'Een eigen restaurant openen is mijn droom'

Een hotel van het Leger des Heils

De nieuwe EO-serie Soep, sores en soelaas kijkt mee op plekken waar het Leger des Heils werkt. Daarom bezoekt Visie 50|50 Hotel en Congrescentrum Belmont in Ede. Hier vinden op dit moment zo’n dertig kandidaten een veilige plek om terug te keren in de maatschappij, na een vaak roerig leven. “M’n leven is hier helemaal omgedraaid.”

Midden in de bossen tussen Ede en Lunteren ligt Belmont, een begrip in de regio. Je kunt er prima vergaderen in een van de tien vergaderzalen, heerlijk eten of overnachten in een van de vijftig hotelkamers. Wie het niet weet, zal waarschijnlijk ook niet merken dat-ie wordt verzorgd door mensen die aan het re-integreren zijn – ‘kandidaten’, zoals het Leger des Heils hen noemt.

Re-integratiecoach Rita Codée: “Ontzettend gaaf dat wij een professioneel hotel en congrescentrum zijn waar re-integratie onderdeel van is. Als gasten het terrein af lopen en niks doorhebben, ben ik helemaal blij. Zonder dat ze het weten, hebben ze meegeholpen iemands afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen.”

Bosslaper

Natuurlijk is Belmont niet één groot halleluja-verhaal, al zou je het soms denken als je hoort hoe deze plek de levens van kandidaten heeft omgeturnd. Rita: “Twee jaar geleden werd een bosslaper bij ons aangemeld, die hier in de bossen sliep. De helft van de tijd kwam hij niet opdagen. Dat kan lastig zijn voor de begeleiders, maar je kunt ook focussen op wat zo iemand al heeft bereikt: twee jaar geleden sliep hij in het bos, nu werkt-ie vijftig procent! Die houding is belangrijk als je hier werkt.”

Sommige verhalen zijn schrijnend, vertelt Rita. “Ik begeleidde een jonge moeder van twee kinderen. Ze had vanwege huiselijk geweld veel meegemaakt. Toen ze een tijdje bij ons aan het werk was, kon ze zeggen: ik doe er weer toe. Ze had weer uitzicht.”

Wind van voren

Als je een ommetje maakt op het terrein van Belmont, kun je niet om de 34-jarige Jack (niet zijn echte naam) heen, een vriendelijke reus van twee meter met tatoeages, een petje en staalblauwe ogen. Hij zorgt dat het buitenterrein er netjes bij ligt. Twee jaar geleden meldde hij zich bij Belmont. Op de vraag wat hij precies doet, luidt het antwoord: “Zo min mogelijk.”
 

Misdaad heeft geen toekomst

Dan, schijnbaar onverschillig: “Er staat hier een aanhangwagen met een tank waar duizend liter in kan. Of ik de binnenkant wilde schoonmaken. Toen attendeerde ik de werkbegeleider erop dat de wagen bijna in elkaar stortte. Ik mocht ’m repareren, dus dat ben ik momenteel aan het doen. Een andere keer heb ik het sanitairgebouw geschilderd, zonder hulp. Ze moesten me echt halen voor de koffie. Ik werk het liefst alleen en word zenuwachtig van micromanagement, dat ze over m’n schouder meekijken. Vroeger uitte zich dat verkeerd. Dan werd ik agressief, ja. Op een gegeven moment was er niet meer met mij om te gaan. Toen ik zag dat mijn moeder daaronder begon te lijden, heb ik mezelf aangepakt. Nu, na jaren van zelfreflectie, heb ik geleerd om het aan te geven als iets me niet zint. Blijft iemand me irriteren, dan krijg je alsnog de wind van voren. Maar ik laat m’n problemen thuis, daar hebben ze hier geen last van. Daarom ben ik zo’n jofele Jaap.”

In de onderwereld

Momenteel woont Jack tijdelijk bij zijn moeder. “Om privéredenen. Ik heb in het verleden een hoop schulden opgebouwd. Ik zat in de onderwereld, waar ik een paar jaar geleden uit gestapt ben. Wat ik deed? Ik was collectant. Zonder collectebus, inderdaad. Je gaat ernaar leven; dure auto’s, vrouwen, drank, drugs. Ik ging van geld als water naar vijfhonderd euro per maand. Ik mis het nog elke dag, maar misdaad heeft geen toekomst. Misdaad loont alleen als je kunt groeien, en om te groeien moest ik dingen doen waar ik geen zin in had. Bepaalde normen en waarden heb ik hoog zitten. Ik ben blij dat m’n moeder me terugnam, anders had ik nu waarschijnlijk bij een andere tak van het Leger des Heils gezeten.”

Het werk bij Belmont geeft weer structuur in z’n leven, vertelt Jack. Door lichamelijke ongemakken en twee ongelukjes zit volledig werken er niet meer in, al zou hij dat het liefst willen. Hij heeft een aan- en een uitknop, en de knop gaat pas uit als het te laat is. “Ik moet leren mezelf terug te fluiten. Van de arbo-arts mag ik maar een paar uur per week werken, terwijl ik vroeger fulltime in de bouw werkte, er ’s avonds bij beunde en in het weekend in een discotheek werkte. Ik draaide m’n hand niet om voor vier uur slaap per nacht, zes dagen per week. Iedereen zag me als groot en sterk, en daar ging ik me naar gedragen. Nadat ik een weddenschap had gewonnen – of ik een Mini Cooper op z’n zij kon tillen – was ik wel wat centen rijker, maar fysiek nog verder van huis.”

Een eigen restaurant

Dan komt Mido (45) binnen, een brede Syriër met onder zijn donkere haar twee twinkelende ogen. Hij werkt hier twee dagen per week als kok, koken is zijn hobby. Hij wordt geprezen om z’n lasagnes, zegt Rita. Momenteel doet-ie vooral arrangementen voor de verkoop, sinds de coronacrisis roet in het restauranteten heeft gegooid. In Syrië hielp hij weleens in het restaurant van zijn zwager. Zes jaar geleden kwam hij naar Nederland, twee jaar geleden voegde zijn vrouw zich bij hem. Inmiddels wonen ze samen vlak bij Belmont en hebben een zoontje gekregen.

Een eigen restaurant openen is mijn droom

“Ik geniet van de sfeer hier en van het koken. Ik kan mijzelf ontwikkelen en leer hoe het systeem van Nederland werkt, hoe je contact legt, wat de regels zijn. Het grootste verschil met Syrië is dat ik hier met vrouwen moet samenwerken, maar dat vind ik juist leuk, haha!”

Mido wil graag uitstromen als kok, maar dat is in deze periode natuurlijk lastig. “Een eigen restaurant openen is mijn droom. Oosterse en Italiaanse gerechten zijn mijn specialiteit. Maar boerenkool, stamppot en appeltaart kan ik ook maken. Toch hoop ik dat ik mijn droom binnen vijf jaar kan verwezenlijken.”

Soep, sores en soelaas

Bert van Leeuwen zoekt in deze moeilijke tijd hoop en inspiratie bij mensen die in de randen van onze samenleving gedrukt worden. Hij is te gast op plekken waar het Leger des Heils werkt: van rauwe situaties waar daklozen proberen te overleven, tot een buurthuis waar eenzame ouderen simpelweg verlangen naar wat gezelligheid. Zijn we in staat om elkaar soelaas te bieden? Verhalen uit het hele land geven een inkijkje in de levens van hulpverleners, vrijwilligers en bezoekers en cliënten van het Leger des Heils.

Vanaf maandag 15 maart 16.30 uur, NPO 1

Dit is een sterk ingekort artikel uit Visie 11. Vaker dit soort verhalen lezen? Bestel dan eens een (gratis) proefnummer of neem een abonnement

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons