Zo maak je je eigen servies

‘Pas op, dit is niet sterker dan een eierschaal’

Iets nieuws leren is altijd leuk. Daarom gaan Visie-redacteuren dit seizoen op zomercursus. Deze keer gaat eindredacteur Reinald Molenaar servies maken bij het Arnhems Keramiek Atelier.

Bij ons thuis sneuvelt er regelmatig een bord of beker. En ik kan onze dochters (3, 4 en 6) daar lang niet altijd de schuld van geven. Hoe mooi zou het zijn als je je servies van tijd tot tijd kunt aanvullen met eigenhandig vervaardigde creaties? Ik neem contact op met het Arnhems Keramiek Atelier van Esther van Groeningen. Esther runt dit atelier in het Arnhems modekwartier al sinds 1994. Ze heeft een indrukwekkend mooie winkel vol aardewerk, en daarachter een ruim atelier.

‘Vergeet die draaischijf’

Esther belooft me dat ik in vier zogeheten inloopateliers niet alleen zes ontbijtbordjes, maar ook zes kommen en mokken kan maken. “Even voor de duidelijkheid: vergeet die draaischijf, dat leer je niet in vier cursussen,” begint de goedlachse keramiste meteen als ik binnenstap. “Er zijn gelukkig ook andere manieren om een servies te maken.” O ja, over die titel – keramiste – heeft ze ook nog wel wat te zeggen. “Toen ik begon, noemden mensen me vaak pottenbakker wanneer ik vertelde dat ik met klei werkte. Maar daar hebben mensen zo’n stoffig beeld bij: iemand in wijde kleren met grijs haar en geitenwollensokken in sandalen. Je mag me keramiste noemen, maar ik kies ook vaak voor kleirotatiedeskundige als het gaat om werken op de draaischijf. Daarin zit iets ambachtelijks. En dat geeft precies weer waarom ik mijn vak zo belangrijk vind: het is iets waar een bepaalde kennis voor nodig is, die ik heel graag wil doorgeven.”

Mal van plastic bekertje

Lopend door het atelier laat Esther – zwarte blouse, jeans, sneakers – zien welke opties ik heb voor mijn ontbijtset. Porselein blijkt het meest gevaarlijk. De kans op vervorming in de oven is groot. Steengoed is net zo sterk en kan gemaakt worden uit klei of gietklei. Het kleurt gelig als het eenmaal is afgebakken. En dan is er nog aardewerk. Kwetsbaarder, maar haast wit als het uit de oven komt. Ook dat komt voort uit klei of gietklei.
Gieten – dat is dus ook nog een optie. Zodra Esther me een paar voorbeelden laat zien van gegoten aardewerk, ben ik verkocht. De vormen zijn strak, dun, sierlijk – wat mij betreft hebben ze alles wat een servies mooi maakt. Neem bijvoorbeeld de serie die Esther als haar eigen lijn verkoopt in de winkel: kopjes gegoten in een mal van een plastic bekertje, versierd met een gouden randje of bloemdecoraties en verrijkt met een oortje. De grap is dat je het plastic bekertje er nog steeds in herkent.

Pannenkoekbeslag

Voor de beker bij mijn set kies ik de vorm van de mok waar ik koffie uit krijg. Deze loopt mooi rond omhoog en ligt prettig in de hand. Voor het mueslischaaltje proberen we een brede kom uit en als bordje laat Esther een vorm zien met een opstaand randje. Een mooi geheel, dus gieten maar.
Ik krijg een emmer vol grijze gietklei. “Roer er maar flink doorheen,” instrueert Esther me, “want er ligt wat bezinksel op de bodem van de emmer. Als het goed is geroerd, heeft de klei de dikte van pannenkoekbeslag.” Vervolgens mag het goedje door de zeef, om onregelmatigheden uit de klei te vissen.
Nu komen de mallen in beeld. “Maak ze even goed schoon, zodat er geen kruimels of stofdeeltjes meer in zitten. Dat kan met een droge of iets vochtige doek.” Drie witte, gipsen vormen staan uitdagend voor me op tafel.

Beetje ongeduldig

“Hoe lang moet de klei drogen?” vraag ik een beetje ongeduldig als ik de mallen gevuld heb. “Aanzetten heet dat,” lacht Esther. “Klei zet aan. Dat is een proces waarbij het vocht in het gips van de mal trekt, zodat er een vorm ontstaat. Dat duurt een halfuur tot drie kwartier, afhankelijk van de mal. Bij een wat oudere mal zal het aanzetten meer tijd kosten.”
Als de timer afgaat – ik heb hem op 45 minuten gezet – kan ik de vorm leeggieten. Dat moet in één vloeiende beweging, benadrukt Esther. “Laat het even uitdruppen en zet de mal dan schuin op een latje. Over ongeveer tien minuten kun je het randje bijsnijden en kan het uit de mal.”
Voor het bord gelden andere regels. Dat kan niet op z’n kop drogen, omdat zo’n brede plak klei niet in de mal blijft zitten. Esther zet de mal verticaal op de emmer klei tot er niets meer uit de mal drupt. Vervolgens kan hij weer horizontaal rusten.
“Het mooie van gietklei is dat het een beetje krimpt als het droogt,” legt Esther uit terwijl ze voorzichtig met haar wijsvinger langs het randje van de beker in de mal gaat. “Dat zie je hier: er komt een randje lucht tussen de klei en het gips. Als je rondom een randje ziet, kun je de mal op z’n kop houden met je hand eronder.” Voilà, voor ik het weet heb ik een soort lederen bekertje in mijn hand.

Gladde rand

Als ik een week later terugkom, zijn de serviesdelen lichter van kleur. Met een natte spons kan ik nog wat oneffenheden wegwerken. Esther doet het voor en zoals zo vaak, ziet dat er heel simpel uit. “Kijk uit!” roept ze als ik een kommetje vastpak. “Die was al bijna gebroken. Je moet echt heel voorzichtig zijn, dit is niet sterker dan een eierschaal.” Zo precies mogelijk probeer ik de vormen strak te krijgen.

Stress bij de draaischijf

Nadat een deel van het serviesgoed een week later biscuitgebakken is – een vakterm voor de eerste bakronde – kan het decoreren beginnen. Hiervoor daagt Esther me uit om een persoonlijke noot te bedenken. Iets voor elk gezinslid persoonlijk, en tóch een eenheid. Ze stelt voor met een kleur te werken die de eenheid symboliseert, en ik besluit bloemen te zoeken die (deels) de namen van onze dochters dragen. In drie lagen breng ik een blauwgroen onderglazuur aan. “Langs het randje kun je met een mesje overtollig glazuur wegschrapen. Zo krijg je het mooi strak.”
Als ik de bloemen met een speciaal keramiekpotlood op het servies heb getekend, kan ik ze onderdompelen in een emmer glazuur. Dan gaat het 24 uur de oven in, op ruim 1000 graden Celsius. Als ik de week erna terugkom, glanst het aardewerk me tegemoet.
Voor ik vertrek met het eerste deel van het servies in een papieren tas, kondig ik aan dat ik dit absoluut vaker wil gaan doen. Niet ‘omdat het zo handig is’, maar vooral vanwege het proces dat al je aandacht vraagt. Heel verstillend. Of Esther dat herkent? “Je hebt hier inderdaad je hele hoofd bij nodig. En dat geldt nog meer voor de draaischijf. Als je daar gestrest achter gaat zitten, mislukt het sowieso.”

Beeld: Victor van der Griendt

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons