'Zonder bijen zouden we onder andere geen koffie hebben'

Imker en natuurliefhebber Nienke Boone over haar fascinatie voor bijen

Imker Nienke Boone Jacqueline de Haas

Bijen die voortdurend rondom je hoofd gonzen? De gedachte alleen al maakt menigeen nerveus. Maar Nienke Boone (28), imker en fervent natuurliefhebber, komt tussen die zoemende beestjes juist helemaal tot rust. “Wist je dat we zonder hen onder andere geen aardbeien en koffie zouden hebben?”

Al toen ze klein was, keek Nienke met ogen vol verwondering naar alle flora en fauna om haar heen. Die fascinatie voor alles wat groeit en bloeit, is nooit verwelkt. Integendeel.

Heel wat reizen

Met het diploma internationale ontwikkelingsstudies van de Wageningen Universiteit op zak, kwam ze vier jaar geleden als projectleider in dienst van Woord & Daad. Tijdens en na haar studie maakte ze heel wat reizen naar een waaier aan Afrikaanse landen. Voor haar bachelor verbleef ze zes maanden lang in Nieuw-Zeeland, en voor de master vier maanden in Malawi.

Verrassend besluit

Maar vorig jaar nam ze een verrassend besluit: ze zegde die ‘wereldbaan’ op. Nu werkt ze twee dagen per week bij imkerij De Werkbij in Vaassen én volgt ze de deeltijdopleiding biologisch-dynamische landbouw aan de Warmonderhof in Dronten. Want in de afgelopen jaren drong één conclusie zich met steeds meer kracht aan haar op: “Het kantoorleven is niks voor mij: ik wil naar buiten.”

Ik heb altijd zwarte nagels, van kinds af aan

Idyllisch gelegen

We ontmoeten elkaar op een zonovergoten, maar verraderlijk koude lentedag in Vaassen, een idyllisch gelegen boerendorpje in de luwte van Apeldoorn. De imkerij bevindt zich aan een weg die als een lint langs slootjes, weilanden en bomen in lentetooi meandert.
Sinds oktober 2020 werkt ze op woensdag en donderdag bij De Werkbij, en soms kun je haar ook op zaterdag aantreffen. Ze houdt zich hier niet zozeer bezig met bijen en honing, maar is voornamelijk verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de bijbehorende natuur- en educatietuin, de Gatherhof.

Een zachte honinggeur

Met haar handen om een kopje koud water gevouwen zit Nienke aan de houten tafel in het winkelgedeelte, dat is doortrokken van een zachte honinggeur. Er is van alles te koop, zoals honinglolly’s, bijenkasten en op honing gebaseerde verzorgingsproducten. En uiteraard een keur aan honing voor elke smaak: van heide- en tijm- tot koffiebloesem- en nazomerhoning.

Steeds meer kriebelen

Logo imkerij De Werkbij

Dat ze ooit – parttime – bij een imkerij zou gaan werken en ook nog eens een praktische landbouwopleiding zou volgen, had ze zelf nooit kunnen bedenken toen ze naar Wageningen verhuisde om daar aan de universiteit te gaan studeren. Ook niet toen ze aansluitend vier jaar lang actief was voor Woord & Daad in Gorinchem. Al begon het in die tijd wel steeds meer te kriebelen.
“Als je goed kunt leren en het vwo doet, is het een soort logisch uitgestippeld pad dat je daarna naar de universiteit gaat,” zegt ze. “In mijn geval was dat Wageningen; daarvoor heb ik trouwens nog een jaar Bijbelschool gedaan, op De Wittenberg in Zeist. In 2017 begon ik bij Woord en Daad; dat was mijn eerste baan.”

Een kiezel in haar schoen

Als projectleider maakte ze tig reizen naar allerlei landen in Afrika. Maar Nienke ontdekte gaandeweg dat het kantoorleven – een onvermijdelijk onderdeel van haar baan – een kiezel in haar schoen was. Ze wilde veel liever praktisch bezig zijn, en bij voorkeur buiten. Nienke veegt een losse haarlok uit haar gezicht en zegt: “Woord en Daad doet geweldig goed werk, waar ik graag mijn schouders onder heb gezet. Daar lag het dus absoluut niet aan. Maar het kantoorleven trok me toch veel minder dan ik vooraf dacht.”
Ze kijkt eventjes door de hoge vensters naar buiten, waarachter de blauwe hemel zichtbaar is. “Ik wilde die muren niet om me heen. Niet de hele dag achter mijn laptopje zitten, vergaderen, mailen en bellen.”

Ik wilde die muren niet om me heen

Nooit meer helemaal schoon

Met een grote grijns legt ze haar handen plat op tafel. “Ik ben typisch een buitenmens. Kijk maar: altijd zwarte nagels, van kinds af aan. Mijn handen worden waarschijnlijk nooit meer helemaal schoon.”

Waardoor kwamen de bijen op je pad?
“Ik kan geen specifiek moment aanwijzen. Mijn oom was imker, dus al heel jong kwam ik ermee in aanraking. Dat vond ik meteen leuk. Tijdens mijn studie heb ik – in mijn bachelor – een halfjaar in Nieuw-Zeeland gewoond en op allerlei biologische boerderijen gewerkt, waarvan er eentje bijen had.”
Er verschijnt een glimlach op haar gezicht bij de herinnering aan die plek, helemaal aan de andere kant van de aardbol. “Ik weet nog goed dat ik het zo’n práchtig ge zicht vond om ze in en uit te zien vliegen. Ik kon gewoon rustig een kwartier voor die kast gaan zitten en intens genieten. Ik dacht: wat is dit mooi, een soort nieuwe wereld, die ik nog niet zo goed ken maar die me heel erg aantrekt.”

Imkercursus

Imker Nienke Boone in boom Jacqueline de Haas

Later kruisten de bijen op diverse plekken nog vaker haar pad. Onder andere in het gortdroge noorden van Malawi, waar ze enkele maanden verbleef in het kader van haar afstudeerthesis over duurzame landbouwtechnieken.
“Daar werkte ik onder anderen samen met een zendeling die zelf bijen had; ik ging soms met hem mee om honing te oogsten – heel fascinerend. Op een gegeven moment dacht ik: dit is zo interessant dat ik een imkercursus ga doen. Die heb ik gedaan, in Amersfoort. Daar wonen we sinds ik, tussen mijn bachelor en mijn master in, met Sven ben getrouwd (politiek redacteur bij Op1, red.). Ik kreeg daar een eigen bij en volkje, en een kast van mijn oom; zo ben ik begonnen. Ik heb nu zelf twee volkjes in mijn moestuin; met andere imkers op onze moestuinvereniging beheren we er nog een paar.”

Met beide handen

Via Woord en Daad kwam ze in 2019 in contact met de oprichters van De Werkbij, waarvan het hoofdkantoor in Veenendaal zit. Toen dit echtpaar haar een jaar later deze baan in Vaassen aanbood, greep ze die kans met beide handen aan.
“Ik was toen al met die deeltijdopleiding in Dronten begonnen, trouwens. Dat kon omdat ik al minder uren was gaan werken bij Woord en Daad. Die opleiding hoop ik in juni af te ronden.”

Hoe is dat, als universitair geschoolde een mbo-opleiding volgen?
Lachend: “Lekker praktisch! En toch ook wel heel uitdagend. Veel meer dan ik vooraf had gedacht. Op de universiteit heb ik heel veel saaie vakken gevolgd, waarbij ik mijn tijd echt uitzat, en zo veel essays geschreven. Pas nu, op deze opleiding en tijdens mijn stages, heb ik het idee dat ik helemaal ‘aanga’. Groenten, kruiden, bloemen en fruit verbouwen, is een prachtig vak: er komt zo veel bij kijken. Op de opleiding krijg ik bodemvakken, leer ik composteren, snoeien, ziekte- en plaagbestrijding, het belang van biodiversiteit. Maar ook heel praktisch trekker-rijden en irrigatiesystemen aansluiten. Goed voor de aarde zorgen, daar word ik heel enthousi­ast van. Ook omdat ik meer en meer besef aan een duurzame voedseltransitie.”

Heb je een bepaald doel voor ogen met deze opleiding?
“Ik vind het spannend om dit hardop te zeggen, maar heb zeker een droom. In de verdere toekomst zou ik heel graag een eigen stadstuinderij beginnen. Bij Woord en Daad waren we bezig met het werken aan oplossingen voor grote wereldproblemen, zoals klimaatverandering en armoede. Met zo’n tuinderij, waarin duurzaamheid, biodiversiteit en ‘lokaal kopen’ centraal staan, kan ik in mijn eigen omgeving meebouwen aan een oplossing. Juist als christen vind ik dat heel belangrijk: proberen een goede rentmeester van deze aarde te zijn. Vorig jaar liep ik stage bij een zorgtuinderij in Utrecht, nu bij Tuinderij Eyckenstein in Maartensdijk. Beide kleine tuinderijen, waarbij mensen zelf groenten – helemaal biologisch geteeld – kunnen oogsten. Er is daar superveel oog voor biodiversiteit; er zijn bijenvolken op het terrein, je ziet overal vogeltjes, er zijn heggen, struwelen en noem maar op. Op de tuinderij leren kinderen dat wortels onder de grond groeien, oogsten ze met hun ouders een krop sla en ontdekken ze dat bijen belangrijk zijn voor de bestuiving. Mensen met een burn-out kunnen als vrijwilliger in de tuin aan de slag en komen tot rust. Het lijkt me fantastisch om zelf ooit zo’n plek te kunnen starten en anderen te inspireren.”

Wat is dit mooi, een soort nieuwe wereld

Groene werklaarzen

De stoelpoten schrapen over de grond als ze even later opstaat en voorstelt naar de bijen en de tuin te gaan kijken, die aan de andere kant van de straat ligt. In een grote loods naast de winkel plant ze haar sokken fluks in twee groene werklaarzen. Buiten schijnt de zon fel. Maar er staat een straffe wind, die eerder aan een gure herfstdag dan aan het voorjaar doet denken. Het grind knerpt onder onze voeten, tot we de Gatherweg oversteken en de tuin betreden. Afgezien van wat narcissen en ander ‘klein grut’ bloeit er op deze 1e april nog niet bijster veel. Maar, verzekert Nienke, dat zal de komende weken snel veranderen. “En als je hier in de zomer terugkomt, wat ik iedereen kan aanraden, weet je echt niet wat je ziet als je in deze tuin staat: een zee van bloemen. Vorig jaar herfst, toen ik hier begon, was het ook nog steeds een schitterend gezicht.”

Een tractor tuft voorbij

De schaduw van een grote vogel glijdt over het gras rondom de tuin en we horen een zoevend geluid: hoog boven onze hoofden wiekt een helwitte ooievaar op brede vleugels traag voorbij. “We zijn hier echt op het platteland, hè?” zegt Nienke terwijl we hem nastaren. Misschien is het verbeelding, maar het lijkt ook wel of je een zweem van mestgeur kunt opsnuiven. Verderop tuft een tractor ronkend voorbij, met daarachter een zilverharig echtpaar op elektrische fietsen.

Op kriebelpootjes

Honingbij

Naast een van de felgekleurde bijenkasten, die – in twee gescheiden rijen – op lage stellages in de tuin staan, zakken we neer op onze hurken. De bijen vliegen op luttele centimeters gonzend voorbij. Eentje landt bedaard op mijn hand en kruipt op kriebelpootjes richting mijn trouwring. “Je bent zo te zien niet bang, dat is mooi,” zegt Nienke. “Je moet altijd rustig blijven als er bijen zijn en gewoon geen wilde bewegingen maken, dan steken ze niet.” Ze buigt wat dichter naar de vliegopening. “Kijk, zie je die ene daar?” Ze wijst naar een bij die zojuist op de smalle opening van de kist is neergestreken en amper een seconde later al naar binnen glipt. “Zag je die gele pootjes? Prachtig, hè? Ze heeft net stuifmeel gehaald, ergens in de omgeving.”

Wondere wereld

Imker Nienke Boone blaast rook Jacqueline de Haas
Nienke zorgt voor rook om de bijen rustig te krijgen.

Terwijl Nienke voorbereidingen treft om de blauwgeverfde kast te openen – ze trekt haar witte imkerpak aan en heeft een tas met spullen meegenomen –, vertelt ze enthousiast over de wondere wereld van de honingbij: de enige van de pakweg 360 soorten die niet solitair leeft. “In het voorjaar telt zo’n bijenvolkje tussen de twintig- en de dertigduizend bijen; in de zomer zijn dat er per kast zo’n vijftigduizend. De meeste, ook degene die je nu ziet, zijn werksters. Mannetjesbijen – darren – vormen een minderheid. Dat zijn er per volk maar een paar duizend. Zij hebben maar één doel: de koningin bevruchten. De werksters worden nu maar een week of zes oud, in de winter zo’n zes maanden. Alleen de koningin leeft langer: zij kan drie, vier jaar oud worden en is wat groter.”

Zo’n prachtige prunus

Imker Nienke Boone bij bijenkasten in Vaassen Jacqueline de Haas

Ze gebaart naar twee roze prunussen, die een paar honderd meter verderop samen staan te stralen in de lentezon. “Ze bloeien sinds een paar dagen. Elk bijenvolk heeft verkenners. Die vliegen alle kanten op, in een straal van pakweg drie kilometer rond de bijenkast, op zoek naar goed voedsel in de buurt. Als ze zo’n prachtige prunus zien, denken ze als het ware: wauw, hier is volop eten te vinden. Ze vliegen terug naar hun eigen kast, om dat aan de werksters te vertellen.”

Hoe doen ze dat, want daarbinnen is het aardedonker?
“Dat is zó fascinerend. Ze kunnen elkaar inderdaad niet zien, want het is een afgesloten ruimte. Dus wat doen ze? Op de raten, die een beetje beweeglijk zijn, gaan ze dansen. Door de trillingen in de vorm van dat dansje ‘vertellen’ ze de andere bijen waar die voedselbron te vinden is. Ze oriënteren zich trouwens altijd op de stand van hun kast ten opzichte van de zon. Als die boom, of bijvoorbeeld een bloemenweide, niet verder dan vijftig meter van de kast verwijderd is, dan dansen ze in rondjes. Ligt de voedselbron verder, dan in de vorm van een acht. Dat laatste is het meest gebruikelijk. In het langste stukje van die acht ‘kwispelen’ ze; de verkenners bewegen met hun achterlijfjes. Geloof het of niet: dat langste gedeelte is dan ook weer ten opzichte van de zon in een goede positie, zodat de bijen weten: oké, we moeten dus díé kant op. De bijen rondom die verkenners dansen het zo’n beetje na, zo vertellen ze het door aan degenen achter hen. En dan is het: hop, die kant op!”

Een dotje tabak

Ondertussen jaagt Nienke geroutineerd het vuur in een dotje tabak dat ze in een brandertje-met-blaasbalg heeft gestopt, zodat ze rook in de kast kan blazen. “Daar worden ze rustig van.”
Voorzichtig, bijna centimeter voor centimeter, wrikt ze het deksel van de kist met een soort beitel. Ze imkert altijd met blote handen, vertelt ze. “Het is vandaag eigenlijk te koud om de kast te openen; het zou minimaal vijftien graden moeten zijn. Maar goed: ik laat het je gewoon heel even zien en daarna doe ik de kast vlug weer dicht. Klaar?”
 

Daarna doe ik de kast vlug weer dicht. Klaar?

Geen bijtje geplet

Een tel later kijken we recht in de bijenkast, waarin massa’s bijen over de honingrijke raten krioelen. “Dit gaat zo dag en nacht door; in de zomer hoor je de bijen hier kast na kast zoemen.”
Nienke spuit nog een pufje rook over dit volkje, en sluit de kast weer met voorzichtige vingers. “Ik let altijd goed op of er geen bijtje geplet wordt – elke bij is er eentje. Wist je dat we zonder hen geen aardbeien en geen koffie zouden hebben? Ruim zeventig procent van al ons voedsel is afhankelijk van bijen en hun bestuiving.”

Geen ‘heilig verhaal’

Ziet ze in deze kleine diertjes iets van Gods grootheid? Ze reageert bedachtzaam. “Ja, dat kan ik wel zeggen. Maar ik wil geen ‘heilig verhaal’ ophangen, alsof ik God overal zie. Sterker nog, de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik het soms knap lastig vind om in Hem te geloven.” Ze spreidt haar handen en vervolgt: “Soms snap ik de Here God gewoon helemaal niet. Als ik bijvoorbeeld hoor over onrecht in deze wereld, begrijp ik er niks van. Maar er is één plek waar ik het geloof om zo te zeggen altijd weer terugvind en waar ik – ondanks alles – altijd iets van liefde, schoonheid en hoop zie, en inderdaad ook iets van Gods grootheid: in de natuur.”
 

Zoals die kwispeldans

Ze haalt haar schouders op en glimlacht, terwijl we langzaam teruglopen naar de winkel. “Het klinkt misschien bijna kinderachtig, maar ik vind dat alles zó wonderlijk, zó verbazingwekkend en zó prachtig. Daar zie ik Gods hand in. Zoals die kwispeldans van de bijen waarover ik je net vertelde; het is allemaal onwaarschijnlijk mooi en ingenieus. Als ik dat zie, en over Hem in de Bijbel lees, luwen die lastige vragen op den duur. Dan weet ik het weer zeker: ja, God is er – Hij is goed en Hij is groot.”

Beeld: Jacqueline de Haas

Bekijk hieronder een minidocumentaire over De Werkbij, 'Goud gevonden op de Veluwe!':

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons