Michel Mulder: ‘Soms was die gouden medaille een kwelling’

De schaatskampioen is te gast in EO-serie 'Meer dan goud'

Geen sterveling was sneller op het ijs dan sprintkoning Michel Mulder (35): hij werd - onder andere - twee keer wereldkampioen sprint én olympisch kampioen op de 500 meter. Begin 2020 stopte hij. “Het euforische gevoel van winnen is absoluut verslavend. Maar: familie is belangrijker.”

Je hoeft geen Langs de Lijn-commentator te zijn om meteen te merken dat je met een sportman te maken hebt. De goedlachse Michel meldt zich stipt op tijd op de afgesproken plek (het EO-gebouw in Hilversum) voor dit interview en neemt de trap omhoog snel en met onmiskenbare souplesse – twee treden tegelijk, ondertussen rustig doorpratend.

Geen tel

Toen de EO hem benaderde met de vraag of hij – samen met vijf andere oud-topsporters – wilde meedoen aan het tweede seizoen van het tv-programma Meer dan goud, aarzelde Michel geen tel. “Ik dacht direct: natuurlijk, ontzettend leuk!” vertelt hij bij een kop koffie. “Ik had namelijk een paar afleveringen van de vorige serie gezien en was daar enthousiast over.”

Hij kijkt met genoegen terug op deze ervaring, geeft hij aan. “We verbleven als groep een weeklang op een schitterende locatie en voerden mooie, persoonlijke en soms behoorlijk emotionele gesprekken, over sport en nog veel meer.”

De opnames vonden plaats in en rond een imposant 14e-eeuws kasteel: Rechteren, het enige bewaard gebleven middeleeuwse kasteel in Overijssel (net buiten Dalfsen).

De andere deelnemers waren Edith Bosch (judo), Danny Blind (voetbal), Annemarie Verstappen (zwemmen), Maartje Paumen (hockey) en Hennie Kuiper (wielrennen). Samen sleepten deze ex-topsporters negen Europese titels, negen wereldtitels, tien olympische medailles én de bokaal van de UEFA Champions League in de wacht.

Nijntje op schaatsen

Per persoon kregen de deelnemers één dag de tijd om – aan de hand van enkele door henzelf geselecteerde foto’s én een sportieve opdracht voor de hele groep – hun verhaal te vertellen.

Je begint jouw eigen verhaal aan de hand van een kinderfoto. Daarop zie je jou samen met je tweeling- en ‘schaatsbroer’ Ronald in een stapelbed zitten, met aan de muur ernaast een poster van Nijntje op schaatsen.

“Ja, dat is – achteraf – wel een heel toepasselijk beeld. Ik denk dat we toen 5 waren. Ik ben geboren in Zwolle, waar ik tot mijn 23e heb gewoond voordat ik naar Heerenveen verhuisde. En inmiddels woon ik weer in Zwolle. Onze ouders waren echte schaatsfanaten. Ronald en ik zijn één dag na de Elfstedentocht van 1986 geboren. Mijn moeder vroeg zelfs of ze, vanwege die ‘tocht der tochten’, een dag later naar het ziekenhuis mocht voor de bevalling.”

We maakten óveral een wedstrijdje van

Dat de tweeling – de laatste van in totaal zeven kinderen, allemaal jongens – op het ijs belandde, was min of meer toevallig, zegt hij. “Onze broer Berry voetbalde, maar kreeg last van zwakke enkelbanden. De dokter adviseerde hem te gaan skeeleren en schaatsen, wat hij heel goed bleek te kunnen. In zijn kielzog zijn Ronald en ik ook gaan skeeleren en schaatsen. En we bleken daar allebei heel goed in te zijn.”

Moet je hypercompetitief zijn om het zó ver te schoppen in de sport?

Vrijwel direct: “Dat denk ik wel. Ronald en ik maakten óveral een wedstrijdje van. Wie als eerste bij de deur was, wie als snelste uit school naar huis kon fietsen, enzovoort. Dat is trouwens wel een familietrekje: we zijn allemaal fanatiek.”

Eén oudere broer, Edward, heb jij zelf nooit gekend, omdat hij al op 2,5-jarige leeftijd overleed aan de complicaties van hartfalen. Heeft die lege plek jouw leven op de een of andere manier gestempeld?

“Zijn foto hing bij ons thuis aan de muur, in de woonkamer. Mijn ouders spraken weinig over hem. Pas toen ik wat ouder was, ging ik er zelf vragen over stellen. Maar als kind was ik daar niet zo mee bezig. Gestempeld? Die lege plek is wel duidelijk een onderdeel van ons gezin; daar ontkomen we – helaas – niet aan. Zeker voor mijn ouders en de broers die hem wél gekend hebben, was het heel heftig.”

MS

Toen Michel en Ronald 5 jaar oud waren, dus rond de tijd van die kinderfoto, werd bij hun moeder multiple sclerose (MS) geconstateerd. Tegen die progressieve ziekte van het centrale zenuwstelsel is medisch gezien nog steeds geen kruid gewassen. Het enige wat artsen kunnen, is het ziekteverloop met medicatie proberen te vertragen.

Ondanks alles sta je er nooit alleen voor

“Het is inmiddels dus al dertig jaar geleden dat ze die diagnose kreeg,” zegt Michel. “Als mensen me vragen hoe het met haar gaat, vind ik dat altijd een lastige. Gestaag achteruit. Het wordt steeds lastiger.”

Hoe is ze daar zelf onder?

“Ze is sterk en houdt zich goed; ze probeert er het maximale uit te halen. Dat vind ik zeer bewonderenswaardig. Evenals de rol van mijn vader trouwens, die fulltime mantelzorger is. Als kind ben ik daar heel trots op. Mijn moeder kan niet meer zelf lopen. Voor korte stukken heeft ze een rollator nodig, en voor langere een scootmobiel. Ze merkt bijvoorbeeld dat het gevoel in haar handen weggaat. Dus allerlei dagelijkse dingen worden steeds lastiger. Ze is echt hulpbehoevend.”

Het lijkt me heel confronterend om dit als kind te moeten zien.

“Dat is het. Als je – bijvoorbeeld – de diagnose kanker krijgt, is er vaak een behandelplan, en een kans dat je het overleeft. Ik besef dat het appels met peren vergelijken is, maar bij MS heb je dat uitzicht niet. Het wordt niet beter. De ene na de andere lichaamsfunctie valt op den duur uit. Definitief. Wat je nu verliest, heb je morgen ook niet meer. Tenzij er een enorme medische doorbraak komt – Ronald en ik zijn beiden ambassadeur van MS Research – óf er een wonder gebeurt.”

Je komt uit een gereformeerd-vrijgemaakt nest. Ben je ooit boos geworden op God omdat je moeder MS heeft?

“Nee. Dat had inderdaad gekund. Maar daar boos om worden, dat zit niet zo in me. Ik denk dan toch al vrij snel: het zal wel een reden hebben…”

Merk je dat het geloof haar kracht geeft?

Het blijft enkele seconden stil. “Het zijn niet echt gesprekken die wij van huis uit gewend zijn te voeren. We zijn gelovig, gaan naar de kerk en staan daar allemaal volledig achter. Maar als het om MS gaat, is dat om zo te zeggen bij ons thuis niet het gesprek. Dat het geloof haar kracht geeft… ja, dat kán niet anders. Het is ook een van de mooiste dingen van het geloof dat het je uitzicht geeft. Misschien vergeten we dat vaak als het ons allemaal voor de wind gaat. Ook dan doet het geloof ertoe, maar zeker als je ziek bent en weet dat je niet beter zult worden, is dat een bemoedigende boodschap: ondanks alles sta je er nooit alleen voor. En ook voor mijzelf, als kind, is het fijn om te merken dat ze er zéker kracht uit put.”

Terwijl hun moeder lichamelijk steeds meer in moest leveren, piekte haar sportieve tweeling als het ging om snelheidsrecords op het ijs (en Michel trouwens ook bij het inlineskaten). Steeds vaker waren ze, alleen of samen, te zien op Nederlandse, Europese en later zelfs internationale podia.

De absolute hoogtepunten voor Michel wat het schaatsen betreft? Dat hij twee keer wereldkampioen op de 500 meter werd (2013 en 2014), en tijdens de Olympische Winterspelen van 2014 in het Russische Sotsji op diezelfde afstand het hoogst haalbare behaalde: goud (tweelingbroer Ronald stond naast hem op het erepodium, met brons).

Als sprinter won je jarenlang vrijwel alles wat er te winnen viel. Is winnen, weten dat je de allerbeste bent, verslavend?

Met een instemmende knik: “Het gevoel dat je iets bijzonders doet, is zó fijn. En dat hoeft niet eens altijd een eerste plek te zijn; ik heb ook wel wedstrijden meegemaakt dat ik zó goed reed en – dik tevreden – als tweede op het podium stond. Dat euforische gevoel is absoluut verslavend. Jezelf verbeteren kan trouwens voor iedereen op ieder niveau verslavend zijn. Dat is het mooie van sport – misschien wel de beste verslaving die je kunt hebben.”

Wanneer begon het woord ‘stoppen’ voor het eerst rond te zingen in je hoofd?

“Ik denk vanaf 2017. Het jaar na de Spelen ging het al wel iets minder. Later werd ik tweede met een WK, waar ik heel blij mee was. Maar het jaar daarna merkte ik dat ik de aansluiting begon te missen. Dan komt stoppen weleens in beeld. Waarom het minder ging? Ik vind het nog steeds lastig om daar de vinger achter te krijgen. In ieder geval speelde mee dat ik rond grote wedstrijden altijd een enorme spanning heb ervaren: de druk om te móéten presteren. Zeker nadat ik olympisch goud had gewonnen.”

De successen van weleer veranderden mettertijd in pijnlijke herinneringen. “Soms was het voor mij een grote kwelling dat ik die gouden medaille van Sotsji in de kast had liggen,” bekent hij. “Ik stond daar inmiddels zó ver van af dat ik dacht: hoe heb ik dat in vredesnaam ooit gedaan? Toen ik stopte met sporten, kon ik pas echt gaan genieten van alles wat ik gedaan en bereikt had. En die spanning viel ook in één keer weg.”

Dit is een ingekorte versie van het interview met Michel Mulder uit Visie 29/30. Meer van dit soort verhalen lezen? Voor maar €40,- ontvang je een jaar lang Visie. Sluit hier een abonnement af.

Maandag 19 juli 19.00 uur: Danny Blind
Dinsdag 20 juli 19.00 uur: Maartje Paumen
Woensdag 21 juli 19.00 uur: Annemarie Verstappen
Donderdag 22 juli 19.00 uur: Michel Mulder
Vrijdag 23 juli 21.30 uur: Edith Bosch
Zaterdag 24 juli 22.20 uur: Hennie Kuiper

Beeld: Jacqueline de Haas

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons