Hoe trouw is God?

‘Levenslange trouw uitspreken is nogal wat’

‘Ja’, zei ik. En ik twijfelde geen seconde. Ik zou bij haar blijven, in ziekte en gezondheid. Sinds die dag in 1992 zijn mijn vrouw en ik nog steeds samen, gelukkig wel. Maar wat beloofde ik daar eigenlijk? Wat waren dat voor grote woorden voor de jonge twintigers die we toen waren. We hadden geen idee wat we in ons leven zouden tegenkomen, hoe het zou gaan. Niet voor niets eindigt ruim een op de drie huwelijken in een echtscheiding: levenslange trouw uitspreken is nogal wat.

‘God is trouw.’ Je zingt het zomaar mee in de kerk. Maar hoe zit dat andersom? Hoe doe je dat eigenlijk, als mens trouw zijn aan God? En wat als je Hem daarin teleurstelt? Stel je voor: je staat aan de oever van een eindeloze zee. Achter je dreigt groot gevaar, voor je een ondoordringbare watervlakte. Maar dan komt de zee in beweging, er ontstaat een pad, met aan weerszijden enorme watermuren waar je veilig tussendoor kunt lopen. Dit bekende Bijbelverhaal vertelt hoe God op een onvoorstelbare manier het volk Israël bevrijdt uit de greep van de Egyptenaren. God heeft aan Mozes beloofd dat Hij hen zou bevrijden, en zo gebeurt het. Aan de overkant van de zee zingt het volk het uit: ‘De Heer is koning voor eeuwig en altijd!’ God is trouw.

Levenslange trouw uitspreken is nogal wat

Stenen platen

De Israëlieten hebben de kracht van God gezien en stellen hun vertrouwen in Hem. En in Mozes, die hen verder door de woestijn leidt. Hun vertrouwen wordt niet beschaamd: als ze honger krijgen, geeft God elke dag voedsel. En Hij stuurt hen niet alléén de woestijn in: God gaat in een wolk zelf voor Zijn volk uit. Toch duurt het niet lang voordat het verhaal een dramatische wending neemt. Op een dag vraagt God aan Mozes om naar Hem toe te komen. Dat heeft Mozes al eerder gedaan, samen met Aäron, enkele vertrouwelingen en zeventig oudsten uit het volk. Mozes mocht dicht bij God komen en hoorde van Hem hoe het volk moest leven. Nu moet Mozes weer de berg opklimmen, omdat God de wetten en geboden op stenen platen zal schrijven. Het volk blijft achter en Mozes vertrouwt de zorg voor zijn mensen toe aan Aäron en Chur. Mozes vertrekt richting de wolk die op de berg rust.

Opstand onder het volk

Terwijl Mozes naar boven klimt, gaat beneden in het tentenkamp het leven door: elke ochtend ligt er vers manna om brood van te bakken, ’s avonds is er het vlees van de kwartels. Het duurt lang voordat Mozes terugkomt. De Israëlieten kunnen niet zien wat er op de berg gaande is en al snel slaat de twijfel toe: Op wie vertrouwen we eigenlijk? Waar is God gebleven? Ze zoeken Aäron op en eisen een oplossing: “Maak een god voor ons die voor ons uit kan gaan, want wat er gebeurd is met die Mozes, die ons uit Egypte heeft geleid, weten we niet” (Exodus 32:1). De mensen willen verder trekken, en als die wolk dan op de berg blijft rusten, moet er maar een andere god voor hen uitgaan.

Sieraden omgesmeed tot kalf

Je zou verwachten dat Aäron fel in verzet gaat: ‘Zijn jullie helemaal gek geworden? Weet je niet meer hoe God ons door de zee leidde en ons bevrijdde uit de slavernij? Geloof je niet meer in de Eeuwige, die ons elke dag voedt? Weet je nog wat je op de oevers van de Rode Zee hebt gezongen? Is de Heer jullie koning niet meer?’

Maar daar lezen we niets over in Exodus. Ik kan me voorstellen dat de situatie rond Aäron nogal imponerend was. De mensen verdrongen zich om hem heen en eisten dat hij iets zou doen. Wie de recente nieuwsbeelden van de avondklokrellen nog op het netvlies heeft, kan zich misschien iets voorstellen van de dreigende sfeer waarmee hij te maken krijgt. Aäron zwicht. Hij zal een god voor ze maken, maar dan moeten de mensen zelf de gouden sieraden inzamelen en bij hem brengen. Blijkbaar is dat geen enkel probleem, want er wordt ‘zonder aarzelen’ genoeg goud ingezameld om een stierkalf van te maken. Het volk roept het daarna uit: ‘Israël, dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid!’ Er wordt een offer gebracht en het volk viert feest.

‘God is trouw. Je zingt het zomaar mee in de kerk’

God wordt ingeruild

Het is een ijzingwekkend moment in het verhaal over Israëls verlossing. Na alles wat het volk heeft gezien van God, na alles wat Hij voor hen heeft gedaan, na de trouw die ze Hem hebben beloofd, ruilen ze Hem nu in voor een ijskoud beeld. Een grotere daad van ontrouw kun je niet bedenken. Niet langer is de Heer degene die hen heeft gered, maar het dode standbeeld dat ze kennen van andere religies.

Een felle reactie

De reactie van God laat niet lang op zich wachten: Mozes wordt teruggestuurd en God spreekt Zijn oordeel uit: Hij zal dit ontrouwe volk verteren. Mozes doet een goed woordje voor zijn volk, en God laat zich liefdevol vermurwen. Hij is genadig en herinnert zich Zijn eigen belofte om trouw te zijn. Maar als Mozes de mensen bij het gouden kalf ziet feesten en dansen, gooit hij woedend de stenen platen stuk op de grond. Het verbond van God met Zijn volk lijkt letterlijk in stukken uiteen te vallen. Mozes verbrandt het kalf en laat de mensen water met as drinken. Hij vraagt wie er trouw willen zijn aan God en laat de Levieten met hun zwaard door het kamp gaan. Drieduizend mensen worden gedood.

Je eigen sieraden

Het is makkelijk om dit verhaal ver bij jezelf vandaan te houden. Hoe halen die Israëlieten het in hun hoofd? Als je God van zo dichtbij aan het werk hebt gezien, vertrouw je Hem toch blind? Toch vraag ik me af wat ik zelf zou hebben gedaan. Was ik geduldig blijven wachten tot Mozes terug was, ook toen het veel langer bleek te duren dan ik had verwacht? Zou ik ook de gouden sieraden van mijn vrouw en dochter hebben afgenomen om bij Aäron te brengen? Wat zijn eigenlijk de sieraden in mijn eigen leven? Wanneer heb ik een gouden kalf gesmeed? Wanneer heb ik Hem teleurgesteld?

Een beker vol

Mozes laat het volk water met as drinken, zodat ze letterlijk zouden proeven hoe bitter hun ontrouw is geweest. Gelukkig stopt Gods verhaal niet bij deze geschiedenis. Een paar duizend jaar later reikt Jezus ook een beker aan. Niet gevuld met water en as, maar met wijn. En die beker reikt God nog steeds aan, elke keer als ik beschaamd moet erkennen dat ik ontrouw ben geweest. Het is goede wijn. Alsof Hij steeds weer zegt: ‘Ik weet dat je het moeilijk vindt om trouw aan Mij te blijven. Drink maar, want tegenover jouw ontrouw zet Ik Mijn eeuwige trouw.’

Tekst: Marco van der Straten   Beeld: Gerdien van Delft

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons