Op1-presentator Giovanca Ostiana:

‘Je kunt gewoon gaan zitten en tegen God praten’

in Geloven
Op1-presentator Giovanca Ostiana

In de afgelopen jaren verloor ze veel mensen die belangrijk voor haar waren. Toch staat zangeres en 'Op1'-presentator Giovanca Ostiana (44) bekend om haar stralende glimlach. “Ik zet het bikkelen soms heel bewust in de koelkast en kies voor lichtheid en vreugde.”

“Zo zit ik er wel vaker bij,” zegt Giovanca als ze op een broeierige zomerdag midden in het Amsterdamse Bos op een kleed plaatsneemt. “Maar dan met een grote picknickmand, en mijn dochter Jesamy met al haar vriendjes en vriendinnetjes om me heen. Ik zorg altijd dat ik genoeg eten, drinken en speelgoed meeneem voor de hele buurt, just in case.” Terwijl ze haar jurk rond haar benen drapeert: “Dat zijn mijn Curaçaose roots – als je iets kunt delen, dan deel je het.”

Dan wil ik je compliment liever niet

Genoeg voor iedereen

Dat gevoel van gemeenschap kreeg Giovanca als kind al voorgeleefd. “Mijn ouders kwamen in de jaren zestig naar Nederland om te studeren. Mijn vader werktuigbouwkunde, mijn moeder verpleegkunde. Ik werd geboren in Alkmaar, maar mijn ouders verhuisden heel bewust naar Amstelveen om mij en mijn broertje en zusje daar in alle rust op te laten groeien. Ook al hadden we het thuis niet breed, de deur stond altijd open en er was genoeg ruimte en eten voor iedereen.” Op de katholieke middelbare school was Giovanca lange tijd het enige donkere kind in haar klas. Op zich niet zo’n ding, totdat er een ding van werd gemaakt. “Een moeder van een klasgenootje gaf mij een schouderklopje voor het feit dat ik naar het gymnasium ging. Maar dan op zo’n denigrerende manier, dat ze alles wat er ook maar complimenteus aan zou kunnen zijn, eruit had geslagen. Of jongens zeiden: ‘Ik val normaal gesproken niet op negerinnen, maar jij bent wél mooi.’ Dan ontstond er een kleine kortsluiting in mijn hoofd. Als ik eerst moet horen dat je negerinnen nooit mooi vindt, dan wil ik je compliment liever niet.”

O zo leuk haar

De meeste mensen zijn er helemaal niet op uit om haar te discrimineren, gelooft Giovanca. “Laten we zeggen dat je vijftien keer per dag iets hoort of ziet wat niet zo fijn is. Je vormt je eigen filter: hoe moet ik deze opmerking plaatsen? Is het aardig bedoeld of is iemand mij nu aan het discrimineren? Het liefst denk je er niet over na of doe je het af als iets onschuldigs. Maar zo werkt het dus niet. Het heeft lang geduurd voordat ik dit onderscheid kon maken. Dezelfde mensen die ons in de lift van onze chique flat zulke schattige, mooie, beleefde kindjes vonden, met ó zo leuk haar, deden een paar jaar later een stapje opzij als je naast ze bij de bushalte stond.” Giovanca aarzelt even. “Nu hebben we het gelijk al over dit thema. Het komt altijd wel ter sprake in interviews. Je kunt het nu eenmaal niet negeren, want het blijft ergens aan je kleven. Alsof mensen etiketjes op je plakken. Dus ik ging het compenseren. Zo van: ík doe wel een stapje opzij bij de bushalte, want ik wil niet dat jij je ongemakkelijk voelt. Of ik ging extra netjes Nederlands praten. Mezelf in de Bijenkorf of parfumerie extra ‘gewoon’ gedragen, zodat de bewaker snapte dat ik net als iedere andere Amstelveense was. Vermoeiend, maar een onderdeel van je zijn. Wij groeien – door het beeld dat je bijvoorbeeld op tv ziet – collectief op met het idee dat een witte familie met een pappa, een mamma en een caravan de norm is. In tekenfilms of op televisie zag ik bijna geen zwarte rolmodellen.”

Op de planken

Om die reden verschijnt Giovanca zelf wél op de catwalk, het podium of in de televisiestudio. “Hoewel ik het liefst meteen de muziek in ging, wilden mijn ouders dat ik een ‘echt’ vak leerde. Mijn vader was muzikant en trad veel op, maar hij deed dat als hobby. En dus studeerde ik orthopedagogiek. Toen ik op een dag over straat liep, werd ik gevraagd om modellenwerk te doen. Ineens was ik model. Vervolgens vroeg iemand die aan mijn type stem kon horen dat ik zou kunnen zingen of ik in zijn band wilde komen. Ineens zat ik in een band. De EO belde of ik misschien een prominente rol zou willen vervullen in een talkshow. Ik dacht gewoon dat ik als een soort tafeldame aan zou schuiven om over muziek te praten, maar ineens was ik een talkshowhost.”

Op1-presentator Giovanca Ostiana

Te zwart

Dat dingen haar overkomen, betekent niet dat ze er niet voor hoeft te vechten. De strijd zit bij Giovanca niet zozeer in het krijgen van een baan. “Het gaat meer om de vraag: ‘Hoe word ik gelijkwaardig behandeld als ik daar eenmaal zit?’ Zó vaak ben ik als model naar huis gestuurd, omdat ik te zwart was of te veel rondingen had. Of ik hoorde dat ze mij alleen in de zomer op de cover konden zetten, omdat het verlies voor het blad dan nog te behappen was. En wat dacht je van alle kritiek toen ik Op1 ging presenteren? Ik zou daar natuurlijk juist zitten omdat ik zwart was, niet om wat ik kon, kreeg ik te horen. Ik werd écht niet gespaard.” Spijt heeft ze nooit gehad. “Ik vind achteraf qua carrière niks jammer. Dat komt door mijn geloof. Mijn hele leven ben ik al gelovig, maar ik had nooit echt een modus gevonden om me daarover uit te spreken. Toen mijn programma Vrije Geluiden bij de VPRO stopte en de EO belde, zag ik dat als een teken. Voor de EO wilde ik wel werken, zeker nu ik moeder ben. Ik geef mijn dochter al veel mee over het geloof. Toen ik zelf kind was, geloofden we op een passieve manier. Ik werd gedoopt, we hadden een bijbel in huis en gingen met Kerst naar de mis. Totdat mijn moeder zich bekeerde en ons meenam naar een kleurrijke pinkstergemeente. Het voelde als een nieuwe familie.”

Dronken publiek

Al snel wordt daar haar zangtalent ontdekt. En ook buiten de kerk krijgt Giovanca een podium. “Voor ik het wist, was ik artiest en trad ik op in clubs, op festivals en poppodia. Ik hopte van podium naar podium, trad soms op voor een dronken publiek en had ook weleens een vriendje. Dingen die bij mijn leven gingen horen, kwamen niet overeen met mijn Bijbelse opvoeding.
Ik voelde me er schuldig over, ook al heb ik zelf nooit gedronken, gerookt of veel vriendjes gehad. Door sommige christenen werd ik als een afvallige gezien, waardoor ik me juist een beetje tegen het geloof ging afzetten. Ik heb het geloof nooit losgelaten, maar ik had zelf de drempel naar God heel hoog gemaakt.” Een preek van de Amerikaanse Joyce Meyer hielp haar die drempel te verlagen. “Om in de tegenwoordigheid van God te zijn, hoef je niet eerst duizend Bijbelteksten te lezen. Je kunt gewoon gaan zitten en tegen God gaan praten. Zo is het ook met gospel, besefte ik. Als ik met volle overtuiging zing, dan heb ik op dat moment omgang met God. Natuurlijk moet je eerbiedig zijn, maar je mag komen zoals je bent. God is vergevingsgezind, dus dan moet je dat ook naar jezelf zijn. Ik bid en zing elke dag met Jesamy. Ik vind het belangrijk dat mijn dochter weet dat God altijd bij haar is.”

De mensen om je heen zijn je spiegel

Ver van mijn bed

Dat ze naast zingen ook ging presenteren, vindt Giovanca een verrijking. “Als artiest zit je toch in een soort bubbel. Je bent ontzettend bezig met wat er in je eigen leven gebeurt en hoe je dat vertaalt naar muziek. Voor mijn Diana Ross-Tour kroop ik in de huid van mijn idool, maar het vraagt toch iets anders om als host van Op1 in de huid van Pieter Omtzigt of Hugo de Jonge te kruipen. Voor mij zit de verrijking vooral in de menselijke verhalen. Iemand die vertelt hoe het is om een kind te verliezen of suïcidaal te zijn, maakt dat ik anders tegen de wereld aan kijk en mijn eigen leven iets kan relativeren.” En dat terwijl Giovanca verre van een zorgeloos leven heeft. “‘Ver van mijn bed’ bestaat niet meer. Je kunt het zo gek niet bedenken, of ik heb het meegemaakt. Toen ik euforisch het podium van het North Sea Jazz Festival af kwam, belde de vader van mijn beste vriendin: ‘We zijn haar verloren.’ Een zwaar verlies. Net daarvoor was ik in Japan voor mijn tour. Ook daar kwam ik net van het podium toen ik hoorde dat mijn tante was overleden. Mijn tourmanager snapte niet waarom we midden in de nacht de ambassade moesten bellen om mij zo snel mogelijk naar huis te krijgen. In mijn cultuur is een tante een haar verwijderd van je moeder. Je groeit met elkaar op. En omdat mijn vader ziek was, kon mijn moeder niet moederen over de kinderen van haar zus. Dus ik móést naar huis. Je doet zoiets met z’n allen.”

Zwarte haarproducten

Het rijtje van geliefden die Giovanca moet missen, wordt langer en langer. “Bijna iedereen die belangrijk voor mij was, is dood. Mijn eigen vader. De Amerikaanse gospelzangeres Rhetta Hughes, die op mijn albums zong en mij als een soort peettante hielp aan boeken en make-upproducten die je in Nederland nog niet kon krijgen. En mijn stylist en beste vriend, die mij twintig jaar lang kleedde en stylde. Hij kreeg dit voorjaar corona en was binnen drie dagen weg.” “Kijk,” gaat Giovanca verder met gebroken stem, “eigenlijk ben je een beetje wie je bent door wat je hebt gedeeld met anderen. Je eigen herinneringen zijn eendimensionaal; de mensen om je heen zijn je spiegel. Hen bel ik na een uitzending of na een slechte recensie. Het zijn je graadmeters. Hoe bizar is het dat zij er allemaal niet meer zijn? Na een verlies schiet ik altijd even terug in een soort trauma. Pas daarna denk ik: ‘Ik vermag alle dingen in Christus die mij kracht geeft.’ Een van mijn favoriete teksten. En ik kan niet te lang verdrietig zijn, want ik wil sterk zijn voor mijn dochter. Natuurlijk mag ze kwetsbaarheid zien, maar ik wil niet te lang in bepaalde dingen blijven hangen.”

Ik vind het prettig dat zij mijn schema in de war schopt

Wonderbaby

Haar dochter was een wonderbaby, vertelt Giovanca met stralende ogen. “Bijna alles wat er tijdens de zwangerschap mis kon gaan, ging mis. Ik ging ziekenhuis in, ziekenhuis uit. Toen ik 23 weken zwanger was, zeiden de artsen: ‘Mevrouw, u gaat nu bevallen en we kunnen niets doen.’ Ik zei dat ik nog niet bij dat hoofdstuk in mijn zwangerschapsboek was aanbeland. Ik zag de uren verstrijken en belde de pastor op Curaçao, die sinds de dood van mijn vader als een vader voor mij was. Hij bad door de telefoon met mij. De volgende ochtend zat mijn dochter nog veilig in mijn buik. Dit hele riedeltje herhaalde zich nog vijf keer, maar Jesamy kwam keurig met 39 weken en 1 dag ter wereld.” Jesamy wist als enige de alsmaar doorrennende Giovanca te remmen. “Van nature bewaak ik slecht mijn grenzen. Mijn rust, gezondheid en sociaal leven leden onder mijn doorzettingsvermogen. Sinds ik moeder ben, moet ik niet alleen mijn eigen grenzen, maar ook die van mijn dochter bewaken. Dus eet ik zelf ook gezonder en slaap ik vroeger. Mijn dochter heeft mij onthaast; je kúnt niet anders. Ik vind het heel prettig dat zij mijn schema in de war schopt. Vroeger vond ik het leven van mijn zusje of vriendinnen die al veel jonger moeder werden niet spannend genoeg. Nu ben ik zelf ook zo’n buurtmoeder. Op zondag vraag ik in de buurtapp of iedereen iets lekkers meeneemt, vervolgens zetten we de pingpongtafel in de speeltuin vol en eten we met elkaar. Daar kan ik zó van genieten.”

44 jaar zegeningen

Op dit moment werkt Giovanca namens de EO aan een nieuw muzikaal televisieprogramma. “Muziek is gewoon mijn passie. Ik ben er misschien wel voor geboren. Mijn vader leerde me eerder noten lezen dan letters. Het hoort bij mij. Ik luister er graag naar, ik maak het, ik bevraag mensen erover. Zelf luister ik op dit moment veel naar ‘Jehovah Jireh’ van Jekalyn Carr. ‘Wat er ook gebeurt, ik beloof dat ik niet stop met geloven,’ zingt zij. Als het leven zwaar blijkt, vergeet je makkelijk alle zegeningen uit de afgelopen 44 jaar. Maar er is nog steeds zo veel om dankbaar voor te zijn.” Mensen die dicht bij haar staan, vinden het soms een wonder dat Giovanca nog op haar benen staat. “Ik heb altijd een glimlach op mijn gezicht. Soms krijg ik er via social media kritiek op. Dat maakte me onzeker, totdat mijn moeder zei: ‘Jij bent altijd zo geweest. Het is je kracht.’ Dit is wie ik ben, dus omarm ik mijn glimlach. Misschien heb ik te lang níét van het leven genoten, niet gerust, niet om me heen gekeken, dat ik dat nu allemaal heel belangrijk vind. Dus zet ik het bikkelen soms heel bewust in de koelkast, om te kiezen voor lichtheid en vreugde. Ik stam af van een rij sterke vrouwen. Al zou ik de helft van hun kracht hebben, dan zou ik me al gelukkig prijzen.”

Wie is Giovanca Ostiana?

Giovanca Desire Ostiana (44) studeerde orthopedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam, debuteerde in 2008 als soul- en jazz-zangeres en bracht albums uit als Subway Silence en Satellite love. Ze won de 3FM Talent Award in 2009 en de Zilveren Harp in 2010. Vanaf 2017 presenteerde ze het VPRO-muziekprogramma Vrije Geluiden. Sinds 2020 vormt Giovanca samen met Tijs van den Brink een van de vijf presentatieduo’s van talkshow Op1. Giovanca woont in Amstelveen en heeft een 5-jarig dochtertje uit een relatie met filmregisseur Niels Nieuborg

Tekst: Charlotte van Egmond
Beeld: Janita Sassen

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons