Topschaatser Irene Schouten in EOdoc 'Het leven gaat niet altijd over tulpen'

Docu over topsport en mantelzorg, maandag 20.00 uur, NPO 2

Het leven van schaatskampioen Irene Schouten (28) staat op z’n kop als haar moeder in 2016 een hersenbloeding krijgt. Vijf jaar lang zorgt Irene met haar familie voor haar hulpbehoevende moeder, terwijl ze ondertussen hard werkt aan haar schaatscarrière en er thuis een internationaal tulpenbedrijf gaande moet worden gehouden. In de EOdoc 'Het leven gaat niet altijd over tulpen' volgt regisseur Barbara Makkinga de familie Schouten twee jaar lang.

Het verhaal over onvoorwaardelijke liefde, trouw en veerkracht geeft een intiem inkijkje in het familieleven van de Schoutens. Toch was Irene bij het zien van de documentaire niet meteen onder de indruk, vertelt ze vanuit een trainingskamp op Tenerife. “Ik vind het mooie beelden hoor, maar het verhaal dat verteld wordt, vind ik niet bijzonder. ‘Waarom is zoiets tv-waardig?’ vroeg ik me af. Totdat mijn vriend en zwager zeiden: ‘Dit is niet normaal, jullie vinden het normaal, omdat jullie het elke dag doen, maar wat jullie doen voor je moeder is juist heel uniek.’”

Best eenzaam

Precies dat mist Irene als ze een paar weken weg is voor een training: de nabijheid van haar moeder en de rest van haar familie. “Ik zit hier met mijn team en veel andere sporters in een hotel waar verder niks te doen is. Geen supermarkt, geen restaurantjes – best eenzaam. Andere sporters genieten er juist van en hebben het vooral zwaar bij een stevige training, voor mij is het precies andersom.”

Irene verblijft op Tenerife om te trainen op hoogte, legt ze uit. Zo maakt ze een basis waarop ze in Nederland weer verder kan. “Op hoogte maak je natuurlijke epo aan, waardoor je het sporten langer vol kunt houden. Zo bouw je dus extra conditie op.” En dat alles voor het winterseizoen van 2021-2022 en de Olympische Winterspelen van 2022.

‘Ze wisten thuis van meet af aan hoe fanatiek ik was’

Schuldgevoel

Dat het hard werken is voor Irene, vindt ze niet zo erg. Ook met het feit dat ze vaak als eerste weggaat op feestjes van vrienden of dat ze er zelfs helemaal niet bij kan zijn, heeft ze leren leven. Wat haar het meest pijn doet, “en soms een schuldgevoel oplevert”, is dat ze minder vaak bij haar moeder kan zijn. “Met vriendinnen pak ik de draad snel weer op als ik thuis ben, ze begrijpen het wel. Bij mijn moeder is dat anders. Als ze goede momenten heeft, probeer ik veel te beeldbellen. Maar als ze niet zo goed in haar vel zit, overleg ik even met mijn zus of vader of het handig is.”

“Je wilt, ook in zo’n documentaire, natuurlijk het liefst de leuke momenten laten zien,” gaat Irene in één adem verder. “Maar die zijn er niet altijd. Eigenlijk verschilt het van week tot week. De afgelopen twee weken was mijn moeder superlief, vroeg ze allerlei dingen, en dan wil ik niets liever dan bij haar zijn, met haar bellen, gewoon lekker praten. Maar als ze niet zo goed in haar doen is, schreeuwt ze veel en kan ze moeilijk contact maken. Op zulke momenten bel ik niet als ik in het buitenland zit.”

Zie je na vijf jaar nog wel ontwikkelingen bij je moeder?  
“Zeker, zij het met ups en downs. Bij de downs denk je: waar gaat dit naartoe? Maar van de ups krijgen we allemaal energie. Elke drie maanden maken we wel mee dat ze iets zegt of doet wat ze sinds de hersenbloeding nog niet gedaan heeft. Onze hoop blijft dat het nog steeds een beetje vooruitgaat.”

‘Als ik wegga, geef ik haar een kruisje op haar voorhoofd’

Is ze nog wel je moeder zoals je haar vroeger kende?
“Totaal niet. Eén moment herinner ik me wel dat ik haar oude persoonlijkheid even terugzag. Ik stond een beetje raar op, omdat ik last van mijn rug had. Ze vroeg me wat er aan de hand was en toen ik antwoordde, zei ze meteen: ‘Dat moet je even naar tante Hélène, die kan daar goed naar kijken.’ Ze had het over haar zus die fysiotherapeute is. Zoiets zou ze vroeger ook gezegd kunnen hebben, want ze was altijd heel zorgzaam. Zulke momenten blijven je bij.”

Hoe ervaar je het mantelzorgen?
“Als iets vanzelfsprekends. We zijn zo opgevoed, een beetje van de oude stempel: de vrouwen koken en regelen het huishouden en de man werkt – vaak tot laat – buiten. Inmiddels hebben mijn zus en ik werk buiten het tulpenbedrijf, dus er komt wel een andere tijd aan. M’n vader en broers zijn alleen, zij hebben geleerd om wasjes te draaien en eten te koken. Maar het komt vaak genoeg voor dat ze tot zeven uur ’s avonds buiten lopen, omdat er toch niemand is die binnen op hen wacht.”

Mooi pensioen

Het zwaarst vindt Irene het voor haar vader. “Met mijn zus neemt hij heel veel op zich, met name in de weekenden, als mijn moeder thuiskomt. Maar voor ons als kinderen geldt dat we nog een hele toekomst voor ons hebben. Ik ga trouwen, mijn zus is zwanger – zo’n toekomstbeeld heeft hij niet meer. Hij heeft met mijn moeder altijd knetterhard gewerkt om straks van een mooi pensioen te kunnen genieten. Hij is zijn maatje kwijt. Ze is er nog wel, maar niet meer zoals vroeger.”

“Mantelzorgen doe je uit liefde, en ik bewonder mijn vader enorm om zijn geduld. Als mijn moeder gaat schelden of schreeuwen, hij blijft gewoon rustig en lief. Ikzelf vind dat moeilijker. Oké, je zorgt voor haar, omdat zij altijd voor jou heeft gezorgd, maar als ze schreeuwt, heb ik wel zoiets van: ‘Ik doe dit voor jou, en je doet nu niet leuk tegen mij…’ Dan zet ik haar bijvoorbeeld even in de keuken of voor de tv, zodat ze weer rustig kan worden. Vaak gebeurt het twee uur later dat ze erop terugkomt en sorry zegt. Ze heeft zulke uitbarstingen dus echt niet in de hand.”

Uitlaatklep

Hoe geef je je verdriet een plaats? Sport je het eruit?
“Tijdens het sporten denk ik er niet aan, dus dat is wel een soort uitlaatklep. Het verdriet kan komen als ik filmpjes of foto’s zie van vriendinnen die leuke dingen doen met hun moeder. Dit kan dus nooit meer, denk ik dan. Tegelijk besef ik dat ze er nog steeds ís en dat ik het daarmee moet doen. Als we samen ons best doen, kan het steeds nog beter gaan.

Ik ben blij dat ze erbij kon zijn toen ik mijn trouwjurk uitzocht. Natuurlijk kan ze niet meer zoals vroeger zeggen: ‘Dit en dat vind ik niet zo mooi,’ of: ‘Kan dit nog anders?’, maar het betekende toch wel veel voor me.”

Waar put je troost uit?
“Vooral uit de opvoeding die ik van haar heb gehad. Daar denk je als jongere niet over na, maar nu denk ik vaak aan dingen die ze vroeger zei. Iets simpels als goed je best doen op school, of sparen in plaats van al je zakgeld uitgeven. Ze had liever dat je je best deed en de havo haalde dan dat je er met de pet naar gooide en het atheneum afrondde.”

‘Mijn moeder was zo’n goede vrouw’

Grootste fan

Je moeder was en is je grootste fan, heb je weleens gezegd.
“Ze ging altijd met mij mee naar wedstrijden. Het kwam best vaak voor dat mijn vader met mijn broer Simon naar Groningen reed en mijn moeder met mij naar Brabant. Het werd niet gepusht of zo, onze ouders zagen dat we plezier in het schaatsen hadden en stimuleerden ons om ermee door te gaan. Zo kwam eerst de basisselectie in beeld, toen Jong Oranje, daarna het betaalde schaatsen.” Lachend: “Ze wisten thuis van meet af aan hoe fanatiek ik was. Als ik niet luisterde, zeiden ze: ‘Dan mag je voor straf niet trainen.’ Nou, dat deed het wel, want mijn trainingsschema was heilig.”

Speelde het geloof een rol bij jou thuis?
“Zeker, mijn moeder ging regelmatig naar de rooms-katholieke kerk in ons dorp. Met Kerst en ook in de zomer gingen wij als kinderen mee. Na de hersenbloeding van mijn moeder ben ik daar eigenlijk mee gestopt. Maar mama is er nog wel erg van hoor. Als ik wegga bij haar, geef ik haar een kruisje op haar voorhoofd – dat doe ik nog wel. Dan wil ze ook áltijd nog een kruisje op mijn voorhoofd geven, iets wat ze vroeger altijd deed als ze ons naar bed bracht.”

Ben je boos op God?
“Boos op God ben ik niet. Ik ben er gewoon niet zo mee bezig. Ik begrijp wel dat iedereen zoiets kan overkomen. Moeilijk doen helpt niet, je kunt er toch niks aan veranderen.”

Dus niet zeuren en doorgaan?

“Ja, en naar de positieve dingen kijken. Ons huwelijk aanstaande zomer bijvoorbeeld. En de Olympische Spelen. Daar wil ik mijn beste races rijden.”

Beeld: ANP

Irene Schouten

Topschaatser Irene Schouten werd in 1992 geboren en groeide op in het Noord-Hollandse Wervershoof. Ze specialiseerde zich op de lange afstanden en marathons. In 2015 won ze de eerste wereldtitel op de massastart, een titel die ze in 2019 opnieuw behaalde. Op de Olympische Spelen in 2018 haalde ze brons op dit onderdeel. Dit jaar won Irene goud op de 3000 en 5000 meter bij het Nederlands Kampioenschap afstanden en goud op het WK Afstanden op de 5000 meter.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons