Gerja liet abortus plegen – in het geheim

‘Als ik in de spiegel keek, zag ik altijd een zwarte vlek’

Gerja Wolf abortus

Jarenlang vond Gerja Wolf (54) dat ze de liefde van anderen en van God niet verdiende. Ze veroordeelde zichzelf om wat ze als 17-jarig meisje had gedaan. “Ik was die vrouw die een abortus had laten plegen. En dat zou ik altijd blijven.”

“Ik zie mezelf nóg staan, die vrijdagmiddag in de overvolle aula van de meao waar ik destijds op zat. Medeleerlingen stonden kletsend en lachend om me heen, terwijl ik in de kleine telefooncel de hoorn van de haak pakte. Langzaam toetste ik het nummer in en wachtte met bonzend hart tot er opgenomen werd. ‘De uitslag is positief,’ hoorde ik de assistente van de huisarts aan de andere kant van de lijn zeggen. Ik slaakte een zucht van verlichting. ‘Nee,’ zei de assistente toen. ‘Hij is positief. Je bent zwanger.’ Ik voelde de grond onder mijn voeten wegzakken; totale paniek.

Knipperlichtrelatie

Ik was in die tijd een opgeruimde meid. Ik hield van zingen en pianospelen, en had een gezellige groep vrienden om me heen. Met mijn ouders, twee broers en een zusje vormden we een warm gezin. Ik combineerde een opleiding aan de meao met een vooropleiding voor het conservatorium en keek uit naar een toekomst in de muziek. Met mijn toenmalige vriendje had ik een soort knipperlichtrelatie. In maart 1984 raakte ik zwanger van hem. Mijn wereld stond op z’n kop. Na het bewuste telefoontje met de huisarts haastte ik me naar de school van mijn vriend, even verderop. Daar wachtte ik gespannen tot zijn lesuur voorbij was, waarna we samen in paniek op de fiets stapten. We gingen de diverse opties langs. Voor ons allebei was het al snel duidelijk: dit kan niet. Deze zwangerschap schopte onze complete toekomst in duigen. Maar wat nu? We spraken af het aan niemand te vertellen en besloten dat het voor iedereen het beste was als dit kindje niet geboren zou worden. In de Gouden Gids zochten we een abortuskliniek op in de buurt, en vanuit een telefooncel in de stad maakten we een afspraak.

Van de abortus zelf herinner ik me weinig

Kreng van een zuster

Toen ik zes weken zwanger was, stapte ik op een koude ochtend in april op de fiets. Tegen mijn ouders – die van niets wisten – zei ik dat ik ging winkelen met mijn vriend. Ik smokkelde een tas mee met daarin een badjas – ik moest na de ingreep immers een paar uur in de kliniek blijven. Omdat ik toen nét 18 was, had ik geen handtekening van mijn ouders nodig. Van de abortus zelf herinner ik me weinig. Volgens mijn vriend was het een kreng van een zuster, zo ongevoelig. Hij betaalde de rekening en na afloop gingen we op de fiets naar huis. Onvoorstelbaar, hè? Onderweg zijn we een keer gestopt, om even te kunnen zitten. Daarna gingen we allebei naar huis en deden we alsof er niets gebeurd was. We pakten ons leven weer op. Na een half jaar dacht ik: het is gebeurd, hup, vooruitkijken. Maar zo makkelijk was dat natuurlijk niet. Op allerlei momenten kwam het weer boven. Dan sloeg ik ’s ochtends de krant open en las ik: ‘Paus verklaart abortus tot moord’. Pats!

Beklemmend zwijgen

Nu, 37 jaar later, is er nog ieder jaar dat moment in maart waarop ik er weer aan herinnerd word. Vooral de paniek blijft me bij. En het beklemmende zwijgen dat volgde. Want behalve mijn vriend wist niemand ervan. Ik was bang voor het oordeel van mijn ouders. Voor die teleurstelling in hun ogen als ik hun zou vertellen dat ik zwanger was. Al zou het maar een split second zijn, ik kon dat niet aan. En ik was bang dat mijn ouders zouden zeggen: ‘Jij gaat dit kindje krijgen, en wij gaan jou helpen met de opvoeding.’ Dat wilde ik niet; ik wilde dóór met mijn leven en mijn toekomst.

‘God zou dit nooit vergeven’

Het meezeulen van een loodzwaar geheim én mijn keuze om te beslissen over het leven van een ander, maakte dat ik mezelf jarenlang heb veroordeeld. Vanaf het moment van de abortus dacht ik vaak: lekker ben jij, ze moesten eens weten. Mijn ouders hielden veel van mij, maar ik vond dat ik dat niet verdiende. Als ik in de spiegel keek, zag ik best een leuk mens, maar ik zag ook altijd een zwarte vlek. Ik was opgevoed in een christelijk gezin, ging naar de kerk en was er actief. Natuurlijk hoorde ik daar over de liefde van God, en ik snapte dat Hij van anderen hield. Maar van mij? Nee, dat had ik verbruid. God zou dit nooit vergeven, laat staan dat ik mezelf kon vergeven. Ik was dat meisje, die vrouw die een abortus had laten plegen. En dat zou ik altijd blijven.

Ik was bang voor het oordeel van mijn ouders

Met z’n vieren huilen

Tien jaar na de abortus vertelde mijn oudste broer, met wie ik een goede band had, opgetogen dat hij vader zou worden. Toen dacht ik: ik moet het hem vertellen. Dat heb ik gedaan, en vervolgens heb ik het ook mijn andere broer en zusje verteld. Zij reageerden zo anders dan ik verwacht had. Ze hadden begrip en waren liefdevol. Dat gaf mij de moed om het aan mijn ouders te vertellen. Mijn oudste broer bood aan daarbij te zijn. Áls mijn ouders mij dan zouden afwijzen, was hij er in elk geval om mij op te vangen. Toen het hoge woord eruit was, hebben we met z’n vieren zitten huilen. Vooral mijn moeder verweet zichzelf dat ze dit over het hoofd had gezien. En allebei vroegen ze zich af: hoe kan het dat je dat alléén hebt gedaan? Dat vonden ze nog het allermoeilijkste. Ik was altijd bang geweest voor de afwijzing, bang voor het verbreken van de relatie: jou willen we niet meer kennen. Maar daar bleek totaal geen sprake van te zijn. Het was juist een enorme opluchting, waardoor ik het van lieverlee aan meer mensen durfde te vertellen.

Ongestraft

Toch bleef ik lange tijd een verwrongen godsbeeld houden. Toen ik trouwde – overigens niet met de vriend van toen – en we ons eerste kind kregen, dacht ik: het zou me niet verbazen als er iets mis is met de baby. Die gedachte maakte me zelfs bijna opgelucht, want dan was mijn straf betaald en kon ik verder. We kregen echter twee gezonde meiden, en er overkwam mij verder helemaal niets ergs. Dat vond ik raar, want mijn daad kon toch niet ongestraft blijven? Tot ik ontdekte dat God zo helemaal niet werkt! Hij zat niet te wachten op mijn verdoemenis. Hij wilde mij juist laten voelen dat Hij met mij meehuilt om wat er is gebeurd, en ondertussen van mij houdt! Ik heb er 33 jaar voor nodig gehad om dat te gaan beseffen. Dat begon toen we voor het werk van mijn man een tijd in Engeland gingen wonen. Ik werd daar lid van een anglicaanse kerk met evangelische inslag, en zo maakte ik kennis met praiseen worshipmuziek. Bij veel liederen kreeg ik een brok in mijn keel. Door die muziek heen was God laagjes aan het afpellen. Ik wilde dat niet, want ik wist: daaronder zit een diepzwarte rotte appel.

100 procent schuldig

Maar God ging door met Zijn werk, in verschillende periodes van mijn leven en via diverse mensen. Een paar jaar geleden zei een vriendin tegen me: ‘Je hebt het er nog best wel vaak over, volgens mij moet je er nog wat mee.’ Ik zocht hulp en kwam terecht bij een christelijke hulpverleenster van stichting Siriz, die mij in een van de gesprekken vroeg: ‘In hoeverre geef jij jezelf de schuld?’ Nou, dat was duidelijk: voor honderd procent! Het was immers mijn lijf en ik had het bij mezelf laten doen. ‘Oké,’ zei ze, ‘maar er was ook een jongen bij betrokken. Dus dat is eigenlijk vijftig procent. En hoewel je ouders van niets wisten, heb je ze toch meegenomen in je overweging...’ Voor mij was het één zwarte kluwen, maar zij ontrafelde die. Waarbij ze mij ook liet zien dat het na al die jaren tijd was voor acceptatie en vergeving.

‘Kijk naar voren’

Nog weer later, toen ik net EO-radiopresentator was, mocht ik voor mijn werk naar een coach. Ook daar kwam de abortus weer tevoorschijn. Ik twijfelde namelijk erg aan mezelf. Wie was ik eigenlijk? Mocht ik er wel zijn? En was ik goed genoeg? Deze coach wees mij op Psalm 139. Een beangstigende psalm, vond ik, want die gaat over God die je altijd ziet. Ik zat liever ergens waar Hij mij níét zou zien. Maar mijn coach zei: ‘Het betekent ook dat God áchter je staat. En iedere keer als jij achteromkijkt om jezelf weer om de oren te slaan met wat je hebt gedaan, staat Hij daar en zegt Hij: ‘Nee Gerja, we blijven niet achteromkijken. Ik heb het jou vergeven en nu mag jij het ook jezelf vergeven. Het is klaar, kijk naar voren.’ Dat ontroert me telkens opnieuw. Het heeft me zó geholpen. Want ik was inderdaad steeds achterom aan het kijken, en geloofde in de leugen dat ik niets meer voorstelde. Dat ik had afgedaan bij God. Terwijl Hij altijd van me is blijven houden. Het voelde als het laatste zetje op de weg naar vergeving – van God en van mezelf. De veroordeling was weg en dat voelt zo bevrijdend! Nu kan ik oprecht zeggen: mijn identiteit ligt niet meer in het feit dat ik een abortus heb laten plegen, maar in het feit dat ik een kind ben van Hem. Ik kijk nu met compassie naar dat 17-jarige meisje van toen. Het oordeel is weg, het liefst geef ik haar een dikke knuffel.”

Waar kennen we Gerja Wolf van?

Gerja Wolf presenteert iedere zaterdag- en zondagavond Thuis op 5. Daarnaast is ze vaste invaller voor Musica Religiosa op NPO Radio 4, en de Muzikale Fruitmand en Nederland Zingt Gospel op NPO Radio 5. Ze vertelde haar verhaal ook in de EO-podcast Vergeef het maar.

Geschreven door:

Mirjam Hollebrandse

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons