Dáárom gaan we zondags naar de kerk

Schrijver Reinier Sonneveld: 'De fysieke kerk heeft een unieke waarde'

Kerk in Texel

Wat is er eigenlijk bijzonder aan een kerk? Waarom gingen we ook alweer op zondag naar een dienst? Schrijver Reinier Sonneveld worstelt met deze vragen.

De meeste lezers van Visie zijn ongeveer een jaar lang niet in een kerkgebouw geweest. Bij een deel heeft dat een gevoel opgeleverd van: sjonge, lekker eigenlijk, waarom gingen we ook alweer elke zondag…? Een ander deel begon de fysieke kerk te missen en stond te trappelen om weer bij elkaar te komen.

Er is geen jaar geweest sinds de Tweede Wereldoorlog dat we als gelovigen, wereldwijd bovendien, zo intensief hebben nagedacht over wat een kerk betekent, en dan vooral: wat samenkomen in een kerkgebouw betekent.

Kunnen we zonder de kerk?

Voor mijzelf was het een echo van hoe ik als twintiger de zondagen doorbracht. Ik ben opgegroeid in een gereformeerd gezin, ging theologie studeren, maar al snel begon ik de kerkdiensten te mijden. Rond mijn dertigste begon ik er echter weer naar te verlangen met anderen in gesprek te gaan over mijn hervonden geloof, en voegde ik me bij een huiskerkje. Deze zoektocht heeft me veel geleerd. Er is weinig ‘normaal’ meer voor me, weinig ‘zo doen we dat nu eenmaal’. En dat geldt sinds de lockdowns voor de meeste christenen wereldwijd. Het is als de Veertigdagentijd waarin je vast van bijvoorbeeld alcohol. Soms bevalt dat zo goed, dat je je ook de rest van het jaar van drank onthoudt. Of je merkt dat je het zo hebt gemist, dat je met grote liefde je eerste biertje weer proeft. Kortom, we hebben wereldwijd van de kerk ‘gevast’ en stellen onszelf nu massaal de vraag: kunnen we zonder?

Drie vormen van kerk-zijn

Er zijn globaal drie vormen van kerk-zijn. De bekendste is de katholieke: je wordt opgenomen in een oeroud ritueel, vol kleur en geur, met als hoogtepunt de eucharistie. Er is meestal wel een preekje, maar het gaat vooral om ervaring en traditie.

Als tweede is er de protestantse/evangelische vorm: een stuk jonger, waarbij de preek het hoogtepunt is. Er wordt gezongen, soms behoorlijk enthousiast, maar het gaat uiteindelijk om de toespraak, daar werkt alles naartoe.

De predikant moet opboksen tegen de beste predikers online

En dan is er nog de derde vorm, verreweg de oudste: de huiskerk, die het meest lijkt op een kring of small group. Er wordt meestal gezongen en gebeden, maar het gaat om ontmoeting en vooral om het gesprek over God.

Concurrentie van preken

Tijdens de lockdowns hebben de katholieke diensten en de huiskerken het meest geleden: beleving, traditie en gesprek zijn online nauwelijks te imiteren. Je kunt geen hostie ontvangen via Zoom, en uitwisselingen worden te efficiënt. De protestanten konden daarentegen hun preken prima uitzenden. Vooral enkele evangelische gemeenschappen hadden razendsnel hun techniek op orde; Mozaïek uit Veenendaal was de duidelijke winnaar. Het zingen bleef intussen ongemakkelijk: je kunt wel kijken naar een clipje van een paar aanbidders, maar thuis op je bank méézingen…?

Inmiddels is precies dat voordeel van de protestanten en evangelischen hun nadeel geworden. De preek was hun unique selling point, maar honderden miljoenen christenen wereldwijd hebben gemerkt dat ze die ook prima online kunnen volgen. En vooral: dat er overal voorgangers waren te vinden die veel beter waren dan hun eigen predikant. Dat is vanzelfsprekend: niemand kan op tegen een wereldwijde poule van toptalenten. Maar het effect is natuurlijk dat de eigen predikant inmiddels moet opboksen tegen de allerbeste predikers online. De katholieken en de huiskerkjes hebben dat probleem veel minder, want – zoals gezegd – hun eucharistie en hun geloofsgesprek zijn online nauwelijks te imiteren.

Snelste ontkerkelijking

Momenteel – ik schrijf dit in de zomervakantie – zijn er nog geen cijfers beschikbaar over hoeveel mensen daadwerkelijk terugkeren naar de fysieke kerkdiensten. Ik weet niet hoe de situatie is als u dit leest, maar de signalen die ik opvang, zijn dat ongeveer tien procent niet meer komt opdagen. Dat zou verreweg de snelste ontkerkelijking zijn uit de vaderlandse geschiedenis. Deels is dat alleen maar vervroegd: mensen die anders later ook wel zouden zijn vertrokken. We kunnen dus verwachten dat de komende jaren de ontkerkelijking juist weer wat vertraagt.

Grootste ramp

Maar dat is niet het enige wat speelt. Ik vermoed dat we over een jaar of tien op deze periode terugkijken als de grootste ramp die de kerk sinds de Tweede Wereldoorlog heeft getroffen. En die vergt vooral van ons als protestanten en evangelischen aanpassingsvermogen. Wij moeten leren iets te bieden wat online niet te imiteren valt. Informatie en inspiratie, dat vind je overal online beter dan bij je eigen predikant of voorganger. Maar beleving, traditie en gesprek kan eigenlijk alleen fysiek, in de echte wereld, met echte mensen, in een echte ruimte.

Het ging oorspronkelijk in de kerk al nooit om de preek, maar ik vermoed dat die ook nu weer minder belangrijk wordt. Ik zeg dat met pijn in mijn hart, want ik preek zelf met veel plezier. Maar ik weet ook dat op YouTube duizend betere preken staan dan ik ooit kan leveren. Daarom zal de kerk weer teruggaan naar z’n roots, waar we altijd al goed in waren: beleving, traditie en gesprek. Sommige predikanten zullen te zeer gehecht zijn aan hun wekelijkse ‘podium’ om echte veranderingen te trekken. Maar ze zullen vanzelf merken dat de banken voor hen steeds leger worden. Voor een deel komt de keus dus neer op: wat vinden we het belangrijkste, dat onze gewoontes intact blijven, of dat onze ‘zielen’ blijven komen?

Ontmoeting met geloofsgenoten

Ik hoop dat laatste. Want de kerk, de fysieke kerk, heeft een unieke waarde. Die drie grote stromingen – de katholieke, de protestantse/evangelische en de huiskerkjes – delen iets wat ook de komende eeuwen blijft staan. Dat is natuurlijk die beleving, de traditie en dat gesprek, maar daarachter schuilt een essentie die niet online te imiteren valt: de ontmoeting met een gemeenschap van geloofsgenoten.

Het ging in de kerk al nooit om de preek

In veel kerken is juist dat minimaal geworden. Je kletst even op het kerkplein, maar dat gaat meestal nergens over, en verder ben je toehoorder in de dienst, consument van een soort optreden. Maar als mensen zijn we boven alles gericht op onze sociale omgeving.

"In een fysieke kerk ervaren we dat, als het goed is: dit zijn mijn mensen, hier hoor ik bij, dit is mijn ‘stam’." (Illustratie: Heina Dokter)

Leven in een stam

Verreweg de langste tijd hebben we in stammen geleefd, groepen van ongeveer honderdvijftig individuen (zelden groter) waar je iedereen kende. Je geloofde wat je stam geloofde en je deed de rituelen die al duizenden jaren waren overgeleverd. Daar komen we vandaan, daar zijn we voor geschapen, zo zijn we ‘bedraad’.

In een fysieke kerk ervaren we dat, als het goed is: dit zijn mijn mensen, hier hoor ik bij, dit is mijn ‘stam’. Ik wil geloven wat deze mensen geloven. Ik wil de rituelen doen die zij al duizenden jaren doen. Ik heb mijn vrienden, ik heb mijn familie, ik heb mijn collega’s, ik heb mijn teamgenoten bij de sport, ik ben onderdeel van allerlei kringen, maar deze kerk, daar gaat het om, dit is mijn echte ‘familie’. Dat kan meer of minder sterk zijn, en natuurlijk blijf je individu en ervaar je ook afstand. Maar dit is het unieke wat een kerk te bieden heeft: een groep waarbij je, misschien maar een uur per week, beseft dat het jouw groep is, jouw ‘stam’, waarvan je in elk geval wílt dat die jouw waarden, ideeën en gewoontes het meest vormen.

Informatie en inspiratie kan ik overal wel vinden, zeker online. Ik zie om me heen steeds minder interesse om dat nog te ‘halen’ in een kerkdienst. De live preek raakt als communicatievorm ‘op’. Maar dit is de unieke waarde van een fysieke kerk: een werkelijke ontmoeting met een groep mensen die net als jij oprecht zoeken naar God.

Beeld: Unsplash

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons