‘Laten we nooit goedkoop over vergeving praten’

Want het is onmenselijk moeilijk

Vergeving is niet goedkoop

We zeggen het vaak in één adem: vergeven en vergeten. Maar makkelijk is vergeving allerminst. En toch: “Vergeven is het verbreken van de ketting waarmee je aan de ander vastzit. En dat is een bevrijding voor jezelf.”

Er was eens een predikant die in een dorp woonde waar mensen elkaar al vele generaties kenden. En waar ruzies soms al decennialang speelden. Op een dag sprak de predikant met een boer die in zo’n eindeloze vete verwikkeld was. Hij vroeg de man: “Hoe kun je nou zo aan die haat en je eigen gelijk vasthouden, als je elke dag bidt ‘gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren’?” De man keek hem ernstig en nadenkend aan en antwoordde: “Dominee heeft gelijk, dan zal ik dat voortaan weglaten.”

Lam geschrokken

“Die boer had begrepen hoe serieus het thema vergeving is,” zegt ds. Willem Smouter, Nederlands-gereformeerd predikant te Apeldoorn en voorzitter van de raad van toezicht van de EO. De bewuste dominee in het verhaal hierboven was zijn vader. “Wie zich nog nooit lam geschrokken is van dat gebed, staat er misschien verder van af dan de boer die overwoog een paar woorden weg te laten.”

Ook al heb je tien keer gelijk, je zit aan die ander vast

De ketting verbreken

Wat is vergeving? Kort gezegd: dat je ophoudt de ander te beschuldigen. Vergeven is afzien van wraak, de ander laten gaan, hem loslaten. Smouter: “Deze uitleg steunt op de letterlijke betekenis van het woord afhièmi, dat in de Bijbel gebruikt wordt voor vergeven. Het betekent iemand laten gaan, hem loslaten. Daar komt vergeven uiteindelijk op neer. Dat ‘loslaten’ is een treffend woord. Want ook al heb je tien keer gelijk, je zit aan die ander vast. Vergeven is het verbreken van de ketting waarmee je aan de ander vastzit. En dat is een bevrijding voor jezelf.”

Onmenselijk moeilijk

Sommige gelovigen vinden dat vergeven ‘gewoon je christenplicht’ is. Maar juist christenen, zegt Smouter, behoren te weten hoe moeilijk vergeving is. “Want als het goed is, weten wij iets van hoeveel het God gekost heeft om ons te vergeven: Zijn eigen Zoon. Het is belangrijk om dat te erkennen. Iemand vergeven die je psychisch kapotgemaakt of lichamelijk aangerand heeft, is onmenselijk moeilijk. Dus laten we er nooit goedkoop over praten.”

Spijt of berouw?

“Loslaten,” vervolgt Smouter, “kun je pas als je eerst voor jezelf erkend hebt dat jou onrecht aangedaan is. Want veel slachtoffers denken – gek genoeg – dat ze zelf schuldig zijn. Het tweede dat van belang is, is dat de ander berouw heeft. Dat is namelijk wat Jezus zegt in Lucas 17: ‘Indien uw broeder zondigt, bestraf hem, en indien hij berouw heeft, vergeef hem.’ Al wordt dat niet als een kleinigheid beschreven. Want er staat bij: ‘Al had je een geloof zo klein als een mosterdzaadje, dan kon je nog bergen verzetten.’ En dat gaat niet over kunststukjes in het algemeen, maar dat gaat over dít punt. Van belang is dan natuurlijk wel of de ander echt berouw heeft over zijn of haar dáden, of alleen spijt heeft van de gevólgen. Dat is een fundamenteel verschil. Als je vreemdgegaan bent en tegen je vrouw zegt: ‘Het spijt me dat jij er zo’n verdriet van hebt gehad’, heb je nog geen berouw over wat je gedáán hebt.”

Een etage hoger

Maar wat nu als de ander geen berouw heeft? Als de ander niet om vergeving vraagt, hoef je dan niet te vergeven? “Om te beginnen is het wáár dat er pas vergeving kan zijn na berouw. Tegelijkertijd moet je zeggen: hoe waar het ook is, met die regel kom je er nooit uit. Want als je dan – met goed recht – zegt dat de ander eerst berouw moet hebben, lijk je gedoemd om voor altijd eiser te blijven, zonder uitzicht op herstel. Je blijft dus, zoals ik net al aangaf, met een ketting aan die ander vastzitten. Daarvan bevrijd worden, kan alleen door te vergeven, oftewel: los te laten. Soms is vergeven genoeg, en soms heb je méér nodig. Daarover gaat het in Romeinen 12: ‘Wreek uzelf niet, maar laat plaats voor de toorn, want Ik zal het vergelden, spreekt de Here.’ Dan betekent loslaten dat je het in de handen van de Here legt. En dan is er nog iets. In Romeinen 13 staat vervolgens: ‘De overheid is een toornende wreekster.’ Vergeven betekent dus niet dat je er niet óók mee naar de politie kunt. Maar je moet je wel realiseren: in je hart zul je pas bevrijd worden als je het een etage hoger legt, bij God.”

Vergelding en vergeving zijn geen vijanden

‘Vergelding is niet primitief’

Smouter geeft toe: vergelding is een heel onaangenaam woord, en het wordt soms gezien als iets primitiefs. Toch is het nodig, benadrukt hij. “Schuld kan nu eenmaal niet ongestraft blijven. Vergelding is dus juist heel goed te begrijpen. Alleen moeten we daar niet zelf toe overgaan, maar dat overlaten aan de overheid. En nee, wat betreft ‘maat’ zal een straf die de overheid geeft, nooit voldoende zijn. Ze zeggen niet voor niets: de dader krijgt drie jaar, het slachtoffer levenslang. Het is dus allemaal slechts voorlopig. Maar als je meer nodig hebt, moet je dat aan God overlaten.”

Inperking van de wraak

In het Oude Testament wordt gesproken over ‘oog om oog, tand om tand’ (Deuteronomium 19:21). Geeft die wet meer ruimte voor vergelding dan voor vergeving? Ds. Smouter, die ook het boek Vergeef me... Verzoening tussen mensen en met God schreef, betwijfelt dat. “In de eerste plaats zijn vergelding en vergeving geen vijanden, ze staan niet tegenover elkaar. Vergeving betekent niet dat er niet gestraft hoeft te worden. Daarbij moet je niet vergeten: wraakgevoel is naar zijn aard onbegrensd. Dit gebod werd daarom gegeven als inperking van de wraak. Het begrenst de hoevéélheid wraak: je mag de ander niet nog meer aandoen dan hij jou of iemand anders heeft aangedaan.”

‘Nog vóórdat wij berouw hadden’

Terug naar dat gebed van Jezus zelf: ‘… gelijk ook wij vergeven’. Is onze vergeving aan elkaar een voorwaarde voor de vergeving van God? “Het is geen kwestie van geven en nemen. Niet: kijk mij eens vergeven, nu bent U aan de beurt. Maar er is wel een diep verband tussen de vergeving van God aan ons, en van ons aan elkaar. Jezus zegt in Matteüs 18: ‘Als je elkaar niet vergeeft, kan Ik jullie ook niet vergeven.’ In Romeinen 5 wordt beschreven hoe God ons vergeven heeft toen wij nog zondaars waren, ja, zelfs toen wij nog víjanden waren. Met andere woorden: God is ons al in Christus tegemoetgekomen vóórdat wij berouw hadden. Omdat Hij het gewoon niet kon hebben dat de relatie kapot was. Hij had kunnen zeggen: ‘Ik heb nog nooit iets van berouw gezien, dus jammer dan.’ En tóch vergeeft Hij ons, oneindig veel meer dan wij ooit kunnen. Nu zijn wij natuurlijk God niet. Maar daarom dringt Zijn voorbeeld ons ertoe te vluchten tot Christus en Zijn offer.

Als verdriet en boosheid vastroesten, wordt het wrok

Wrok en bitterheid

“Je zou kunnen zeggen,” vervolgt Smouter, “voor het ontvangen van vergeving is dezelfde ‘software’ nodig als voor het schenken van vergeving. Wie vergeving ontvangen heeft, kan ook vergeven. Wie het vertikt om ooit een ander te vergeven, is ook niet in staat vergeving te ontvangen. In Efeziërs 4 staat: ‘Bedroef de heilige Geest van God niet en laat alle wrok en bitterheid varen.’ En dan volgt er een lijst van allerlei zonden die een mens kan doen. Je zou denken: veel van die andere zonden zijn minstens zo erg. Maar bovenaan staat ‘wrok’. Dat is de zonde van mensen die gelijk hebben. Als verdriet en boosheid vastroesten, wordt het wrok. En die blokkeert de Geest van God. Dus is vergeving moeilijk? Ja! Onmogelijk? Ik zou zeggen: ga ervoor bidden. Dat vind ik al heel wat. Niet omdat de dader daar recht op heeft, maar omdat het bevrijding betekent voor het slachtoffer.”

Beeld: Shutterstock

Geschreven door:

Mirjam Hollebrandse

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons