Rik Felderhof: ‘Oud worden in Frankrijk vind ik een mooie optie’

'Ik dank meer dan dat ik bid'

in Geloven

Zijn bekendste televisieprogramma, Villa Felderhof, werd er opgenomen: Frankrijk. Rik Felderhof zou er wel oud willen worden. Maar nu nog niet, zegt de nomade in hem. “Ik blijf graag reizen naar nieuwe plekken en nieuwe ontmoetingen. Even aanschuiven voor een gesprek op een bankje op de boulevard.”

In zijn jongensjaren kwam hij al vaak in Frankrijk. Vele vakantieweken bracht hij er met zijn ouders door. “Mijn moeder was erg Frans ingesteld. Ze gaf Franse les. Bij mijn grootmoeder in Amsterdam werd aan tafel Frans gesproken en er waren Franse gouvernantes. Als ik uit school kwam met een middelmatig of slecht rapport, sprak mijn grootmoeder mij in het Frans toe. Erg belerend. Ik hoor haar stem nog. Si tu veux bien réussir au monde, travailler alors. Als je succesvol wilt zijn, moet je je best doen. Elke keer weer: travaille.

Dat Franse gevoel zat er bij mij dus vroeg in. Mijn moeder hield veel van Franse muziek. Franse chansons; Edith Piaf was haar lievelingszangeres. Mijn ouders hadden als eersten Franse kaas in huis. Vrienden zeiden: ‘Bij Felderhof eten ze kaas die helemaal beschimmeld is.’ Dat was voor Nederlanders nieuw toen.”

Koffers pakken

Rik Felderhof (72) rakelt zijn jeugdherinneringen op in het zonnetje in een Gooise tuin. In een hoek van het grasveld staat een van de drie zetels die werden gebruikt voor een ander fameus televisieprogramma van hem, De stoel. “Die is langzaam aan het vergaan, we geven ’m terug aan de natuur.”

De interviewafspraak kon nog net worden gemaakt; donderdag pakt Felderhof zijn koffers. “Het wordt tijd dat ik na corona weer wat ga reizen. Naar Zwitserland en Italië deze keer. Reizen zit me in het bloed. Verrukkelijk, elke keer een ander decor, andere mensen. Op een terras knoop ik graag een gesprek aan. Privé ben ik niet veel anders dan destijds voor Villa Felderhof of De stoel, hoor. Bij iemand op een bankje op de boulevard aanschuiven en dan kijken wat er gebeurt. Soms schrikken mensen: waar bemoeit die man zich mee? Of ik praat met bedienend personeel: ‘Waar kom je vandaan?’ ‘Wat is je droom?’ ‘Wat houdt je tegen om die waar te maken?’ Heerlijk!”

Schrijven onder een palmboom

Rik Felderhof: "Reizen zit me in het bloed."

Felderhof woont op verschillende plekken. “Tanzania ben ik aan het afbouwen, maar ik zoek altijd de natuur op. Op Bonaire, waar ik het grootste deel van het jaar ben, is dat het water. Snorkelen, duiken, het prettige klimaat. In Tanzania trekt de natuur, de wilde dieren. Ik houd ervan om op verschillende locaties te zijn. Enerzijds is dat vakantiegevoel. Maar ben je ergens voor langere tijd, dan is het geen vakantie meer. Dan bén je er ook echt. Je voelt je er thuis omdat het klimaat fijn is, de omgeving mooi. Omdat de lokale bevolking hartelijk is, omdat er aardige eettentjes zijn. Of prachtige kerken.

Maar in mijn DNA zit ook het nomadegevoel van: over twee of over vijf weken ga ik hier weer weg, daarheen of daarheen. Dat klinkt heel sjiek, ik weet het, maar het heeft niets te maken met erge luxe. Het is mij om het even of ik in een pensionnetje zit, in een klooster of een mooi huis. Dat laatste is voor een tv-programma als Villa Felderhof prettig; privé ben ik met een klein pension al tevreden. En dan onder een palmboom of een parasol aan een tafeltje wat schrijven of met mensen praten – prachtig! Veel meer hoeft het niet te zijn.”

Begraafplaatsen

Nog nooit woonde Felderhof in Frankrijk, afgezien van de opnameweken voor Villa Felderhof. “Dat programma liep veertien jaar. Bij elkaar opgeteld besloegen de opnames toch zo’n vier jaar. Maar nee, ik had er nooit een eigen huis. Wat niet is, kan nog komen, overigens. Het Franse leven biedt veel. ’s Avonds laat eten, stokbrood en een kaasje erbij, een glaasje wijn en dan praten over van alles, elkaar vragen durven stellen, dilemma’s aan elkaar voorleggen: ‘Wat zou jij doen in die situatie?’

Begraafplaatsen bezoek ik in Frankrijk ook graag. Die ouwe fotootjes op de zerken, de teksten die erbij staan. Met gasten van Villa Felderhof ontstonden daar mooie gesprekken over de wezenlijke levensvragen. Welke dierbare heb je verloren? Hoe denk je aan hem of haar terug? Denk je aan je eigen sterfelijkheid? Hoe zou je willen dat mensen zich jou zouden herinneren? Wat zou er op jouw grafsteen moeten staan?”

Privé ben ik niet veel anders dan destijds voor Villa Felderhof

Het Franse gevoel uit zijn jeugd heeft zich bij Felderhof alleen maar verder ontwikkeld, zegt hij. “Belangstelling voor de Franse taal en de Franse muziek was er altijd. Ook het Franse landschap spreekt me enorm aan. Die glooiende velden, een kerktoren in de verte en een eenzame boer op een tractor. Ik zie daar vaak meteen een verhaal bij.”

Wat ziet u dan?
“Ik kan van alles verzinnen. O, die zit een beetje krom op zijn tractor, misschien heeft hij net zijn vrouw verloren. Of wellicht moet hij nog een zieke moeder verzorgen, ergens achter in de boerderij. Mijn verbeeldingskracht is nogal groot, ik maak er zo een verhaal van.”

Sprookjes

Verhalen bedenken is Felderhofs nieuwe bestaan sinds Villa Felderhof in 2010 stopte en hij zich uit de televisiewereld terugtrok. Deels in Frankrijk schreef hij de avonturentrilogie De vliegenvanger, onder het pseudoniem Ravelli, gebaseerd op een dagboek van een personage uit De stoel. “Wandelend tussen de wijngaarden probeerde ik dialogen hardop uit. Schrijven schenkt voldoening. Mensen meezuigen in een verhaal. Zelf ook verrast worden met wendingen of opties die je van tevoren niet had kunnen of willen bedenken. Schrijven geeft me zuurstof. Je creëert iets wat er nog niet was, iets wat uit jóúw hoofd komt. Als anderen daarvan kunnen genieten, is dat dubbel feest.” Met De vliegenvanger is dat gelukt; van het eerste deel zijn 225.000 exemplaren verkocht. “Er is net een Russische vertaling uit.”

Ook de afgelopen maanden schreef Felderhof. “Die coronatijd vond ik zwaar. Ik voelde me erg op mezelf teruggeworpen, terwijl ik juist heel sociaal ben. Ik woon wel alleen, maar ik ga graag uit eten, heb graag vrienden aan tafel. Vorig jaar zat ik in Frankrijk. Toen ben ik mezelf sprookjes gaan vertellen. Als het goede gevoel niet van buiten komt, dan maar van binnenuit. Die verhaaltjes moesten van mij bemoedigend zijn, blijmoedig. Er is al zo veel negatiefs in de wereld. Het baart me zorgen hoe mensen met elkaar omgaan. De toon is zo verhard, ook in de politiek, tot aan de vorige president van Amerika toe. Ze schelden elkaar uit, ze maken elkaar uit voor leugenaar en voor veel mensen is de waarheid niet meer zo interessant.”

Soms schrikken mensen: waar bemoeit die man zich mee?

Die sprookjes hielpen u door de coronatijd heen?
“Zeker. Ik verwerkte er ook humor in. Ze zijn inmiddels als boek uitgegeven: The Vatican tales, anekdotes uit de hofhouding van de paus. De paus heeft veel mensen om zich heen. De butler, de chauffeur, de pedicure, de kok – en met iedereen moet hij gesprekken hebben. Die heb ik proberen weer te geven.”

Felderhof pakt het boek erbij en begint voor te lezen. In de tuin van zijn zomerresidentie ontmoet de heilige Vader zuster Christina, de ‘tuinnon’, bijgenaamd zuster Hortensia. “Als ik geen non was… had ik een vrouw willen beminnen. Een vrouw,” bekent ze hem. “Maar ik heb gekozen voor Jezus, dat is ook een mooie keuze.” Christina kaart bij de paus het seksuele misbruik door priesters aan en vraagt hem zich sterk te maken voor lhbt’ers in de kerk. “Mijn wens is, lieve zuster, een Kerk met een regenboog waaronder iedereen zich geborgen voelt,” laat Felderhof de paus zeggen.

Personalia

Rik Felderhof (Amsterdam, 10 juli 1948), zoon van NCRV-radioverslaggever Herman Felderhof, begon in 1970 bij de NCRV als omroeper/presentator. Hij was eindredacteur jeugdprogramma’s en vanaf 1975 een van de makers van het radioprogramma Rozegeur en prikkeldraad. In 1990 stapte hij over naar de televisie. In De stoel portretteerde hij bijzondere mensen. Van 1996 tot 2010 maakte hij Villa Felderhof, waarvoor hij in 1998 de Gouden Televizier-Ring en de Televizier-Ster voor presentatoren ontving. Sinds 2012 is Felderhof actief als auteur. Hij werkt nu aan een serie boeken met verhalen over beroemde hotels.

“Er speelde bij het schrijven wel een wensgedachte mee,” geeft de auteur toe. “Wat zou ik fijn vinden dat de paus zou zeggen nu? Die man heeft een fantastische positie om een bemoedigende boodschap te laten horen en stelling te nemen tegen wat er mis is in de wereld en in de kerk. Franciscus is positief ingesteld, een mensenpaus, een echte herder, maar hij zegt te weinig hardop wat hij echt vindt. Het misbruik in de kerk heeft hij veroordeeld, maar de afhandeling ervan gaat stroef. En geef lhbt’ers de kans om te kunnen zijn wie ze in werkelijkheid zijn, zodat ze niet met een leugen door het leven moeten. Zou Jezus de deur voor hen hebben gesloten? Welnee, Hij zou die wijd openzetten.”

Voorbeeld

Ook over Jezus schreef Felderhof een boek. Een kinderbijbel: Simon, de buurjongen van Jezus. “Het verhaal begint in de jaren dat Jezus een jongetje was. We weten allemaal hoe Jezus is geboren. Vervolgens twaalf jaar niks en dan is-ie plotseling in de tempel. Wat is er in die elf jaar gebeurd? Simon vertelt dat, de buurjongen die later Simon Petrus zou worden, de discipel. Jezus is een héél interessant figuur. Een prachtig voorbeeld voor velen. Menselijk. Hij was geïnteresseerd in degenen die aan de rafelranden van de maatschappij leefden. Tollenaars, hoeren.”

Is Jezus ook een voorbeeld voor u?
“Zeker. Het verhaal van de Bijbel, waar ik als gereformeerde jongen mee opgroeide, staat nog altijd overeind. Hoe we met elkaar zouden moeten omgaan. Vertrouwen hebben in God en vertrouwen dat er misschien iets na onze dood is. Wat niet te bewijzen valt. Juist daarom heet het geloof. God is niet een optelsom van argumenten. Hij is voor mij diffuus. Ik zie Hem overal in de natuur. De schepping heeft nog elke dag plaats. Hier in mijn tuin zie ik vlinders en vogels, eekhoorntjes, een egel, prachtige planten. In Tanzania voel ik me heel dicht bij de schepping, met die olifanten en giraffen en een landschap dat al honderden jaren hetzelfde is. Alleen maar dieren, alleen maar natuur. Ja, God is dan heel erg in de buurt. Als je dat vertrouwen in Hem niet hebt, mis je wel iets. Ik gun dat iedereen. Het geeft steun.”

Toen ben ik mezelf sprookjes gaan vertellen

Hoe?
“We moeten het mysterie niet willen ontrafelen. Aanvaard God als een kracht, zonder meteen een persoon van Hem te maken. Ik begrijp best dat mensen de Bijbelse boodschap helder willen krijgen, maar zoek niet te veel overal een verklaring voor. Ga het geloof niet stuk analyseren. Dan praat je God dood. In Afrika vieren en zingen ze meer, het geloof is daar puurder, terwijl wij vooral theologiseren en uitleggen. God moet je niet willen bewijzen. God is geen wetenschap, je moet Hem beleven. Vieren.

God is voor mij een kracht, een macht waar je je naartoe kunt wenden. In de vorm van een gebed of een gedachte. Ik geloof in een grotere betekenis. We menen dat we alles kunnen verklaren en dat alles maakbaar is. De wereld, ons leven, ons succes, maar dan komt er plotseling een virus… We weten nog veel meer niet dan wel. Over het leven na de dood zei de Chinese filosoof Lao-Tse ooit: ‘Wat de rups het einde noemt, noemt de rest van de wereld een vlinder.’ Ik vertrouw erop dat het heel verrassend zal zijn.”

U bidt tot God?
“Ja, ik dank vooral. Meer danken dan bidden, voor de dag, voor de prachtige natuur, voor de mensen die ik ontmoet, voor de reizen die ik mag maken. Ik blijf doorgaans enige tijd ergens, maar er zit altijd een onrust in mij dat ik weer weg wil. Naar nieuwe ontmoetingen. Ik kan nu nog overal heen waar ik wil. Naarmate ik ouder word, zullen er locaties afvallen. Vraag je me in welk land ik oud zou willen worden, dan komt, naast Bonaire, Frankrijk heel erg in beeld. Dat glooiende landschap. Een postbode op een oud brommertje, een stokbrood achter in zijn tas. Ouderwets, romantisch.”

Rik Felderhof

Zo romantisch is het niet. Franse dorpjes sterven uit.
“Jammer. Ik heb nog de jaren zestig en zeventig kunnen meemaken, zoals Frankrijk toen was, die heerlijke ongecompliceerde wijze van leven. Oud worden in Frankrijk vind ik een mooie optie, maar ik weet het nog niet. Voorlopig ga ik nog naar Bonaire. Het is nonsens om op mijn leeftijd te zeggen dat het leven bijna voorbij is. 92, 93 – over twintig jaar – is een heel normale leeftijd tegenwoordig. Ik kan genieten van een prettig klimaat, goede vrienden, familie en kleinkinderen. Ik hoop dat ik gezegend word met jaren van goede gezondheid en dat ik nog een beetje op reis kan.”

Dan toch die vragen van de Franse begraafplaatsen. Wat komt er op uw grafsteen te staan?
“Het was mooi!”

Hoe wilt u herinnerd worden?
“Met een glimlach.”

Ongetwijfeld zal bij uw overlijden op televisie die iconische scène uit ‘Villa Felderhof’ worden getoond met majoor Bosshardt en Herman Brood.
“Die wordt steeds overal herhaald. Ook in oktober weer, hoorde ik al, als de Nederlandse televisie zeventig jaar bestaat. Alsof er geen ander mooi fragment is.”

Wat zou u zelf willen laten zien?
“De Villa-uitzendingen die we in Afrika opnamen voor een jubileum van de NCRV, met onder anderen Bart Chabot, Erica Terpstra, Hans Wiegel en Dries van Agt. Die zouden ze mogen herhalen. Het decor was er totaal anders dan in Frankrijk; de natuur, tenten en een verandaatje. Mensen zijn zo mooi op momenten dat ze eerlijk zeggen: ‘Ik heb echt fouten gemaakt en ik was helemaal niet zo zelfverzekerd.’ Dan is het herkenbaar voor anderen en laten ze zich als echte mensen zien. Dus ja, er zijn zo veel andere prachtige fragmenten. Herman en de majoor, dat weten de kijkers nu wel.”

Tekst: Jan Kas
Beeld: Jacqueline de Haas

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons