Ga naar submenu Ga naar zoekveld

Het vreemdste Bijbelverhaal van allemaal

Genesis 6: Godenzonen, mensendochters en giganten?

Hoe ga je om met vreemde, gekke of zelfs vervelende passages in de Bijbel? Schrijver Reinier Sonneveld heeft een manier gevonden die werkt - en past die toe op misschien wel de vreemdste tekst van allemaal.

Deel:

Ik ben de laatste tijd veel bezig met codes. Gewoon uit interesse. En natuurlijk omdat die verdraaide lockdown veel te lang duurt. Wekenlang zat ik bijvoorbeeld elke avond te puzzelen op de codes van de zogeheten Zodiak-moordenaar, een seriemoordenaar die vanaf 1969 mysterieuze teksten naar kranten stuurde en dreigde met allerlei nieuwe moorden.

In die periode las ik natuurlijk ook de Bijbel en opeens begon ik dit boek als een soort bundeling codes te zien. Jezus’ gelijkenissen natuurlijk: verhalen die telkens iets verbergen en iets anders betekenen dan je op het eerste gezicht denkt. De visioenen van de profeten: idem dito. Evenals veel van Jezus’ symbolische handelingen, zoals Zijn intocht op een ezel en het kiezen van precies twaalf discipelen. Het is een soort geheimtaal, maar dan toevallig niet met woorden.

Een boek vol codes

En het gaat veel verder. De Bijbel is in uitgestorven talen geschreven. Ik heb boeken in de kast staan vol tekens die voor de meeste Nederlanders er net zo vreemd uitzien als, nou ja, bijvoorbeeld die mysterieuze brieven van de Zodiak-moordenaar. En als je een beetje in het Hebreeuws en het Grieks duikt, ontdek je dat er honderden woorden zijn waarvan we nauwelijks de betekenis kennen, omdat ze bijvoorbeeld maar één of twee keer worden gebruikt. Er zijn talloze zinnen die in elke Bijbelvertaling compleet anders worden vertaald. Wat moet je met een boek vol ‘codes’, vol ‘geheimtaal’?

De zoveelste expert

Het helpt mij om terug te gaan naar de bedoeling van de Bijbel. De Bijbel is een boek over God. Natuurlijk informeert de Bijbel ook over de gewoontes van Joden in de eeuwen tot en met Jezus. Hun ideeën, hun vergissingen, hun wijsheden, hun humor. Maar bovenal gaat de Bijbel over de vraag: hoe werkt het tussen God en mensen? Wat gebeurt er als mensen God ontmoeten?

Daarmee valt veel spanning af van allerlei vragen die ik kan hebben. In honderden, zo niet duizenden gevallen, snap ik een passage niet helemaal of gewoon helemaal niet. En natuurlijk moet ik dan soms beter lezen. Maar als ik wat grasduin in mijn boekenkast of een beetje googel, merk ik dat er over al die passages al uitvoerig is nagedacht en dat de experts het meestal ook niet weten. Ik ben slechts de zoveelste expert die het óók niet helemaal weet. Of helemaal niet.

En als ik het wat verbreed, speelt dat eigenlijk voortdurend in mijn leven. Waar weet ik nu echt het fijne van? Ik zie een auto en tja, ik weet dat het een Audi is en dat-ie grijs is, maar dan houdt het ook wel zo’n beetje op. En van veel auto’s weet ik niet eens meteen het merk. Ik zie een reclame en, oké, dat is voor Nutella, maar wat zat er ook alweer in dat goedje? Ik zie een persoon, ja, een man, vast in de veertig, grijs haar – maar verder…? Zo ben je voortdurend omgeven door een soort geheimtaal: klanken en kleuren, vormen en geuren die bekend voorkomen, maar wat er precies achter schuilgaat…?

God is onbevattelijk

Misschien vinden we daarom puzzels, detectiveverhalen en computerspelletjes zo prettig: eindelijk eens een geheim dat wél op te lossen is. Misschien dat ik daarom in die vreemde brieven van de Zodiak-moordenaar dook: een behapbaar stukje, met tenminste een káns dat ik het oplos.

De Bijbel is dan niet opeens een uitzondering. Het is verreweg de meest bestudeerde tekst die er bestaat, maar het is ook onderdeel van het gewone leven waarin we veel meer níét weten dan wél. Wij zijn maar mensjes. Laten we niet doen alsof we de Bijbel opeens wel kunnen ‘vatten’. Juist de Bijbel zou ons moeten ontglippen. Dat is hét boek over God en als íémand onbevattelijk is…

Zonen van de goden

Laat ik deze houding eens proberen toe te passen op een van de vreemdste teksten uit de Bijbel: Genesis 6, de aanleiding van de zondvloed. Al meteen struikel je over de ‘zonen van de goden’ die ‘gemeenschap hebben’ met de ‘dochters van de mensen’ en vervolgens kinderen krijgen die ‘giganten’ zijn (nephilim staat er dan in de oorspronkelijke taal, een van die volstrekt onbegrijpelijke woorden in de Bijbel). God vindt dat problematisch, staat er meteen, want mensen mogen maar ‘honderdtwintig jaar leven’. En dan volgt de bekende zondvloed.

Ho, wacht, even terugspoelen! Godenzonen, mensendochters, giganten, honderdtwin… Wat moet ik hier nu weer mee?

Fantasy-wezens

Er zijn nogal wat verschillende interpretaties, maar de uitleg die tegenwoordig het bekendst is, is ook de oudste. Het boek 1 Henoch (dat voor Ethiopische kopten heilig is en in de eeuwen rond Jezus werd samengesteld) beschrijft gevallen engelen die seks hebben met menselijke vrouwen en daar komen dan reuzen uit voort. Oeps. Je waant je in een soort In de ban van de ring, met al die fantasy-achtige wezens. Maar zo staat het er. En zo kan het ook prima bedoeld zijn. Waarom eigenlijk niet?

Maar speculeren daarover – wat doet het er eigenlijk toe? Waarom zou ik me daarmee vermoeien? De Bijbel gaat over de vraag hoe het werkt tussen God en mensen, wat er gebeurt als die elkaar raken. En dit verhaal is een van de antwoorden.

Want wat gebeurt er? Er staan eigenlijk drie ‘zondevallen’ in Genesis. Eerst de bekendste, met Adam en Eva. Daarna deze. En een paar hoofdstukken later nog eentje met de toren van Babel. De overeenkomst is dat de mensen telkens goddelijk proberen te worden. Eerst met het eten van die ‘magische’ vrucht. Nu door een soort halfgoden te baren die kennelijk min of meer onsterfelijk blijken; anders zou God niet meteen beginnen over die maximumleeftijd. En vervolgens met die toren, waarmee de mensen proberen letterlijk in de hemel te komen.

‘Monsterlijke’ mensen

Oftewel, wat is het antwoord van de schrijvers van deze verhalen op de vraag hoe het werkt tussen God en mensen? Nou, dat als er iets misgaat, er aan de wortel waarschijnlijk hoogmoed ligt. Dat ellende begint – waar dan ook, wanneer dan ook – als mensen doen alsof ze god zijn. Daar krijg je verschrikkelijke toestanden van tussen mannen en vrouwen – zie Adam en Eva, meteen nadat ze van de vrucht hebben gegeten. Daar krijg je ‘monsterlijke’ mensen van, wat ze ook maar precies waren – zie deze aanleiding voor de zondvloed. Daar krijg je megalomane projecten van, die ons in spraakverwarring achterlaten – zie Babel.

Zo werkt het nog steeds. We kunnen hier en nu van een ‘boom van goed en kwaad’ snoepen en doen alsof we meer kennis hebben dan we hebben. Je ziet voortdurend mensen in torens wegkruipen en ‘uit de hoogte’ doen en daarmee polariseren. En, zoals in dit verhaal uit Genesis 6, we proberen voortdurend om te gaan met ‘zonen van de goden’: dicht bij de roem te zijn, we vreten de roddels over hen, we liken hun berichten, we laten het licht van de celebrity’s op ons schijnen door hun blingbling te kopen. En we hebben al vaak genoeg gezien dat daar ‘gedrochten’ van komen.

Beeld: Shutterstock

Geschreven door

Reinier Sonneveld

--:--