Geen zin in een vrolijke niks-aan-de-hand-dag

Koningsdag met Prediker

Geen vroege aubades, volgeladen pleinen, wandeltochten en kleedjesmarkten: ook dit jaar gaan de Koningsdag-festiviteiten niet door. Visie beleeft een ongemakkelijke Oranjedag met Prediker.

Het duurt even tot ik durf aan te bellen. Eerst kijk ik op mijn telefoon of ik echt bij het goede adres ben. Ik sta voor een gietijzeren hek. Aan het eind van een lange oprijlaan schemert door de bomen een gigantische villa. Het mailtje van Prediker bevestigt dat ik goed zit: het is een van Predikers buitenverblijven, in de bossen bij Doorn. Als ik aanbel, zwaait het hek open en loop ik over het grind naar de ingang van het huis.

Koninklijk paleis

In de twee jaar dat ik Prediker ken, is dit de eerste keer dat ik bij hem te gast ben. Tijdens onze ontmoetingen vergat ik nog weleens dat ik te maken had met een buitengewoon succesvol leider. Een koning. Maar deze villa heeft de allure van een koninklijk paleis. Het grind en het gazon voor het pand liggen er zó strak bij, dat ik me even afvraag of het geen beton en kunstgras is. Op het bordes voor de deur staat Prediker me op te wachten. Hij heet me hartelijk welkom en gaat me voor het huis in.

Zoals iedere keer dat ik Prediker ontmoet, voel ik me wat ongemakkelijk. Ik heb al veel dagen met hem doorgebracht, maar heb nog steeds niet het idee dat ik hem ken. Hij is hartelijk, maar niet te doorgronden. Hij is overduidelijk rijk, maar ik heb geen moment het idee dat hij veel waarde hecht aan bezit. Het enige wat Prediker consequent doet, is me verrassen. Bijvoorbeeld door me uit te nodigen om Koningsdag bij hem te kijken, in zijn huis met veel hout, schilderijen aan de muur, een hal met een marmeren trap en overal grote boeketten bloemen. Prediker negeert mijn verlegenheid om alle luxe en neemt me mee naar een kamer met twee fauteuils voor een enorme televisie. Op tafel staan oranjetompoezen klaar.

Er valt niets meer te genieten, want de chaos regeert

Terwijl Willem-Alexander en Máxima op het grote scherm verschijnen, kijk ik op mijn telefoon naar het nieuws en mompel een scheldwoord. Ik voel Prediker kijken. “Weer allemaal gekkies die zich niet aan de coronamaatregelen houden,” verklaar ik. “Illegale feesten, mensenmenigtes – ik kan er niet tegen.” Prediker reageert door me een tompoes aan te bieden. Ik haal voorzichtig het bovenste plakje bladerdeeg ervan af en neem daar een hapje van.

Nog steeds kan ik weinig aandacht voor de tv-uitzending opbrengen. Koningsdag kan me dit jaar gestolen worden. We zitten in het staartje van een pandemie, midden in een chaotische en onmogelijk lijkende kabinetsformatie en mijn vertrouwen in de overheid is nog nooit zo laag geweest. Op dit moment naar een vrolijk programma rond ons staatshoofd kijken voelt als een verkeerde vorm van escapisme. Ik voel me nukkig worden, maar schaam me ook een beetje voor mijn ondankbaarheid. Ik zeg tegen Prediker: “Ik ben heel dankbaar voor de uitnodiging. Het is een eer bij u te gast te zijn. Maar om eerlijk te zijn, staat mijn hoofd niet direct naar een gezellige feestdag.” Prediker kijkt me vragend aan.

Bakkerscrème

Ik probeer mijn ongemak onder woorden te brengen, maar kom niet verder dan wat gestamel. Starend naar het scherm leg ik hem uit hoe mijn frustratie de afgelopen weken gegroeid is. Rondom het onnavolgbare debat in de Tweede Kamer, de vastgelopen verkenningen, het liegen en spelen met woorden van politici. Mijn frustratie over de keuzes rond vaccineren van zowel politici als mensen in mijn omgeving en de vruchteloze, gepolariseerde discussies die ik daarover voer. Ik deel mijn wanhoop dat wij als rijke landen die keuzes en discussies hebben, maar dat veel armere landen nog niet eens kunnen beginnen met vaccineren. “Prediker,” verzucht ik, “al mijn frustraties buitelen over elkaar heen. Ik weet niet meer wat wijsheid is. Maar ik weet wel dat ik geen zin heb in een vrolijke niks-aan-de-hand-dag.” Gefrustreerd neem ik een hap van mijn tompoes.

Dan kijk ik naast me. Prediker tilt zijn hand op en slaat met een harde klap op zijn tompoes. De bakkerscrème spat in het rond. Klodders landen op de stoelen, de tv en op de houten visgraatvloer. De bladerdeegbodem en -deksel van de tompoes zijn gescheurd, de helft van het geglazuurde dekseltje ligt op de schoot van Prediker. Die tilt ondertussen rustig zijn hand naar zijn mond en likt het oranje glazuur eraf. Als hij zijn hand ongeveer schoon heeft, kijkt hij me opnieuw rustig aan: “Weerspiegelt dat je gevoel een beetje?”

Irritatie en wantrouwen

Ik ben te beduusd om te antwoorden, maar Prediker wacht niet op een antwoord. “Een behoorlijke verspilling, vind je niet? Zinloze chaos. Zo ervaar jij het leven. En zo ervaar ik het ook vaak. Want wat jij zegt, is niet nieuw. Zo gaat het al duizenden jaren. Ambtenaren en politici houden elkaar de hand boven het hoofd. Mensen houden van macht en vinden het moeilijk om het los te laten. De rijken krijgen meer, de armen minder. Meningen botsen, iedereen gelooft dat hij of zij gelijk heeft en houdt daaraan vast.”

Ik knik. Prediker vervolgt: “En met ieder nieuwsbericht groeit de onrust. Ieder nieuw inzicht voedt de vermoeidheid, iedere mening maakt de chaos groter. Totdat er weinig meer overblijft dan een ondoorgrondelijke, frustrerende brij van irritatie en wantrouwen.”
Met een vinger lepelt hij de klodder crème uit zijn stoel. “En van het mooie en het lekkere is niets meer over. Er valt niets meer te genieten, want de chaos regeert.”

Wij krijgen van God een wereld die we niet controleren

De tranen schieten in mijn ogen. Prediker omschrijft mijn gemoedstoestand precies. Ik kan niet meer genieten. Ik ben boos en bang en gefrustreerd en fluister: “En nu?”

Zwijgend pakt Prediker het oranje dekseltje van de tompoes van zijn schoot. Hij observeert het zorgvuldig en neemt er dan een hapje van. “Het begint bij het inzicht dat controle een illusie is. We vertrouwen erop dat de overheid alles goed geregeld heeft – en geloven dat we met onze keuzes ons leven kunnen sturen. Alleen beseffen we niet hoe verschrikkelijk weinig we in de hand hebben. Dat er niet altijd geluisterd wordt naar de meest wijze mensen, dat de regeerder niet altijd de beste keuze maakt en dat je nooit weet wat het leven je gaat brengen. We zijn afhankelijk van tijd en toeval.”

“Maar Prediker, deze willekeur en zinloosheid maakt toch wanhopig?” reageer ik. Prediker kijkt weer even naar het scherm, waar Amalia een vraag beantwoordt, en zegt: “Ja, dat maakt wanhopig. Even. Maar dan maakt het vrij. Want het betekent dat onze verantwoordelijkheid slechts heel klein is. En voor datgene waarvoor we verantwoordelijk zijn, kunnen we dan met volle inzet gaan.”

Wat een chaos

Hij pakt het bladerdegen bodempje van zijn stukgeslagen tompoes en scheurt het doormidden. “Wij krijgen van God een wereld die we niet controleren en niet begrijpen. Wat wij kunnen doen, is de stukjes die wij gekregen hebben nemen, daarvan genieten en die delen met de ander.” Met die woorden rijkt hij mij het stukje bladerdeeg. Ik neem het aan en schiet onwillekeurig in de lach. “Wat een chaos,” mompel ik. “Wat een chaos,” beaamt Prediker. “Lucht en leegte.”

Ik laat me achterover zakken in mijn fauteuil, moe, verward en vreemd opgelucht. Ik hoef me niet druk te maken. Ik hoef niet onder de indruk te zijn van weelde, wijsheid of waanzin. De wereld redt het zonder mij. Vandaag hoef ik alleen te genieten. En te delen.

Terwijl ik het bladerdeeg oppeuzel, kijk ik van onze koning op het grote scherm naar de wijze koning naast me. Het is een goede dag. Een Koningsdag.

Beeld: Jedi Noordegraaf

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons