Ds. Piet de Jong: 'Ik moet leren op te houden'

Wat kreeg hij van huis uit mee over God en het geloof?

in Geloven

Zijn ouders wilden graag dat Piet dominee werd. Maar zelf zag hij een toekomst als bouwkundige of architect voor zich. Tot een dominee hem tijdens de preek letterlijk aanwees en waarschuwde dat hij zo niet door kon gaan...

“Er zijn een heel aantal preken die ik me nog kan herinneren,” begint ds. Piet de Jong (73) dit gesprek, dat vanwege corona telefonisch plaatsvindt. De emeritus predikant werd geboren in Deurne, groeide op in Zoutelande en later in Middelburg. Als kind ging hij iedere zondag naar de Gereformeerde Gemeente van Zoutelande, een echt schuurkerkje. “Ik zat vooraan en als er dan van die ouderwetse dominees waren – met een hoop theater – maakte dat indruk. Er was niets zo belangrijk als ‘een nieuw hart’ en bidden om opnieuw geboren te worden. Daar ben ik mee opgegroeid.”

Snel zelfstandig

Vlak voordat Piet naar het gymnasium ging, overleed zijn moeder. Een paar jaar later, op zijn 18e, verloor hij ook zijn vader.

U werd jong wees. Kreeg u een groot verantwoordelijkheidsgevoel mee?
“Ik was nummer vijf en had vier zussen boven me, dat scheelde. Maar ik werd inderdaad erg snel zelfstandig. Ik moest al vroeg mijn eigen keuzes maken.”

Uw ouders wilden dat u dominee werd, toch?
“Ik kom uit een familie van aannemers, architecten, bouwkundigen en dat soort luitjes, maar ik moest dominee worden. Ze zeiden dat niet gelijk tegen mij. Maar ik hield me vaak bezig met dingen als Bijbelse puzzels. Ik was gewoon een slim ventje en daarbij was ik de eerste zoon, dus het predikantschap lag blijkbaar voor  de hand. Pas toen ik naar de hbs wilde – met de meisjes van de basisschool mee – zei mijn vader hardop dat ik predikant moest worden. En het beste was voor de dienst des Heeren nog niet goed genoeg, dus ik ging naar het gymnasium. Voor mij was het een grote verrassing dat mijn ouders het zo gewild hadden.”

‘Ik moest al vroeg mijn eigen keuzes maken’

'Zet dat maar uit je hoofd'

Het gymnasium beviel Piet prima, maar hij was al snel klaar met het plan van zijn ouders. “Een docente met wie ik het zacht gezegd niet echt kon vinden, confronteerde me ermee voor heel de klas: ‘En jij denkt dat je dominee moet worden?’ Dat had mijn vader haar verteld, zo bleek. Ik ben boos naar huis gereden en heb tegen hem gezegd: ‘Zet dat maar uit je hoofd!’” Piet koos ervoor examen te doen in bèta-vakken, met het idee dat hij naar de Technische Universiteit Delft zou gaan. “Ik heb op het gymnasium een tijd gehad waarin het geloof ver bij me vandaan lag. Maar in het laatste jaar was er een duidelijk moment waarop ik tot geloof kwam.”

Wat gebeurde er?
“We waren verhuisd naar Middelburg. En daar kwamen we in de gemeente van dominee Zijderveld terecht. Als je die man vroeg hoe het zat met de uitverkiezing, verwees hij je naar de Dordtse Leerregels. Hij verzette echt geen letter, maar dat was ook niet nodig. Hij legde alles op een open en toegankelijke manier uit: je moest zorgen dat je bij de Heer kwam, daar ging het om. Nogal evangelisch dus, en niet van dat gezucht van: ‘Denk toch niet te makkelijk dat je er wel komt.’ Hij had in Amerika gewoond en was kritisch op Billy Graham, maar eigenlijk had hij er best wat van weg.”

‘Je moest zorgen dat je bij de Heer kwam, daar ging het om’

“Het was in het laatste jaar van het gymnasium dat ik een keer in de kerk zat, ergens op een galerij. Op een gegeven moment wees hij precies mijn kant op: ‘Als je zo doorgaat, jongeman...’ Hij zei niet: ‘Je gaat naar de bliksem’, maar daar kwam het wel zo’n beetje op neer. Dat kwam hard bij me binnen.”

Dat was het moment waarop u begon te geloven?
“Daar is echt iets gebeurd, ja. Ik ben secundair ingesteld. Meestal moet ik ergens nog eens over nadenken en even een rondje lopen. Maar vanaf dat moment is mijn leven veranderd. Ik ging in de kerk heel anders luisteren.”

Was de keus voor dominee toen ook gemaakt?
“Niet meteen, maar op weg naar het eindexamen kwam het naar me toe. Ik kon me zo inschrijven in Utrecht en dat heb ik ook gedaan. Ik kwam ook allerlei mensen tegen in de kerk met wie ik goede gesprekken had. Of ze hadden nog een bandje liggen met een goeie preek die ik moest luisteren – zo ging dat toen. Het leven van een mens wordt geleid, gelukkig.”

Man van de straat

Uiteindelijk werd Piet predikant. Eerst in het Duitse Laar (in graafschap Bentheim), later in Asperen, Nunspeet en uiteindelijk twintig jaar in de Pelgrimvaderskerk van het Rotterdamse Delfshaven. Na zijn emeritaat was hij interim-predikant in Wijk bij Duurstede en Oud-Vossemeer.

Bent u in de loop der jaren op een andere manier gaan geloven?
“Er is een hoop veranderd en tegelijkertijd ook weer niet. Ik ben op een bepaalde manier dezelfde man die ik was toen ik studeerde en belijdenis deed in de Gereformeerde Gemeente. De Bijbel, God, Christus én ‘genade is genade’: dat was voor mij de kern en dat is altijd de kern gebleven. Gaandeweg, als je een poosje dominee bent, wordt het wel wat minder steil allemaal.”

U bent nu met emeritaat. Is dat lastig voor een bezige bij?
“Ik ga nog wel voor, maar ik probeer me met minder dingen te bemoeien. Ik moet leren op te houden. Al neemt mijn energie nu ook wel gewoon af.”

Tekst: Lars Jacobse
Beeld: Ruben Timman

Dit is een gedeelte van het artikel uit Visie 12-2021. Benieuwd naar Visie? Bestel dan eens een (gratis) proefnummer via EO-acties.

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons