Gerben van Leijenhorst: van boerenzoon tot imagostylist

‘Die kippenvelmomenten, daar doe ik het voor’

Gerben van Leijenhorst kledingrek De Haas

Ooit bestuurde hij gepantserde wagens, met achterin veel cash: in vroeger jaren was Gerben van Leijenhorst (41) onder meer geldtransporteur. Maar net als tig andere banen, gaf dit werk weinig voldoening. Inmiddels volgt hij zijn grootste passie, als imagostylist. “Het mooiste wat er is? Mensen laten stralen.”

Wie een wandelende definitie van het woord ‘kleurrijk’ zoekt, is bij Gerben aan het goede adres. Niet alleen zijn jarendertighuis in Doetinchem heeft een verrassend fleurig interieur, ook hijzelf is allesbehalve een grijze muis. Opvallend genoeg was dat laatste in zijn jongere jaren een heel ander verhaal.

Een vers veldboeket

Op de dag van het interview draagt Gerben een donkere coltrui onder een kek colbertje met pochet, een lichte spijkerbroek en stoere, witte sneakers. Als imagostylist adviseert hij mensen hoe ze zichzelf via kleding en accessoires optimaal kunnen presenteren – van huisvrouwen tot omroepmedewerkers.
Maar niemand die hem als kind gekend heeft, had ooit kunnen bevroeden dat dit zijn werk zou worden. Hijzelf al helemaal niet. “Ik ben opgegroeid op de boerderij van mijn ouders in Lunteren, op de Veluwe,” vertelt hij in de woonkamer, waar een vers veldboeket staat te pronken in het invallende zonlicht. “Thuis hadden we, naast wat rondscharrelend pluimvee, zo’n dertig melkkoeien, een slordige tweehonderd varkens en hier en daar wat dikbilletjes. Voor mij voelt het inmiddels bijna als een andere planeet.”

Kleine klompen

Gerben van Leijenhorst met kopje koffie De Haas

Toen Gerben nog kleine (rubberen) klompen droeg, reikte zijn horizon niet ver. “De boerderij, school, de hervormde kerk, Lunteren – that’s it. Maar ergens in mij voelde ik tegelijk een hunkering om dingen te ontdekken, de wijdere wereld te verkennen. Het boerenleven? Trok mij totaal niet. Van jongs af aan heb ik nooit de ambitie gehad om boer te worden. Maar wat dan wel? Dát was voor mij altijd de grote vraag.”
Hij omschrijft zichzelf als een teruggetrokken, nogal verlegen kind. Naar voren komen, laten zien wie je bent: daar draait het nu om in zijn werk. Maar destijds was hij “toch veel meer een grijze muis”, zegt Gerben. “Ik heb me altijd een beetje… anders gevoeld, zonder dat ik dit goed onder woorden kon brengen. Misschien mede doordat ik me min of meer de benjamin van het gezin voelde; ik had alleen nog een zusje onder me. Dit uitte zich bijvoorbeeld ook in kleren die ik droeg: ik kleedde me niet zoals mijn broers en zussen. Dat maakte wel dat ik me op allerlei punten toch alleen voelde staan.”

We knalden met tachtig kilometer per uur tegen een boom

Tegen een boom

Er klinkt gestommel op de trap: echtgenote Carolien komt naar beneden met hun eeneiige tweelingdochters Ynthe en Benthe (ruim zes maanden oud). Ze hebben zojuist een vaccinatieprik gehad in hun bovenbeen. Terwijl Carolien Ynthe een flesje geeft, tilt Gerben Benthe op schoot, die met grote ogen om zich heen kijkt.
Als je hem zo breed ziet lachen naar zijn dochters, zou je niet zeggen dat zijn voortanden er ooit allemaal uit hebben gelegen. “Op m’n 12e heb ik een zwaar verkeersongeluk gehad, op een weg in de buurt van onze boerderij. Ik zat bij m’n oudste broer achter in de auto, toen we met tachtig kilometer per uur tegen een boom knalden. Terwijl ik net had gewisseld, lagen al mijn voortanden eruit. Dus deze” – hij tikt ertegenaan – “zijn rond m’n 20e keurig nagebouwd en tot die tijd had ik een plaatje.” Dat ongeluk had “best veel impact”, blikt hij terug. “Ik lag maar liefst veertien weken lang in het ziekenhuis. Ik had zware nekklachten, m’n rechterbovenbeen was gebroken en mijn andere been – net boven m’n knie – zelfs verbrijzeld.”

Handige handen

Omdat hij al met al behoorlijk wat lessen had gemist, scoorde hij laag op zijn cito in groep 8, geeft Gerben aan. Met als gevolg dat hij, net als veel andere jongens uit Lunteren en omgeving, naar een technische school in Barneveld ging. Daar kwam in ieder geval naar voren dat de Veluwse boerenzoon over handige handen beschikte. Maar helemaal happy voelde hij zich er niet bij.
Wat weinig mensen wisten, is dat hij ‘stiekem’ ook een heel creatieve kant had: in zijn puberteit tekende hij op zijn kamer een tijdlang portretten en kledingoutfits. “Maar die tekeningen liet ik niet zo snel aan anderen zien. Ik denk uit een soort schaamte. Bij ons thuis was het altijd zo van: ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.’”

Een verlegen kind

Uitsnede kleding Gerben van Leijenhorst De Haas

Terwijl hij Benthe op haar ruggetje in de witte box bij het voorraam legt, zegt hij: “Als je jong bent, ben je heel puur, ben je jezelf. Die creatieve kant, die ik in m’n puberteit even liet zien, zat er altijd wel in. Maar ik voelde de ruimte niet om wat dat betreft tot bloei te komen. Zo raakte ik behoorlijk in mezelf gekeerd, achteraf gezien. Ik werd een verlegen kind.”
Gerben haalde zijn diploma, specialisatie bouw, en begon vervolgens als timmerman op een werkplaats in Ede. Daarna werd hij, 19 jaar oud, keukenmonteur. Rond die tijd kreeg hij opnieuw een zwaar verkeersongeluk – en ditmaal zat hij zélf achter het stuur.

Een wonder

“Ik dacht dat ik goed kon rijden,” zegt Gerben met een grijns. “Het gebeurde op dezelfde weg als die eerste keer, en wéér tegen een boom – maar nu met honderd kilometer per uur.”
Hij klopt op zijn rechterschouder: “Hier moet ook die dag wel een beschermengeltje hebben gezeten, want het is een wonder dat ik het überhaupt kan navertellen.”
Gerben brak een stukje van z’n rugwervel en had hevige rugpijn. Bovendien raakten zijn rechterknie én zijn beide enkels verbrijzeld. “Gelukkig hebben ze in het ziekenhuis mijn voeten niet vastgezet, met een pin: nu kan ik tenminste nog wat sporten. Maar de linker beenspieren waren dusdanig opgerekt dat het nooit meer helemaal goed kwam. En links heb ik sinds 2014 een kunstknie.”

Links heb ik sinds 2014 een kunstknie

Niet meer alles

Na opnieuw een lange periode van ziekenhuisopname en revalidatie, wist Gerben dat hij fysiek gezien voortaan niet meer alles kon wat hij zou willen. Een toekomst in de bouw zat er sowieso niet meer in. Maar: wat dan wel? De 19-jarige had geen flauw idee.
“Na dat ongeluk ben ik een jaar taxichauffeur geweest voor een bedrijf in Barneveld; dat kwam zo rond m’n 20e op mijn pad. Toen veranderde ik, omdat ik voor het eerst echt onder de mensen kwam. Ik knoopte gesprekken aan met klanten die ik rondreed, diepe en mooie gesprekken, ook over het geloof. Er waren zelfs klanten die per se wilden dat ik hen reed. Heel bijzonder. Ik gaf meer van mezelf, werd veel socialer en was minder in mezelf gekeerd.”

Schamel salaris

Hoewel hij van die dagelijkse contacten met mensen van allerlei pluimage genoot, besloot Gerben na een jaar dat hij toch weer iets anders wilde. Want hij moest tien uur per dag werken, tegen een schamel salaris.
“Via een kameraad ben ik vervolgens in de beveiliging gerold. Dat verdiende al een stuk beter. Dit werk hield ik zelfs zeven jaar vol, in loondienst. Daarna dacht ik: dat kan ik zelf beter. Dus heb ik mijn eigen beveiligingsbedrijf opgezet, dat ik een veel socialer gezicht wilde geven: ik leverde geen ‘kleerkasten’, maar ‘gastheren’.”

Ik was een gelovige jongen, maar het geld had mij echt in z’n greep

Niet rouwig

Toen ging het opeens hard. Omdat hij de gemeente Zeist en enkele andere grote klanten wist binnen te halen, steeg zijn salaris snel. “Op een gegeven moment verdiende ik tienduizend euro per maand, en dat liep daarna nog verder op. Maar later verloor ik het ook weer bijna net zo hard, onder andere door wanbetalingen van bedrijven waarmee ik samenwerkte.” Maar hij is er niet rouwig om: “Ik was weliswaar een gelovige jongen, maar het geld had mij echt in z’n greep. Al zie je dat op het moment zelf niet. Waar ik wel mee worstelde, was dat ik bijvoorbeeld ook discotheken moest beveiligen, terwijl ik als christen grote moeite had met wat daar gebeurde. Ik vond het alleen lastig om zulke klussen te weigeren, want… geld is geld. En ik had mensen in dienst, die ik moest betalen. Maar ik zie het, achteraf, zo dat God ervoor heeft gezorgd dat ik ermee moest stoppen. Ook dit was blijkbaar niet mijn weg.”

Op de klippen

Gerben van Leijenhorst met tweeling De Haas

Het was in die tijd van neergang en uiteindelijk faillissement dat ook zijn eerste huwelijk op de klippen liep. Gerben vertelt eerlijk waarom deze relatie al na pakweg twee jaar stukliep, maar alleen off the record, met het oog op de privacy van zijn ex-vrouw en haar familie.
“We hebben samen een zoon, Jens, die inmiddels 14 is. Hij woont bij ons en is om het weekend bij zijn moeder, die ook in Doetinchem woont. Dat was de reden waarom ik hierheen ben verhuisd: ik zag het niet zitten om telkens heen en weer te rijden. Dus sinds mei 2013 woon ik in dit huurhuis, dat we – na ons trouwen – samen helemaal zelf hebben ingericht. Via de plaatselijke Christelijke Gereformeerde Kerk heb ik Carolien leren kennen; zij was de oppas van Jens. Het was geen liefde op het eerste gezicht, maar we werden wel steeds meer maatjes en na verloop van tijd ontdekten we dat we niet meer zonder elkaar konden. Toen zijn we getrouwd en hebben we deze twee prachtige meisjes gekregen.”

Soms kwam ik echt gebroken thuis

‘Ik kan niet meer’

Toen hij helemaal naar het oosten van het land verhuisde, had Gerben geen werk meer en moest hij van een bijstandsuitkering leven. “Omdat ik ondernemer was, had ik recht op een uitkering van drie maanden. Dat dwong me hard na te denken over wat ik nu écht wilde, terwijl ik ondertussen alles aanpakte wat op mijn pad kwam.”

Een scherp contrast: je ging van ‘bakken met geld’ naar ‘leven van de bijstand’.
Lachend: “Zeg dat! Maar ook die ervaring heeft me gevormd. Ik ben hier opnieuw een tijdje taxichauffeur geweest, en heb zelfs nog even bij een bedrijf gewerkt dat vloeren legt. Maar dat hield ik fysiek niet vol. Soms kwam ik echt gebroken thuis. Op een gegeven moment dacht ik: ik kan niet meer, ik kan niet meer… En toch ga je door.”
Hij zucht. “Ik had in mijn leven al zo veel banen gehad; ik ben bijvoorbeeld ook geldtransporteur, parkeercontroleur en nachtportier geweest. Maar nooit was het iets wat ik écht leuk vond. Vaak bad ik: ‘Here God, wanneer kan ik eindelijk eens iets doen wat helemaal past bij wie ik ben? U weet toch hoe ik lichamelijk in elkaar steek?’ Ik wilde iets voor anderen betekenen en tegelijk iets doen waar ik zelf blij van werd. Maar wat?”

Van alles proberen

Uit allerlei beroepskeuze-achtige tests die hij deed, rolde geen duidelijk beeld. Wel kwamen er steeds twee punten prominent naar voren: creativiteit, en met mensen werken.
“Het bleef dus vrij vaag, maar ik dacht: het is nu tijd om aan mezelf te werken; ik ga gewoon van alles proberen. Ik volgde daarom – onder andere – naailessen, cursussen visagie en fotografie.”

Hoe kwam het vak van ‘imagostylist’ uiteindelijk op jouw radar?
“Door van alles te proberen en te doen, merkte ik dat ik steeds dichter bij mijn passie kwam. Ik meen dat ik via een Facebook-advertentie de opleiding ‘personal stylist’ tegenkwam en meteen dacht: dat is het; dit past helemaal bij wie ik ben en wat ik wil. Die opleiding, in Amsterdam, duurde ongeveer een jaar en vanaf de eerste dag vond ik het helemaal geweldig.”
Met een dankbare blik op Carolien: “Zij heeft me echt gestimuleerd en gesteund om eindelijk mijn diepste passie te gaan volgen.”

Had je die passie jarenlang onderdrukt?
“Nou, onderdrukt… Nee. Die creatieve kant van mij, daar was ik me al die jaren niet eens meer van bewust. Tot ik over die opleiding las, en het kwartje bij mij viel.”

Laat me raden: je was de enige man die deze opleiding volgde?
“Haha, klopt! Sommigen dachten dat ik homo was. Ik heb overigens niets tegen homo’s; wie ben ik om over hen te oordelen? Ik denk dat ik gewoon altijd wel een metroman ben geweest.”

Details zijn ook heel belangrijk, zoals zo’n pochetje

Gaan stralen

 “Wat me zo trok in deze opleiding,” vervolgt hij, “is dat je leert hoe je mensen stap voor stap als het ware helemaal in balans kunt brengen door middel van kleding, kleuren en accessoires. Zodat ze – wat hun figuur ook is – zo goed mogelijk voor de dag komen en gaan stralen. Dus toen ik mijn diploma op zak had, heb ik mijn bedrijf gelanceerd en noem ik mezelf imagostylist. Mijn rol is dat mensen leren zichzelf te stylen. Vooral vrouwen, maar ik heb ook wel mannen in mijn klantenkring.”

Gewetensvraagje: hoeveel kledingkasten heb je zelf?
“Ikke? Eentje. Iedereen kan met weinig kleding prima uit de voeten, als je maar weet hoe je goed kunt combineren.”

Wat brengt dit vak jouzelf, even los van deze lockdownperiode?
“Wat mij enorm veel voldoening geeft, is merken dat mensen gaan inzien dat ze gezien mogen worden, wie ze ook zijn. En mogen stralen. Ik help mensen onder andere ontdekken wat scherpe of juist ronde lijnen met hun figuur doen. Maar ook wat kleuren in je gezicht doen; vrouwen hebben bijvoorbeeld veel minder make-up nodig als ze de goede kleur dragen.” Hij wijst naar de pochet in zijn colbert. “Details zijn ook heel belangrijk, zoals zo’n pochetje, een armband of een bepaald kleuraccent. Je kunt heel veel dingen beïnvloeden – als je maar weet wat je doet.”

'Het voelde behoorlijk kwetsbaar'

Gerben van Leijenhorst De Haas

Ooit gedacht: al die banen waarin ik jarenlang mijn tijd en energie heb gestoken… was ik hier maar veel eerder aan begonnen?
Gerben gaat verzitten en glimlacht. “Zo moest het blijkbaar gaan. Ik leef in het vertrouwen dat God de Vader mijn leven leidt. Kennelijk had ik al die ‘omwegen’ nodig om op het punt uit te komen waarop ik eindelijk mijn grootste passie kon gaan volgen. Hij heeft mij via dit werk helemaal laten opbloeien, en nu doe ik niets liever dan anderen helpen om zelf te gaan stralen. Dat is het mooiste wat er is. Als dat gebeurt, als mensen zelf ontdekken hoe het werkt, zijn dat voor mij kippenvelmomenten – daar doe ik het voor.”

Was het spannend voor je om in je omgeving te vertellen dat je imagostylist werd?
Na een korte knik: “Dat was bijna zoiets als ‘uit de kast komen’. Het voelde behoorlijk kwetsbaar, ja.”

Verkoper bij een modeketen

Uitsnede Gerben van Leijenhorst imagostylist met tweeling De Haas

Hoe vond je familie het dat jij als boerenzoon uiteindelijk voor dit toch wel bijzondere vak koos?
“Uitzonderingen daargelaten, vraagt nooit iemand hoe het met mijn bedrijf gaat. Heel anders dan Caroliens familie. De meesten hebben geen flauw idee wat ik als stylist doe – denk ik. Ik heb dit losgelaten. Ik denk dat dit onbewust gaat, en uit onwetendheid is. Ik neem het ze niet kwalijk. Ik werk ook twee dagen per week bij een modeketen hier in Doetinchem, als verkoper, en ze informeren wél hoe het in die kledingzaak is.”

Misschien voelt dat voor hen veiliger?
Gerben zakt wat onderuit op zijn zalmroze stoel, kijkt naar de nieuwbouwwoningen die aan de overkant verrijzen. “Ik weet niet precies wat het is. En ik bedoel dit ook absoluut niet beschuldigend naar hen toe; het is en blijft gewoon mijn familie, waar ik van houd. Terugkijkend op mijn leven, zie ik wel dat ik me van kinds af aan altijd een buitenbeentje voelde. Daar heb ik inmiddels vrede mee. Nu ik als stylist iets doe wat me past als een handschoen, ben ik een gezegend mens.” Met een big smile: “Het maakt je leven zo veel rijker als je eenmaal weet waar je blij van wordt.”

Stijljezelf.nl

Beeld: Jacqueline de Haas

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons