Friesch Dagblad-hoofdredacteur over het Randland en duchtige concurrentie

Ria Kraa: ‘Alles lijkt hier minder, tóch zijn we gelukkiger’

Meedoen aan de organisatie van een kinderopenluchttheater in haar dorp Easterlittens maakte Ria Kraa nederig. De hoofdredacteur van het 'Friesch Dagblad' ontdekte rijkdom in iets wat zij eerst als kleinburgerlijk zou hebben omschreven.

Regelmatig kijkt Ria Kraa (55) tijdens het Teams-gesprek uit het raam van haar werkkamer naar buiten. Niet verwonderlijk als je zo’n acht kilometer over het Friese weideland kunt uitkijken. Binnen twintig minuten kan Ria op de redactie van haar krant in Leeuwarden zijn. En ze is daar ook in coronatijd regelmatig, bekent ze.

Zegeningen tellen

Het journalistieke werk in coronatijd verliep tot nu toe “wonderbaarlijk goed”, stelt ze. “Er ontstonden heel creatieve ideeën: een nieuwe taalrubriek, een voorleesverhaal voor kinderen, en ga zo maar door. ‘Tel uw zegeningen,’ kun je wel zeggen.” 
Ondertussen vond er ook een overname plaats. Het Friesch Dagblad (FD) kwam in handen van Mediahuis, een holding die diverse andere dag- en weekbladen in eigendom heeft.

Duchtige concurrentie

“Met zo’n 9400 abonnees zijn we erg klein voor een regionale krant. Tegelijk vind ik het ontzéttend leuk dat we in Friesland als enige provincie nog twee regionale kranten hebben die eenzelfde gebied bedienen. Het FD en de Leeuwarder Courant beconcurreren elkaar duchtig, maar we werken soms ook samen. Zo deden we vorig jaar, 75 jaar na de bevrijding, samen een project waarin we de verhalen van joodse kinderen vertelden die ondergedoken hadden gezeten op het Friese platteland. Daar was overigens ook Omroep Fryslân bij betrokken.”

Het Fries leerde Ria toen ze ruim 25 jaar geleden in dienst kwam bij het FD. Ze kwam destijds vanuit Amsterdam naar de provincie en durft zich inmiddels Fries te noemen. “Iemand zei eens tegen mij: ‘Als je in Friesland woont en je wilt je Fries noemen, ben je Fries. Zo voelt dat ook. Ik woon en werk hier al jaren met plezier, heb de taal geleerd, ik voel me hartstikke thuis.”

 Hoe heb jij het lokale dorpsleven leren waarderen?
“Toen we hier kwamen wonen, hadden we geen flauw benul van de levendigheid in dit dorp. Easterlittens heeft zo’n 430 inwoners en er zijn maar liefst zestien verenigingen actief, plus nog wat informele clubjes. Zo zorgden tien vrouwen uit het dorp bij toerbeurt voor een hoogbejaarde inwoonster. Zelf zit ik in een zwemclubje waarmee ik elke ochtend om 7 uur in de vaart duik. Een paar minuutjes maar. Heerlijk, zo’n fris begin van de dag. Je treft op deze manier heel verschillende mensen – antivaxers, houtkachelstokers, ecologisch bewogen types en alles wat ertussen zit.”

Toch gelukkig

Veel meer dan in Amsterdam leerde Ria in Friesland uit haar eigen bubbel te stappen. “Bij een dorpsfeest, in de kerk en in het dorpshuis kom je iedereen tegen. Van de notaris tot de schoonheidsspecialist. Dat houd je met de poten in de klei. Die mienskip, zoals ze dat hier noemen, waarderen we erg in Friesland. Het Fries Sociaal Planbureau heeft het in dit verband over ‘de Friese paradox’. Alles lijkt hier minder: mensen zijn minder opgeleid en hebben een lager inkomen. Er leven meer kinderen in armoede en er is minder werk; maar tóch zijn de Friezen naar verhouding gelukkiger dan je door deze achterstandsfactoren zou verwachten.”

Wat heb jij van die ‘mienskip’ geproefd inmiddels?
“Het meest blijft me de organisatie van een kinderopenluchttheater bij hier in Easterwierrum, een dorp verderop. Aan dat ‘Berneiepenloftspul’ doen jaarlijks zo’n 35 kinderen uit de wijde omtrek mee en zij leren in een paar maanden tijd op hoog niveau zingen, dansen en toneelspelen. Om hen heen zit een klont ouders die fantastische decors en kostuums maken. Zoiets zie je trouwens in heel veel dorpen hier. Het bruist net zo spectaculair als in Amsterdam – maar veel minder zichtbaar.”

Randstad en Randland

Hoe groot is de kloof tussen Randstad en Randland?
“Die ‘kloof’ wordt graag gecultiveerd. Mijn zus verhuisde onlangs van Den Haag naar Ootmarsum. Ze geniet van haar nieuwe woonomgeving, maar is niet meteen een ander mens. Over een halfjaar zal ze misschien dingen gaan missen. Dat hoort erbij.
Kort na mijn verhuizing vanuit Amsterdam naar Friesland ging ik nog vaak terug naar Amsterdam. Dan hoorde ik altijd: ‘Ben je hélemaal uit Friesland gekomen?’ En: ‘Ga je vanávond nog terug?’ Waardoor ik ontdekte dat de provinciale houding die ‘het Randland’ nog weleens wordt aangewreven vooral in Amsterdam heerst. Hier draait niemand zijn hand ervoor om als hij even naar Den Haag of Amsterdam moet rijden. In die zin zijn de mensen hier kosmopolitischer.
Ook liggen de ambities in Friesland vrij hoog. Dorpsgenoten bouwden een dorpshuis en tien van hen zelfs een nieuwbouwwijk waarbij ze álles zelf deden – van projectontwikkeling tot straatverlichting.
Het blijven klonteren op een klein gebied kun je kleinburgerlijk vinden, maar het geeft ook een enorme gelaagdheid die krachtig werkt. Iedereen weet waar de ander goed in is en wat je nodig hebt om iets van de grond te krijgen. Soms ook letterlijk dus.”

Je bent hervormd opgevoed, maar hebt de kerk vaarwelgezegd. Toch kwam je later weer op je schreden terug. Hoe ging dat?
“Ik ben nog steeds niet zo’n trouwe kerkganger hoor. Maar ik vind het wel weer prettig om met de kerk verbonden te zijn. De kerk op ons dorp weet dorpsgenoten er ook goed bij te betrekken, door cafégesprekken, aandacht voor advent en de veertigdagentijd, door jongvolwassenen in gesprek te laten gaan over het leven, et cetera.
In de kerk ervaar ik ruimte in hoofd en hart. Veel uit de preek en uit de Bijbel interpreteer ik op mijn eigen manier. Eigenlijk moet ik zeggen dat ik me het prettigst beweeg op het scharnierpunt tussen kerk en maatschappij. Dat doet het Friesch Dagblad als krant ook. We zijn trouw aan onze christelijke wortels in de breedste zin. Zo hebben we bijvoorbeeld de rubriek ‘Leerhuis’ geïntroduceerd, waarin joden, katholieken en protestanten iets uitleggen over een Bijbelgedeelte.”

Geen pasklare antwoorden

Haar krant wil verdieping en levensbeschouwing brengen zonder pasklare antwoorden of dogma’s. Zelf is Ria ook meer geïnteresseerd in vragen dan in antwoorden. “Wat de Drie-eenheid betekent of wanneer je precies in de hemel komt – het zijn vragen die ik graag open laat. Dat was vroeger anders, ik heb echt naar antwoorden gezocht. Ik kom uit een zwartekousenkerk. Mijn ouders komen uit de Gereformeerde Gemeenten en werden na hun trouwen lid van een behoudende hervormde gemeente. In mijn familie waren er mensen die niet wisten of ze na hun dood wel naar de hemel zouden gaan. Zelf gaven mijn ouders ons – ik ben de oudste van vijf kinderen – vooral vertrouwen mee. Iets van: ‘Het komt goed, en als het niet goedkomt, komt het alsnog goed.’ Volgens mij gaat dat tot op de dag van vandaag met me mee. Al is dat natuurlijk moeilijk te beoordelen: wat komt door opvoeding, wat door aanleg, wat door je omgeving?”

Hoe heb je het met God?
Ze lacht even. Dan kordaat: “Ik heb het góéd met God. Hij is misschien niet zo concreet voor mij, maar ik ervaar wel veel dankbaarheid. En dankbaarheid veronderstelt iets of iemand jegens wie je dankbaar bent. Dat ligt voor mij open, ik heb daar geen gedachten bij.
Als ik bid, keer ik tot mezelf in. Die introspectie geeft me ruimte. Dit klinkt allemaal heel abstract hè? Laat ik het zo zeggen: ik ervaar God en het geloof als iets groots en belangrijks, maar ik heb er niet veel woorden voor.”

Ria Kraa

Ria Kraa werd in 1966 geboren in het Overijsselse Enter. Na haar middelbareschooltijd volgt ze de Evangelische School voor Journalistiek in Amersfoort en studeert ze geschiedenis en Europese studie in Amsterdam. Ook verblijft ze als student een jaar in de kibboets Nes Ammim in Israël.
In 1995 gaat Ria aan de slag bij het Friesch Dagblad. Ze werkt er als verslaggever, redacteur op de binnen- en buitenlandredactie, chef van de regioredactie en als eindredacteur van de zaterdagbijlage. In 2018 treedt Ria aan als hoofdredacteur.
Ria heeft een dochter van 16 en woont samen met Dik Nauta die drie volwassen zoons heeft.

De volledige versie van dit artikel stond in het magazine Visie. Vaker dit soort verhalen lezen? Bestel dan een (gratis) proefnummer of neem een abonnement

Beeld: Eljee Bergwerff

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons