Geloven met je hoofd, je hart en je zintuigen

Column van Andries Knevel

Geloven doe je met je hoofd, je hart, je zintuigen, je handen. Dat kwartje viel toen ik in het Reformatorisch Dagblad van 25 juni las over de promotie van Marianne Kuipers. 

In haar dissertatie plaatst ze de bekende apologeet G.K. Chesterton tegenover de nieuwe atheïsten. Chesterton vindt dat geloof simpelweg met gezond verstand te maken heeft en Marianne Kuipers definieert vervolgens welke vier elementen het gezond verstand vormen: de zintuigen, de rede, de traditie, en het gevoel van verwondering.

Ik heb over die vier elementen lopen peinzen, en dacht: ze heeft gelijk. Natuurlijk heeft geloof met ons verstand te maken. De waarschijnlijkheid van het christelijk geloof is groot. Maar daarmee ben je er niet. Zintuigen spelen ook een rol. Het geloof spreekt je aan op gevoelsniveau, op hartsniveau, op zielsniveau. Door muziek, door kunst, door de schepping.

En dan doet de traditie ook nog mee: de wetenschap dat je mag staan op de schouders van je voorouders. Dat je mag genieten van de denkkracht van mannen en vrouwen die in hun tijd hebben gereflecteerd op het geloof.

Geloven doe je dus met je hoofd, je hart, je zintuigen, je handen, én in grote verwondering. Psalm 18 zingt: ‘Nu zal mijn ziel, nu zullen al mijn zinnen, o God, mijn Sterkt’, U hartelijk beminnen.’ 

Dat is het.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons