Acteur Gert-Jan van den Ende: ‘De kerk is de ideale maatschappij in het klein’

Wat kreeg Gert-Jan van huis uit mee over God en het geloof en waar staat hij nu?

in Geloven

Miljoenen Nederlanders kennen Gert-Jan van den Ende (58) als Bobbie uit het kindertelevisieprogramma 'Ernst, Bobbie en de rest'. Zijn eigen kindertijd was er een waarin God een belangrijke plek innam. “Mijn ouders lieten me de mooie en vrolijke kant van het geloof zien.”

Van jongs af aan woont de muzikale acteur in het Haagse Scheveningen. Zijn woonkamer en keuken worden gescheiden door een zwarte, glimmende vleugel. Op de lessenaar staat een muziekboekje met singer-songwriter Billy Joel op de voorkant. Het brengt Gert-Jan van den Ende meteen terug naar vroeger: “Hij is dé held van mijn middelbareschooltijd. Toen al schreef ik zelf liedjes en zocht ik sterke melodieën om op de piano te spelen. Voor inspiratie kwam ik dan al snel bij Billy uit.”

Kindernevendienst

“De familie Van den Ende bezette twee banken in onze kerk. We zaten dan met een oom en tante, hun zes kinderen en opa en oma bij elkaar. Dat was altijd harstikke gezellig,” grinnikt Gert-Jan. De kindervriend komt uit een gereformeerd nest, groeide op met een jonger zusje en weet van jongs af aan niet beter dan dat hij bij een kerk hoort. “Ik herinner me ook dat ik als klein kind nooit naar de kindernevendienst wilde. Raar hè, ik snap daar nog steeds helemaal niets van. Mijn eigen drie kinderen gingen gewoon en ik gaf later zelfs leiding bij kindernevendiensten. Dat vond ik prachtig. Maar als klein jochie was ik best angstig en bleef ik liever bij mijn moeder.”

Als klein jochie was ik best angstig

Cadeau

“Mijn vader kon heel stellig zijn in zijn geloof,” vervolgt Gert-Jan. “Een zondagje uit naar Zandvoort of het kopen van een ijsje op een warme zondagmiddag zat er bijvoorbeeld niet in.” Gert-Jans moeder dacht daar wat anders over en in de loop van de jaren maakte ook zijn vader een draai. “Dat kwam mede door een broer van hem, die als dominee in Canada werkte en daar nog steeds woont. Hij was iets nuchterder en zei bijvoorbeeld een keer: alles wat op zondag niet mag, kun je op maandag ook niet doen. Je mag op zowel zondag als maandag niemand verdriet doen, iets stelen of iemand doodslaan, om maar iets te noemen. Mijn vader liet zijn nauwe visie langzaam los. Daar was ik blij mee: geloof moet je niet hoeven mee te zeulen. Geloof moet een cadeau zijn.”

Gert-Jan in zijn jonge jaren.

Hoe keek je als kind naar God?
“Ik had een sinterklaasidee bij Hem. God was de grote, rechtvaardige oude man met de baard die alles weet en bestuurt. En Jezus zag ik als de jonge versie daarvan. Ik dacht trouwens dat alleen goede mensen bij God mochten komen. Tot een ouderling tijdens een bezoek vertelde dat we ons geen voorstelling konden maken van Gods genade. Mijn godsbeeld veranderde langzaam. Er kwamen vragen naar boven. Als God aan alle touwtjes trekt, heeft Hij dan ook mensen als Hitler bestuurd?” Gert-Jan grist een pak stroopwafels van de keukentafel. “Zo geloof ik niet meer. Als God zegt dat het niet verstandig is om te veel van deze koekjes te eten en ik doe dat lekker toch, is dat mijn eigen – verkeerde – keuze. Ik zie God als een warme, positieve, liefdevolle kracht die met me meegaat, mijn hele leven door. Maar ik moet zelf uit mijn doppen blijven kijken.”

Wie had de belangrijkste rol als het gaat om de vorming van je geloof en je kijk op God?
“In de eerste plaats denk ik aan mijn ouders, die me liefde voor het geloof bijbrachten. Kijk naar mijn – inmiddels 90-jarige – pa. Hij is niet bang voor de dood, hij kijkt er bijna naar uit om naar Jezus toe te gaan. Na zijn ‘strengere’ periode lieten hij en mijn moeder me de vrolijke en mooie kant van het geloof zien, een kant die in mijn geloofsleven nog steeds overheerst.”

Hij was groot fan van Luther én van rode wijn

Ook vrienden speelden een belangrijke rol in het geloofsleven van Gert-Jan, bijvoorbeeld door gesprekken tijdens catechisatie en later ook tijdens de ontmoetingen in een gespreksgroep met de mensen met wie hij belijdenis deed. “We bespraken vijftien jaar lang door dik en dun onze vragen en twijfels en dat leverde niet alleen nieuwe inzichten, maar ook hechte vriendschappen op. Ten slotte bepaalde een aantal predikanten mede mijn kijk op het geloof. Zo herinner ik me onze, inmiddels overleden, dominee Schelhaas. Hij was van ‘de vrolijke loot’, zoals hij dat zelf noemde.” Lachend: “Hij was groot fan van Luther én van rode wijn. Het enthousiasme voor het geloof knálde van die man af en gaf ook mij een boost op dat vlak.”

Talenten

In zijn jonge jaren spitste de acteur vooral zijn oren als zijn dominee over het kerstevangelie vertelde, mede doordat Gert-Jan zelf op tweede kerstdag ter wereld kwam. “Dat maakte Kerst voor mij extra bijzonder.” Later nam onder andere zijn liefde voor Jezus’ gelijkenissen toe. “Die van de vijf talenten vind ik nog steeds heel mooi. De les daaruit probeer ik altijd in praktijk te brengen. Ik wil mijn talenten verdubbelen. Ik stop niets in de grond en ga altijd volle bak erin. Daarvoor moet je dromen, durven en doen. Dat levert veel op: ik ken vrijheid, variatie en vreugde in wat ik doe. Drie heel belangrijke v’s wat mij betreft.”

Je schreef de afgelopen decennia talloze liedjes voor je werk. Wat vond jij vroeger het mooiste kinderliedje?
Zonder aarzeling: “‘Je hoeft niet bang te zijn’ (Opwekking Kids 40, red.) vond ik prachtig. En daar had ik ook als volwassene veel aan. In 2013 vloog onze wasdroger in de fik. Het huis stond gelukkig nog overeind, maar werd tijdelijk onbewoonbaar verklaard. Echt álles moest eruit. De benedenverdieping was helemaal nat en zwart. Het stonk enorm. Mijn vrouw Caroline wilde niet terug, maar ik besloot samen met mijn dochter te kijken of er misschien nog iets te redden viel. Eenmaal binnen werd ik emotioneel. Het feit dat ik op dat moment geen thuis meer had, kon ik geen plekje geven. Daarom trok ik me even terug. Ik zat in mijn diepste dal, maar plotseling klonken zacht de tonen van dat liedje uit mijn telefoon die in mijn broekzak zat. ‘Je hoeft niet bang te zijn, al gaat de storm tekeer. Leg maar gewoon je hand in die van onze Heer.’ Dat was zo’n gek moment! iTunes stond uit, ik kan nog steeds niet verklaren wat er precies gebeurde. Maar het gaf me een enorme oppepper. Ik dacht: ja, duh, het komt wel goed! Alsof Hij met een knipoog zei: mooi hè, dat liedje.”

Prachtige leerschool

Gert-Jan in 2021. Beeld: Ruben Timman.

“Aan het eind van mijn tienerjaren begon ik qua kerk een beetje te ‘fladderen’,” vervolgt Gert-Jan, die inmiddels al jaren actief is in zijn gemeente in Scheveningen. “Zo ging ik op zondag écht niet naar de kerk als ik op zaterdag had gestapt. Ik liet het geloof een beetje los. Ik landde pas toen Caroline en ik onze oudste zoon kregen – ik was toen 28. Door onze kinderen kregen we een ander ritme en daar paste de kerkgang beter tussen. Sindsdien ben ik nauw betrokken bij de kerk. Ik was twaalf jaar jeugdouderling, zit in het beamteam en de brainstormgroep, maak muziek, monteer video’s en zing. Veel van die dingen doe ik ook in mijn dagelijkse werk.” Daardoor ontdekte hij dat de kerk “de ideale maatschappij in het klein” is. “Je kunt alles uitproberen wat je ooit in je leven zou willen doen. Wil je voor een grote groep praten, met techniek werken, of voor publiek zingen en muziek maken: het kan allemaal in de kerk. En als je een foutje maakt, zeggen we: ach, volgende keer beter. Wat een prachtige leerschool is die kerk toch. Daar kun je je helemaal ontplooien.”

Hoe gaf je het geloof door aan je kinderen?
“Tot hun 16e nam ik mijn kinderen mee naar de kerk en daarna gingen ze hun eigen weg. Daarbij hoop ik dat ze de route bewandelen als ik: dat ze even ‘rondfladderen’ en later weer landen. Ik vind het vooral belangrijk dat ze zien hoe ik mijn geloof ervaar en hoeveel vreugde ik ervoor terugkrijg. En ik probeer mee te geven wat mijn ouders ook mij vertelden: wees lief voor elkaar.” Er verschijnt een brede glimlach op Gert-Jans gezicht. “Het is toch zó makkelijk! Probeer het positieve te zien en mensen te helpen. ‘God dienen is mensen dienen en mensen dienen is God dienen,’ zei majoor Alida Bosshardt al.

Mijn kinderen hebben nog steeds sympathie voor het geloof. De oudste is leraar natuurkunde op een christelijke scholengemeenschap. Hij doet daar als drummer mee aan de paas- en kerstvieringen. Als ik hem daar zie zitten, denk ik: het komt wel goed.”

Hoe gaat jouw geloofsreis verder?
“Mijn oom uit Canada zei ooit dat het leven steeds rijker wordt. Bijbelteksten, muziekstukken of ontmoetingen doen je steeds vaker denken aan momenten uit je leven, zoals trouwerijen, belijdenisdiensten of een jubileum. Dat merk ik nu ook. Met name muziek doet veel meer met me dan voorheen. Ik zie het ook bij mijn vader, die in de loop der jaren veranderde in een grote brok geloofsbeleving. Hij heeft de zekerheid dat wanneer de deur van zijn leven straks dichtgaat, Iemand een andere deur voor hem opendoet. Ik hoop dat net zo vrijmoedig te kunnen zeggen als ik net zo’n oude knar mag worden. Daarbij hoop ik het kinderlijke stukje geloof dat ik nooit kwijtraakte niet alsnog te verliezen. Ik heb niet op alle vragen een antwoord, maar dat geeft toch niet?”

Tekst: Lukas ten Napel
Beeld: Ruben Timman

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons