Zo maak je ‘de mooiste ring óóit’

Op zomercursus: 'Met hulp en advies van de geduldige meester-edelsmid lukt het'

Na een val van een hoge ladder moest Jack Borninkhof stoppen met zijn loodgietersbedrijf. Een pittige revalidatieperiode volgde, waarna hij zich liet omscholen tot edelsmid. Nu geeft hij met veel plezier workshops in zijn atelier in Zutphen. Redacteur Gert-Jan Schaap ging er aan de slag.

“Leuk, wat wil je maken?” vraagt Jack als ik hem ergens in juni bel om te polsen of hij openstaat voor een privé-workshop (via Google was ik op zijn website gestuit).

Wat ik wil maken? Daar had ik nog niet over nagedacht.

Twee linkerhanden

Terwijl ik aan mijn twee linkerhanden denk, broed ik koortsachtig op een antwoord. “Misschien een eenvoudig ringetje voor onze oudste dochter, Loïs? Ze is 8.” “Dat moet wel te doen zijn,” reageert Jack, en we prikken een datum.

Thuis vertel ik alleen mijn vrouw over het voornemen: het moet een verrassing voor Loïs blijven.

Peptalk-mier

Begin juli is het zover: op een warme vrijdagochtend rijd ik naar Zutphen, waar Jack sinds 2004 woont, pal naast de uiterwaarden van de kalm voorbij stromende IJssel. Zijn ruime atelier, een vervallen schuur die hij helemaal heeft opgeknapt, ligt direct naast zijn huis. Een glazen vitrine met door hem ontworpen sieraden onderstreept zijn meesterschap: Jack maakt de prachtigste creaties van allerlei materialen.

Lijkt dit je leuk voor je dochter?

Door de open deur klinkt voortdurend vogelgekwetter, wat op mij een kalmerend effect heeft. Net als de koffie en de huisgemaakte taart die Jack serveert.

Mijn oog valt op een ansichtkaart boven een van de werkplekken. Daarop staat een mier die een zware tak hoog boven z’n koppie tilt, met daaronder de woorden Yes you can (‘Je kunt het’). Ik schenk deze peptalk-mier een dankbare glimlach.

Met een smoes

Op Jacks verzoek heb ik enkele dagen geleden nog ‘stiekem’ gecheckt wat de ringmaat van onze oudste dochter ongeveer is. Ik had hem enkele foto’s gemaild van een voorbeeldring – met een smoes geleend van Loïs’ beste vriendinnetje –, met een liniaal ernaast. “De binnenmaat is 14 mm,” concludeert Jack.

Jack vist een dunne strook sterlingzilver met bolletjes erop uit een plastic zakje.

“Lijkt dit je leuk voor je dochter?” vraagt hij. “Daar zetten we dan een zetkastje op met een gekleurd steentje erin.” Ik knik en probeer het voor me te zien.

Vervolgens toont hij me wat voorbeelden van steentjes in soorten en maten, in een waaier aan kleuren. Ik kies tanzanietblauw, omdat blauw Loïs’ lievelingskleur is. En dan is ‘aan de bak’ het devies.

Keurig rond

Het begin is relatief simpel. Terwijl Jack over mijn schouders meekijkt en rustig aanwijzingen geeft, krom ik het nog kaarsrechte draadje zilver met behulp van wat hij “een ring-buig-apparaat” noemt (heerlijk, zo’n duidelijk woord).

Dan mag ik hamertje-tik spelen

Echt rond is de ring-in-wording daarna nog niet. Maar aan Jacks blik zie ik dat er geen reden is voor paniek. “Nu moet je de twee naar elkaar gebogen uiteinden zo strak mogelijk tegen elkaar zien te duwen, met twee tangetjes.” Dit blijkt lastiger dan ik dacht. Maar met wat hulp en advies van de geduldige meester-edelsmid lukt het, evenals het aan elkaar solderen van beide uiteinden.

“Nu plaatsen we de ring om een tribulet,” zegt Jack als ik de ring in een zuurbadje heb schoongemaakt. Een wát? Jack bukt zich en pakt een kegelvormig voorwerp onder de werkbank vandaan. Op zijn aangeven schuif ik de ring erop, en dan mag ik (tribulet tegen m’n buik gedrukt) hamertje-tik spelen. Met een leren hamer sla ik zo lang op de ring tot-ie alsnog mooi rond is.

Leren schort om

Als Jack tevreden is over het resultaat, mag ik plaatsnemen achter een werktafel bij het raam. Leren schort om, plastic loep-bril voor: net echt.

Nu mag ik twee gleufjes slijpen in het zilveren zetkastje, dat straks kaarsrecht op de ring moet komen. Terwijl Jack stap voor stap uitlegt wat ik moet doen, slaag ik erin het zetkastje aan de ring vast te maken met behulp van een gassoldeerbout en ‘pioentjes’: piepkleine schilfertjes zilver, die je met pincet of penseel uit een doosje vist en goed moet zien te positioneren.

Nadat ik de ring weer in het zuurbadje heb gedompeld, schuur ik de laatste onregelmatigheden weg, om ’m daarna te polijsten met de hangmotor. Dit handige apparaat, waarop verschillende hulpstukken zoals freesjes en borsteltjes passen, bedien je met een zwart voetpedaal.

“Geef gerust nog wat meer gas,” adviseert Jack. Mijn voet gehoorzaamt, het zoemende geluid zwelt aan en kleine borstelhaartjes vliegen me om de oren. Dankzij de loep-bril zie ik – sterk uitvergroot – wat er gebeurt: het sieraad gaat steeds mooier glanzen.

De volgende uitdaging

Dan wacht de volgende uitdaging: het plaatsen van het blauwe steentje in het zetkastje. “Wil je het zelf proberen?” informeert Jack. Omdat het een briljant geslepen steentje is, laat ik dit liever over aan zijn vaardige vingers. Maar goed ook: zelfs hij doet er toch enkele minuten over.

Zodra het fonkelende steentje stevig vastzit, haal ik de polijstborstel er nog een keertje overheen (“vergeet je het borsteltje niet in te vetten?”). En dan… ligt er zowaar een mooie meisjesring in mijn hand. “Daar kun je vanmiddag mee thuiskomen, of niet?” zegt Jack (nou en of!). “Na de lunch gaan we nog iets maken voor jullie jongste dochter. Zij is 3 jaar oud, toch?”

Schot in de roos

Na een uitgebreide en heerlijke lunch, met liefde verzorgd door Jacks vrouw, laat Jack een zilverkleurig dolfijnhangertje zien. “Wat dacht je van zoiets?”

Onze Rhodé is dol op dieren, dus dit lijkt me een schot in de roos. “Dat hangertje gaan we zo meteen gieten,” legt Jack uit, wijzend naar een soort bakstenen oventje en een uit de kluiten gewassen gassoldeerbout. “Dat is een heel andere techniek, dus leuk om vandaag ook te doen.”

Bloedhete bel

Hij tovert een meisjesketting van fijne, aaneengeschakelde hartjes tevoorschijn, waaraan straks alleen nog een ringetje hoeft te worden bevestigd. Op basis van het voorbeeld-dolfijntje maken we samen een gelijkvormig mal, met behulp van twee kokers met aangestampte gietaarde.

Nadat ik wat sterlingzilver met een vlammenwerper (pardon, gassoldeerbout) in het bakstenen oventje heb verhit tot er een bloedhete bel is ontstaan, giet Jack dat vloeibare zilver in het malletje. Daarna moet de gegoten dolfijn voor het eerst van z’n leven ‘zwemmen’ in een kom met koud water, om af te koelen. Dan is het weer een kwestie van vijlen, polijsten en schoonmaken: een tijdrovend en soms pittig klusje, dat echter voldoening geeft omdat het hangertje mooier en mooier wordt.

Verguld met de verrassing

Nu nog ‘even’ een ringetje door het oogje op de rug van het dolfijntje halen, en dan de laatste hobbel van vandaag: de uiteinden van het ringetje aan elkaar vastsolderen (“Met een pioentje erbij, weet je nog?”). En dan zit het erop: Jack reikt me twee zwarte, fluweelzachte zakjes aan, waarin ik beide kleinoden laat glijden om ze mee naar huis te nemen.

Thuis blijken beide dochters verguld met de verrassing. Als Loïs me spontaan om de hals vliegt en “Dit is mijn mooiste ring óóit!” roept, en Rhodé met verwonderde ogen zachtjes “Dank u wel” zegt, smelt deze atechnische papa als sterlingzilver onder een gassoldeerbout.

Beeld: Jelte Bergwerff

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons