Arnoud Drop: ‘Bij de bank kon ik misschien meer betekenen dan bij Alpha’

Wat kreeg de Alpha-directeur mee over God en het geloof en waar staat hij nu?

in Geloven

Van je hobby je werk maken: naar eigen zeggen is het Alpha-directeur Arnoud Drop (36) gelukt. In zijn tienerjaren dacht hij dat hij voor missionair werk naar een ver land moest afreizen. “Ik hoopte dat de sterren de plek zouden vormen waar ik naartoe moest gaan.”

Vogelgezang klinkt door het op een kier staande raam van Arnouds kantoor. De stek van Alpha Nederland wordt omringd door groen. Aan de muur hangt een aantal posters. Op de platen staan vragen als: ‘Wat is het doel van mijn leven?’ En: ‘Wat moet ik met het christelijk geloof?’ Dat geloof speelt van begin af aan een belangrijke rol in het leven van de directeur van Alpha Nederland.

Rekensommetje

“Als klein jongetje telde ik tijdens de diensten in de Nederlands Gereformeerde Kerk in Maassluis de veertig lampen aan het plafond. Inhoudelijk kreeg ik weinig mee. In de Bijbelklas leerde ik een stuk meer.” Na de dienst gebeurde het echte werk voor de kleine Arnoud. “Ik speelde dan met vriendjes achter de coulissen van de kerk en in de lange gang. Dan begon het avontuur voor mij.”

In huize Drop werd er rond de maaltijden gebeden en uit de Bijbel gelezen. Ook leerde Arnoud het gebedje ‘Ik ga slapen, ik ben moe’. Arnoud: “Nu leer ik mijn kinderen een aangepaste versie. Het liedje gebruiken we als de aanzet tot een persoonlijk gebed. Zo bid ik met mijn tweede zoontje van 5: ‘Elia gaat slapen, Elia is moe. Elia sluit zijn beide oogjes toe.’ Tussendoor roept hij: ‘Ik ben nog niet moe!’ ‘Heere Jezus, houd ook deze nacht over Elia trouw de wacht. Amen.’ Vervolgens kijken we terug op de dag en leggen we die bij God neer. Dat Elia blij is met de nieuwste knuffel die hij bij de supermarkt heeft gespaard. Of we bidden voor iemand die ziek is. Alles wat hem bezighoudt, komt voorbij.”

Ik was een van de weinige christenen in de klas

Wat was de kern van de geloofsopvoeding van je ouders?
“Dat God trouw is. Mijn ouders kregen vijf kinderen, maar ik weet als jongste van het stel niet beter dan dat we met z’n vieren zijn. De derde, een jongetje, overleed na vijftien maanden aan een hersentumor. Mijn ouders konden dit in Gods handen leggen en koesteren tot op de dag van vandaag hoop voor de toekomst: mijn broer is nu bij Hem.” Dat had een belangrijke impact op Arnouds geloofsleven. “Door hun houding heb ik nauwelijks geworsteld met waarom-vragen. Mijn vader en moeder begrepen lang niet alles, maar verloren nooit hun vertrouwen in God. Ze waren eerlijk en open over die moeilijke periode.”

Arnoud in zijn jonge jaren.

Hoe keek jij als kind naar God?
“Ik zag God als een liefhebbende Vader die vanuit de hemel gemoedelijk naar mij keek en overal bij betrokken was. Toen gaf ik veel meer aandacht aan de Vader dan aan Jezus, die ontwapenende Man met baard en witte kleding uit de prentenbijbel. Ik duimde altijd voor Hem tijdens de ‘discussiewedstrijdjes’ met de farizeeën. Maar ik zag Jezus tegelijkertijd niet als God. Als kind had ik trouwens weinig met de heilige Geest. Het concept van vervuld worden met de heilige Geest leerde ik in mijn tienerjaren pas beter begrijpen, toen ik Alpha Youth ging volgen. We zien trouwens nog steeds bij bijvoorbeeld weekenden van Alpha dat mensen die niet gelovig zijn opgevoed het meest over Jezus leren en degenen die een christelijke achtergrond hebben het meest opsteken over de heilige Geest. Bij die laatste groep is het alsof ik in de spiegel kijk.”

Hoe veranderde je geloof nog meer in je tienerjaren?
De inmiddels 36-jarige Arnoud denkt na en zwaait zachtjes met de waterfles die hij bij de dop vasthoudt. “Op de basisschool was ik niet bezig met het feit dat ik geloofde en veel anderen niets met God hadden. In de brugklas moest ik een ‘christelijke coming-out’ maken en de balans opmaken: is geloven een lust of een last? Ik had op dat moment veel vrienden in de kerk, deed vrolijk mee met het jeugdwerk en ging met plezier twee keer per zondag mee naar de dienst. Ik had nooit het gevoel dat ik moest. Ik was een van de weinige christenen in de klas, maar mijn houding richting de kerk bleef positief.”

‘God leidt mij’

Rond zijn 15e ging een enthousiaste Arnoud voor het eerst naar een weekend van Alpha Youth en kwam daar tot de ontdekking “dat geloof iets voor 24/7 is”. Hij zag geen andere mogelijkheid dan dat hij de zending in zou gaan. Maar waar? Arnoud: “God gaf geen antwoord en dat frustreerde me. Zo ging er een jaar voorbij en tijdens het volgende Alpha Youth-weekend stond ik op een heldere avond op een groot grasveld. Daar bad ik opnieuw om een antwoord en hoopte ik dat de sterren het land zouden vormen waar ik naartoe moest gaan.” Met een knipoog: “Het liefst een warm land, natuurlijk. Maar eerst zag of voelde ik niets. 

Teleurgesteld tuurde ik naar de grond en zag tot mijn schrik twee schaduwen. Er was niemand anders in de buurt en ik kreeg een soort adrenalinekick. Terwijl ik om me heen keek, bleken beide schaduwen van mezelf te zijn, veroorzaakt door twee lampen die over het grasveld heen schenen. Maar toen ervoer ik sterk dat God tegen me zei: ‘Ik ben bij je.’” De tiener vertelde de mensen van het gebedsteam over de dubbele schaduw en wat hij had ervaren. Zij gaven hem het lied ‘Wat de toekomst brengen moge’ mee. “Waar mijn bestemming ook ligt: God leidt mij. Ik besloot ‘gewoon’ mijn leven te leiden en vertrouwde dat God het goed zou maken.”

Eerlijke kans

Arnouds hart brak naar eigen zeggen voor missionair werk in eigen land toen hij op zijn 18e rouwadvertenties in de lokale krant las. “Het deed veel met me toen ik besefte dat er in mijn stad mensen sterven zonder dat ze een eerlijke kans kregen om het evangelie te horen. Mijn kerk en ik deden mijns inziens niet genoeg voor mensen buiten de kerkmuren. Ik kreeg het verlangen om samen met die kerk het goede nieuws te vertellen: dat kon en kan als het ware om de hoek.”

En toch begon je carrière bij de bank.
“Door mijn jeugd loopt ook een lijn van ondernemerschap. Rond mijn 14e had ik, samen met een vriend, een internetonderneming. Hij deed de techniek en ik praatte.” Lachend: “Daar kun je je intussen iets bij voorstellen. We ontwikkelden websites voor bijvoorbeeld makelaars en legden netwerken aan. Het zakelijke zat er al wel in, mijn ouders zijn ook ondernemers. Ik vind het dus ook niet gek dat ik na mijn studie commerciële economie en een aantal sollicitaties de bankenwereld in rolde. 

Niet dat ik op een sinaasappelkistje ging staan

Ik leerde langzaam maar zeker dat je niet alleen in Gods koninkrijk werkt wanneer je dominee, zendeling of medewerker van bijvoorbeeld Alpha Nederland bent. Ik kon bij de bank misschien wel méér betekenen voor anderen dan bij Alpha.” Arnoud kijkt om zich heen: “Iedereen in dit kantoor gelooft. Ik kan hier iemand helpen om zijn geloof te verdiepen en vice versa. Bij de bank had ik gesprekken over zaken als overlijdensverzekeringen. Dan vroeg ik cliënten weleens waar ze nog meer op hoopten wanneer ze kwamen te overlijden. Daar kwamen soms prachtige gesprekken uit voort.” Ook naar zijn collega’s toe kon de financieel adviseur en later leidinggevende “dat stukje van zijn identiteit” kwijt. “Niet dat ik op een sinaasappelkistje ging staan en een preek hield of armbandjes droeg met ‘What Would Jesus Do’. Missionair werk deed ik naast mijn baan en dat ging prima samen. Zelfs mijn vakanties bestonden uit Alpha-reizen. Maar toen ik de kans kreeg om fulltime bij Alpha Nederland te werken, greep ik die met beide handen aan.”

Diepere laag

Op een van zijn Alpha-reizen ontmoette Arnoud zijn vrouw Tanya. Hoe geven zij het geloof aan hun drie kinderen mee? Arnoud: “De basis van onze opvoeding is dat God van onze kinderen houdt en dat ze vanuit die gedachte tot hun doel kunnen komen, wat hun roeping ook is. We proberen hun te laten zien hoe een persoonlijke relatie met God werkt: leren van Jezus, Hem het onderste van je hart laten zien, en vragen stellen over dingen uit de Bijbel die je niet snapt.Daarbij probeer ik ook open te zijn over waar ik op dat moment mee loop. De geloofsopvoeding die mijn vrouw en ik geven, is een reflectie van ons eigen geloofsleven op dat moment.

We lezen anders uit de Bijbel dan ik vroeger thuis heb meegekregen. Als kind hoorde ik de verhalen, maar spraken we niet over de diepere laag van het stukje dat we hadden gelezen. Waar zit het geheim van het verhaal? Waar schuurt het? Wat is er gek? Met mijn kinderen doe ik dat wel. Onlangs lazen we over Maria Magdalena die dacht dat Jezus de tuinman was. Onze oudste zoon van 7 vroeg waarom ze dat dacht. Door zulke vragen te bespreken, weet je dat het hem bezighoudt. Het verhaal vertelt vaak veel meer dan het verhaal alleen.”

Wat zou je missen zonder het geloof?
“Ik ben dankbaar voor de relatie die ik nu met God heb en wil daar verder in groeien. Zonder die relatie zou het leeg zijn. Los van het feit dat ik ander werk zou hebben, kan ik me geen leven voorstellen zonder God.” De Alpha-directeur zet zijn waterfles op tafel. “Probeer je eens een leven zonder water voor te stellen. Dat heeft impact als ik dorst heb, maar ook als ik wil douchen, tandenpoetsen of mijn vaatwasser wil gebruiken. Het leven met God zit zo verweven met mijn identiteit. Dankzij Hem heb ik een doel en probeer ik een steentje bij te dragen aan een mooiere wereld, ook voor mijn kinderen later. Als ik niet voor God zou leven, richtte ik waarschijnlijk alle pijlen op mezelf. Maar de gedachte aan een wereld zonder God kan niet wortel schieten. Ik geloof voor de volle honderd procent dat het leven zin heeft en dat er iemand is die van ons houdt.”

Tekst: Lukas ten Napel
Beeld: Ruben Timman

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons