Wandelen met Paulus en Luther

Blog van Andries Knevel

Bijna iedere dag denk ik even aan Luther. ‘Dat is logisch,’ zult u zeggen, ‘met zijn reformatorische achtergrond denkt Andries natuurlijk regelmatig aan Luther en Calvijn.’ Dat klopt, maar nu zit het anders.

Mijn vrouw en ik wandelen namelijk iedere dag zo’n vijf kilometer in het bos en over de heide. Dat deden we al op onregelmatige basis, maar nu doen we het gestructureerd. Dat moet namelijk van de ic-artsen. Het advies: iedere dag wandelen (of op een andere manier bewegen) en je BMI onder de 25 houden. Zeker als een wat oudere man.

En daarnaast vinden we het heerlijk samen. Het is geen opgave. In 1510 maakte Luther, hij was toen 27, vanuit Duitsland een voetreis naar Rome. Iedere dag liep hij veertig kilometer. Niet alleen over vlak land, nee, hij moest de Alpen over! Vandaar dat ik uit bewondering zijn naam vaak noem. Wat een tocht.

Maar Paulus schrijft in het jaar 55: ‘De lichamelijke oefening is tot weinig nut.’ Wat nu? Stoppen met wandelen? Maar deed hij zelf ook niet aan lichamelijke oefening? Als er iemand wandelde, was hij het wel. Samen met Silas en anderen heeft hij een paar keer heel West-Turkije en Griekenland door gewandeld, ik vermoed ook zo’n veertig kilometer per dag. Zijn BMI zal zeker onder de 25 zijn geweest.

In de tekst uit 1 Timoteüs zal hij het over topsport hebben gehad, niet over wandelen.

Trouwens, als je erop let, wordt er in de Bijbel veel gewandeld. Dat is natuurlijk logisch, want wat moest je anders? Vandaar dat ‘wandelen’ nog weleens als metafoor wordt gebruikt. Dezelfde Paulus spoort ons namelijk wél aan om te ‘wandelen in de liefde’. En begint het boek Psalmen niet met de uitspraak ‘Gelukzalig is de man die niet wandelt in de raad der goddelozen’?

Wandelen is dus eigenlijk een Bijbelse opdracht. En zo zou ik tijdens het wandelen zachtjes kunnen neuriën: ‘Ik wandel in het licht met Jezus…’

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons