Ralph van Manen kijkt terug op 30 jaar muziek

‘Reizen lijkt me leuk, maar dan wel met een gitaar op m’n rug’

Ralph van Manen 30 jaar in het vak

Hij was het idool van menig tienermeisje, en vooral na de hit ‘Testify to love’ rees zijn ster tot ongekende hoogte. Dit jaar zit Ralph van Manen drie decennia in de muziek, wat hij viert met een speciale jubileumtour, getiteld ‘De liefde nog het meest’. “Op mijn 65e met pensioen? Ik moet er niet aan denken!”

Het is zijn 56e verjaardag vandaag, al doet hij er weinig aan. “Je mag nu toch niet veel mensen thuis uitnodigen.” Hij zit relaxed op een kruk in zijn muziekstudio, achter zijn woonhuis in Veenendaal. Omdat Ralph vooral vanuit zijn studio werkt, heeft hij van corona weinig last. Alleen zijn John Denver tribute tour werd eind vorig jaar afgelast en verplaatst naar komend najaar. Hij hoopt dat zijn jubileumtour dit voorjaar wel kan doorgaan.

Wat heb je met John Denver?
“Toen ik hem voor het eerst hoorde, was ik 7. Ik had natuurlijk geen idee waar het over ging, maar het melancholische van zijn folk-country-achtige muziek kwam enorm binnen. Er zit een soort weemoed in, die mij erg raakte. Sindsdien heb ik zo’n beetje alles geluisterd wat hij heeft uitgebracht, dus rond mijn 14e zat zijn muziek helemaal in mijn systeem. Toen ik het onlangs weer oppakte – een idee van mijn vrouw – zat het hele repertoire nog in mijn hoofd.”

Het is maar goed dat Facebook en Instagram toen nog niet bestonden

'Prachtig om mee te maken’

Als Ralph terugkijkt op dertig jaar muziek, moet hij vooral glimlachen om zijn jonge jaren, waarin het succes hem min of meer overviel. “Ik vond het allemaal prachtig om mee te maken, maar geloofde het soms zelf niet eens.”

Dacht je nooit: kijk mij eens?
“Haha, nee joh. En nog steeds niet. Het is ongelofelijk zoals het gegaan is. In periodes dat het wat minder ging, keek ik soms naar de successen die ik had gehad. Dat gaf mij dan weer een por in de goede richting. Het is een kunst om met succes om te gaan. Daar heb je begeleiding bij nodig, en die had ik helemaal niet.”

Vooral toen je in Amerika ging optreden, had je je toch een soort jonge god kunnen voelen.
“Hou op, schei uit! Gelukkig niet, want het is bijzonder onaantrekkelijk als je zo in het leven staat. Aan de andere kant was het ook niet gezond zoals ik erin stond. Ik had in die tijd wel een goed identificatiefiguur willen hebben. Toen we in 1993 met de band Target de Flevo-podiumprijs wonnen, werden we vanuit het niets op de radio gedraaid en gingen we optreden. Ik vond dat doodeng, was daar totaal niet op voorbereid.”

Je was erg verlegen in die tijd?
“Heel bleu. Als ik kon zingen, vond ik het goed. Maar je moest tussendoor ook nog wat zeggen, dat vond ik helemaal een toestand. Nu denk ik: ik bracht vooral veel algemene christelijke waarheden, die ik meekreeg vanuit mijn opvoeding en die voldeden aan de verwachtingen van het publiek. Er zat weinig eigenheid in. Het is maar goed dat Facebook en Instagram toen nog niet bestonden, want dan werd alles gefilmd. Dát zou pas erg zijn.” Hij schiet in de lach. “Als ik er nu aan terugdenk: we traden op met één versterkertje in een grote zaal. Dat is nu ondenkbaar.”

Joelen voor het podium

Het succes van de jonge Ralph had een keerzijde. Rond 1990 raakte hij overspannen. Hoewel zijn optredens gewoon doorgingen, zakte hij soms bijna door zijn benen als hij van het podium af kwam. “Ik ging enorm over mijn eigen grenzen heen. Mensen stonden te joelen voor zo’n podium en verwachtten van alles van me. Ik deed dingen waar ik eigenlijk nog niet klaar voor was. Zingen, optreden; voor mijn gevoel mocht ik niets verkeerds zeggen, het moest allemaal kloppen. Daar liep ik in vast. Nu kan ik het goed plaatsen, maar toen was het heftig voor me.”

Lijkwagen

Ralph kreeg last van straatvrees en werd bang voor God. Hij leefde in een soort tweede werkelijkheid. “Dat ging ver, hoor. Bij iedere lijkwagen die langskwam, dacht ik: ze komen me halen. Natuurlijk had die situatie ook te maken met wat ik in mijn jonge jaren heb meegemaakt, al wil ik daar niet te veel over kwijt. Mijn ouders hadden een winkel, dus ieder weekend werd ik naar mijn tante Riek gebracht. Vrijdags, zaterdags en soms ook op zondag was ik daar. Mijn neven waren net wat ouder, dus ik was behoorlijk op mezelf aangewezen. Nu denk ik weleens: hoe ben ik die dagen doorgekomen? Tante was superlief, maar hoe gezellig het daar ook was, ik hoorde er als 8-, 9-jarig jochie niet thuis. Ik denk dat er in die jaren toch een gevoel van onveiligheid in is geslopen.”

Wat heeft je eruit geholpen?
“Goede gesprekken met mensen om mij heen. Onder andere met mijn voorganger en met mijn vrouw Ineke. Zij is heel pragmatisch en ging niet mee in mijn angsten. Dat zij zo’n stabiele factor was, heeft mij ontzettend geholpen.”

Gillend gek geworden

Als het over zijn vrouw gaat, steekt Ralph sowieso de loftrompet. Hij ontmoette haar op zijn 16e op het schoolplein en trouwde toen hij 23 was. “Ze is mijn eerste liefde. En sindsdien is ze alleen maar verder gerijpt, als een mooie, goede wijn. De titelsong van de jubileumtour – ‘De liefde nog het meest’ – schreef ik voor haar, als een soort liefdesverklaring. Ik denk dat veel vrouwen gillend gek zouden zijn geworden als ze met mij getrouwd waren: ik ben een enorme chaoot.”

Beuken op een traporgel

Bij zijn tante Riek kreeg Ralph overigens wel de liefde voor het orgel mee. In haar woonkamer stond namelijk een traporgel en Ralph zat dagen “op dat ding te beuken”. Op zijn 13e ging hij pianospelen en kort daarna kreeg hij een gitaar. “Gitaarspelen heb ik mezelf aangeleerd. Pianoles kreeg ik wel, maar daar deed ik weinig aan. Ik vond het leren van die noten niks, joh. Dat heb ik later op het conservatorium allemaal moeten inhalen.”
Toen Ralph van het conservatorium kwam, werkte hij een tijdje in de reclassering en later met verstandelijk beperkten. Pas na een aantal jaar besloot hij zijn leven fulltime te wijden aan de muziek.

Ik oefen dagelijks nog twee uur om mijn stem op peil te houden

Directeur van Disney

In 1996 kwam Ralphs nummer ‘Testify to love’ in Amerika uit en belandde zijn muziekcarrière in een stroomversnelling. Hij ging samenwerken met grote namen als Chris Eaton en Cliff Richard, al bleef hij verlegen onder zijn succes. Zo was hij tijdens een tour in Amerika via via in contact gekomen met de directeur van Disney, die hem op een ochtend uitnodigde op zijn kantoor. “Ik ben niet gegaan, omdat ik bang was dat hij mij niet goed genoeg vond. Ik was me in die tijd totaal niet bewust van wat ik in huis had.”

Seculiere hoek

Na zijn Amerika-avontuur raakte Ralph in de Nederlandse gospelwereld wat buiten beeld. Zelf wijt hij dat aan het feit dat hij wat meer de seculiere hoek opzocht én de keuze maakte voor Nederlandstalig. Hij dacht aanvankelijk veel commentaar te krijgen op zijn cd Dichterbij – een Nederlandstalige plaat met slechts één gospelliedje – maar de kritieken bleven uit.

Je had lang het stempel ‘gospelartiest’. Wilde je daar bewust van af?
“Toen misschien wel ja, maar dat maakt mij nu weinig meer uit. Er is een tijd geweest dat alles wat met gospel te maken had, geassocieerd werd met de EO, en dat was niet oké als je op de radio gedraaid wilde worden. Toen dacht ik: het is niet handig als je zo’n stempel hebt. Aan de andere kant: je moet nooit verloochenen waar je vandaan komt. Sinds diverse gospelzangers aan shows als Idols en The voice meegedaan hebben, lijkt het ook minder een probleem. En in Amerika speelde die scheiding tussen christelijk en niet-christelijk al helemaal niet.”

Is er een nummer van een andere artiest dat jou van je sokken blaast?
“Och, vele! Alles van Peter Gabriel vind ik geweldig. Don Henley, John Denver. En Stef Bos, niet te vergeten. Hij is een grote woordkunstenaar, met soms geniale vondsten. Ik kan overigens veel stijlen waarderen. Van zwaar klassiek tot dance – als het maar doorleefd is en goed in elkaar zit. Hazes bijvoorbeeld, kan ik wel waarderen, hoor. Ook al vind ik het niet altijd mooi en zou ik het zelf niet maken, ik kan het wel op waarde schatten. Ja, oké, carnavalsmuziek raakt me niet echt.”

Je schrijft, zingt, produceert en arrangeert. Waar ligt je hart?
“Het liefst schrijf ik liedjes. Dan verlies ik echt de tijd uit het oog. Maar ik oefen ook nog dagelijks twee uur om mijn stem op peil te houden. Het leuke is: mijn jongste dochter coacht mij daarin. Zij is zangpedagoge en wij werken veel samen.”

De kleinkinderen mis ik al na een dag

Als de brandweer

Op de vraag hoelang hij nog houdbaar is in de muziekwereld, zegt hij lachend: “Het ligt eraan wat je doet en hoe je heet. Als je Tony Bennett heet, ga je op je 87e nog als de brandweer. Ik ben bij The Eagles geweest, die zijn dik in de 70 en gaan ook nog gewoon door. Rob de Nijs is ernstig ziek, maar heeft nog steeds veel impact. Kijk, als ik ga optreden en er zijn meer noten mis dan raak, dan moet ik misschien stoppen. Anders ga ik zéker nog twintig, dertig jaar door. Op m’n 65e met pensioen? Ik moet er niet aan denken! Reizen lijkt me leuk, maar dan wel met een gitaar op m’n rug. Maar ja, ik heb twee kleinkinderen en die mis ik al na een dag. Zij zijn hier drie dagen in de week over de vloer, dus ik zit toch een beetje vast aan huis. Al is dat totaal geen straf.”

Prettig gestoord

Dat laatste is niets te veel gezegd, vindt Ralph. Gek doen met de kleinkinderen, daar geniet hij van. Hij noemt zichzelf niet voor niets ‘prettig gestoord’. “Dan leg ik de trap vol met matrassen en gaan we glijden. Vanochtend nog: alle meubels aan de kant en een hut bouwen met dekbedden. Een hoop gedoe, maar ik vind het prachtig. En die kinderen ook.”

Deed je vader dat vroeger ook met jou?
“Ik kan me weinig van mijn vader herinneren. Toen ik kind was, was hij door z’n werk soms lange periodes van huis. Pas de laatste tien jaar is onze relatie verbeterd en zijn we nader tot elkaar gekomen. Hij woont hier nu zelfs op ons terrein. In een eigen woning, maar altijd in de buurt.”

Geen wrok

Ralph aarzelt als het over zijn vader gaat. Hij wil niet voor hem spreken en al helemaal niets negatiefs zeggen. “We hebben nooit ruzie gehad, maar tien jaar geleden zagen we elkaar wat vaker en was er meer toenadering. Dat hij hier woont, is voor mij niet meer dan normaal. Ik heb geen wrok richting hem, ook omdat ik zijn leven in de context van zijn geschiedenis zie. Het is heel makkelijk om verwijten te maken, maar ik probeer te kijken naar het waarom. Binnenkort wil ik het gesprek met hem aangaan. Dat heb ik eigenlijk nooit gedaan. Ik zou hem willen vragen hoe hij herinnerd wil worden. Al voel ik ook een soort plaatsvervangende ongemakkelijkheid, een soort barrière. Hij is nu 90 en kan zijn leven en keuzes niet meer veranderen. En we leven nu eenmaal in een andere tijd dan toen.”

Cirkel doorbroken

Voor het eerst tijdens het gesprek valt Ralph even stil. Dan: “Ik heb een aantal jaren geleden een paar liedjes geschreven voor hem. Die heb ik nooit uitgegeven en dat ga ik ook nooit doen. Maar daar zit alles in wat ik wil zeggen, mijn gemis; hij weet precies wat er is. Al heeft hij tegenover mij nooit iets over die liedjes gezegd. Via mijn zus hoorde ik dat hij erdoor geraakt was. Verder niet. Hij is nu heel kwetsbaar, dus ik vind dit niet het moment om het daarover te hebben. Het heeft geen zin om nog even te zeggen hoe het wel had gemoeten.”

Als vader was je zelf eveneens veel van huis voor optredens in binnen- en buitenland…
“Ja, maar het verschil is dat ik er met mijn kinderen over kan praten. En als ik thuis was, was ik er écht. Ik stond met voetballen altijd langs de lijn, bijvoorbeeld. Dus er is wel een cirkel doorbroken. Dat hoor ik gelukkig ook terug van de kinderen.”

Je moeder overleed toen je 26 was, je enige zus stierf drie jaar geleden. Hoe is dat voor je, als familie wegvalt?
“Met de Van Manen-tak weet je het nooit; ik heb ooms die op hun 100e nog op de fiets boodschappen gingen doen. Maar ik denk inderdaad weleens: als pa er niet meer is, ben ik dus de enige overgeblevene van de familie. Dat is best apart.”

Hoe zou je zelf herinnerd willen worden?
“Ik denk dat mijn kinderen zo een vel vol kunnen schrijven over hoe ze zich mij herinneren. Ik hoop dat ik in elk geval een aanwezige, opbouwende en betrokken vader was. Betrokken, ja. Zo zou ik herinnerd willen worden.”

Wie is Ralph van Manen?

Ralph van Manen (1964) begon zijn muziekcarrière als leadzanger van de rockband Target. In 1993 zegde hij zijn baan in de hulpverlening op en startte hij een carrière als soloartiest. Bekende nummers van hem zijn ‘Testify to love’, ‘Stay close’ en ‘Met mijn ogen dicht’. De song ‘Testify to love’ werd gebruikt als soundtrack in de populaire tv-serie Touched by an Angel, die de EO in de jaren 90 uitzond. Voor het lied ontving Van Manen een Dove Award. Momenteel is hij actief als zanger, songwriter en producer, en organiseert hij zang- en songwriting-kampen in het Spaanse Las Negras. Ralph van Manen is getrouwd met Ineke, vader van twee dochters en een zoon, en opa van twee kleinkinderen. 

Tour 'De liefde nog het meest'

Onder de titel 'De liefde nog het meest' tourt Ralph van Manen van februari tot en met april met bekende en nieuwe nummers langs diverse theaters en kerkzalen. Ook verschijnt rond die tijd zijn nieuwe, Nederlandstalige cd.
W Ralphvanmanen.nl

Beeld: Ruben Timman

Geschreven door:

Mirjam Hollebrandse

Tip voor de redactie?

Of heb je een foutje gezien? Mail ons