Paulien Vervoorn kijkt graag over kerkmuren heen

‘De verpakking is veranderd, maar de inhoud blijft’

Paulien Vervoorn portret 2021 Ruben Timman

Van rooms-katholieken tot hersteld-hervormden en alles ertussenin: hbo-theoloog Paulien Vervoorn (43), zelf opgegroeid in de Gereformeerde Gemeenten, geeft via haar bureau Geloofwaardig Spreken al jaren (s)preektrainingen aan sprekers en voorgangers van allerlei pluimage. “Ik zoek altijd naar wat verbindt: de Bijbel, en Jezus.”

Stap Pauliens werkkamer in, op de eerste verdieping van haar Woerdense woonhuis, en je waant je eventjes in een traditionele kerk. De achtermuur is van plint tot plafond bedekt met fotobehang van een klassiek kerkinterieur: kerkbanken, koorhek, kansel, kroonluchters, dikke pilaren en de Tien Geboden, in sierlijke krulletters op een witte muur geschilderd.

Vanaf mijn 4e zat ik elke zondag in de kerkbank

Toepasselijke achtergrond

“Dit is de PKN in Wijk bij Duurstede, waar de EO opnames heeft gemaakt voor The Psalm Project en Nederland Zingt,” legt ze uit terwijl ze koffie op tafel zet. “Ik train vaak sprekers en predikanten, en dan zeg ik: ‘Ga maar voor deze muur staan en beeld je in wie er op zondag voor je zitten.’ En het leuke in deze coronatijd is dat ik tijdens videomeetings meteen zo’n mooie, toepasselijke achtergrond heb voor mijn werk.”

‘Ik ga slapen, ik ben moe’

Ernst: dat woord typeert het reformatorische milieu waarin Paulien opgroeide misschien nog wel het treffendst. In de kerk, thuis rond de maaltijd en op school werd uit de Statenvertaling gelezen. In de zondagse erediensten klonken psalmen – op hele noten, met orgelbegeleiding – in de berijming van 1773. In de verkondiging lag het accent op de noodzaak van wedergeboorte en bekering.
“Ik ben de jongste van vier kinderen en heb drie broers,” vertelt Paulien. “Mijn vroegste herinnering is dat mijn vader of moeder me naar bed bracht, en dat ik ‘Ik ga slapen, ik ben moe’ zong. Op mijn knietjes.”

Twee keer in de kerkbank

Elke zondag ging het gezin Vervoorn naar de Gereformeerde Gemeente in Woerden, haar geboorteplaats. “Vanaf mijn 4e zat ik elke zondag twee keer in de kerkbank.”

Voelde jij je als kind thuis in de kerk?
“Nou, thuis… Het voelde in ieder geval vertrouwd: het hoorde er gewoon bij. Zoiets als naar de tandarts gaan.” Lachend: “Beetje foute vergelijking, maar ja: je hebt ook niet altijd zin om naar de tandarts te gaan, toch? Misschien is school een betere vergelijking: je gáát gewoon. Wel leuk was dat ik elke dienst drie snoepjes kreeg, en gerust naast een vriendinnetje mocht zitten. De preken gingen vaak vollédig over mijn hoofd heen, maar daar dacht ik destijds niet over na. Bij mijn vriendinnetjes was dat net zo.”

De preken gingen vaak vollédig over mijn hoofd heen

EO Jongerendagen

Toen Paulien naar de middelbare school ging, De Driestar in Gouda, staken kritische vragen de kop op. Vooral over de nadruk op allerlei uiterlijkheden en op wat allemaal wel of niet mocht. “Op De Driestar had ik meer vriendinnen uit de kring van de Gereformeerde Bond, wat mijn blikveld verruimde. Er zaten veel hervormden in mijn klas, en die gingen allemaal naar de EO Jongerendag. Ik niet, want daar werd in onze kerk voor gewaarschuwd. Maar ik vond het wel inspirerend hoe mijn klasgenoten erover spraken.”

Waarschuwingen

“Ben jij ook bang om dood te gaan?” Paulien vroeg het rond haar 14e aan een hervormd vriendinnetje uit haar klas. Ze ging ervan uit dat al haar klasgenoten net zo sterk opzagen tegen het sterven en – vooral – tegen het oordeel. “Tot mijn stomme verbazing bleek die vriendin daar helemaal niet bang voor te zijn. Sterker nog, ze zag uit naar Jezus’ wederkomst. Ik dacht: hè? Hoe kán dat nou? Wat ik in de kerk vooral had meegekregen, waren waarschuwingen: kun je straks voor de heilige God verschijnen, of leef je nog onbekeerd verder?”

De ernst van de prediking die je van jongs af aan hoorde, heeft je dus wel gestempeld?
“Toen zeker, ja. De noodzaak van wedergeboorte en ‘bekeerd worden’ kreeg veel nadruk. Geen idee hoe dat dan ging of moest, die bekering, maar toch. Diezelfde vriendin raadde me aan 1 Petrus eens te lezen, want: ‘Dat is zó mooi.’ Ik dacht: o, lees jij dan in de Bijbel als het niet hoeft?”

Was Bijbellezen voor jouzelf iets plichtmatigs?
Paulien knikt. “We lazen aan tafel na het eten, en dat vond ik genoeg: in je vrije tijd ga je toch doen waar je zelf zin in hebt? Maar omdat zij zo enthousiast was, dacht ik: laat ik het ook eens lezen. En die brief vond ik inderdaad mooi. Toen begon ik meer zelf na te denken: hoe kan het dat ik vooral meekrijg dat het ‘een keer moet gebeuren’, terwijl een leeftijdsgenoot daar kennelijk heel anders naar kijkt? Zat ik ook maar in die Hervormde Kerk, dacht ik… Zij lazen thuis uit Het Boek, dus ik vroeg aan mijn ouders of ik die ook mocht hebben. Die kreeg ik, voor sinterklaas. Mijn ouders waren dus zeker niet star. Wij hadden bijvoorbeeld ook een tv en keken naar Nederland Zingt.”

Ik dacht: o, lees jij dan in de Bijbel als het niet hoeft?

11-jarig ‘refomeisje’

Paulien laat een jeugdfoto zien, genomen op 5 december 1989, waarop ze met een ingepakt sinterklaascadeau in haar handen staat, als 11-jarig ‘refomeisje’.
“In dit beeld komen voor mij heel veel dingen samen,” zegt ze met een warme glimlach. “In de trainingen die ik aan sprekers geef, ben ik veel met de verpakking bezig: hóé breng je de boodschap? Maar uiteindelijk gaat het om de inhoud, het evangelie dat ons is toevertrouwd om het aan anderen door te geven. De verpakking die ik vanuit de Gereformeerde Gemeenten meekreeg, heb ik wel zo’n beetje weggedaan. Dus dat is veranderd. Maar de inhoud is gebleven.”

Zó bevrijdend

Het was vooral een conferentie van de Hervormd-Gereformeerde Jeugdbond (HGJB) die een geestelijke wissel omzette in haar leven.
“Als tiener worstelde ik met ‘de toe-eigening des heils’: is de Here Jezus ook voor mij aan het kruis gestorven? Ik vond het allemaal heel ingewikkeld. Ik was bang om ‘met een ingebeelde hemel naar de hel te gaan’ en ‘mezelf te bedriegen voor de eeuwigheid’…
Lang verhaal kort: tijdens die bewuste conferentie in Dalfsen ben ik als 19-jarige steeds helderder gaan zien wat het evangelie werkelijk inhoudt, en durfde ik voor mezelf te gaan zeggen: het heil is óók voor mij; ik ben een kind van God – wedergeboren.”

Durfde je dat thuis te vertellen?
Ze schudt haar hoofd. “Toen nog niet: veel te spannend. Want het moest, vond ik zelf ook, eerst maar eens ‘overwinteren’. Tijdens de conferentie kwam die bekende tekst uit Marcus 9 langs: ‘Ik geloof, Heer, kom mijn ongeloof te hulp.’ Dat vond ik zó bevrijdend! Ik dacht: dat is nu precies hoe ik er momenteel in zit. Dat vind ik nog steeds een mooie tekst. Ik geloof, dat staat als een paal boven water. Maar ik kan nog steeds mijn aanvechtingen hebben, mijn ongeloof. Zodra ik dat merk, bid ik: ‘Kom mijn ongeloof te hulp.’ Een heerlijke tekst op zulke momenten.”

Een heerlijke tekst op zulke momenten

Naar Kenia

Paulien deed nog wel openbare geloofsbelijdenis binnen de Gereformeerde Gemeenten, maar groeide er innerlijk steeds verder van weg. “Op mijn 21e ben ik – met mijn pabo-diploma op zak – een jaar naar Kenia gegaan. Daar gaf ik les aan de kinderen van een gezin dat was uitgezonden door de Gereformeerde Zendingsbond. Door letterlijk afstand van Nederland te nemen, en de Bijbel te lezen in een heel andere cultuur, besefte ik meer en meer: ik kan niet meer terug naar de Gereformeerde Gemeenten; ik kan daar niet langer aarden en wíl het ook niet meer. Toen ik terugkeerde naar Nederland, ben ik hervormd geworden en besloot ik parttime hbo-theologie te gaan studeren, in Ede. Inmiddels ben ik lid van de CAMA Parousia-gemeente in Woerden, waar ik me helemaal thuis voel en waar ik zelf geregeld voorga.”

Je geeft preektrainingen aan voorgangers die soms principiële bezwaren hebben tegen vrouwelijke voorgangers. Wringt dat nooit?
“Ik heb het weleens gevraagd aan deelnemende sprekers. ‘Je maakt andere keuzes,’ zeiden ze, ‘maar jij bent nu onze trainer, en we denken dat we een hoop van je kunnen leren.’” Glimlachend: “Nou, prima, wat mij betreft. We denken er anders over, maar kunnen toch samen optrekken.”

Ervaar je al die contacten over kerkmuren heen als verrijkend?
“Jazeker. Ik zoek altijd naar wat verbindt. Ik ben inmiddels ook al vijf keer meer dan een maand in India geweest, in de winterperiode. Een soort sabbatical, al neem ik ook mijn laptop mee om bijvoorbeeld aan een boek te schrijven. In India bezoek ik vaak een charismatisch-katholieke kerk, waar ook Hillsong-muziek klinkt. Verrassende combinatie, hè? Ook dat helpt me telkens weer te bedenken: waar gaat het ten diepste om? Wat is de kern? Wat is de verpakking – die kan nogal verschillen – en wat is de inhoud, die we delen?”

Wat is het vooral dat verbindt?
Ferm: “De Bijbel, het Woord, verbindt. Meer nog: Jezus, het levende Woord, verbindt. En zo wil ik ook naar de Gereformeerde Gemeenten blijven kijken. Zonder wrok. Want het was wel in díé context dat ik het evangelie heb leren kennen.”

Verrassende combinatie, hè?

Tjirpende mussen
Door het geopende raam klinkt het vrolijke geluid van tjirpende mussen, vanuit de bomen achter haar huis. Paulien pakt twee glazen en schenkt water in met verse munt.
“Toen ik pas jarig was,” vervolgt ze, “kreeg ik een heel lief kaartje van iemand die ik al vanaf mijn kindertijd ken, nog ‘op-en-top gergem’ is en weet wat ik doe. Zij gaf me een tekst uit Hebreeën mee, en schreef erbij: ‘Zegen op je leven en in je werk. En bedankt voor alle fijne gesprekken van afgelopen jaar.’”
Enthousiast: “Haar ‘verpakking’ vind ik soms misschien een beetje raar, en – omgekeerd – zij die van mij. Maar dat je elkaar ondanks uiterlijke verschillen weet te vinden als het om de inhoud gaat, is zo’n grote zegen. Dat wil ik altijd uitdragen: zoek naar wat – en vooral: Wie – ons verbindt. Zo in het leven staan, is enorm verrijkend.”

Geloofwaardigspreken.nl

Beeld: Ruben Timman

In deze YouTube-video geeft Paulien drie tips 'om je likeability te verhogen':

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons