Van een kleine vonk komt vaak een groot vuur

Waarom vuur en Pinksteren onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden

in Geloven

Vuur. Dat is volgens Evangelische Hogeschool-directeur Els van Dijk de kern van Pinksteren. “God wil met de heilige Geest het vuur in ons blijvend laten branden.”

Pinksteren vindt vijftig dagen na Pasen plaats. En zoals ze in Israël vijftig dagen na Pesach het tarweoogstfeest vierden, wordt Pinksteren ook wel ‘het oogstfeest’ genoemd. In de kerk wordt dit al snel toegepast op de geestelijke invulling van de oogst, met de discipelen als eerstelingen van de oogst die voor Christus gewonnen zal worden. En dat wordt op een spectaculaire manier zichtbaar.

'Wees niet traag'

Want ga maar na: de komst van Gods Geest met Pinksteren gaat samen met het geluid als van een hevige windvlaag en vlammen van vuur. En daarmee wordt een andere dimensie van het pinksterfeest zichtbaar. Wind en vuur zijn in de Bijbel namelijk elke keer de tekenen van Gods heilige aanwezigheid. God gaat in mensenharten wonen. Hoe bijzonder is dat? De heilige Geest maakt mensen vurig. Enthousiasme en gedrevenheid lijken vaak afhankelijk te zijn van menselijke gevoelens, maar dat klopt niet. Het is iets wat God zelf geeft. Paulus geeft er in Romeinen 12 de volgende woorden aan: ‘Wees niet traag wat uw inzet betreft (laat uw enthousiasme niet bekoelen). Wees vurig van geest. Dien de Heer.’ Dit roept de vraag op: zijn we inderdaad op deze manier zichtbaar en herkenbaar in deze wereld en voor elkaar?

Rein en puur

In de Bijbel komen we veel meer vuurwerk tegen. We zien letterlijk vuur, bijvoorbeeld als voor de maaltijd vis geroosterd wordt. Waarbij Jezus indringende vragen stelt, zoals: “Simon, zoon van Johannes, heb jij Mij werkelijk lief?” En we zien ook vuur dat staat voor de aanwezigheid en werkelijkheid van God, zoals bij Elia: ‘De God die met vuur zal antwoorden, die zal God zijn…’

Maar misschien nog wel vaker zien we het symbolische gebruik van vuur. Vuur dat reinigt, vuur dat puur maakt, zoals goud dat door vuur vloeibaar wordt en gereinigd wordt van alle viezigheid. En in moeilijke omstandigheden zingen we het overtuigend uit: ‘Dwars door het vuur, maakt U mij rein en puur!’ Aan vuur kun je je branden en je kunt erdoor gereinigd worden. Vuur kan in ons blijven branden om ons puur te houden.

Licht en duisternis

En soms staat vuur symbool voor licht in de duisternis. Indrukwekkend blijft het verhaal van de reis van het volk Israël door de woestijn. Overdag leidt God hen met een wolkkolom en in de nacht met een vuurkolom, om de weg waarop zij moeten gaan voor hen te verlichten. Wat een God! Hij verlost vanuit de gevangenschap en leidt zeer nadrukkelijk de weg die vervolgens voor het volk ligt.

Het thema licht en duisternis zie je ook terugkomen in het werk van Vincent van Gogh. Uit de smerigste hoekjes van het leven weet deze schilder een straal licht op te diepen, afkomstig van de zon. Meer nog dan door de aardappeleters, die op een kluitje bij elkaar zitten in een schaars verlicht vertrek, is Vincent beroemd geworden door de zon. De zon die een vlammend licht werpt op korenvelden. Of de zon die als een vurige bol oprijst achter de donkere figuur van de zaaier. De zon die in zijn schilderij van de opstanding van Lazarus de plaats inneemt van Rembrandts Christus. De zon, licht in de duisternis, licht dat natuur en mensen laat opbloeien (en dat zien we in deze tijd van het jaar toch letterlijk gebeuren?), licht dat de doden uit hun graven roept. 

De heilige Geest maakt mensen vurig

In een van zijn brieven schrijft Vincent: ‘Ik voel een kracht in mij, die ik ontwikkelen moet, een vuur dat ik niet mag uitdoven, maar moet aanwakkeren, ofschoon ik niet weet tot welke uitkomst het mij leiden zal…’ En natuurlijk raakt deze zin aan de uitspraak van de Emmaüsgangers, die na de ontmoeting met Jezus zeiden: “Was ons hart niet brandende in ons, terwijl Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften opende?” Jezus zet in vuur en vlam! Hij ontsteekt een vuur dat we niet mogen doven, terwijl wij lang niet altijd weten waar het ons brengt.

Vastgevroren patronen

Zoals gezegd is vuur ook een prachtig symbool voor de heilige Geest. Johannes de Doper spreekt er al in Matteüs 3 over als hij zegt dat hij wel met water doopt, maar dat die na hem komt zal dopen met de heilige Geest en met vuur. Twee aspecten van de doop van Jezus worden beschreven met het beeld van wind en vuur. De wind brengt ons iets (namelijk de adem van God zelf) en het vuur neemt iets van ons weg (het waardeloze kaf van onze zonden).

En dat zet ons meteen op het spoor van de verrassende werking van de Geest van God. Want let maar op: de discipelen (en met hen vele anderen) hadden hun eigen serieuze ideeën over Jezus. Hij als Koning van Israël en zij misschien wel naast Hem op het pluche. Maar ach, hoe anders verliep het… De Verlosser hangt aan het kruis en de Geest prikt beelden van mensen door. In het boek Handelingen zie je dat de Geest ‘ketterse’ Samaritanen aanraakt en vervolgens neerdaalt op iemand die seksueel afwijkend is en er niet helemaal bij hoorde (een eunuch). Daarna is de agressieve christenvervolger Saulus aan de beurt, en een leerlooier die ook niet deugde en in Joodse ogen onrein was omdat hij met dode dieren werkte. Om maar eens wat te noemen.

De heilige Geest doorbreekt vastgevroren patronen, smelt verkilde harten en spoort aan, vuurt aan, waar dat nodig is.

Opgebrand

Met de heilige Geest wil God het vuur in ons blijvend laten branden, ook als je het zelf niet meer zo ziet zitten. Kijk maar naar de doornstruik die in brand staat. Een dergelijke struik die aan de rand van de woestijn staat, is een struik zonder waarde. Deze struik geeft het gevoel weer dat je mislukt bent, dat je opgedroogd bent, opgebrand. Maar de doornstruik die brandt bij Mozes als hij door God geroepen wordt, staat wel in brand maar verteert niet.

Zo kunnen wij ons weleens leeg, opgedroogd, mislukt, genegeerd en opgebrand voelen. Maar toch is er Gods vuur, Gods kracht, Gods majesteit. Je hebt een opdracht (zoals Mozes). Je kunt je ertegen verzetten (zoals Mozes), het niet zien zitten. Je kun je net zo zwak en onbetekenend voelen als de doornstruik. Maar God blijft aandringen. Hij belooft: Ik zal bij je zijn. Ik ben die Ik ben. Ik ben erbij.

Als je jezelf waardeloos voelt, bedenk dan dat God jou (‘de struik’) heeft uitgekozen om Zijn vuur daarin te laten branden, zonder je te verteren.
Omdat Gods kracht in je is, kan er van jou – ondanks je eigen zwakheid – iets groots uitgaan. Van een kleine vonk komt vaak een groot vuur.

Verder verspreiden

Deze ontredderde wereld heeft een beweging nodig van mensen die vol zijn van de Geest van God. Een nieuwe generatie, die niet meer past in deze wereld, omdat ze niet langer met de stroom van leugens meewandelt. Het vuur dat Jezus op deze aarde heeft geworpen (Lucas 12), mogen we verder verspreiden.

Als we weer mogen zingen, zingen we op de Evangelische Hogeschool dit met onze studenten:

Als alles duister is,
ontsteek dan een lichtend vuur
dat nooit meer dooft
een vuur dat nooit meer dooft.

Want wie de wereld wil verwarmen, moet een groot vuur in zich dragen.

Tekst: Els van Dijk
Beeld: Abne Herrebout

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons