‘Rond mijn 20e kon ik niet meer zeggen: ik geloof’

Reinier Sonneveld blikt terug op zijn geloofsweg

Reinier Sonneveld portret Ruben Timman 2021

Door de muren van zijn studentenhuis heen hoorde hij herhaaldelijk hoe een doodsbange vrouw zwaar werd mishandeld. Die ervaring sloeg de weerhaken van de twijfel diep in het geloofsleven van theoloog Reinier Sonneveld: waarom greep God niet in? “Ik las me maandenlang súf om antwoorden te vinden.”

“Mijn vroegste herinnering als het om geloof gaat?” In zijn Utrechtse woonkamer krabt Reinier (43) eventjes op zijn hoofd. “Het eerste wat bij me bovenkomt, zijn de kerstvieringen in de vrijgemaakte kerk in mijn geboorteplaats Delft. Je kreeg dan altijd een boekje, een kerstkrans en een grote sinaasappel. En ik herinner me de lichtjes en het ‘Ere zij God’ – als kind zong ik al graag.”

Ik liep vast in allerlei waarheids-vragen

Pastorale kant

“Ik denk dat ik al vanaf mijn 4e twee keer per zondag in de kerk zat, ’s morgens en ’s middags,” vervolgt hij. “Het was een kleine stadsgemeente, met veel studenten, die nog steeds bestaat.”
Reinier groeide op in een gezin met vier kinderen: hij heeft een biologische broer, plus een geadopteerde broer en zus. “Mijn vader is natuurkundedocent en staat vlak voor zijn pensioen; mijn moeder is net gepensioneerd als verpleegkundige. Zijn rationele en haar meer zorgzame kant draag ik beide mee.”

Waar zie je die terug bij jezelf?
“Ik ben veel met apologetiek – geloofsverdediging – bezig geweest en houd van begripsverheldering. Tegelijkertijd heb ik een pastorale kant, die bijvoorbeeld tijdens mijn werk als coach naar voren komt. Dat zijn twee kanten die ik van mijn ouders heb meegekregen.”

Elly & Rikkert

Kinderfoto Reinier

Heel belangrijk voor zijn geloofsontwikkeling is de muziek van Elly & Rikkert geweest, geeft hij aan. “Dat was destijds, in de vrijgemaakte bubbel waarin ik opgroeide, best bijzonder.”

In welke zin?
“Er lag in mijn omgeving veel nadruk op kennis en op datgene waarin we ons als vrijgemaakten theologisch onderscheiden van anderen. Ik herinner me eindeloze discussies over de uitverkiezing, terwijl het in de liedjes van Elly & Rikkert juist ging over ‘Jezus in je hart’. Als je mij vraagt wat me het meest is bijgebleven van de geloofsopvoeding bij ons thuis, denk ik aan die liedjes. Hun hele oeuvre uit de jaren zeventig en tachtig ken ik uit mijn hoofd. Wij luisteren er nu naar met ons 5-jarige zoontje.”

‘Kom naar huis’

Na zijn vwo-examen verhuisde Reinier naar Kampen, om te gaan studeren aan de (vrijgemaakte) Theologische Universiteit: hij wilde predikant worden. Het Elly & Rikkert-liedje ‘De verloren zoon’ voedde dit verlangen. “Dat kwam heel sterk bij me binnen. Het klinkt heel feestelijk en uitnodigend, met steeds die oproep ‘Kom naar huis’. Iedereen hoort erbij, is welkom bij God: dat wilde ik graag doorvertellen aan anderen.”

(Tekst loopt door onder de video)

Politie
Studeren? Dat deed hij met plezier. Maar op een dag merkte hij dat de buurvrouw die naast zijn studentenhuis woonde, zwaar werd mishandeld door haar man. Keer op keer op keer.
Hij schudt zijn hoofd. “Verschrikkelijk. We hoorden het heel duidelijk en hebben van alles geprobeerd. Van aanbellen tot contact opnemen met de politie. ‘O ja,’ zei de agent die ik aan de lijn kreeg, ‘ik ken die man wel: zijn vader werkt ook bij de politie. Ik regel het.’ Maar er veranderde natuurlijk niets: het ging maar door.”
Stilte. “Ik doe wat ik kan om die situatie te veranderen, dacht ik, maar wat doet God? Ik kan niet door de muur heen, Hij wel – waarom grijpt Hij niet in?”
Reinier sprak hierover met docenten, maar dook ook de theologische bibliotheek in. “Ik las me súf om antwoorden te vinden: de ene stapel boeken na de andere. Minstens een halfjaar deed ik niets anders.”

Tevergeefs.
“Uiteraard. Er is geen intellectueel volledig bevredigend antwoord op te vinden.”

Superirritante oorwurm

Bestond de God in wie hij van kinds af aan had geloofd op de keper beschouwd wel? Die vraag werd voor Reinier gaandeweg steeds klemmender. “Ik liep vast in allerlei waarheidsvragen. Hoe zit het nou met God en het lijden? Kan ik Gods bestaan bewijzen? Wat zijn daarvoor de argumenten? En hoe sterk zijn die?”

Heb je overwogen de stekker uit je studie te trekken?
“Nee. Mede omdat ik geen alternatief had.” Raakte je het geloof kwijt? Aarzelend: “Ik kon in ieder geval niet langer actief ‘Ik geloof’ zeggen. Ik identificeerde mezelf rond mijn 20e niet langer met wat ik kende als geloof. Op zeker moment heb ik – met de hand – een brief opgesteld om mezelf uit te schrijven uit de kerk. Het frappante? Ik zette mijn naam eronder, en nog geen minuut later dacht ik: maar ik geloof wél!”

Klinkt tegenstrijdig.
“Dat ‘ik geloof’ had ik – kennelijk – heel sterk verbonden aan het instituut kerk zoals ik dat kende. Zodra ik me daarvan losmaakte, voelde ik me vrij om te kunnen zeggen: ‘Maar ik geloof tóch, al weet ik niet precies hoe het allemaal zit.’ Geloof was in ieder geval weer een optie. Boeken van G.K. Chesterton en C.S. Lewis waren op dit punt belangrijk voor me. Zij combineren een diepgang in hun denken met een aanstekelijk plezier, speelsheid en lichtvoetigheid in het geloof die voor mij verfrissend waren. En die me de vrijheid gaven mijn eigen geloofszoektocht te gaan maken.”

Bezocht je nog weleens een kerk?
“Omdat mijn toenmalige vriendin, nu mijn vrouw, gelovig was en soms ging, kwam ik er nu en dan wel. Inwendig mopperend.”

In het tv-programma ‘Andries’ vertelde je dat een verloren briefje een rol speelde in jouw hervonden geloof?
“Haha, ik heb ooit gezworen dat verhaal nóóit meer te vertellen! Maar inderdaad, dat gebeurde rond mijn 25e. In de weken daarvoor had ik, bij mijn vriendin in de kerk, twee keer een liedje gehoord dat als een superirritante oorwurm in mijn hoofd bleef zitten: ‘Above all’ van Michael W. Smith, over Jezus’ lijden en sterven. Een beetje uitdagend zei ik tegen een gelovige vriend: ‘Als ik datzelfde liedje nóg een keer tegenkom, beschouw ik het als een teken.’ De dag erna liep ik met mijn vriendin door Utrecht. Al jarenlang verzamel ik briefjes die ik op straat vind. Ik zag een verfrommeld papiertje liggen en raapte het op: er stond exact dezelfde tekst op die al weken in mijn hoofd zat…”

(Tekst loopt door onder de video)

Knipoog van God
Lachend: “Ik voelde me betrapt! Maar op een vreugdevolle en humoristische manier. Een knipoog van God: ‘Zie je wel, Ik ben er wel degelijk!’ Er gebeurden meer dingen, maar dit was wel heel speciaal.”
In de periode daarna schreef Reinier zijn eerste boek, Jutten, dat het meteen goed deed. “Ik beschreef, in alle gebrekkigheid, iets van een hervonden enthousiasme. Ik wist inmiddels al dat ik geen predikant wilde worden, en dacht: schrijven wordt in ieder geval een deel van de weg die voor mij ligt.”

Je komt uit een ‘vrijgemaakte bubbel’, maar hoort nu bij een huisgemeente?
“Klopt. Sinds we in Utrecht wonen, dus nu al zo’n twaalf jaar. Als twintiger kwam ik zelden meer in de kerk, nadat ik mezelf had uitgeschreven. Maar sinds mijn 30e ben ik onderdeel van die huisgemeente.”

Zit de vrijgemaakte jongen die jij was nog ergens in de man die je bent geworden?
“Waarschijnlijk wel…” Reinier leunt peinzend achterover. “Bijvoorbeeld als het gaat om het belang van Bijbelkennis, wat een heel positief aspect is van vrijgemaakte en andere traditionele kerken. En loyaliteit: trouw de samenkomsten bezoeken. Ook bidden en lezen we aan tafel, en zingen we een liedje voor het slapengaan. Zoals mijn ouders dat vroeger met ons deden.”

Wat is de kern van wat je jullie zoontje wilt meegeven?
“Je bent veilig. Het doet ertoe dat je op deze wereld bent. Je kunt iets bijdragen. En tegelijk hoef je – wat er misschien ook allemaal in je leven gebeurt – niet bang te zijn: God is er.”

Kunnen moeilijke vragen je soms nog bespringen?
“Niet meer in die mate. Ik heb geleerd dat er op bepaalde oervragen geen intellectuele antwoorden te vinden zijn. Dan is het uiteindelijk een kwestie van vertrouwen. En van een keuze. Mag ik een preekvoorbeeldje geven? In 1996 werd Haing Ngor overvallen, een Amerikaans-Cambodjaanse acteur, bekend van zijn bijrol in The Killing Fields. Bij deze overval wil hij alles geven wat hij bezit, behalve één ding: een gouden medaillon. Niet omdat het goud is. Er zit een plukje haar in: dat is de enige tastbare herinnering aan zijn vrouw, die door de Rode Khmer is doodgemarteld. Die overvallers schieten hem dood, verpatsen dat medaillon voor enkele dollars op de zwarte markt. De volgende dag worden ze opgepakt en hebben ze er niks meer aan…”

Mag ik een preekvoorbeeldje geven?

Twee manieren
De moraal? “Zo’n medaillon kun je op twee manieren bekijken. Puur materialistisch, zoals die overvallers: het is alleen maar goud en levert geld op. Maar het herinnerde Haing Ngor aan zijn overleden vrouw. Zo kun je ook op twee manieren naar het leven kijken, en daar zit een mate van keuze in. Je ziet allebei letterlijk hetzelfde, maar geeft er totaal verschillende betekenissen aan. Zoals dat medaillon voor Haing Ngor de herinnering aan zijn grote geliefde is, zo is het leven – poëtisch gezegd – voor ons als gelovigen een geschenk, een herinnering aan onze grote Liefde. Toch kan ik me óók goed voorstellen dat je concludeert: puur materie, meer niet.”

Liedjesbijbel
Reiniers voorbeeld doet denken aan deze regels van de Britse dichteres Elizabeth Barrett Browning (1806-1861):

De aarde zit boordevol hemel

en elke struik, hoe gewoon ook,

staat in lichterlaaie voor God.

Maar alleen wie het ziet,

trekt zijn schoenen uit.

De rest zit eromheen

en plukt bramen.


Ken je die?
“Zeker, prachtig! Ik heb diezelfde zinnen – in een variatie – zelfs verwerkt in een liedje voor de Liedjesbijbel, die dit najaar uitkomt. Deze wereld, de mensen om mij heen en mijn eigen leven vanuit dít perspectief zien, is voor mij een bijna dagelijkse keuze.”

Reiniersonneveld.nl

Beeld: Ruben Timman

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons