Met Prediker naar de Franse bergen

‘Waarom stop jij niet met werken?’

Om even uit de sleur van de dag te ontsnappen, vertrekt half Nederland iedere zomer richting Frankrijk. Zo ook Prediker. Hij nodigt je uit een kale rotspunt in het verre zuiden te beklimmen.

Ik heb geen droge draad meer aan mijn lijf. Als ik mijn pet uitwring, vormt zich een plasje op de stoffige rotsgrond. Naast me staat Prediker, die net zo doorweekt is als ik. In de snikhitte hebben we een wandeling van bijna drie uur achter de rug. Nu staan we halverwege de klim richting de top van de Mont Sainte-Victoire, een steile rotsformatie in Zuidoost-Frankrijk. In de zinderende zomermiddagzon doet de bleke kalksteen bijna pijn aan onze ogen. In dit licht is de berg bleekgeel, met diepe, blauwe schaduwen en soms een hint oranje. Het uitzicht is zelfs halverwege de top al prachtig.

Stenen puist boven het landschap

Het idee voor deze wandeling komt – zoals gewoonlijk – van Prediker. Ik heb hem een lange, warrige mail gestuurd, waarin ik klaag over vermoeidheid en verzucht hoe vast ik zit in de drukte van het dagelijks leven. De laatste zin van de mail: “Wat wil God eigenlijk met mijn leven?” Prediker antwoordde in twee korte zinnen: “Wat jij nodig hebt, is uitzicht. Kom met me mee naar Zuid-Frankrijk.”

En daarom wandelen we nu samen een aantal dagen van top naar top, met vandaag dus de iconische Monte Sainte-Victoire op het programma. Het begin is eenvoudig. We starten bij het azuurblauwe stuwmeer Lac du Bimont; in de verte steekt ons einddoel als een stenen puist boven het landschap uit. Tijdens het wandelen vertel ik over mijn huidige levensvulling. Hoeveel ik houd van wat ik doe, maar hoe weinig vreugde ik eraan beleef; over de druk van een volle agenda en de zucht naar vakantie. Zoals altijd zegt Prediker weinig; hij luistert. Hij observeert. Terwijl ik uitleg hoe zwaar ik het heb, wijst hij op diep-oranje stukken kalksteen, een gestreepte heivlinder en een rondcirkelende havikarend.

Zinvol bezig-zijn

Naarmate de tocht vordert, stijgt de temperatuur. De eerste tijd lopen we veel in de schaduw van bomen, maar hoe meer we stijgen, hoe minder groen. De aanvankelijk comfortabele wandeling begint uitdagend te worden; de paadjes worden smaller en ongelijker, af en toe rolt er een steen weg onder mijn wandelschoenen. Met de afnemende begroeiing worden ook mijn woorden schaarser.

God kijkt naar je en geniet

“Prediker,” zeg ik, als we een tijd zwijgend hebben doorgelopen, “u zegt regelmatig dat alles zinloos is; toch bent u niet gestopt met werken. Waarom niet?” Prediker neemt even de pet van zijn hoofd en veegt zijn bezwete haar naar achteren. Dan kijkt hij me schuin aan: “Waarom stop jij niet met werken?” Even ben ik stil. Dan antwoord ik: “Allereerst omdat ik het me niet kan veroorloven; ik heb het geld nodig. Maar vooral omdat ik zinvol bezig wil zijn. Ik wil dat mijn werk verschil maakt. Of misschien wel: ik wil doen wat God van me vraagt.”

“Wat vraagt God van je?” vraagt Prediker.
Weer moet ik even denken. Dan zeg ik, zacht: “Ik weet het niet.”

'Het bestaan is lucht'

Met die vraag en dat antwoord in mijn achterhoofd bereiken we de plek waar we even rusten. Het is verzengend heet en we zijn doorweekt van het zweet. We drinken wat lauw water uit onze flesjes. Onder ons strekt het Rhônedal zich uit, boven ons cirkelt de havikarend. De hemel, die tot nu toe strakblauw was, vult zich langzaam met wolken die over de berg heen onze kant op drijven.

Als we verder lopen, begint Prediker te spreken. “Ik weet ook niet wat God wil. Je weet dat ik zelf mijn leven lang gezocht heb naar wat goed was. Ik heb gezwoegd en gefeest, gegeven en ontvangen, liefgehad en afstand genomen; maar in dit alles heb ik Gods wil niet ontdekt. Het enige wat ik vond, was leegte en een honger naar meer.” Hij kijkt even omhoog, waar de felle zon voor het eerst door een wolk wordt verduisterd en citeert dan uit eigen werk: “Het bestaan is lucht en leegte en je zwoegt en zwoegt onder de zon.”

Ik knik, want het gevoel in de hitte te zwoegen zonder per se verder te komen, herken ik. Mijn werk is prachtig, ik krijg waardering en geloof dat ik met iets goeds bezig ben. Toch voelt het vaak als een ijdele bezigheid. Zinloos. Op zulke momenten verlang ik ernaar de stem van God te horen. Ik wil een doel, richting of zelfs maar een hint van Hem krijgen. Iets wat concreter is dan ‘mijn naasten liefhebben’ of ‘recht doen’. Maar net als Prediker heb ik geen idee.

Loodgrijs gevaarte

De top komt langzaam dichterbij en daar ben ik dankbaar voor. Ik heb voortdurend dorst, mijn kleren plakken en mijn voetzolen branden. De hitte is tastbaar, al is de lucht helemaal dichtgetrokken. Nu het zonlicht weg is, is de kalkstenen berg veranderd in een dreigend, loodgrijs gevaarte. Prediker en ik kijken af en toe bezorgd naar boven; vooral als we in de verte een aanhoudend, dreigend gerommel horen.

Als we eindelijk op de top zijn, is de wind opgestoken en vallen de eerste druppels. We komen bij een oud klooster en lopen onder een Mariabeeldje de poort in. De kleine abdij blijkt allang niet meer in gebruik als klooster, maar is nu een pleisterplaats voor wandelaars. Dankbaar maken we gebruik van de gelegenheid om te schuilen tussen de eeuwenoude muren.

Terwijl de regen inmiddels naar beneden stort, verwonder ik me over de plek waar we zijn. Hier hebben eeuwenlang monniken God lof gezongen; zeven keer per dag, zeven dagen per week. Wat is daar nu nog van over? Wat voor zin heeft het gehad, al die generaties devote mannen die hier hun leven gaven in arbeid en gebed? En in de schaduw van die gedachte groeit bij mij de vraag: wat voor zin heeft mijn zwoegen eigenlijk?

Prediker: "Juist monniken zijn diep doordrongen van het besef dat er niets anders is dan het nu." (Beeld: Jedi Noordegraaf)

Gewijd vaatwerk

Als ik mijn gedachten met Prediker deel, breekt er tot mijn verbazing een lach door op zijn gezicht. “Denk je dat de monniken het daarom deden? Om iets op te bouwen voor de toekomst?” Hij draait zijn gezicht naar me toe. “Juist monniken zijn diep doordrongen van het besef dat er niets anders is dan het nu. Lees de regel van Benedictus maar; kloosterlingen worden opgeroepen alles wat ze doen te doen met volle aandacht en eerbied.”

Lachend vervolgt hij: “Ik denk dat Benedictus mijn boek goed gelezen heeft. Het is geen boek van vergezichten en grote roepingen, maar van praktisch leven, verbonden met God. Weet je wat Benedictus schrijft over de man die verantwoordelijk is voor het huishouden? ‘Alle gerei en bezit van het klooster moet hij beschouwen als vaatwerk dat aan de altaardienst gewijd is.’ Ik zou het geschreven kunnen hebben.”

Even is hij stil. Dan klinkt zijn stem ernstig: “Ik weet niet wat God voor jouw toekomst in petto heeft. Ik weet niet welke richting je op moet. Wat ik ontdekt heb, is dat die vragen je kunnen vullen met een diep gevoel van leegte en zinloosheid. Mijn advies? Eet nú je brood met vreugde. Doe wat je doet met volle aandacht en geniet ervan.” Hij kijkt me aan en zegt langzaam: “God kijkt naar je en geniet.”

Slagregen

Dan barst het onweer los. Grote druppels kletteren op de rotsen rond het klooster, bliksemflitsen en donderslagen wisselen elkaar steeds sneller af. De striemende regen, loeiende wind en oorverdovende donderslagen maken een verder gesprek onmogelijk. Vanuit een rond boograam kijken we uit op de Provence. Het uitzicht is spectaculair. Tussen voorbijwaaiende wolkenflarden zien we de regen als schuine striemen neerdalen op het land onder ons. Bliksemschichten schieten vanuit een diepgrijs wolkendek naar beneden. Ruim een uur lang kijken we samen zwijgend naar het woeste spel van de natuur. Het vult me met een mengeling van verwondering, ontzag en genot.

Als de slagregens overgegaan zijn in een vriendelijk miezertje, stappen we naar buiten. Ik haal diep adem. De wereld ruikt nieuw, de lucht is fris. Ik kan weer op stap.

Beeld: Jedi Noordegraaf

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons