De 7 verrassingen van de barmhartige Samaritaan

Reinier Sonneveld over de bekende gelijkenis

Het verhaal van de barmhartige Samaritaan is een van Jezus’ bekendste gelijkenissen. Elke christen kent de clou. Maar er is nog veel meer te ontdekken. Schrijver en coach Reinier Sonneveld doet zeven verrassende inzichten op bij het lezen van deze parabel.

1. Wie niet helpt, heeft ook redenen

Het verhaal is bekend. Een man loopt van Jeruzalem naar Jericho. Hij wordt overvallen, beroofd en voor dood achtergelaten. Een priester ziet hem liggen en loopt er met een grote boog omheen. Zijn assistent, een zogeheten Leviet, even later ook. Uiteindelijk helpt nummer drie – een vreemdeling, een Samaritaan.

Als Jezus over die overval vertelt en vervolgens die priester introduceert, verwacht je dat die zal ingrijpen. Maar dat gebeurt niet. Dan denk je natuurlijk: ‘Wat vreemd, wat bezielde hem, hoe zit dit?’ Elke toehoorder kon dat destijds meteen invullen, want als je een lijk aanraakte, was je een week onrein. Voor de priester betekende dit dat hij dan niet in de tempel kon werken en flink wat salaris zou mislopen. De Samaritaan betaalt uiteindelijk twee daglonen (omgerekend een paar honderd euro) om het slachtoffer te laten verzorgen, maar die eerdere passanten riskeerden drie keer zo veel kwijt te raken.

We keuren het gedrag van die priester en die Leviet natuurlijk af. Maar laten we hen ook begrijpen. Ze hadden serieuze redenen om dat slachtoffer niet te helpen. Zoals wij serieuze redenen kunnen hebben om ergens niet aan bij te dragen. Aan verreweg de meeste problemen in de wereld doe jij niets en ik evenmin. Laten we niet te snel met ons vingertje zwaaien.

Als je dag is volgepland, heb je minder ruimte om te improviseren

2. Prop je dag niet vol

Wat we als hedendaagse lezers ook vaak missen, is dat die Samaritaan waarschijnlijk minder haast heeft. Samaria ligt nog een stuk verderop, terwijl de twee tempelmedewerkers waarschijnlijk in een naburig dorpje woonden. Zij kwamen daar net vandaan en waren onderweg naar hun werk of hadden net hun shift erop zitten en gingen terug naar huis om te slapen.

Een van de beroemdste psychologische onderzoeken gaat over deze haast. Priesterstudenten zouden over de barmhartige Samaritaan preken. Terwijl ze naar het zaaltje liepen, lag halverwege de route een acteur die een astma-aanval fakete. Als hun docent had verteld dat ze ruim de tijd hadden, hielp ongeveer twee derde de patiënt, als ze keurig op tijd waren ongeveer de helft, en als ze moesten haasten maar een op de tien! Als je dag is volgepland, kun je er weinig bij hebben. De Samaritaan moest waarschijnlijk tóch ergens overnachten, en had meer ruimte om te improviseren. Veel meer dan allerlei principes aanhangen of preken aanhoren, heeft een agenda met bewegingsruimte effect op je hulpvaardigheid.

Dat was pas echt radicaal geweest

3. Besteed uit wat je zelf niet kunt

De Samaritaan helpt vervolgens ruimhartig. Hij neemt een persoonlijk risico, want het slachtoffer had een lokaas kunnen zijn: de rovers konden op de loer liggen om de eventuele helpers vervolgens óók leeg te schudden. Maar hij neemt de tijd om ter plekke de wonden te verschonen en te verbinden en hij neemt de man mee naar een logement. De volgende ochtend betaalt hij de herbergier twee daglonen, genoeg voor ongeveer twee weken verblijf. Hij verwacht kennelijk na die periode hier weer te passeren en belooft dan de overige kosten te betalen.

De Samaritaan had ook langer in het logement kunnen blijven of zelfs de zwaargewonde man mee naar zijn eigen huis kunnen nemen, om voor hem te blijven zorgen. Dat was pas echt radicaal geweest, nietwaar? Dat slachtoffer was de dag ervoor ‘halfdood’ geslagen, zoals er staat, en had ongetwijfeld nog veel verzorging nodig. Maar de Samaritaan heeft ook andere verantwoordelijkheden, zoals waarschijnlijk zijn handel en zijn gezin. Hij kent zijn grenzen en besteedt de zorg uit. Zoals wij dat ook doen als wij geld geven aan hulpverleningsorganisaties. Dat is niet minder vroom of radicaal. Dat is gewoon het voorbeeld van de barmhartige Samaritaan volgen.

4. Wees kritisch op je eigen groep

Toen Jezus na die overval die priester introduceerde, verwachtte elke toehoorder dat deze man de held van het verhaal zou worden. Iedereen heeft voorbeeldfiguren, elke groep heeft leiders en idolen en richt daar standbeelden voor op. Uiteraard haalt de volgende generatie die standbeelden weer weg, maar die richt vervolgens natuurlijk nieuwe standbeelden op, die hun kinderen… et cetera.

Jezus nodigt je met Zijn verhaal uit om jezelf vragen te stellen over de groep waar jij bij hoort. Natuurlijk denken wij dat onze groep de wereld het beste helpt. ‘Wij, de rechtsen, wij zijn een zegen.’ ‘Niet, wij, de linksen, wij!’ ‘Nee, wij van de kerk, wij!’ ‘Niet, wij, de atheïsten.’ En ga zo maar door. Maar de wereld is niet altijd het meest geholpen bij jouw voorbeelden en helden. Durf kritisch op je eigen groep te zijn

5. Je leert het meest van wie je vreemd vindt

Toen Jezus de derde reiziger noemde, de Samaritaan, verwachtten de toehoorders – vermoed ik – dat die het slachtoffer nog een trap na zou geven. Als de priester en de Leviet al niets deden, hoe fout moest die Samaritaan – een vijand – dan wel niet zijn. Er waren recent gewelddadige aanslagen over en weer geweest, de spanningen tussen deze bevolkingsgroepen liepen hoog op. Er is trouwens tegenwoordig nog een kleine groep Samaritanen over in Israël, zo’n achthonderd mensen. Zelfs nu mogen Joden niet met hen trouwen.

Jezus maakt van deze vijandfiguur een voorbeeldfiguur. Dat verraste de toehoorders, en het irriteerde hen vast ook. Probeer dit eens bij jezelf: als je je ergert aan rechtse mensen, stel je dit verhaal voor met een hulpvaardige rechtse. Als je linkse mensen wantrouwt, vul dan een linkse als held in. Doe dit bij welke groep jij ook maar afkeurt of lastig vindt. Stel je eens voor dat zo iemand iets doet wat jij enorm bewondert. Hoe voelt dat?

6. God is waar je hem het minst verwacht

De vroege kerk gaf deze gelijkenis nog een extra twist. Ze stelde zich voor dat het slachtoffer Adam was, die wegliep van Jeruzalem – de heilige stad met Gods tempel – en onderweg was naar het verderfelijke Jericho, en aan deze heilloze keuze kapotging. In zijn redder zagen ze Jezus. Ook Jezus wordt in de evangeliën immers uitgescholden voor ‘Samaritaan’. En Hij is degene die ‘Adam’ redt van de ondergang.

In het Westen zijn we gewend om ons af te vragen wie van de drie passanten wij zijn. In Afrika identificeren de luisteraars zich vaker met het slachtoffer en is de vraag: van wie kun je hulp verwachten? De moraal daar is: je krijgt hulp van wie je het het minst verwacht. God werkt zelden voorspelbaar.

Jezus maakt van een vijandfiguur een voorbeeldfiguur

7. Er bestaan geen vaste indelingen

Jezus vertelt deze gelijkenis naar aanleiding van een vraag van een omstander: wie is de naaste die ik moet liefhebben? En daarmee vraagt hij tegelijk: wie niet? De vragensteller wil dus een definitie, een afbakening. Jezus eindigt Zijn gelijkenis met een tegenvraag: wie van die voorbijgangers is de naaste geworden? Dus niet wie de naaste ís, maar wie het wérd. Hij vraagt ook niet of het slachtoffer een naaste was, maar wie van de voorbijgangers.

Het gaat blijkbaar om jouw houding. Er bestaan geen vaste indelingen in wie wel of niet jouw aandacht verdient. Dat denken we wel vaak. Dan hebben we een soort standaardplaatje in ons hoofd van wie ‘zielig’ is en wie niet. Misschien vinden we dat vrouwen eerder hulp verdienen, misschien mannen, misschien witten, misschien zwarten – om maar een paar spannende, actuele indelingen te noemen. We hebben daar allemaal wel vooroordelen over. Jezus nodigt je uit die los te laten. Het gaat niet om groepen, wie erbij hoort, maar om jouw houding.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons