Met 30 kilometer per uur over het water zoeven

Op zomercursus: waterskiën

Visie zomerschool waterskiën

Als er één sport is die bij de zomer hoort, is het waterskiën. Relaxed over het water glijden achter een boot of langs een kabelbaan, en genieten van zon en water. Redacteur Mirjam Hollebrandse dacht: dat kan ik ook, en bond de latten onder. Toch bleek het niet zo’n makkie als verwacht…

In mijn tienerjaren had ik het al eens gedaan, op een groot meer in Oostenrijk, achter een boot. Ik kreeg minimale instructies en mocht het drie keer proberen. Wat op het oog een eitje was, bleek in de praktijk toch een stuk moeilijker. Hangend in het water jezelf op het juiste moment omhoog hijsen, blijven staan op een paar smalle latten en het water onder je voorbij laten schieten als de rails onder een voortrazende trein. Ik faalde jammerlijk. Alle drie de keren gleden de skilatten onder me vandaan naar achteren en hing ik als een drenkeling aan de lijn van de boot – die me bovendien een paar meter door het water sleurde omdat ik vergat los te laten.

Zonovergoten middag

Toch bleef het trekken. Ik had inmiddels wat sneeuwski-ervaring opgedaan, dus ik was gewend aan het staan op lange, smalle latten en het spelen met gewichtsverdeling. Dat moest lukken. Niet ver bij mij vandaan ligt het Kievitsveld, met een heus cablepark. Hier hang je niet achter een boot, maar aan een kabelbaan. Op een zonovergoten woensdagmiddag kan ik hier terecht voor een clinic waterskiën van anderhalf uur. Het water ligt te schitteren in de zon en ik ben duidelijk niet de enige die haar zwemkleding uit de kast getrokken heeft. Een paar ervaren waterskiërs en wakeboarders gaan me voor en geven me weer dat gevoel van jaren geleden: makkie.

Doemscenario’s van een gebroken arm of kaak duw ik weg

Doemscenario’s

En toch voel ik ergens de bibbers. Wat als ik weer direct – nog voor ik goed en wel sta – in het water beland? De fotograaf moet mij op z’n minst rechtopstaand op de foto kunnen zetten. Of erger: wat als ik écht een pijnlijke val maak? Als je verkeerd terechtkomt, kan water hard als steen zijn. Doemscenario’s van zwaar verrekte beenspieren en een gebroken arm of kaak duw ik weg, al heb ik vanochtend voor de zekerheid de verzekering nog even gebeld. Niet alle watersporten zijn immers standaard meeverzekerd.

Dertig kilometer per uur

Veel tijd om te tobben heb ik niet, want al snel staat Maxine voor m’n neus. Zij is professioneel wakeboarder en heeft vijf wereldtitels op haar naam staan. Ze neemt me enthousiast mee naar de houten vlonder langs de waterkant, waar de baan start. Ondertussen reikt ze me een zwemvest aan – “verplicht” – en pakt ze twee latten uit een rek. “Hier zet je je voeten in,” gebaart ze naar de zwartrubberen schoenmallen in het midden van de latten. “Als je valt, gaan ze meestal vanzelf uit en anders krijg je ze makkelijk los met de schuif aan de achterkant. Je gaat dertig kilometer per uur,” vervolgt ze. “Het belangrijkste is dat je helemaal op je hurken gaat zitten en naar achteren leunt. Pas als je onder de lijn bent, sta je langzaam op. En, houd het handvat laag.”

Opperste concentratie

Vooral dat laatste blijkt van vitaal belang, want de eerste keer dat ik start, hang ik én niet voldoende naar achteren, én neem ik het handvat mee omhoog. Met als gevolg dat ik, zodra ik de vlonder af ben, voorover in het water duik. Het water is frisser dan ik dacht, maar spoelt ook het eerste angstzweet weg. Ik graai de latten, die inderdaad vanzelf uitgingen, bij elkaar en werk me naar de kant. Een tweede poging. Opperste concentratie nu. Zo ver mogelijk naar achteren hangen en het handvat laag houden, prent ik mezelf in. Ik heb niet eens door dat de fotograaf naast me staat en inzoomt op mijn gespannen gezicht. Zodra de lijn strak komt te staan, neemt-ie me mee het water op. En weer duik ik binnen twee seconden het water in. Maxine steekt een duim op: “Je kwam al verder dan de eerste keer!” roept ze. Een schrale troost, want ineens bekruipt me de angst dat ik dit misschien wel nooit leer. Staat de fotograaf hier alleen maar plaatjes te schieten van valpartijen in het water.

Goed voor je brein

Bij de derde poging gaat het duidelijk beter. Ik blijf zowaar een paar seconden op de latten staan en ervaar heel even de snelheid van de lijn. Maar ook deze keer maak ik een fout: ik houd het handvat niet laag en wil te snel opstaan. Hoppa, een derde duik in het water. Ineens schiet me te binnen wat neuropsycholoog Erik Scherder ooit tegen me zei toen ik hem vroeg waarom het leren van iets nieuws goed voor je is. “Dingen doen die uitdagend zijn en moeite kosten, is goed voor je brein.” En, zei hij erbij, “de combinatie van mentale en fysieke inspanning is het meest ideaal. Je hersenen draaien op volle toeren, dus die houd je goed in conditie, en je doet meteen iets aan je immuunsysteem.” Ik ben lekker bezig dus.

Kan ik eigenlijk niet gewoon links om die ballen?

Oranje ballen

De vierde poging is het raak: ineens sta ik rechtop en laat ik me voorttrekken door de lijn. Ik koers precies tussen de schansen door – die zijn voor een volgende les – en ski op de eerste bocht af. Wat zei Maxine ook alweer? Rechts om de oranje ballen skiën die in het water liggen. Daarvoor moet ik mijn gewicht verplaatsen: meer gewicht op de rechterski, dan maak je een bocht naar links – en andersom. Ik waag een poging, maar sta meteen wiebelig op de latten. Poeh, dit is pittig! Kan ik eigenlijk niet gewoon links om die ballen? Dat is veel makkelijker. Terwijl ik besluit dat dat moet kunnen, voel ik dat de lijn inhoudt en spanning verliest. En hoppa, daar lig ik weer in het water. Aha, ik snap nu waarom je rechts om de oranje ballen moet!

Stunts en golfslag

Het is een behoorlijk eindje zwemmen naar de kant, en met een zwemvest aan en twee paar latten onder m’n arm extra inspannend. “Het ging goed, hè,” juicht Maxine, als ik via het gras naar haar terugloop. Grinnikend: “Als je de bocht maar goed neemt.” Ik begin er schik in te krijgen en kijk ondertussen bewonderend naar de wakeboarders en waterskiërs die allerlei stunts uithalen. Die ambitie heb ik niet, laat ik eerst dit maar eens onder de knie krijgen. Vooral de bochten in het parcours vind ik nog pittig: gewicht verplaatsen, rekening houden met golfslag onder je latten en kracht op je voeten houden. Maar de snelheid waarmee je over het water scheert, is een geweldige ervaring. Als ik later de filmpjes bekijk die zijn gemaakt, zie ik heel goed wat ik de eerste paar keer verkeerd deed en wat ik een volgende keer anders moet doen. Eén ding is me intussen wel duidelijk: het aloude gezegde ‘oefening baart kunst’ is tweehonderd procent waar. En oef, die bil- en beenspieren zal ik nog wel een paar dagen voelen!

Burnsidecablepark.nl

Beeld: Victor van der Griendt​​​​​​​

Geschreven door:

Mirjam Hollebrandse

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons