Sjirk Kuijper: 'De lijn van Adam tot Jezus tot Sjirkje'

Wat kreeg Sjirk Kuijper van huis uit mee over God en het geloof en waar staat hij nu?

Sjirk Kuijper - hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad - groeide op als jongste in een vrijgemaakt-gereformeerd gezin van vier. “Er is een rotsvaste continuïteit: van Adam tot Jezus tot Sjirkje. En er is ook geloofsverlating. Maar God verlaat niet!”

Op zijn bureau op de redactie steekt Sjirk Kuijper iedere dag een kaars aan. Met dit “woordloze gebedsritueel” brengt hij tot uitdrukking dat hij “niet op eigen inzicht kan varen, maar het licht van de Geest nodig heeft.” In zijn ouderlijk huis in Hilversum werden zulke vlammen niet ontstoken – althans, niet bedoeld als gebedsritueel. Maar er waren wel degelijk vaste vormen, vertelt hij. “Mijn vader bad een standaardgebed, weliswaar zelfbedacht, maar toch iedere dag hetzelfde. Op verjaardagen gebruikte hij een afwijkende formule, overigens zonder de naam van de jarige te noemen. Dat werd dan iets als: ‘Wij danken U voor haar die U een nieuw levensjaar schonk.’”

En hoe zag het gebedsritueel voor het slapengaan eruit?
“Ik zong ‘Ik ga slapen, ik ben moe’. En onder de deken zong ik alle psalmen die ik geleerd had, uit verschillende berijmingen, uit mijn hoofd. Dat Sjirkje lag te zingen in bed, vonden ze beneden erg grappig.”

Mijn vader mocht geen ouderling worden

Wat kreeg je vroeger mee over het geloof?
“Dat het geloof het héle leven beslaat. Als registeraccountant had mijn vader dus ook opvattingen over financiële constructies als optiehandel. Dat vond hij gokken en daar had hij een diepe afkeer van. In de vrijgemaakte kerk lag een sterke nadruk op het verbond en daar ben ik nog steeds blij mee. God blijft trouw door de geslachten heen, het initiatief gaat van Hem uit en Hij komt niet pas als wij ja en amen zeggen. Bovendien groeide ik op met heilshistorische preken. De hele Bijbel, het Oude Testament dus ook, werkt toe naar de komst van Christus. Die benadering gun ik iedereen.” Ineens fel: “Dat is dus heel wat anders dan: ‘God zei zus en zo tegen Gideon en dús ook tegen mij!’”

Stampvoetend de kerk uit

Wie met Sjirk Kuijper over zijn geloofsopvoeding praat, praat niet alleen over zijn ouders, maar óók over dominees en schoolmeesters. Het past volgens hem in de klassieke opvatting van gezin-kerk-school. Toch ging de jonge Sjirk, anders dan zijn leeftijdsgenootjes uit de kerk, niet met de bus naar de vrijgemaakte lagere school in Amersfoort. “In die bus gebeurde volgens mijn vader alleen maar rottigheid. Wat ook zo was. Ik ging dus naar de protestants-christelijke dr. H. Bavinckschool, vooral omdat mijn opa die ooit had opgericht. Omdat wij niet naar de vrijgemaakte school gingen, mocht mijn vader geen ouderling worden.”

Andersom vielen de kerkdiensten bij vader Kuijper niet altijd in goede aarde. “Soms kwam hij letterlijk stampvoetend de kerk uit vanwege het simplisme dat hij in een preek had gehoord. Of door de muziek. De ene organist was een feest, terwijl het bij de andere zuchten, steunen en doorzetten was. Maar mijn ouders besloten nooit om dan maar niet te gaan.”

Die houding is Sjirk dierbaar. Voor coronatijd gingen hij en zijn vrouw iedere zondag tweemaal naar de kerk. “Je moet niet kijken hoe je pet staat, of je moe bent of welke dominee er op het rooster staat. Laat je niet leiden door gevoelens, maar door de goede gewoonte.”

Diepe wortels

Hij vertelt over zijn opa, geboren in 1875. En over zijn vader uit 1925. “Dat mijn opa zo lang geleden geboren is, heeft me altijd een besef van diepe wortels in de geschiedenis gegeven en relativeerde voor mij de impact van de Vrijmaking van 1944, die mijn opa niet heeft meegemaakt.”  

In NRC vertelde je eens dat de scheppingsopdracht jouw jeugd stempelde.
“Dat je je talenten moest gebruiken, kreeg ik niet zozeer thuis mee, maar vooral op school en in de kerk. Maar ik kon niet voldoen aan de standaard, ik was niet in staat om de voorbeeldige leerling te zijn. Dat legde een spanning op mij.”

Sjirk hoorde pas vorig jaar dat hij ADHD heeft. “Ik herinner me nóg dat ik bij rector Van Middelkoop in het kamertje stond vanwege tegenvallende resultaten. ‘Ik voel me er zondig onder,’ zei ik. Daar schrok hij een beetje van, want dat was nou ook weer niet de bedoeling. Het gemiddelde van mijn cijfers was net genoeg om een diploma te halen. De conrector zei bij mijn diploma-uitreiking: ‘Sjirk heeft het diploma niet verdiend.’ Hij bedoelde: ‘Jij hebt er nooit wat voor gedaan.’ Maar ik kón geen huiswerk maken, ik kon niet opletten.”

Je kunt er nog boos om worden.
Hij slaat met zijn hand op tafel. “Om die idiote theologie dat wij de ware kerk waren én omdat de school geen aandacht had voor hoe individuele leerlingen verschillend in elkaar steken. ‘Meneer, mijn gaven passen niet in dit systeem,’ zei ik toen. Heel pedant, natuurlijk, maar daar kwam het in feite wel op neer. Tot mijn dertigste was ik een gefrustreerde angry young man. In de jaren 90 schreef ik in het ND badinerende stukjes over de vrijgemaakte wereld. Om die reden ben ik er toen ontslagen. Maar er wáren jarenlang sektarische trekken in de vrijgemaakte kerk. Als iemand zich onttrok aan de gemeente werd er zó ernstig voor hem gebeden… Je kon er niet uit opmaken of hij naar de Christelijke Gereformeerde Kerk was gegaan vanwege een huwelijk met een meisje uit die kerk óf dat hij voor een criminele carrière had gekozen.”

Meneer, mijn gaven passen niet in dit systeem

Je dochters Sara en Josefien schrijven in ‘De getemde mens’, een bundel over moraal, dat ze bij jullie zagen dat je het geloof vooral in praktijk bracht door anderen te helpen.
“Ons motto thuis: ‘Leef niet voor jezelf alleen.’ Je moet ook omgaan met mensen die wat minder op je lijken, zoals psychiatrisch patiënten of asielzoekers. Van mijn ouders leerde ik dat tijd en bezit niet van jezelf zijn. ‘Ik verdien belachelijk veel,’ zei mijn vader, ‘dus geef ik mijn tijd gratis aan de kerk, de woningbouwvereniging, de schoolvereniging of het GPV.’ Hij was dus niet alleen christen op zondag. Van mijn moeder leerden we gastvrijheid. Ze was een entertainer die het leuk vond als we anderen mee naar huis namen. Onze jongste dochter Julia werkt knetterhard in de horeca; zij heeft het entertainende van mijn moeder: anderen naar de zin maken. Ze is geen kerkganger, maar vertelt op haar werk onbevangen over het geloof en zingt er christelijke liedjes. Sara heeft net haar studie theologie onderbroken om in het boekenvak te gaan werken.”

Wat heb je je dochters vooral willen meegeven?
Voor het eerst in het gesprek valt hij stil. Dan draait hij de interviewer geëmotioneerd de rug toe, rommelt wat in een kastje en zegt: “Er is maar één zin die bij de doop van mijn kinderen uitdrukte wat ik geloof…” Hij pakt een Liedboek voor de Kerken, bladert naar het beginregelregister en vervolgens naar lied 335 en leest met trillende stem voor. “‘Het water wacht, en ’t kind ontvangt Uw zegen. Gij spreekt het aan, het heeft een naam gekregen en niemand rukt het uit Uw macht.’ En: ‘Er is gedoopt! Wij allen zijn verbonden, het voorgeslacht, de ouders die hier stonden, de ganse kerk in één geloof.’” Glimlacht: “Sorry, ik ben licht ontroerbaar.”

Wat raakt je?
“Annemarie van Heijningen schreef in een column dat het ongeloof van je kinderen je eigen geloof doet schudden op z’n grondvesten. Dat ervoer ik in 2015 toen Josefien – niet uit balorigheid of recalcitrantie – vertelde dat ze geen maskerade meer wilde volhouden: ze zag zichzelf niet als christen. Alles hangt met alles samen: dezelfde frustratie over het vroegere onderwijssysteem, heb ik nu over de eenzijdige spiritualiteit in de kerk van vandaag, met haar nadruk op gevoel en ervaring. Josefien lukt het als zeer rationele wiskundige niet te geloven in een metafysische en persoonlijke god. Op haar zeventiende noemde ze zich atheïst; inmiddels agnost, omdat ook het atheïsme niet bewezen is. Maar ik ben er zo zeker van dat…” In tranen: “God heeft ook dit kind gemaakt! Hij weet wat ze wel en niet kan. Maar ze heeft een geloof aangeboden gekregen dat niet bij haar paste. De mensen uit de Bijbel leefden toch ook niet op een en dezelfde manier? Gelukkig zeg, niemand rukt ons uit Gods macht. Ook Josefien niet. Dat weet ik wel zeker.”

Zeg je daarmee dat haar ongeloof niet uitmaakt?
“Nee, dat zeg ik niet. Maar Gods goedheid is beter dan het leven, om het met Psalm 63 te zeggen. Het was aangrijpend om te horen, maar ik was blij dat ze zo eerlijk was.”

Jij staat in een geloofstraditie met je opa uit 1875 en je vader uit 1925. Wat doet het je dat een van je kinderen breekt met die lijn van geslachten?
“Er is enerzijds een rotsvaste continuïteit: van Adam tot Jezus tot Sjirkje. En er is anderzijds ook geloofsverlating. Maar God verlaat niet. Het begint bij God en het eindigt bij Hem.”

Beeld: Ruben Timman

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons