijk ‘Malawiaans’ te vieren met de mensen in het dorp. En, bijzonder: binnen twee weken vond Arjan er ander werk. Hij zegt achteraf vaak dat het de mooiste jaren van zijn leven waren.”

Zeg jij hem dat na?
Ilse knikt. “Jaren met diepe dalen en hoge toppen. Wat die hoogtepunten betreft: ik heb met eigen ogen gezien wat het voor mensen betekent als ze, voor het eerst, de Bijbel in hun eerste taal kunnen lezen. Het is bijna niet uit te leggen hoezeer hen dat raakt. Zoiets lees je in foldertjes, maar nu zag ik het zélf, bij een project waar ik samen met lokale mensen aan heb meegewerkt.”

Je noemde ook ‘diepe dalen’; waar denk je aan?
“Het kost in een andere cultuur vaak veel meer tijd en energie om dingen voor elkaar te krijgen. Eén voorbeeldje: in ons kleine kantoortje viel de stroom vaak uit, waardoor het werk stillag. En in Afrika kun je niet om de rauwheid van het leven heen. Er zijn zo veel mensen overleden, of ernstig ziek geworden… Daar staat tegenover dat het fantastisch is als er mooie dingen ontstaan, zoals een gloednieuwe Bijbelvertaling.”

Ilse Visser: 'Taal verandert. Reviseren is geen overbodige luxe: de Bijbel wil begrepen worden.' (Beeld: Jacqueline de Haas)

Monsterklus

In december 2015 vloog Ilse, na zeven jaar Malawi, met haar gezin terug naar Nederland. Het ene project was af, het andere bijna. Grotendeels op afstand bleef ze als Bijbelvertaler betrokken bij het werk, tot het echt was afgerond.

Wat ze hierna zou gaan doen? Ze had nog geen idee. Wel stonden zij en Arjan beiden open voor een nieuwe periode in het buitenland.

Onverwacht klopte het Nederlands Bijbelgenootschap (nu het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap) aan: de organisatie zocht een ervaren Bijbelvertaler die kon meewerken aan een monsterklus: de revisie van de Nieuwe Bijbelvertaling uit 2004. “Dat sprak me direct aan. Tijdens mijn studie en later in Malawi heb ik veel met de NBV gewerkt, en ik ben haar enorm gaan waarderen om haar hoge kwaliteit.”

Wat was jouw taak?
“Het NBG vroeg me Matteüs, Marcus, Lucas, Hebreeën en Openbaring als ‘eerste vertaler’ onder de loep te nemen. We werkten in teams – twee Bijbelvertalers en twee neerlandici – en samen gingen we het hele Nieuwe Testament door, terwijl anderen het Oude Testament voor hun rekening namen. Geweldig leerzaam en mooi. Opnieuw door die teksten kruipen om samen het beste resultaat te bereiken.”

‘Dat is geen normaal Nederlands’

“De vreugde overheerst, maar het werk was soms ook frustrerend,” erkent Ilse. “Je denkt dat je je eigen taal goed kent, maar ik kwam weleens met een voorstel, waarop een neerlandicus reageerde: ‘Dat kan écht niet; dit is geen normaal Nederlands…’” Ze schiet in de lach. “Dat maakt je als Bijbelvertaler héél nederig.”

De Bijbel wil begrepen worden

Waarom is het reviseren van een Bijbelvertaling van tijd tot tijd nodig?
“Het hoeft natuurlijk niet altijd zo grondig als bij de NBV, met twaalfduizend wijzigingen. Maar deze vertaling verdient het; we zagen in dat het nóg beter kon. Er lag sowieso vanaf 2004 al een toezegging vanuit het Bijbelgenootschap: we publiceren deze vertaling, ontvangen graag feedback vanuit de kerken en zullen die serieus meenemen in een revisie. Bij mijn weten is het trouwens uniek dat een Bijbelorganisatie het zo heeft aangepakt bij de introductie van een nieuwe vertaling. Mede daarom vond ik het een voorrecht eraan mee te werken. Plus: taal verandert. Reviseren is geen overbodige luxe: de Bijbel wil begrepen worden.”

Niet achterblijven

Ze wijst naar de laptop en de smartphone die naast haar op de bank liggen. “Ons hele leven gaat van update naar update. Alles wordt up-to-date gehouden. Je kunt daar niet mee achterblijven als het om een Bijbelvertaling gaat, vind ik.”

Wat is anders het risico?
“Dat de Bijbel aan relevantie en actualiteit inboet. Ik ben blij dat we met de NBV21 de Bijbel weer positief op de kaart zetten. Die heeft toch vaak het stempel ‘verouderd’ en ‘niet meer van betekenis’ gekregen. Zo’n sentiment versterk je als je zegt: ‘Dit is een prima vertaling, je doet het er de komende vijftig of honderd jaar maar mee…’ Met deze revisie benadrukken we: de Bijbel is voor miljoenen mensen van grote betekenis en je moet er serieus mee omgaan.”

Ons hele leven gaat van update naar update

Je bent er zo intensief mee bezig: denk je dat je ooit uitgekeken raakt op de Bijbel?
“Nee. Het is zo’n rijk Boek; er zijn altijd weer nieuwe dingen te ontdekken.”

Heb je de NBV21 al in je handen gehad?
“Eventjes.” Lachend: “Best spannend om ’m open te doen.”

Waarom?
“Je bent toch bang iets tegen te komen waarvan je denkt: o nee, er staat tóch een foutje in...”

Beeld: Jacqueline de Haas

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons