Meesterglasblazer Gert Bullée speelt met vuur

‘Ooit had ik een ontzéttende aversie tegen glas’

Gert Brullée glasblazer bij oven in Nationaal Glasmuseum

Warm? Dat is het dag en nacht in de glasblazerij van het Nationaal Glasmuseum in Leerdam. Logisch: de centrale oven, waarin gesmolten glas als een soort lava ligt te smeulen, verspreidt een verzengende hitte. Permanent. Welkom in de fascinerende wereld van de ambachtelijke glaskunst.

Dat zijn achternaam de allure heeft van die van een kunstenaar, is zonder meer toepasselijk: Gert Bullée mag zichzelf meesterglasblazer noemen. En nee, zo’n officiële titel komt niemand aanwaaien. Integendeel. Glasblazen is een vak apart, even veelzijdig als veeleisend.

“Ik heb de opleiding als een van de snelsten van mijn lichting afgerond,” vertelt hij in de glasblazerij van het Nationaal Glasmuseum, “in vijftien jaar tijd. De meesten deden er langer over. Het is een ambacht, waarin je – net als vroeger in de gilden – alle stappen moet doorlopen: van knecht tot meester. En uitgeleerd raak je nooit.”

Koningin Máxima

Gert Brullée met collega glasblazer Henk
Gert en Henk (rechts) in actie.

Het heeft bijna iets weg van een danschoreografie: in nauwe samenwerking met collega-glasmeester Henk (62) produceert Gert (50) vandaag de ene na de andere oranje vaas. Die maken zij ter gelegenheid van de 50e verjaardag van koningin Máxima, in opdracht van Royal Leerdam Crystal. Ook het koninklijk paar krijgt er eentje.

Wat steeds begint met een kale blaaspijp die Gert in de smoorhete oven steekt, eindigt enkele minuten later met een welgevormd glaswerk, dat – langzaam – moet afkoelen in een andere, minder hete oven.

Opgetrokken wenkbrauw

Het zijn iedere keer min of meer dezelfde stappen die ze zetten en handelingen die ze verrichten, maar beide meesterglasblazers doen het met plezier. Gert (zwart overhemd, korte broek, veiligheidsbril) en Henk (blauwe overall) zijn de afgelopen jaren zo goed op elkaar ingespeeld dat ze al aan een blik of opgetrokken wenkbrauw genoeg hebben om met elkaar te communiceren. Er komen dus weinig woorden aan te pas.

Ik associeerde glas met verplicht stil-zijn

Met vuur spelen

Omdat ze – vrij letterlijk – ‘met vuur spelen’, mag hun concentratie geen moment verslappen. Het gesmolten glas waarmee ze werken, komt uit een oven die dik duizend graden heet is. Af en toe nemen ze een paar slokken water, uiteraard uit hier geblazen glazen.

Loopbaan als lasser

Tussen de bedrijven door vertelt Gert gepassioneerd over zijn vak. Waar hij bijna per toeval in is gerold: hij stond – als 16-jarige – al helemaal voorgesorteerd voor een loopbaan als gediplomeerd lasser.

Werken in het glas? Dat was wel het laatste waar hij als tiener aan dacht. “Ik had echt een ontzéttende aversie tegen glas,” bekent hij met een olijke grijns. “Weet je waarom? Mijn vader werkte als machineoperator in de glasfabriek, hier in Leerdam. Ploegendiensten, dus 24 uur op en 24 uur af. Altijd als ik thuiskwam met een vriend of vriendin, zei mijn moeder: ‘Sssst, papa ligt nog te slapen.’ Dus ik associeerde glas met verplicht stil-zijn. Waar ik een gloeiende hekel aan had.”

‘Dit wil ik!’

Omdat Gert, net als zijn vader, over handige handen en technisch inzicht beschikte, besloot hij lasser te worden. Op z’n 16e had hij zijn vereiste diploma’s op zak.

“Ik kreeg een baan aangeboden in Leerdam, bij een metaalbedrijf dat 25 jaar bestond. In het kader van dit jubileum kregen we een rondleiding aangeboden. Waar? Juist: in de glasfabriek. Níét bij de machines – het domein van mijn vader –, maar bij de ambachtelijke afdeling. Daar had ik nog nooit iets van gezien. Ik stapte een donkere hal binnen. Veel donkerder dan hier. Er stonden vier brandende ovens, met 47 mensen. Ik zag alleen maar van die lange lichtdraden, die je ook weleens in films ziet, en… ik was helemaal verkocht. Ik dacht bij mezelf: dit wil ik!”

Uit 150 snotneuzen

Amper anderhalve week later viel zijn oog op een krantenadvertentie: ‘Leerling-glasblazer gevraagd.’ Gert voelde z’n hartslag versnellen: dit was zijn kans. “Uit 150 snotneuzen werd ik, samen met vier andere jongens, geselecteerd voor de opleiding. Bij de selectie keken ze niet alleen naar je motivatie, maar ze testten ons ook op iets wat cruciaal is voor dit werk: de oog-handcoördinatie.”

(Tekst loopt door onder de video:)

Glasblazers-ladder

Hij zette een punt achter zijn prille lascarrière en begon helemaal onderaan de glasblazers-ladder: als knecht. “Dat hield in: pijpen kloppen, om de glasrestanten eraf te slaan, vormen open- en dichthouden voor de glasblazers, dat soort werk. Het leuke daarvan was dat je op een gegeven moment gaat zien wat er goed gaat op de werkvloer, en wat niet. Want je overziet het hele proces en gaat alles steeds beter snappen. Puur door te kijken, te observeren. Dat zeg ik nog steeds tegen mensen die ik opleid: kijken is ontzettend belangrijk. En vragen stellen, leren. Voordat je als glasblazer überhaupt iets zelf kunt maken, moet je trouwens minimaal tienduizend vlieguren maken.”

Genesisverhaal

Het mooie van dit vak? Het antwoord dat Gert op die vraag geeft, doet denken aan het Bijbelse Genesisverhaal.

“Je begint met een lege blaaspijp: niks, dus,” zegt hij. “En daarmee loop je naar een oven vol gesmolten glas. Glas, dat is op zichzelf ook ‘niks’: niet meer dan een natuurproduct. Maar zodra je die twee dingen met elkaar in contact brengt, begint voor mij de magie van het creëren van schoonheid. In feite is het een kwestie van iets uit niets maken, met behulp van vuur, glas en je adem. Ik zit nu 35 jaar in dit vak, en die magie voel ik nog altijd. Als dat gevoel ooit zou verdwijnen, moet ik echt een andere baan gaan zoeken.”

Beeld: Nathalie van der Straten

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons