Khadija Arib: ‘Ik ben een kleine vechtersbaas’

Tweede Kamervoorzitter over werk, privé en geloof

De agenda van Khadija Arib zat de laatste weken vol debatten. De toeslagenaffaire, de val van het kabinet, de coronacrisis, de avondklok – de Voorzitter van de Tweede Kamer maakte lange dagen. “Mijn geheim? Ik heb geen geheim. Als je twaalf uur per dag op die stoel zit, kun je je niet anders voordoen dan je bent. De politiek legt je karakter bloot.”

Ze komt weinig aan ontspanning toe de laatste tijd, bekent Khadija Arib (60) tijdens een telefoongesprek van een klein uur. Haar agenda stelt ze per week vast. “En elke week denk ik: volgende week kan ik het vast wat rustiger aandoen. Maar dan gebeuren er weer zoveel onvoorspelbare dingen, je kunt het gewoon niet plannen. En gelukkig maar.”

Extra moeilijk

Vanmorgen – we spreken elkaar op een vrijdag – had ze even tijd om bij haar moeder in Rotterdam langs te gaan. “Zij is bijna 80 jaar, moeilijk ter been, en door de coronacrisis noodgedwongen eenzaam. Een typische Marokkaanse moeder, met veel familie en mensen om zich heen, is ze nooit geweest; maar nu ze ook niet af en toe naar iemand op bezoek of naar de moskee kan, zie ik dat ze het extra moeilijk heeft.”

Als enig kind van haar moeder – haar overleden vader had kinderen uit twee andere relaties – voelt de Kamervoorzitter zich extra verantwoordelijk voor haar. “Vandaag heb ik voorzichtig geopperd of het geen tijd werd om bij mij in Amsterdam te gaan wonen. Niet dat ik woonruimte voor haar klaar heb, maar ze kan sowieso bij mij in huis komen. Dan kunnen mijn kinderen en kleinkinderen ook makkelijker even bij haar buurten. Ik weet niet of ze het gaat doen. Gelukkig krijgt ze goede zorg. De huisarts komt langs als het moet, ze heeft huishoudelijke hulp en ze krijgt thuiszorg in haar serviceflat.”

‘Couscous op zondag’

U schreef twaalf jaar geleden het boek ‘Couscous op zondag – een familiegeschiedenis’. Daarin heeft u het over de eenzaamheid die u in Nederland ervaarde.
“Ik kwam als 15-jarige naar Nederland met mijn moeder, in het kader van de gezinshereniging van arbeidsmigranten. Mijn vader werkte hier al een aantal jaar in Schiedam. Als puber voelde ik mij inderdaad eenzaam. Mijn vriendinnen en buurmeisjes in Marokko betekenden veel voor mij. En ineens was ik volledig op mijn ouders teruggeworpen, terwijl je je op die leeftijd juist aan hen wilt ontworstelen. Daarom leef ik nu ook zo mee met de jongeren die al zo’n tijd thuis opgesloten hebben gezeten tijdens de lockdown. Je kunt deze fase niet inhalen. Erg treurig.”

Als Kamervoorzitter oogst Arib veel lof. Wat haar geheim is? “Haha, ik héb geen geheim. Misschien is dat het wel. Mensen verlangen naar puurheid, ook in de politiek. Als je twaalf uur per dag op die stoel zit, kun je je niet anders voordoen. De politiek legt je karakter bloot. Dus als ik vrolijk ben of juist een beetje chagrijnig, zie je dat aan me. Toen ik nog Kamerlid was, probeerde ik debatten goed voor te bereiden en vervolgens mijn standpunt te schuren aan die van anderen. Ik mag fouten maken van mezelf. Als Voorzitter krijg ik altijd een A4’tje met informatie over het debat. Ik lees ze lang niet allemaal. ‘Dat hoor ik straks wel,’ denk ik dan. Het is mijn taak om de debatten volgens de regels te laten verlopen.”

‘Kleine vechtersbaas’

Bent u een andere Voorzitter dan vier jaar geleden?
“Dat denk ik niet. Ik heb me altijd gerespecteerd gevoeld door de Kamer. Maar er zijn Kamerleden die de Voorzitter uitdagen of deze functie politiseren – terwijl je als Voorzitter een onafhankelijke positie inneemt. Selçuk Öztürk van DENK stelde bijvoorbeeld in een tweede termijn van een debat voor om het Suikerfeest van moslims een vrije dag te laten zijn. In de eerste termijn ging het daar niet over en daarom reageerde ik verbaasd. Je mag in de tweede termijn namelijk alleen terugkomen op iets uit de eerste. DENK monteerde van deze discussie een filmpje waarin het leek alsof ik niet wist wat het Suikerfeest was. Ik kreeg toen het advies om dat te negeren, maar ik vond dat ik duidelijk moest zijn. Het stoorde mij zó ontzettend, dat ik er een punt van heb gemaakt. Achteraf ben ik daar blij om. Het laat zien waar de grenzen liggen.”

Sterker nog, u tekende in 2019 een motie tegen zulke intimiderende filmpjes van Kamerleden. Een unicum. 
“Klopt, zoiets had in de afgelopen honderd jaar niet eerder plaatsgevonden. Ik wist niet hoe Kamerleden en de buitenwereld zouden reageren, maar ik wilde dicht bij mezelf blijven. Die motie zag ik als een oproep aan ons allemaal, om elkaar niet in de hoek te drukken en je niet in de hoek te láten drukken.” Lachend: “Wat dat betreft ben ik een kleine vechtersbaas.”

Een roman schrijven lijkt me ook leuk

En u kunt de microfoons van de sprekers uitzetten…
“Haha, dat doe ik bijna nooit, hoor. Als ik het doe, lijkt het alsof ik mensen het woord ontneem, maar dat is niet zo. Ik wil de orde handhaven en als mensen door elkaar gaan schreeuwen, heb ik geen ander middel.”

De Kamervoorzitter heeft het vaak over "het aanzien van dit huis", als ze over de Tweede Kamer spreekt. En met een reden: “Alles wat wij in de Kamer doen, straalt af op de kiezer. Wij vertegenwoordigen met 150 mensen alle Nederlanders. Het lidmaatschap van de Tweede Kamer vraagt iets van je. Je moet het waard zijn. Daarom hecht ik aan waardigheid. Natuurlijk mag je je emoties tonen, maar houd het aanzien van de Kamer hoog en ga respectvol met elkaar om.

Tijdens de coronacrisis nemen de spanningen toe. De discussie verhardt zich in de samenleving en in de Kamer. Ik kan me voorstellen dat het mensen frustreert dat wij ten opzichte van de landen om ons heen onderaan bungelen met onze vaccinaties, contactonderzoeken en testen. En dat leidt soms tot hoogoplopende emoties.”

Moeder van de Kamer

Khadija Arib. Beeld: Iris Planting

Welke rol ziet u daarin voor uzelf weggelegd?
“Ik vind het belangrijk dat iedereen in het parlement ruimte krijgt. Of het nu Forum voor Democratie, de SP of de VVD is. Natuurlijk hoor ik soms dingen waarbij ik mijn oren liever dichthoud, maar in de Kamer mag alles gezegd worden. Die ruimte probeer ik aan iedereen te geven. Als er op de persoon gespeeld wordt, grijp ik in. En als ik dat niet doe en daar achteraf spijt van heb, bel ik het desbetreffende Kamerlid op om te zeggen dat ik een volgende keer wél zal ingrijpen.”

U bent dus een soort moeder van de Kamer?
Het is meer dat ik boven de partijen sta en probeer iedereen gelijk te behandelen. Dan krijg je weleens een moederlijke uitstraling toegeschreven. Als Voorzitter heb ik het soms met links en soms met rechts aan de stok. Mijn optreden hangt ook af van het type debat, of om welk Kamerlid het gaat. Als een Kamerlid vaak klappen uitdeelt, moet hij of zij ze ook kunnen incasseren.”

Ik vraag me af waarom mensen willen weten of ik gelovig ben

Omzien naar elkaar

U bent islamitisch opgevoed. Welke rol speelt het geloof in uw leven?
“Je zegt ‘islamitisch’, maar ik ben een Nederlandse vrouw met een Marokkaanse achtergrond. En ja, ik ben geboren in een islamitisch land. Veel van de waarden die ik thuis heb meegekregen, komen voort uit de islam, zoals die toen door mijn oma en ouders werd geïnterpreteerd. En dat is een heel andere dan die van nu. Mijn vader was gelovig, maar dronk gerust een glaasje whisky en was een levensgenieter.

Wat ik ook meegekregen heb: omzien naar elkaar. Mijn oma stuurde me bijvoorbeeld elke vrijdag met een schaaltje couscous naar de imam. En mijn moeder leende geld aan buurvrouwen om een ziekenhuisbezoek te kunnen betalen, terwijl ze het zelf ook niet breed had. Ik herinner me ook dat we een keer een vrouw in huis namen die thuis mishandeld werd door haar man.”

Noemt u zichzelf gelovig of gaat het u meer om deze waarden?
“Ik vind het belangrijk dat iedereen vrij is om te belijden wat hij of zij wil. Geloof biedt troost, zeker in deze crisistijd. En als je onderdeel bent van een gemeenschap, kan dat een gevoel van veiligheid bieden.

Ik vraag me altijd af waarom mensen van mij willen weten of ik gelovig ben. We hebben vrijheid van meningsuiting, toch? Dat betekent dan ook dat je de vrijheid hebt om niks te zeggen. Ik heb het altijd als een privézaak beschouwd en wil dat graag zo houden.”

Liefde

Voelt het als verantwoording moeten afleggen?
“Ja, dat ook. Ik wil het verder niet toelichten.” Na een kort lachje: “Erg hè? Ik had het al over mijn moeder die nu niet naar de moskee kan. Daar kon zij haar geloof belijden, had ze contact met andere vrouwen, beleefde ze iets spiritueels. Ik zie dat ze dat nu mist. Daar laat ik het bij. Ik wil zwijgen als het over mezelf gaat.”

Wat inspireert u?
Resoluut: “Liefde. Daar haal ik veel kracht uit. Liefde van mijn kinderen en kleinkinderen. Mooie mensen. Verder lees en wandel ik graag. Iemand die mij vroeger inspireerde, was mijn oma. Zij kwam hier vaak op vakantie en ik bezocht haar regelmatig. Een sterke vrouw. Heel aanwezig ook, dat wel. Ik keek tegen haar op. Ze was onafhankelijk en dat bewonderde ik enorm. Later haalde ik ook veel inspiratie uit boeken. Het liefst las en lees ik autobiografische verhalen – vaak over het leven van vrouwen met een bijzondere achtergrond, die veel strijd hebben moeten leveren om iets te bereiken. De As van mijn moeder vond ik ontzettend mooi. Ook voor mijn studie sociologie heb ik boeken gelezen over interessante verschijnselen in de samenleving.”

‘Het is aan de Kamer’

Wilt u nog boek schrijven?
“Oh, heel graag! Schrijven heeft voor mij een ontspannende en therapeutische werking. Misschien wel over mijn werk als Kamervoorzitter. Niet om mezelf te rechtvaardigen of anderen op hun nummer te zetten, maar om lezers een kijkje achter de schermen te geven. Het is zo’n bijzondere taak. Een roman schrijven lijkt me ook leuk. Maar aan schrijven kom ik voorlopig niet aan toe, al maak ik wel vaak aantekeningen.”

Gaat u voor een nieuwe termijn als Voorzitter?
“Ik heb kenbaar gemaakt dat ik dat wel zou willen, maar ik ben niet bezig met draagvlak creëren, zoals de media suggereren. Pas na de verkiezingen weet je welke partijen er in de Kamer komen en hoe de verdeling is. Ik wil me kandideren, maar het is uiteindelijk aan de Tweede Kamer om uit haar midden een Voorzitter te kiezen.”

Khadija Arib

Khadija Arib is geboren in Hedami in Marokko op 10 oktober 1960. Ze kwam op haar vijftiende naar Nederland, waar haar vader al enkele jaren als gastarbeider werkzaam was. Arib studeerde sociologie. Ze is sinds 1998 actief in de Tweede Kamer als fractielid van de PvdA. Sinds 2017 is ze Voorzitter. Arib woont in Amsterdam en is moeder van drie volwassen kinderen.

Beeld: Iris Planting

Dit artikel komt uit het magazine 'Visie'. Vaker dit soort verhalen lezen? Bestel dan eens een (gratis) proefnummer of neem een abonnement

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons